Preektekst: 2 Petrus 1:3-15
(26:3) Zijn goddelijke kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, die ons geroepen heeft door zijn heerlijkheid en macht; (4) door deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.

(5) Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw geloof de deugd, door de deugd de kennis, (6) door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, (7) door de godsvrucht de broederliefde en door de broederliefde de liefde jegens allen.
(
8) Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en overvloedig worden, laten zij u niet zonder werk of vrucht voor de kennis van onze Here Jezus Christus.
(
9) Want bij wie zij niet zijn, die is verblind in zijn bijziendheid, daar hij de reiniging van zijn vroegere zonden heeft vergeten.
(
10) Beijvert u daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen.
(
11) Want zo zal u rijkelijk worden verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland, Jezus Christus.

(12) Daarom zal het steeds mijn voornemen zijn u hieraan te herinneren, hoewel gij het weet en in de waarheid, die bij u is, versterkt zijt.
(
13 Ik acht het mijn plicht, zolang ik in deze tent ben, u door herinnering wakker te houden, (14) want ik weet, dat het afleggen van mijn tent spoedig komt, zoals ook onze Here Jezus Christus mij heeft doen weten.
(
15) Maar ik zal mij beijveren, dat gij ook na mijn heengaan telkens weer aan deze dingen kunt denken.

(2 Petrus 1:3-15))

 Terug naar PREEK over dit gedeelte

 Terug naar ONTMOETING inhoud

5/2003