Vernieuw in mijn binnenste een vaste Geest
(Psalm 51:1-15)
We hebben thuis nog een elpee van Elly en Rickert, eentje van voor ze tot bekering kwamen. Op die plaat staat een heel gek liedje. Dat begint met:
"Er was een mannetje dat zich verveelde..."
Dat mannetje loopt 's avonds doelloos op straat rond te zwerven, want er is geen enkel café meer open en er valt ook niets anders te beleven en dan opeens ziet hij een ster uit de hemel vallen. Dat mannetje is bovendien ook een heel bijgelovig mannetje en het eerste wat hem door het hoofd schiet is:
"Als er een ster valt, dan mag je een wens doen..."
En dan komt hij onverwacht in de problemen... Hij weet helemaal niet wat hij moet wensen; hij kan zo vlug niets bedenken dat hij écht dolgraag zou willen hebben.
Maar..., zingen Elly en Rickert, het was een heel slim mannetje. En hij zei:
"Ik wenste dat er nog een ster viel, dan heb ik nog even tijd om na te denken..."
En ook dat gebeurde. U voelt waarschijnlijk al waar het naartoe gaat. Ook toen die volgende ster viel wist het mannetje nog altijd niet wat hij nu zou moeten wensen en dus wenste hij maar dat er nog een ster uit de hemel zou vallen, en nog een, en nog een... "totdat er nog maar één enkele ster aan de hemel stond, en ook die viel...".
Misschien een absurd verhaaltje, maar eentje dat toch wel stof tot nadenken geeft!
* * *
We leven immers in de Kerst- en Nieuwjaarsperiode. We sturen en ontvangen kaartjes "met de beste wensen". Als mensen mekaar binnen enkele dagen tegenkomen, dan zullen ze - al dan niet gemeend - hun "beste wensen voor het nieuwe jaar" aanbieden. Als christenen onder elkaar zullen we er een "van God gezegend nieuwjaar" van maken.
Zelf zeg ik soms bij die gelegenheid tegen mensen: "Ik weet niet wat je allemaal wenst, maar ik hoop dat je het allemaal mag krijgen...". En daar zit wel iets in: we weten over het algemeen niet wat iemand anders nu in het binnenste van zijn hart nu eigenlijk wenst, of we moeten al een heel erg intieme relatie met die persoon hebben.
En dan nog... weten we zèlf wel zo goed wat we écht wensen. Moesten we nu op dit moment - totaal onverwacht - geconfronteerd worden met dat aanbod waar zoveel mensen al van gedroomd hebben: "Nu mag je een wens doen", zouden we dan onmiddellijk klaar zijn om een antwoord te geven? Of zouden we, net als dat mannetje uit dat gekke liedje van Elly en Rickert, met onze mond vol tanden staan en wanhopig naar een middel moeten zoeken om het uitspreken van die ene, grote wens nog even te mogen uitstellen?
* * *
In de Bijbel staat er ook een heel bekend verhaal van iemand die door God zelf werd uitgenodigd om een wens te doen. U kunt dat nalezen in het Eerste boek Koningen, hoofdstuk 3. Die man heette Salomo en hij was zopas koning geworden over Jeruzalem.
Het kan op het eerste zicht wel wat overdreven en absurd klinken: iemand is pas koning geworden en dan wordt hem nog voorgesteld om een wens te doen!
En toch: het is niet omdat je - in de ogen van anderen - alles hebt wat je maar zou kunnen verlangen, dat je geen onvervulde wensen meer zoudt hebben.
Stellen we ons nu eens heel even in de plaats van die Salomo: God zelf komt met het aanbod: "Vraag me nu maar wat je wilt, en ik zal het je geven".
Wat een unieke kans! God houdt zijn beloften, dus nu kan je écht vragen wat je maar wilt: nog meer rijkdom, nog meer macht, nog meer invloed... Salomo zal ook wel de visioenen voor zijn ogen hebben zien passeren; hij heeft misschien zelfs gedacht: "Als ik het nu vraag, dan kan ik alleenheerser over de hele wereld worden".
Maar dat wenst Salomo niet; het strekt hem tot eer dat zijn diepste wens er een is die zich niet op het materiële, maar op het geestelijk vlak situeert. Salomo vraagt de Here om wijsheid en we lezen dat ook God precies dit besluit van zijn dienstknecht heel erg waardeert; Hij belooft Salomo dat hij naast die later zo geroemde wijsheid bovendien nog met talrijke materiële gaven zal gezegend worden.
We lezen in de Schrift hoe zowel de wijsheid van deze koning als zijn rijkdom en luister op korte tijd bekend waren tot ver buiten de grenzen van Israël. Heersers van andere rijken waren daar heel diep van onder de indruk.
Misschien toch wel een aanmoediging voor ons, om onze diepste wensen in de eerste plaats op het geestelijk vlak te gaan zoeken. Wie éérst het geestelijke zoekt heeft immers de belofte van God dat hij het materiële er zo maar bij krijgt. Jezus zou het later verwoorden met: "Zoek eerst het koninkrijk van God en het overige zal je worden toegeworpen...".
En toch blijken velen dat niet begrepen te hebben; een overgroot deel van de mensen, een groot deel van de christenen zelfs, blijkt nog altijd te redeneren: "Als ik maar hard genoeg kan werken zodat we materieel niets te kort komen! Eerst de schaapjes op het droge! En als ik dat allemaal netjes voor mekaar heb: mijn eigen huis, mijn auto, mijn spaarpotje... dan wil ik best eens kijken of ik ook wat tijd kan vrijmaken voor het geestelijke, voor de Gemeente.
Zo komen we dan terug bij ons vertrekpunt: als we voor het nieuwe jaar - dat nu héél kort voor ons ligt - een wens mogen uitspreken, wat zal die wens dan zijn?
Als Christenen, als kinderen van een almachtige Vader, mogen we immers toch met al onze wensen bij de Heer komen? De Bijbel moedigt ons herhaaldelijk aan om dat te doen! Maar wat zullen we nu wensen? Hebben we er over nagedacht wat we bij het begin van het nieuwe jaar aan onze Hemelse Vader als geschenk zullen vragen?
* * *
Ik heb een gedeelte van Psalm 51 gekozen als schriftgedeelte voor deze dag, omdat dit gebed - dat David nochtans heeft uitgesproken op een van de dieptepunten in zijn leven - ons misschien kan inspireren bij onze "persoonlijke nieuwjaarswensen" bij Onze Vader.
Vooral vers 12 lijkt mij een mooie "hartewens" bij het begin van een nieuw jaar:
"Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest."
Heer, vernieuw in mijn binnenste een vaste geest! Wat heb ik dat nodig in deze tijd! Maar in de Engelse vertaling, de King James Bible, klinkt het eerlijk gezegd nog mooier (en brengt het ons ook nog een beetje meer in de kerstsfeer):
"Restore unto me the joy of thy salvation;
and uphold me with thy free spirit."
"Herstel in mij de vreugde om Uw verlossing
en hou mij staande met Uw Geest van vrijheid..."
Heer, vernieuw in mijn binnenste een vaste geest. Zorg dat ik in mijn binnenste opnieuw de vreugde voel om die unieke verlossing, om die geweldige redding die ik enkel en alleen aan U te danken heb en die uw Zoon Jezus in deze wereld heeft gebracht!
Heer, geef dat ik in het nieuwe jaar deze diepe vreugde, die vaste geest, dat ik die elke nieuwe dag die U mij geeft mag ervaren. Dat ik die vreugde mag uitstralen, mag doorgeven aan anderen.
"Restore..." Herstel! Die vreugde is er wel ooit geweest hoop ik, de dag dat we tot bekering kwamen en een keuze voor de Heer maakten. Maar ze is door de jaren heen vervaagd, verbleekt. Die vreugde is in veel gevallen geen wezenlijk deel meer van onszelf. We trachten ze soms kunstmatig op te peppen, door bijvoorbeeld een praise-avond te organiseren en daar heel blije liederen te zingen.
Maar échte vreugde van de Here zal ons leven pas beïnvloeden als ze van binnen uit komt, als ze écht is en niet kunstmatig.
Vernieuw in mijn binnenste een vaste geest... Ik geloof vast dat enkel een geest die met Gods vreugde vervuld is ook een vaste, een standvastige geest kan zijn. Wanneer we Gods vreugde missen dan is dat waarschijnlijk omdat onze geest vertroebeld wordt door allerhande wereldse zorgen en materiële bekommernissen. En een troebele geest kunnen we moeilijk een standvastige geest noemen.
Wat zijn de kenmerken van zo'n vaste geest?
De Psalm die we gelezen hebben kan ons al een eindje op weg helpen.
"Ik ken mijn overtredingen", schrijft David
Iemand met een vaste geest is iemand die zichzelf kent; als mens hebben wij de neiging onszelf voortdurend een rad voor de ogen te draaien. We maken onszelf en anderen wijs dat we het allemaal goed doen, dat er helemaal geen zonde in ons leven is.
David ging door een heel diep dal... hij zondigde zwaar, maar hij was een man naar Gods hart omdat hij niet trachtte die zonde te ontkennen of ze te minimaliseren. Hij trachtte zelfs niet ze te vergeten: "Mijn zonde staat bestendig voor mij", schrijft hij verder.
Dat is een eerste vereiste voor een vaste geest: zelfkennis. Niet ontkennen en niet wegdrukken. Je moet een "vaste geest" hebben om zoiets te kunnen opbrengen!
Een vaste geest is de geest van iemand die weet waar de kern van het probleem zit:
"Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd
en gedaan wat kwaad is in uw ogen."
Hij weet wie hij met zijn zonde getroffen heeft: de Here zelf. Hij weet wat zonde is. Zonde heeft niets te maken met wat anderen over bepaalde zaken denken of hoe mensen over mijn gedrag oordelen. We leven immers vandaag in een wereld waar men ons wil laten geloven dat je alles mag en zelfs moet tolereren.
Een vaste geest is de geest van iemand die zich niet afvraagt of iets slecht of verkeerd is in de ogen van andere mensen maar iemand die weet wat kwaad is in de ogen van God zelf! Toch wel treffend dat in die Engelse vertaling van "a free spirit", van een "vrije geest" wordt gesproken. Wie zijn geest op God richt is inderdaad volledig vrij van wat mensen zeggen en denken.
Precies daar schuilt één van de grote drogredenen van deze tijd: mensen beweren dat godsdienst de menselijke geest bindt! Het is precies het omgekeerde: God heeft mensen geschapen met een vrije geest. Enkel wie op God gericht is kan die vrije geest behouden; wie dat niet doet laat zich binden door menselijke overleggingen en door menselijke oordelen.
Als we ons niet écht vrij voelen, dan moeten we in de eerste plaats onderzoeken of we nog wel dicht bij de Heer leven. En zo merk je ook de band met die "vreugde over onze redding": wie zich niet echt vrij voelt kan ook geen echte vreugde uitstralen.
"Zie, gij wilt waarheid in het verborgene,
in het geheim maakt Gij mij wijsheid bekend."
Een vaste geest is een geest die vervuld is met wijsheid en die weet Wie de bron van alle waarheid en alle wijsheid is en hoe hij van die bron kan genieten: door in de stilte van zijn binnenkamer bij de Heer te rade te gaan. In het verborgene, in het geheim, maakt Hij ons deelgenoot van onze wijsheid.
Als we een vaste geest wensen dan hebben we onze "stille tijd" brood- en brood-nodig. Misschien ook een mooi voornemen aan het begin van een nieuw jaar om daar opnieuw wat meer tijd voor uit te trekken en wat meer trouw te betonen.
"Hergeef mij de blijdschap over uw heil,
en laat een gewillige geest mij schragen."
Een vaste geest, een geest die vervuld is van blijdschap, is een geest die "gewillig" is. De geest van iemand die zich wil laten leiden; de geest van iemand die nederig genoeg is om met zijn eigen verwaandheid en betweterij elke dag opnieuw af te rekenen.
Een vaste geest is de geest van iemand die aan God vraagt: "Wat wilt Gij dat ik doen zal" en niet de geest van iemand die tegen God zegt: "Heer, ik wil graag dit en dat en ik wil het liefst op die manier en op de juiste tijd en wilt U er nu voor zorgen dat ik mijn zin krijg"!
* * *
Heb ik u er een beetje van kunnen overtuigen dat ons sleutelvers van vandaag een geweldige wens is om bij de aanvang van een nieuw jaar mee bij de Heer te komen?
"Vernieuw in mijn binnenste een vaste geest...".
Mooi om dat te bidden als "nieuwjaarsgebed". Maar, om die vaste geest te verkrijgen moet er wel een belangrijke voorwaarde worden vervuld. Ook dat kunnen we als een gebed uitspreken:
"Schep mij een rein hart, o God".
We moeten ons laten reinigen; we moeten bereid zijn met alle zonde af te rekenen. Bereid zijn om oude schulden te belijden, om oude rekeningen te vereffenen. Bereid zijn op anderen toe te stappen en te zeggen: "Vergeef me... ik heb verkeerd gereageerd; vergeef me, ik handelde naar eigen inzicht en liet me niet leiden door de Geest van God".
Bereid zijn om voor het aangezicht van de Heer te komen en onze schuld in de eerste plaats ook voor Hem te belijden en Zijn vergeving te vragen. Hij verlangt geen offers, geen genoegdoening, geen straf die we moeten ondergaan; Hij vraagt enkel belijdenis!
Om ons helemaal vrij te voelen moeten we soms heel wat opruimen in ons leven. Maar precies de bereidheid met het oude te breken en met een "propere lei" te herbeginnen is het begin van echte bevrijding. Ik lees iets dat ik in een krant vond:
"In Rome houden veel mensen er de merkwaardige gewoonte op na om op oudejaarsavond iets ouds - serviesgoed, een radio, of iets anders - uit het raam te gooien. Weg met het oude, vinden ze. (Rome lijkt me op oudejaarsnacht niet bepaald een veilige stad...)
Het zou prachtig zijn om op die avond, klokslag twaalf, alle oude, versleten ideeën het raam uit te gooien. Wat een opluchting om alle oude wrevel van ons af te schudden. Wat een geestelijke weldaad om alle oude, lang gekoesterde angsten beet te pakken en een schop te geven. Wat een heerlijk gevoel om oude vooroordelen, oude meningen en oude handelwijzen de deur te wijzen."
Misschien moeten wij in deze laatste dagen van 2003 ook eerst nog enkele oude dingen opruimen. En dan tot de Heer gaan met onze "nieuwjaarswens":
"Schep mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een vaste geest."
Amen.
|