Allen... zullen vervolgd worden
(2 Tessalonicenzen, 2 Timotheus 3:10-13)
In 1573, op maar enkele kilometers hier vandaan - in een gevangenis te Antwerpen - schreef een vrouw een brief, gericht aan haar dochtertje van slechts enkele dagen oud. Zij en haar man waren beiden veroordeeld tot de brandstapel, omdat ze "Wederdopers" waren. De vader was reeds een aantal maanden vroeger terechtgesteld maar de moeder had uitstel gekregen, om eerst haar kind ter wereld te brengen. Ik lees u er een gedeelte uit deze brief voor:
"Mijn lieve kind, de ware liefde Gods sterke je in de deugd, jij die nog zo jong bent en die ik moet achterlaten in deze slechte, verdorven, rotte wereld. O, had het toch de Here behaagd dat ik je had mogen grootbrengen, maar het schijnt niet de Wil des Heren te zijn. Zo is het ook gegaan met je vader en mij; We waren zo hecht vereend dat we elkaar niet zouden hebben verlaten voor de ganse wereld, en toch moesten we elkaar verlaten terwille van de Heer; slechts een half jaar mochten we samen zijn, toen werden wij gevangen genomen omdat wij op zoek waren naar de verlossing van onze zielen.
Wees niet beschaamd over ons; het is de weg waarop de profeten en de apostelen ons zijn voorgegaan. Je lieve vader heeft met zijn bloed bewezen dat dit de enige echte waarheid is, en ik hoop dit ook te bewijzen met mijn bloed, hoewel vlees en bloed moeten achterblijven op de palen van de brandstapel, met de zekerheid dat wij elkaar in het hiernamaals zullen wedervinden.
...En nu laat ik je deze brief achter, tegelijk met een gouden reaal die ik in de gevangenis bij me droeg, en ik laat ze je na als een eeuwig vaarwel en als testament. Lees deze brief als je tot de jaren van onderscheid bent gekomen en bewaar hem je leven lang, ter herinnering aan je moeder en je vader. Schaam je niet je geloof te belijden, want het is het ware evangelische geloof, waarvan er geen ander ooit zo zal worden gevonden."
* * *
Deze brief is misschien een van de meest ontroerende getuigenissen uit de tijd van de reformatie hier in onze streek, waarin, ook toen Christenen omwille van hun geloof werden vervolgd, gevangen genomen, gefolterd en meestal ook ter dood gebracht. En deze periode was, jammer genoeg, niet uniek in de geschiedenis van het Christendom.
We lezen immers in het boek handelingen dat de vervolging en de verdrukking heel spoedig losbarste. En dat hoefde helemaal niemand te verbazen, want Jezus had dat zelf, meer dan eens, duidelijk voorspeld: "Je zult vervolgd worden, om Mijn Naam..."; "De wereld heeft Mij gehaat en ze zullen ook jullie, mijn volgelingen, haten..."; "Een knecht staat niet boven zijn Meester...".
Jezus heeft ook die woorden "vervolging" en "verdrukking" niet als vage begrippen gelaten, maar heel duidelijk verteld wat diegenen, die zijn volgelingen wilden zijn, zoal te wachten stond. Denk maar even aan de woorden uit de "rede over de laatste dingen":
"Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil..."
Of, op een andere plaats, in het Lucas-evangelie:
"...men zal u brengen voor de synagogen en voor de overheden en de machthebbers...".
En we worden er zelfs voor verwittigd dat bloedverwanten elkaar niet zullen sparen: kinderen zullen hun ouders verraden, ouders hun kinderen...
Als er dan mensen zijn die twijfelen aan de uitspraken en voorspellingen van Jezus; deze voorzeggingen zijn in elk geval bewaarheid. Tweeduizend jaar geschiedenis van het Christendom hebben getoond dat volgelingen van Jezus op plaatsen over de gehele wereld en door alle tijden heen vervolgd werden en vervolgd worden... tot op de dag van vandaag.
Ook vandaag, in 1989, zelfs in een tijd van "glasnost" en "perestroika", worden mensen vervolgd omwille van hun getuigend geloof in de Heer Jezus. Wanneer u daar niet van overtuigd bent, dan moet u beslist de "Stem der Martelaren" eens wat grondiger gaan lezen of aan een andere broeder of zuster eens een exemplaar van "Kruistochten" te leen vragen.
Als westerse Christenen zijn we vaak geneigd te vergeten dat vervolging en verdrukking altijd bestaan hebben en nog steeds voortbestaan. We zijn zo gewoon aan een "vrij land" waar we "in vrijheid en in alle rust mogen samen komen en ons geloof belijden", waar we kerken mogen bouwen en waar we rustig met onze Bijbel onder de arm over straat kunnen stappen. Dat alles zijn we heel normaal en heel gewoon gaan vinden en zo dreigen we rustig in te slapen.
En daarom is het goed dat er een keer per jaar in veel evangelische kerken aandacht wordt besteed aan de "Lijdende Kerk". Dat gebeurt vandaag in heel veel gemeenten over de hele wereld. En dat is nodig! Het is nodig dat we er opnieuw bij bepaald worden dat er mensen zijn, broeders en zusters in de Here, die vervolgd en verdrukt worden omwille van hun, omwille van ons geloof.
Zeker, we hebben de laatste maanden heel veel gehoord en gelezen over versoepeling en ontdooiing in bepaalde communistische landen, zoals Rusland en China. We horen en lezen daar zo veel over dat we er in feite geen raad mee weten: wat moeten we van deze veranderingen denken?
Langs de ene kant horen we de overdreven optimisten: nu is alle vervolging voorbij; de kerken kunnen achter het ijzeren gordijn terug in de openbaarheid komen; christenen worden vrij gelaten uit werkkampen, uit gevangenissen en uit psychiatrische instellingen. Gorbatsjov heeft het goed voor met de godsdienstvrijheid. Het is uit met de allesoverheersende rol van de partij in die landen! Dan weer horen we de uitgesproken pessimisten: let maar op! Dat is allemaal maar schijn. Er worden maar een klein aantal gelovigen vrij gelaten om het vrije westen wat zand in de ogen te strooien; in werkelijkheid, in het geheim, gaat de verdrukking en de vervolging gewoon door. Ze doen het met een bijbedoeling: wanneer de kerken in de openbaarheid komen, dan kan men op een onverwacht moment opnieuw ingrijpen en definitief afrekenen met die onruststokers.
Wanneer we die "twee klokjes" horen luiden, dan stellen we ons natuurlijk de vraag welke houding we nu moeten aannemen... hoor ik bij de pessimisten of bij de optimisten? Of welke houding is nu "realistisch". Persoonlijk denk ik dat we én dankbaar, én waakzaam moeten zijn:
Dankbaar om de versoepeling die we inderdaad in sommige landen mogen waarnemen. We hebben zovele jaren lang vaak gebeden opdat er in de Sovjet-Unie en in andere communistische landen een verbetering zou komen. We hebben de Here zo vaak gevraagd - ook in onze gemeentelijke bidstonden - dat hij zou werken in de harten van de leiders en overheden van de landen. Wanneer de Here dat dan inderdaad ook doet, dan mogen en moeten we daar in de eerste plaats dankbaar voor zijn. Hebt u de Heer al gedankt om die ommezwaai? Hebt u de Here al gebeden dat hij leiders als een Gorbatsjov de moed en de kracht en de mogelijkheden zal geven om de ingeslagen weg verder te gaan?
Maar we moeten ook nuchter en waakzaam zijn! De vervolging is echt niet ten einde met één "perestroika" in één bepaald land! Wanneer we onze oren en ogen wijd open houden, dan vernemen we nog dagelijks droevig nieuws over broeders en zusters die geterroriseerd worden of gevangen genomen en gefolterd of zelfs gedood worden. In één enkel nummer van "Kruistochten" kon ik lezen over twee evangelisten die in Mexico werden dood gestenigd, over een wet die in Joegoslavie zou gestemd worden om godsdienstonderwijs te verbieden, over een christelijke jeugdsamenkomst die in door de overheid werd verstoord; over het feit dat er nog minstens 21 christenen omwille van hun geloof gevangen zitten in de Sovjet-Unie.
De "Lijdende Kerk" heeft écht niet opgehouden te bestaan! En ze hebben onze hulp en onze aandacht en ons gebed nog dagelijks nodig. Nu misschien meer dan ooit! Laat ons dankbaar maar ook nuchter én waakzaam zijn...
* * *
Zo'n dag voor de Lijdende Kerk heeft nog een ander belangrijk aspekt: hij dwingt ons eens opnieuw na te denken over datgene wat Gods woord ons over verdrukking en vervolging leert... want ik heb de indruk dat er zo bepaalde gedeelten zijn in de Bijbel waar we vaak "overheen lezen" zonder dat het tot ons door dringt wat de Here daar tot ons te zeggen heeft. En bij de meesten van ons horen gedeelten over vervolging en verdrukking daar zeker bij!
We hebben reeds gezien dat Jezus vervolging voorspeld heeft en ervoor heeft gewaarschuwd. Hij wilde ons niet in onwetendheid laten. Hij maakt duidelijk dat er voor het volgen van Hem een prijs moet betaald worden en Hij wil dat we goed beseffen dat die prijs naar menselijke maatstaven erg hoog kan zijn: vervolging, verdrukking, bespotting, haat.
Allemaal dingen die we van nature uit liefst vermijden. Niemand wordt graag achteruit geschoven; niemand vindt het fijn om bespot te worden. Gehaat worden, dat is ook geen prettig vooruitzicht als je het mij vraagt. En toch heeft Jezus gezegd dat we ons daaraan moeten verwachten.
In de tweede brief van Paulus aan de christenen in Tessalonica, waarvan we vandaag de aanhef hebben gelezen, richt de apostel zich heel speciaal tot een gemeente in de verdrukking: we lezen dat in vers 4:
"...zodat wij zelf over u roemen bij de gemeenten Gods, vanwege uw volharding en uw geloof onder al uw vervolgingen en de verdrukkingen die gij doorstaat..."
En wanneer we verder lezen, dan wordt ons duidelijk dat Paulus het inderdaad helemaal niet ongewoon vindt, dat die gemeente in Tessalonica verdrukt en vervolgd wordt:
"...een bewijs van het rechtvaardige oordeel Gods, dat gij het Koninkrijk Gods waardig geacht zijt, voor hetwelke gij ook lijdt..."
Het feit dat de gemeente vervolgd wordt en dat ze in die vervolging volhardt, dat feit en enkel en alleen dat feit is het bewijs dat ze het Koninkrijk Gods waardig zijn.
Want dat is ook iets dat we uit de Bijbel mogen leren: Gods Koninkrijk wordt gevestigd, dwars door alle vervolging heen! Hoe men ook tegen de volgelingen van Jezus zal tekeer gaan, de wederkomst van de Heer zal men niet kunnen verhinderen en het oordeel dat Hij zal brengen zal men niet kunnen ontkomen. En, zegt Paulus, bij dat oordeel zullen de enen boeten voor hun ongeloof en hun ongehoorzaamheid en de anderen "zullen met verbazing aanschouwen..."
Nog iets dat de Bijbel ons leert in verband met vervolging: de prijs voor het volgen van Jezus mag dan een hoge prijs zijn, het loon dat we zullen ontvangen is nog veel hoger. In het tiende hoofdstuk van het Marcus-evangelie, vanaf vers 29 zegt Jezus:
"Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig terug: nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven...".
We hebben echter ook geleerd dat er volharding nodig is. Jezus heeft ervoor gewaarschuwd dat niet iedereen in de vervolging zal volharden. Hij deed dat onder andere op een heel aanschouwelijke een pakkende manier toen Hij de gelijkenis van de zaaier vertelde. U weet wel, de zaaier zaaide een gedeelte langs de weg, een gedeelte op steenachtige plaatsen, een gedeelte tussen de dorens en een gedeelte in goede aarde. En Jezus zei:
"De op steenachtige plaatsen gezaaide is hij, die het woord hoort en het terstond met blijdschap aanneemt; maar hij heeft geen wortel in zich, doch is iemand van het ogenblik; wanneer echter verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komt hij terstond ten val."
Wanneer er vervolging komt, dat zullen er velen ontrouw worden. Ook dat heeft Jezus voorspeld. Maar we moeten ook dieper in ons hart durven kijken: misschien zijn we nu reeds vaak ontrouw, om te voorkomen dat we vervolgd worden.
* * *
Wanneer Paulus de gemeente in Tessalonica in hun vervolging trachtte te bemoedigen en te onderrichten, dan wist hij heel goed waarover hij het had. Paulus had ook, bijna vanaf de dag waarop hij Jezus ontmoette, mogen ondervinden en mogen leren wat vervolging en verdrukking betekenden. In de tweede brief aan Timoteus schrijft hij daarover (2 Tim. 3, vanaf vers 10):
"Gij daarentegen hebt volle aandacht geschonken aan mijn onderricht, wijze van doen, bedoeling, geloof, lankmoedigheid, liefde, volharding, vervolgingen en lijden, zoals mij getroffen hebben te Antiochie, te Ikonium en te Lystra. Al die vervolgingen heb ik doorstaan en de Here heeft mij uit alle gered."
Dat kon Paulus dus uit ervaring getuigen: "In vervolging sta je nooit alleen. Jezus laat je op die momenten echt niet in de steek; Jezus redt uit vervolging". Jezus liefde blijft bij ons, ook in vervolging. Dat schreef hij ook in de Romeinenbrief, in hoofdstuk 9, vanaf vers 8:
"Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdrukking of benauwdheid, of vervolging of honger, of naaktheid, of gevaar, of het zwaard?".
Wat er ook met ons gebeurt, in welke omstandigheden we ook verzeilen, Jezus blijft ons liefhebben. En Hij zal op die momenten niet enkel Zijn Liefde schenken, maar ook Zijn Kracht. Daardoor kon Paulus getuigen in een andere brief aan de Korintiers (hoofdstuk 12, vers 9 en 10):
"Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden nog meer roemen, opdat de kracht van Christus over mij kome; Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, smaadheden, noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want als ik zwak ben, dan ben ik machtig".
Als ik zwak ben, ben ik machtig, door de kracht van Jezus, in de meest benauwende ogenblikken! Wat een geweldig getuigenis...
* * *
Er is echter nog één zinnetje uit de brief aan Timoteus dat me sterk opvalt: namelijk het twaalfde vers van hoofdstuk 3:
"Trouwens, allen, die in Christus Jezus godvruchtig willen leven, zullen vervolgd worden".
Paulus legt als het ware nog eens extra de nadruk op Jezus voorspelling in verband met vervolging: "vervolging is niet abnormaal... het is abnormaal wanneer je niet vervolgd wordt"!
Dat klinkt misschien erg cru, maar wanneer we de bijbel en de geschiedenis van het Christendom erop nalezen, dan wordt die waarheid ons duidelijk: wie godvruchtig, wie volgens Gods Wil tracht te leven, die werd en die wordt vervolgd en verdrukt. Altijd!
De wereld heeft het nooit kunnen hebben, dat ze met haar neus op Gods Woord en op Gods Wil werd gedrukt. In het oude verbond werden profeten vervolgd, omdat ze tegen de stroom in durfden opstaan en zeggen: "Zo spreekt de Here! Jullie zijn allemaal op het verkeerde spoor. Jullie leven op een verkeerde manier".
Johannes werd onthoofd omdat hij de gevestigde macht, Herodes, op de vingers durfde tikken en zijn zondige levenswandel aan de kaak stelde. Jezus moest aan het kruis omdat Hij de religieuze leiders erop wees dat ze Gods Woord aan hun laars lapten.
De gemeente werd en wordt enkel en alleen niet vervolgd, wanneer ze compromissen sluit, wanneer ze haar opdracht licht opneemt, wanneer ze verwatert tot een "naam-christendom".
We gedenken vandaag de lijdende kerk, maar ik denk dat er in feite twee lijdende kerken zijn: de kerk die lijdt onder verdrukking en vervolging, én de kerk die lijdt aan geestelijke bloed-armoede.
Wanneer we constateren dat vele gemeenten en kerken niet meer in alle duidelijkheid Gods woord durven verkondigen, niet meer durven vertellen aan de wereld dat er verkeerd geleefd en verkeerd gedacht wordt... dan stellen we ons de vraag: is dat ook geen lijdende kerk...
We kunnen moeten ons dan ook deze morgen in alle ernst de vraag stellen: welke van die twee lijdende kerken is er het ergst aan toe? We mogen uit de Schrift immers nog een pijnlijke zekerheid halen: er is een gemeente, waartegen de Here bij zijn wederkomst zal zeggen: "Ga weg van Mij, Ik heb u nooit gekend..."
Amen. |