|
|
Leven met de Belofte
|
| "Leven met de Belofte"... Dat is
de titel van een boekje dat ik een paar jaar
geleden eens van mijn moeder kreeg. Het gaat
over het Joodse volk, over hun gebruiken
en feesten die ook de dag van vandaag, door
de echt "vrome Joden", nog steeds
in ere worden gehouden. In dat boekje wordt gesproken over de Synagoge, de wetsrollen en de Sabbat. Er wordt ingegaan op de oorsprong en betekenis van de gebedsriemen (Tefillien, noemen ze die zelf), gebedskwasten (tsitsit) en de kokertjes (medzoezah) die ze aan de deuren van hun huizen bevestigen. Er wordt verteld over de viering van hun feesten: Grote verzoendag (Jom Kipoer), Loofhuttenfeest (Soekkok), Pasen (Pesach) en vele andere. En er wordt tenslotte ingegaan op hun typische gebruiken bij de belangrijke momenten uit het leven: geboorte, huwelijk en overlijden. Gebruiken die ook vandaag in vele IsraÎlische families, over heel deze wereld verspreid, nog altijd in ere worden gehouden. En het boekje toont aan - zoals de titel "Leven met de Belofte" al aangeeft - dat al die tradities, al die feesten en handelingen in feite ÈÈn doel hebben: mensen te herinneren aan de grote daden en de rijke beloften die Jaweh, de God van Abraham, Isaak en Jakob, aan zijn volk heeft gedaan. De herinnering aan Gods beloften en de herinnering aan de talrijke momenten in de geschiedenis waarbij God ook heeft bewezen dat Hij die beloften nakomt... Al die feesten en gebruiken hebben er zonder enige twijfel toe bijgedragen dat het volk IsraÎl de dag van vandaag nog steeds ÈÈn volk is gebleven. EÈn volk... ondanks het feit dat ze zo dikwijls door vijanden totaal onder de voet werden gelopen. EÈn volk... ondanks het feit dat ze zoveel eeuwen lang niet eens een eigen vaderland hadden en dat velen onder hen nog steeds over heel de wereld verspreid wonen. Dit gegeven op zich is volgens mij toch een sterk bewijs dat God inderdaad altijd een speciale bedoeling met dit volk heeft gehad en dat die God een trouw God is, een God die zijn beloften nakomt ! * * * Hebt u er al eens bij stil gestaan hoe belangrijk "beloften" ook in ons leven zijn? Wat voor waarde heeft ons leven, waartoe dienen al onze "daden", onze inspanningen, wanneer er geen "beloften" aan gekoppeld zijn? Wie werkt, wie een bepaalde prestatie levert, die verwacht daarvoor een beloning. Ik ga vijf dagen per week - net als de meeste mensen - trouw naar mijn werk omdat iemand mij "beloofd" heeft dat hij mijn inspanningen zal vergoeden; dat hij daar een (bescheiden) som geld zal tegenover stellen. Moest op het einde van deze maand blijken dat mijn baas zijn "belofte" niet nakomt, dan zal ik op z'n zachtst gezegd erg teleurgesteld zijn. Ik zou het niet eerlijk vinden wanneer hij het beloofde salaris niet zou uitbetalen. Want ik zou tot de slotsom komen dat ik een hele maand "voor niks" heb gewerkt. En ik zou dus al het mogelijke doen om mijn rechten op te eisen. "Is iemand trouw aan zijn beloften"? Dat is voor ons een belangrijke maatstaf om de betrouwbaarheid en de eerlijkheid van onze medemensen te beoordelen. We kunnen alleen op een goede manier samenwerken en samen leven met mensen waarvan we weten dat ze hun beloften nakomen. Mensen die dat niet doen of die hun beloften regelmatig breken, die beoordelen wij heel vlug als "oneerlijk" of "totaal onbetrouwbaar". Wanneer het dan om de Ècht belangrijke dingen in het leven gaat, dan is het ook noodzakelijk dat we ons de vraag stellen: op wie bouw ik mijn leven? Met wie ga ik in zee? Is diegene waarop ik vertrouw wel Ècht te vertrouwen? Als gelovige stellen wij ons vertrouwen op de Here God. Maar welke beloften heeft die God aan ons, mensen, gedaan? En komt die God zijn beloften na? Heeft Hij in het verleden ook bewezen dat Hij inderdaad betrouwbaar is? * * * In deze advents-tijd worden we herinnerd aan de vervulling van een belofte; aan dÈ belangrijkste belofte van God. Aan een belofte die Hij reeds helemaal in het begin van de Bijbel, in het boek "Genesis" heeft uitgesproken. Een belofte die gedaan werd, onmiddellijk na de zondeval van de mens. God beloofde in zijn liefde aan die opstandige mens dat Hij een verlosser zou sturen. In diezelfde advents-tijd worden we ook herinnerd aan een volk; aan een volk dat leefde "met die belofte". Een volk dat door de Heer was uitverkoren om die belofte in vervulling te zien gaan; aan een volk dat heel lang geduld heeft moeten oefenen, dat door hoogtes en laagtes is gegaan. Een volk dat soms heel dicht bij de Heer leefde en ook vaak erg zijn best deed om te leven volgens de wetten en voorschriften die ze van "hun" God mochten ontvangen. Een volk dat†het ook vaak liet afweten, de moed liet zakken, God soms voor langere tijd totaal in de steek liet en zelfs zijn vertrouwen op andere goden, of op andere, wereldse heersers ging stellen. Maar ondanks alles liet God dat volk niet los! Hij zond bijvoorbeeld profeten om - vaak tevergeefs - te proberen om hen opnieuw wakker te schudden. Hij stelde van alles in het werk om hen toch maar opnieuw aan Zijn beloften te herinneren en hun aan te manen Hem trouw te blijven. Het Oude Testament vertelt ons vaak droeve geschiedenissen van grootscheepse "afval", van mensen die de Heer "in blok" in de steek lieten. Maar het vertelt ons ook geweldige verhalen van mensen die de Heer trouw bleven, ook al stonden ze dikwijls alleen, ook al hadden ze misschien de indruk dat ze voor een verloren zaak vochten. Mensen die God trouw bleven omdat ze het geloof behielden dat hun God in het verleden bewezen had zijn beloften ook na te komen en omdat ze bleven geloven dat die God ook al zijn andere beloften zou vervullen. En heel die geschiedenis door waren er dan ook mensen die de komst van de beloofde verlosser bleven verwachten. Ook al waren ze soms maar met weinigen die echt "bewust" naar de komst van de Messias bleven uitkijken. Zo vertelt Lucas ons het verhaal van Simeon en Anna. Twee mensen die heel hun leven echt geleefd hadden "met de belofte" en die naar de vervulling van die belofte waren blijven uitkijken. Ik heb mezelf soms de vraag gesteld: hoe vaak zullen deze twee mensen door anderen niet meelijdend bekeken zijn geworden? Mensen die, na zoveel duidende jaren, bleven geloven dat God misschien nu, tijdens hun leven, zijn belofte zou vervullen. "Moet je niet een heel klein beetje naÔef zijn, om zo te blijven geloven?" Maar God beloonde hun geduld op een heel merkwaardige manier. Toen de kleine Jezus in de tempel werd binnengebracht om naar Gods voorschrift te worden opgedragen, toe gaf Hij aan deze mensen - en alleen aan hen - de genade en het voorrecht om te mogen zien, om te beseffen, dat dit kind inderdaad dÈ beloofde Verlosser was! * * * Dat is dus de eerste gedachte waar we in deze advents-tijd opnieuw aan herinnerd worden: een volk leefde duizende jaren met een geweldige belofte en tweeduizend jaar geleden heeft God die belofte vervuld. Maar de overgrote meerderheid van dat volk heeft de komst van Jezus helemaal niet willen zien als de vervulling van Gods belofte. Maar voor allen die Jezus wÈl aangenomen hebben, heeft God grote dingen gedaan. Hij heeft die groep opnieuw "afgezonderd" als een "apart" volk en hen de macht gegeven "om kinderen Gods te worden". Dat is de geweldige boodschap van Kerst. En ik hoop deze morgen uit de grond van mijn hart dat u daar allemaal "ja" en "amen" kunt op zeggen. Maar de tweede gedachte in deze adventstijd, dat is dat wij opnieuw mogen uitkijken naar de komst van Jezus. Niet enkel symbolisch, als een herinnering aan die eerste komst van nu bijna 2000 jaar geleden. Neen, wij leven opnieuw "met de belofte". En precies zoals het Oude Testament de geschiedenis beschrijft van het volk IsraÎl, zo zouden we ook over die afgelopen 2000 jaar de geschiedenis kunnen schrijven van Gods "nieuwe volk", de geschiedenis van de Christenen. En ik ben ervan overtuigd dat het een geschiedenis met heel veel parallellen is geweest: er waren momenten van grote trouw, van heldhaftigheid en vantotale toewijding en er waren ook momenten van grote afval en van "schijn-religie". Er waren periodes van grote opwekking en er waren ook periodes waarin heel kleine groepjes "getrouwen" misschien sterk de indruk kregen dat ze nog helemaal alleen waren om de Here te dienen. En dan komt misschien ook bij u die gedachte op: wanneer Jezus uiteindelijk zal terugkomen (en ik hoop dat er ook in ons midden nog velen zijn die de overtuiging hebben dat de Heer Jezus inderdaad zal terugkomen)... zullen er op dat moment dan ook nog mensen zijn als Simeon en Anna, die werkelijk bewust en aktief naar die komst zijn blijven uitkijken? Zullen er dan nog mensen zijn die bewust en overtuigd "leven met de belofte"? Dat is helemaal geen dwaze vraag! Jezus zËlf heeft die vraag ook eens hardop gesteld; dat kunnen we lezen in Lucas 18, in vers 8: Doch als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde? * * * Leef ik en leeft U ook vandaag nog steeds "met de belofte"? Zijn wij vandaag, in 1994, er ons nog steeds levendig van bewust dat de Schrift ons belooft dat Jezus zal terugkomen, dat die Schrift het woord van God is en dat die God een God is die zijn beloften nog steeds nakomt, zoals Hij dat ook in het verleden zo vaak heeft getoond. Dat is een vraag waar wij in deze advents-tijd moeten mee geconfronteerd worden en waar we, ieder voor zichzelf, een duidelijk en persoonlijk antwoord moeten op geven. "Leef ik met de belofte?" en is die belofte nog steeds een zekerheid in mijn leven; iets waar ik Ècht mijn leven durf op bouwen? Het is nodig dat onze herinnering wordt wakker gehouden. We trachten dit te doen door onze voorbereiding op kerst. De apostel Petrus trachtte dat te doen door het schrijven van zijn brieven. Daarmee zijn we onze schriftlezing van vandaag begonnen: Dit is reeds de tweede brief, geliefden, die ik u schrijf: in beide tracht ik uw zuiver besef door herinnering wakker te houden... Mooi hÈ: door herinnering houden we een zuiver besef wakker; dat is ook de bedoeling van onze tradities en van onze feesten; dat is de diepere reden om Kerst te vieren en om ons in een advents-periode op deze viering voor te bereiden. Geen "traditie om de traditie" maar met een diepere bedoeling: ons wakker te houden! Zo'n kerstviering is zinvol; Kerst vieren om de traditie is leeg en hol. Ook in de dagen van Petrus - in de allereerste jaren na het ontstaan van de Gemeente! - waren er dus al mensen die aan de belofte van Jezus wederkomst twijfelden. En het bleef niet beperkt tot een "innerlijke twijfel"; er waren er blijkbaar zelfs die openlijk begonnen te spotten met die broeders en zusters die in Jezus' wederkomst bleven geloven. En zulke houding werd dan ook merkbaar door hun manier van leven: ze wandelen in hun eigen begeerte, schrijft Petrus. Het materiÎle en het zinnelijke genot is het enige dat hun nog interesseert! Vanzelfsprekend: als je geen belofte hebt in je leven... waarover zou je je dan nog druk maken? Er is toch geen hoop... de wereld draait immers gewoon verder... Alles blijft toch zoals het is... Waar zitten jullie nu met de belofte over Zijn komst? Er gebeurt toch niets... Er zijn inderdaad mensen die zo denken; er waren al mensen die zo dachten in de Gemeenten die Petrus kende. Maar, zegt de apostel: "ze vergeten iets"! Ze moeten terug herinnerd worden aan Gods kracht, een kracht die groot genoeg was om de aarde te doen ontstaan en een kracht die groot genoeg was om het leven op deze aarde te vernietigen onder een watervloed. En ze vergeten dat God een speciaal plan heeft met de aarde zoals we die nu kennen: die wereld is door diezelfde God "als een schat weggelegd" en wordt door Hem bewaard "tot op de dag van het oordeel". Gods plannen falen niet! We zingen het zo dikwijls... Maar leeft dat lied ook in ons hart? God gaat verder met de uitvoering van Zijn plan op Zijn tijd. Het kan voor ons mensen onnoemelijk lang duren, maar tijd heeft bij Hem een totaal andere invulling: Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat ÈÈn dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als ÈÈn dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen. Net als Gods volk in het Oude Testament kunnen ook wij vandaag twee houdingen aannemen tegenover Gods belofte: of we verwachten niet langer dat Hij zijn beloften zal nakomen en leven verder zonder belofte. Of we "houden de herinnering wakker", zoals Petrus het schrijft, en leven verder met de belofte, met de zekerheid dat God met alles Zijn bedoeling heeft. Met de overtuiging dat Hij op Zijn tijd alles in vervulling zal laten gaan: "God is getrouw"! Een zekerheid die we verklaren door Gods liefde voor de mensen, door Gods geduld, door Gods verlangen dat zoveel mogelijk mensen de kans zouden krijgen voor zijn Zoon Jezus te kiezen. En je toont dat dan ook in je leven: je leeft "naar eigen begeren" of je leeft "met de belofte". Wanneer je leeft met de belofte, lezen we in vers 11 en 12, dan toon je dat door een leven "in heilige wandel en Godsvrucht, vol verwachting u spoedende naar de komst van de dag Gods". Spoeden wij ons naar de dag van Jezus' komst? Zien we er Ècht naar uit, zoals Simeon en Anna. Blijven we ons vastklampen aan dat geloof, ondanks twijfel en spot van anderen? Ik ben ervan overtuigd dat Jezus een geweldige beloning in petto heeft voor diegenen die met zulke ingesteldheid naar Zijn komst blijven uitzien, een vreugde die die van Simeon en Anna vÈr zal overtreffen. "Wij verwachten echter naar zijn belofte nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont." * * * "Leven met de belofte"... Leven met een stukje nieuwe advent in je hart. Dat is de diepere betekenis van zich voorbereiden op Kerst en van Kerst vieren. Niet enkel herinnerd worden aan "God heeft het gedaan" maar ook uitkijken naar "God zal het opnieuw doen". God was trouw in het verleden, trouw aan Zijn volk, ondanks hun ontrouw. God is ook nu trouw, trouw aan diegenen die voor Zijn Zoon hebben gekozen... ondanks ons herhaaldelijk falen, ondanks onze ontrouw. God zal het opnieuw doen: Jezus komt terug! Leeft u "met de belofte"? Amen. |
|
4/12/1994 |