Lichaam.
Romeinen 12:1-8

Misschien kunnen we nog het voorbeeld herinneren van enkele weken terug dat ik gebruikt heb in een voordienst. Weet ge nog toen ik je vertelde hoe volmaakt eigenlijk een banaan is. De juiste vorm om naar onze mond te gaan, de slip vrije verpakking, de scheur lijnen om gemakkelijk te openen met zelfs een topje om aan te trekken. En niet te vergeten de kleur die ons duidelijk moet maken in welke toestand de banaan verkeerd. Natuurlijk moeten we voorzichtig zijn met dit door te trekken in het extremen, want als zij mij moesten vragen hoe moet ik een kokosnoot open doen, dan ga ik een probleem hebben om het topje te vinden.
Maar een andere creatie wat volmaakt is zou ik durven noemen is ons lichaam, jouw en mijn lichaam. Staan wij daar al eens bij stil, tot wat ons lichaam allemaal in staat is. Ik ga hier geen voorbeelden van noemen want ik veronderstel dat wij allemaal die hier zitten wel verwonderd zijn over het omhulsel waarin wij leven.

Ik begrijp dat sommigen die lijden moeten dragen het moeilijk zullen hebben om te aanvaarden dat blijkbaar van dit wonder een stuk wordt afgedaan daar zij pijn en misschien zelfs verminking hebben te dragen. Ik kan hier nu geen antwoord op geven, het enige dat misschien tot troost zou kunnen zijn is, dat ook onze Here Jezus Christus door dit alles moeten gaan is.

Het lichaam is een onderwerp dat mij altijd geboeid heeft, ik vind het onwaarschijnlijk dat er zoveel verschillende vormen zijn, niet enkel dat er negers, chinezen of andere rassen zijn, neen zelfs in één ras vindt men niet hetzelfde. Men moet al echt opzoek gaan naar een één eiege tweeling om een zeer dichte benadering te vinden.
De kracht die een man kan uitstralen en de schoonheid die een vrouw kan uitstralen. Expressies, emoties, een lach en een traan, allemaal zaken die ertoe bijdragen om het lichaam dat door God geschapen is te bekijken als een groot wonder.
Toen ik het in mijn hart kreeg om te spreken over 'het lichaam' dan dacht ik wat moet ik hier over zeggen en toen ik ging kijken in de bijbelse concordantie dan vond ik echt niet veel terug over het lichaam. Maar wanneer je denkt dat de Here wil dat je hier over spreekt dan ga je verder.

De Here God zelf heeft de mens gemaakt zoals we kunnen lezen in Genesis, hij nam stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus, alzo werd de mens tot een levend wezen. Dit alleen al vind ik ongeloofelijk, het liefelijke beeld van een zorgzame vader. God had net zo goed kunnen zeggen, ok nu creeer ik een mens, en koud en afstandelijk als met een toverstokje komt dan die mens te voorschijn.
Maar hier in dit vers zien we een God die als het ware met zijn handen het stof der aarde in een vorm brengt en zijn levensadem door geeft. Ik kan er niet aan doen maar mij komt dat over alsof God de mens een kus tot leven geeft. Ik weet niet dat ik dit mag zeggen, maar in dit stukje zie ik nu net het verschil in lichaam en mens. Het stof was 'slechts' een lichaam tot God zijn adem er door blies en toen was hij mens. Gewoon een gedachte die bij me op komt. Ik zal dit zeker nog eens toetsen en jullie op de hoogte houden.
De God die het onmeetelijke heelal geschapen heeft met al wat daar in is, en de aarde met al wat daarop is ontfermt zich over dat heel speciaal wezen, dat we mens noemen. Hoe belangrijk deze schepping voor God is geweest zullen we slechts horen wanneer we bij Hem zijn, maar het moet van een onwaarschijnlijk grote waarde zijn, want Hij vond het waard, toen die mens dat hij geformeerd had zijn rug had gekeerd naar Hem, zijn enige Zoon te laten sterven aan het kruis.

Vergankelijk
Nadat God de mens het leven had gegeven duurd het niet lang of God moet het al terug afnemen. In Genesis 3:19 zegt Hij ; "Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren". Duidelijk laat God ons hier zien hoe vergankelijk ons lichaam is. Ons lichaam is niet gemaakt van een duurzaam materiaal, maar slechts van stof. Als dit op de aarde valt is het niet meer terug te vinden. Het is een beeld dat onze nietigheid duidelijk maakt. Ook David weet dit en haalt het aan in zijn Psalmen. Psalm 103 : 14 ; "Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn". Psalm 104 : 29 ; "Neemt Gij hun adem weg, zij sterven en keren weder tot hun stof".
Het is goed om er ons van bewust te zijn dat dit stof niet zou leven indien God niet Zijn adem had gegegeven, indien God zijn adem terug neemt enkel stof blijft over. Voor sommige mensen kan dit misschien een angstig gevoel geven te weten zo afhankelijk te zijn van God, mij geeft dit een geborgen gevoel en de rust om in een vergankelijk lichaam te wonen.

Broos & teer
Wanneer Petrus in zijn eerste brief in het eerste hoofdstuk een beschrijving heeft gegeven van de uitnemendheid van de vernieuwde geestelijke mens, laat hij ons zien de broosheid van de natuurlijke mens. "Want: Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem in het gras; het gras verdort en de bloem valt af." er is niets, dat ons lichaam tot een blijvend schepsel maken kan.
Ons lichaam, ook in zijn hoogste bloei, is niet meer dan een verwelkend, verdwijnend, stervend schepsel. In zijn heerlijkheid is hij niet meer dan een bloem van het gras ; zijn wetenschap, schoonheid, kracht, levenslust, overvloed, eer, het zijn slechts bloemen van het gras die spoedig verwelken en wegsterven.
De enige manier om dat broos schepsel duurzaam en onvergankelijk te maken, is hem het Woord van God te doen aannemen, want dat blijft eeuwig en zal hem wanneer hij het aanneemt het eeuwige leven schenken.

Je zal je misschien afvragen, wanneer gaat die nu eens iets goeds zeggen over ons lichaam. Wel dat gaat komen. Maar ik denk dat het van groot belang is dat we ons tenvolle bewust zijn, hoe wonderlijk ook ons lichaam in elkaar steekt, dat ons eigen vlees en bloed, niet enkel vergankelijk, broos, zwak of teer is, maar dat wij door eigen kracht nooit het doel zullen halen. Zoals ik het daarstraks reeds aanhaalde het is 'slechts' een omhulsel waarin we rondlopen.


Heilig
Ik wil je een korte tekst meegeven om uit het hoofd te leren.
1 Tessalonicenzen 4:3 : "Want dit wil God : uw heiliging,"
God wil dat we heilig zijn. Dit wil niet zeggen dat God ons heilig heeft gemaakt maar het is zijn wil, zijn bevel dat wij heilig zouden zijn. Hij heeft ons het lichaam gegeven, indien wij nu dienstbaar voor Hem willen zijn moeten wij zijn bevel opvolgen en heilig zijn. Heilig betekent hier, zuiver leven, afstand nemen van die zaken die ons zouden hinderen om een rein leven te leven. Heilig is hetgeen in overeenstemming is met de wil van God. Wanneer de handelingen van het lichaam heilig zijn, dan is het lichaam heilig.
Heiliging bestaat uit twee zaken ;
1. ophouden met slecht te doen en
2. leren goed te doen.
In andere woorden, eerst moeten we zorgen dat de slechte invloeden en gewoontes uit ons leven verdwijnen en dan moeten we leren de heiliging door ons te laten doorwerken. Ik weet dit is heel eenvoudig gezegd, het is veel gemakkelijker dit te zeggen dan te doen. Ik zou het willen vergelijken met dieten. Het is als wanneer je bepaalde dingen niet mag eten, je juist voor deze zaken honger hebt. Ken je dat gevoel, geen chocolade en dan ligt daar een stukje. Maar als we weten dat we daarmee ons lichaam schade aan doen, zou deze kennis ons ervan moeten weerhouden.
We hoeven dit niet alleen te doen. In 1 Thesalonica 5 : 23 lezen we : " En Hij, de God des vredes, heilige u geheel en al, en geheel uw geest, ziel en lichaam moge bij de komst van onze Here Jezus Christus blijken in allen dele onberispelijk bewaard te blijven".
Voor deze tekst staan opnieuw allerlei instrukties die we moeten volgen, verblijdt u ten allen tijde, bidt zonder ophouden, dankt onder alles, dooft de Geest niet uit, veracht de profetieen niet, toets alles en behoudt het goede en onthoudt u van alle soort kwaad en dan vervolg dit gedeelte dat de God des vredes u heilige.
De instrukties zijn duidelijk en God is getrouw Hij laat ons niet in de steek, willen wij, want daar komt het dan tenslotte op neer, willen wij Hem gehoorzamen opdat Hij zijn gebod in ons kan bewerkstelligen.

Geestelijk
Ons lichaam hier is slechts tijdelijk, maar een voorbereiding naar ons toekomstig lichaam. Wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waar de Here Jezus ons venederd lichaam veranderen zal, zodat het aan zijn verheerlijkt lichaam gelijkvormig wordt.
Wat is het een voorrecht om een christen te zijn. Wij hebben meer mogelijkheden om gelukkig te zijn dan welk ander persoon ook. Wij hebben een verlosser waarin we steeds vrede kunnen vinden, een hemel om naar uit te kijken en waar niets anders is dan vreugde, een Bijbel waarin we verschillende beloften vinden en we hebben steeds de mogelijkheid om gelijk wanneer te bidden en met al onze zorgen naar een nooit veranderende Vriend te gaan. Als er iemand is op aarde die gelukkig kan zijn, dan is het wel een Christen.
Als andere naar ons kijken, moet het voor hen zichtbaar zijn dat het Christendom ons vrede brengt. Onze innerlijke vrede zou moeten blijken door een rein en zuiver leven. Een Christen zou dus steeds goed moeten doen opdat buitenstaanders dit zullen opmerken en hen duidelijk maken dat het geloof in Jezus Christus ons vrij maakt van alle zonden.
Het is belangrijk dat we dit laten zien en dat we de gedachte die er toch dikwijls leeft, dat wij als Christenen droevig zijn omdat wij zoveel dingen niet mogen, doorbreken. Inderdaad wij stoten af, alles wat niet kan stroken met een heilige wandel, maar hoeveel te meer hebben wij te bieden. Het ware geluk dat wij gevonden hebben in onze redder, de wetenschap voor eeuwig gered te zijn.

Onderwerpen
Het is nog niet gedaan. We hebben geleerd dat we een vergankelijk en broos lichaam ontvangen hebben, we hebben gezien hoe we heilig kunnen wandelen. Wat vraagt God nu dan van ons.

En nu komen we bij het bijbelgedeelte dat we daarstraks gelezen hebben. De Here vraagt van ons dat wij onze lichamen geven tot een offer voor Hem. Vroeger werd een offer gebracht door een offeraar, iemand die een dier naar de tempel bracht. De priester die dit dier in ontvangst nam bracht het dan ten offer. Bij ons nu zit dit helemaal anders, wij nu, zijn zelf tempel, priester en offer.
Wij zijn zelf een tempel, wij zijn zelf priester en wij zijn zelf het offer, net zoals Jezus dit was. De wettelijke offers hadden hun betekenis vóór Jezus en met Jezus grote zoenoffer is dit tot een einde gekomen. Indien wij nu, ons mogen geven tot een offer, dan verheerlijken wij God met onze lichamen. Men zou kunnen stellen dat we dank offers zijn. Wat bijzonder is, in dit offer is dat wij een levend offer zijn, dit is een groot verschil met een offer onder de wet.
Een in oprechtheid aan God gewijd lichaam is gelijk aan een levend offer.
Dan zullen we God welgevallig zijn, of zoals het in 'het boek' staat ; zodat het een vreugde is voor God.

En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken. Vernieuwing of metamorphoeste staat er in het Grieks. Het is het zelfde woord dat gebruikt wordt bij de verheerlijking van Jezus op de berg, toen zijn gezicht glansde als de zon.

Psalm 51 : 10 ; Schep mij een rein hart, o God, en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest;
Jesaja 40 : 31 ; maar wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat.
2 Corinthiers 4 : 16 ; Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd.
Colosenzen 3 : 10 ; Liegt niet meer tegen elkander, daar gij de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper.
Titus 3 : 5 ; Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest.

De vernieuwing wordt ons hier opgelegd als een verplichting, maar niet in die zin alsof wij dit zelf zouden kunnen verwezelijken. Door onze eigen kracht zijn wij niet in staat een nieuw hart te maken, net zomin als we een nieuwe wereld zouden kunnen creeren, het is Gods werk. Het is God die ons hervormd, maar wij moeten bereid zijn, om ons zo op te stellen dat God met ons tot zijn doel kan komen.

En laat ons bij dit alles nederig blijven, met onze twee voeten op de grond staan. Het enige wat lager is dan onszelf is de zonde.
Dat we onszelf niet beter of hoger gaan achten dan een ander. Wij zijn allen kinderen van dezelfde Vader met dezelfde genade gered, niemand onder ons heeft deze genade verdiend het is door de liefde van God onze Vader dat wij gered zijn en vernieuwd mogen worden, opdat wij zouden gelijken op zijn Zoon Jezus Christus. Ieder met zijn gave en met zijn kunnen.

Dit is ook belangrijk voor het volgende, wat eigenlijk de gedachte was voor de boodschap van deze morgen.
"Want, gelijk wij in één lichaam vele leden hebben, en de leden niet alle dezelfde werkzaamheden hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden ten opzichte van elkander."
Voor mij betekend deze tekst eigenlijk het vervolg van vorige week, waar Stefan ons vertelde van de liefde die we voor God moeten hebben en voor elkaar. Wanneer we deze tekst in praktijk willen brengen dan zullen wij dat niet anders kunnen dan met de twee geboden die wij vorige week gekregen hebben. (Marcus 12:28-31).

Wij gaan moeten samen werken en we weten dat dit niet altijd even gemakkelijk is.
Christus en zijn gemeente vormen één lichaam, als hoofd en leden. Het lichaam bestaat uit verschillende leden, maar het heeft slechts één hoofd. Het is in het hoofd dat alle bevelen gegegeven worden.
Indien wij onze vinger in een vlam steken zullen er prikkels naar het hoofd gaan om te zeggen dat het warm wordt, ons hoofd zal dan zeggen, trek die vinger terug. Is onze relatie met God ook zo, als wanneer we bijvoorbeeld op een plaats komen waar we niet hoeven te zijn, dat onze relatie met het hoofd ons duidelijk maakt dat we ergens anders naar toe moeten.
We begrijpen toch, indien ik mijn vinger niet weg trek uit de vlam, dat ik hem zal verbranden.
Trouwens had ons hoofd het niet reeds duidelijk gemaakt, dat het onverstandig was om onze vinger in die vlam te steken.

Nu is het de bedoeling van God dat wij zo allen samen harmonieus zullen deel uit maken van het lichaam. Ieder op zijn plaats, zonder onderscheid. We zullen samen elkaars leed en vreugde dragen. God heeft ook de leden in ons gewoon lichaam zo samengevoegd dat er geen tweedracht in het lichaam is. Stel je voor dat je rechterbeen vooruit wil en je linker achteruit. Ons lichaam zou gewoon niet kunnen functioneren moest er tussen de verschillende leden twist en onenigheid zijn. Alle leden moeten met elkaar verenigd zijn door de sterkste band der liefde. Een liefde die door het zorgzame bestuurringsysteem verzorgd wordt, ons hoofd.
Indien wij als Christenen merken dat we koel en onachtzaam worden voor elkaar, moeten we voorzichtig zijn en kijken wat het hoofd zegt, het zou anders wel eens kunnen gebeuren dat ons leden niet meer gaan samen werken. We moeten dan naar het Hoofd luisteren, omdat Hij de harmonie kan herstellen en scheuring kan vermijden.
God is het die het bestuur moet hebben in ons leven en in onze gemeentes. Wanneer we enkel op mensen gaan bouwen zullen we raar opkijken net als je een lichaam ziet rondspringen zonder hoofd.

Wij hebben een lichaam ontvangen van God, waarin Hij wil wonen, waar Hij een doel mee heeft, dat Hij wil besturen, maar laat ons nooit dezelfde fout maken als lucifer, die dacht dat hij zelf God kon spelen.

Mag ik nog eens heel even naar het begin van deze boodschap gaan, toen leerde we dat God als het ware met zijn handen het stof der aarde in een vorm bracht en er zijn levensadem doorgaf.
Broeders en zusters het is vandaag nog altijd zo, indien wij ons niet richten tot God, kan Hij zijn levensadem niet aan ons doorgegeven en is ons lichaam levensloos en kunnen wij geen deel uit maken van Zijn lichaam waar Hij het hoofd van is.
Ik heb toen voorzichtig de opmerking gemaakt het stof is het lichaam en met Gods levensadem, de mens. Ik zou het nu zo willen zeggen, zoals we zijn, zijn we mens, met God als hoofd, zijn wij Christen.

Willen wij een Christen zijn ?


Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

5/2001