Preken uit Mattheüs

Goede relaties opbouwen.

(Mattheüs 7:7-12)

Lee begon zijn leven met een groot aantal nadelen. Zijn moeder was een stevig gebouwde, dominante vrouw die het moeilijk vond anderen lief te hebben. Ze was drie keer getrouwd geweest ; haar tweede man was van haar gescheiden omdat ze hem regelmatig een pak slaag gaf. Haar derde man, Lee’s vader, stierf aan een hartaanval drie maanden voordat Lee geboren werd. Als gevolg daarvan was zijn moeder sinds zijn vroegste kindertijd altijd aan het werk.
Ze gaf hem in die eerste jaren geen genegenheid en bracht hem geen discipline of algemeene vaardigheden bij. Ze verbood hem zelfs haar op het werk te bellen. Anderen kinderen bemoeiden zich weinig met hem; dus zat hij het grootste gedeelte van de tijd alleen. Al sinds zijn jongste kindertijd werd hij door iedereen afgewezen. Hij was arm en onervaren en onaantrekkelijk.
Toen hij dertien jaar oud was, zei een schoolpsycholoog dat hij waarschijnlijk niet eens wist wat het woord ‘liefde’ inhield. Tijdens zijn tienerjaren wilden de meisjes niets van hem weten en vocht hij met de jongens.

Hoewel hij een hoog IQ had, bracht hij er op school niets van terecht en toen hij in de derde klas van de middelbare school zat, gaf hij er de brui aan. Hij hoopte dat hij aansluiting kon vinden bij het leger; daar zou men volgens zeggen ‘een man’ van je maken en dat wilde hij zijn.
Maar zijn problemen achtervolgden hem. De andere soldaten maakten hem belachelijk en hij vocht terug. Hij kwam voortdurend in opstand tegen het gezag, moest voor de krijgsraad verschijnen en werd oneervol ontslagen.

Daar stond hij dan, een jonge man van begin twintig, zonder vrienden, met een leven dat finaal op de klippen gelopen was. Hij was tenger gebouwd en broodmager en had een puberale, piepende stem. Hij had geen talenten, geen vaardigheden, geen gevoel van eigenwaarde.
Hij besliste opnieuw voor zijn problemen te vluchten en vertrok uit Amerika naar het buitenland. Daar trouwde hij met een vrouw die zelf een buitenechtelijk kind was en nam haar mee naar Amerika. Al snel begong ze hem net zo erg te verachten als ieder ander. Hoewel ze twee kinderen hadden, heeft hij nooit de status en respect van een vader gehad.
Zijn huwelijk begon in het slop te geraken, toen zijn vrouw dingen van hem vroeg die hij haar niet kon geven. In plaats van zijn bondgenote tegen een harde wereld, zoals hij had gehoopt, werd ze zijn ergste tegenstander. Ze kon hem aan en leerde hoe ze de baas over hem kon spelen. Ze sloot hem zelfs een keer voor straf op in de badkamer. Uiteindelijk heeft ze hem het huis uit gezet.

Hij probeerde zich alleen te redden, maar voelde zich verschrikkelijk eenzaam. Na een paar dagen ging hij naar huis en smeekte of hij weer terug mocht komen. Hij zette elk restje trots overboord; hij kroop voor haar, liet zich vernederen en kwam terug op haar voorwaarden. Ze lachte hem uit en kleineerde zijn zwakke pogingen om de kost te verdienen voor zijn gezin. Ze maakte hem belachelijk als hij faalde. Ze maakte grapjes over zijn impotentie in bijzijn van een vriend. Op een gegeven moment dreigde de duisternis van zijn persoonlijke nachtmerrie hem te overweldigen. Hij viel op de knieën en huilde bitter.

Uiteindelijk werd hij rustig en smeekte niet meer. Niemand wilde hem. Niemand had hem ooit gewild. Zijn ego lag in scherven.
De volgende dag was hij een vreemde, andere man. Hij stond op, ging naar de garage en pakte het geweer dat hij daar verborgen had. Hij nam het mee naar zijn nieuwe baan in een boekenmagazijn.

Vanuit een raam op de derde verdieping van het gebouw schoot hij kort na twaalf uur op 22 november 1963 twee kogels in het hoofd van president John F. Kennedy.

Lee Harvey Oswald, de afgewezen, ongeliefde mislukkeling, vermoordde de man die op aarde de belichaming was van het succes, schoonheid, rijkdom en huwelijksliefde die hij miste.

Eerlijkheid gebied mij om te zeggen dat Lee Harvey Oswald zelf vermoord werd en daardoor nooit voldoende bewezen is dat hij de moord gepleegd heeft.

Maar hij is wel een klasiek voorbeeld van iemand die het slachtoffer is geworden van gebroken relaties. Hij is één van de velen in onze maatschappij.
Onze maatschappij verwacht zoveel van ons dat het soms wel lijkt dat we zelf niet voldoende aandacht kunnen geven aan anderen.
Soms worden we zelfs in de war gebracht door onze overheid, het lijkt soms dat onze moraal vervangen wordt door politiek. We maken ons ernstige zorgen om ongelijkheid, onrecht, oorlogen, hongersnoden, milieu en noem maar verder. Wij zijn bereid offers te brengen om deze situaties te verbeteren, we ondertekenen petities, sturen giften of nemen deel aan protestmarsen. Maar het gaat hier dan om politieke kwesties, natuurlijk ook allemaal zeer belangrijk maar het gaat hier merendeels om onpersoonlijke problemen. Het gaat niet meer om de dagelijkse omgang tussen buren en vreemdelingen, laat ons zeggen ons normaal dagelijks leven.
Terwijl we denken goed te doen aan de wereld worden we toch koud en hard omdat we er geen relatie met hebben. De ver van mijn bed show.

Relaties zijn de belangrijkste factor in ons leven. Door de drukte van deze tijd durven wij deze ernstig verwaarlozen met alle gevolgen vandien.
Voordat Jezus een oproep van toewijding deed, om door de enge poort te gaan, gaf hij aan het einde van zijn ethische gedeelte van de Bergrede een samenvatting van alles wat Hij had gezegd: “Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten”. Hij gaf daarmee niet alleen een samenvatting van de rede zelf, maar ook van de Tien Geboden, de wet van Mozes en alle ethische regels in de Bijbel.

In dit gedeelte legt Jezus uit hoe we onze relatie met God en andere mensen kunnen herstellen. In de bijbelstudies die we de laatste weken hebben mogen houden kwam dit ook zo prachtig naar voren, hoe we vrede met anderen kunnen hebben, hoe we elkaar kunnen vergeven. Wij hebben mogen zien dat Jezus de voetwassing deed en hebben ons hier vragen mogen rondstellen zoals : “Zijn wij bereid om elkaars voeten te wassen, ook wanneer we moesten weten dat je door een paar van die voeten verraden zou worden?”

Het onderwerp kon niet beter gekozen zijn in een periode waarin we Pasen vierden. Waarin we herdachten dat Jezus voor al onze zonden gestorven en opgestaan is. Hij liet zeer duidelijk zien dat de zwakste de sterkste was.

Jezus heeft ons lief en wil een relatie met ons net zoals Hij die relatie had met Adam en Eva voor de zondeval. Hij wil door de tuin wandelen en met ons een praatje doen. Hij verlangt ernaar om met ons te kunnen communiceren, want Hij weet indien we dit niet doen dan vervreemden we van elkaar, we gaan als het ware het zelfde leven, maar dan geestelijk, tegemoet als Lee Harvey Oswald.
Meer nog hij verwacht dat we deze relatie ook opbouwen met andere mensen.

Een beetje verder in het Mattheus evangelie hoofdstuk 22 stellen de Farizeeën de volgende vraag :”Meester, wat is het grote gebod in de wet?” en Jezus antwoordde : ”Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk , is : Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan dit gebod hangt de ganse wet en de profeten”.

Een relatie met God

Het eerste en grote gebod is dat we God moeten liefhebben met heel ons hart, heel onze ziel en heel ons verstand.
Lee Harvey Oswald heeft misschien nooit mogen leren hoe hij kon vechten tegen het onrecht dat hem aangedaan werd, maar Jezus maakt ons hier duidelijk hoe wij een relatie met God kunnen aangaan en onderhouden.

Hij zegt: “Bidt…, zoekt…,klopt….” Hij draait niet om de pot, neen hij gebied ons om door te gaan met bidden, om te door te gaan met zoeken en om te door te gaan met bidden.
We moeten er ons van bewust zijn dat wij God nodig hebben, dat we wanneer we het zonder God gaan proberen er zeker mogen van zijn dat we zullen falen. Het kan niet zijn zoals de voornemens op nieuwjaar, die al na enkele weken vergeten zijn. Wij moeten volhouden, blijven bidden, blijven zoeken, blijven kloppen. Jezus beloofd ons dan in zijn woord, dat we zullen ontvangen en vinden en dat er voor ons zal opengedaan worden.

In onze cultuur zou je kunnen zeggen dat past niet, we zouden zelfs zeggen dat is onbeleefd. Wanneer we iets zou willen bekomen en we zouden maar blijven aandringen en kloppen aan de deur, dan zou men hier het verwijt naar je kop slingeren, dat we onze manieren niet kennen.

Maar God is niet zomaar iemand waarbij we aankloppen, neen God is onze Vader, Jezus noemde Hem ‘Abba’ en ook wij mogen Hem ‘Abba’ noemen. Kan je je nog een dichtere relatie inbeelden, wij zijn kinderen van God en God verlangt er ook naar dat wij zo zullen handelen.
God verlangt ernaar dat wij gelukkig zijn en stelt zich daarom steeds beschikbaar zodat wij steeds tot Hem kunnen naderen, de deur staat altijd open.

*****
We kunnen met een gerust hart God zoeken omdat Hij alleen maar goede dingen geeft. Kan je je voorstellen dat God je altijd alles zou geven waarom je vroeg. We zouden nooit meer met een gerust hart kunnen bidden, we zouden steeds onder angst of stress zijn. We zouden bang zijn om een blunder te maken.

De Grieken hadden verhalen over goden die de gebeden van de mensen verhoorden, maar aan deze gebedsverhoringen zat altijd een weerhaak; het was een geschenk met twee kanten. Het verhaal gaat dat Aurora, de godin van de dageraad, verliefd werd op Tithonus, een sterfelijke jongeman.
Van Zeus, de oppergod, mocht ze een cadeau uitkiezen voor haar sterfelijke minnaar. Aurora vroeg natuurlijke of Tithonus voor altijd mocht blijven leven, maar ze was vergeten te vragen of hij ook altijd jong mocht blijven; Tithonus werd ouder en ouder en kon niet sterven, zodat de gift een vloek geworden was.

Onze God, onze Vader is helemaal niet zo. Een goede vader zal de fouten van zijn kinderen altijd corrigeren. Spurgeon zei eens:”Onze gebeden komen in een aangepaste versie in de hemel aan.”
Hoe dikwijls zuchten wij niet dat onze gebeden niet verhoort worden, we kunnen daar verschillende voorbeelden van aanhalen.
Ik weet nog heel goed dat ik net zoals vele andere aan God zaken gevraagd heb die ik op dat moment graag wilde hebben en waarvan ik dacht dat zij belangrijk waren voor mij. En het leek dat ik het niet ontvangde.
Wanneer ik nu terugblik, kan ik zeggen dat ik God heel erg dankbaar ben dat hij mij bepaalde dingen waar ik om vroeg niet gegeven heeft en dat Hij bepaalde deuren voor mijn neus dichtgedaan heeft. Op dat moment begreep ik het niet, maar ik weet nu waarom Hij dat gedaan heeft en dank Hem daarvoor.

God zal ons geen zaken geven die voor ons of andere mensen toch nadelig zouden zijn. We kunnen met een gerust hart bidden, want God maakt geen fouten.

Het grote verlangen van God is dat wij onze relatie met Hem onderhouden, het zou het hoogste streven moeten zijn in ons leven, we moeten Hem liefhebben met ons hele hart, ons hele verstand, onze ziel en al onze kracht.
Jezus heeft hier duidelijk een voorbeeld van geweest. Laat ons ernaar streven om net als Jezus te zijn. We mogen dat, God verlangt ernaar om eenzelfde relatie met mij en jullie op te bouwen zoals Hij had met Jezus.

Relaties met andere mensen.

Hoe kunnen we zorgen dat onze relatie met andere mensen in orde is?

Jezus vat zijn onderwijs over de manier waarop we met elkaar omgaan samen in vers 12, waarmede de bergrede zijn climax bereikt. “Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten »

Er bestaan verschillende versies van deze samenvatting;
Confucius zei :”Wat gij niet wilt dat anderen u doen, doet dat ook een ander niet”.
De stoïcijnen zeiden : “Wat gij niet wenst dat u geschiedt, doet dat ook aan anderen niet”.
Epictetus zei : “Wat u zelf niet wilt lijden, probeer dat ook aan anderen niet aan te doen”.
Een Rabbi genaamd Hillel vatte de wet op deze manier samen : “Doe niemand iets aan wat u zelf vervelend vindt ; dat is de hele wet en de rest is commentaar”.

Als je goed oplet zijn al deze uitspraken in de negatieve vorm geformuleerd, Jezus daarentegen geeft een positieve formulering.
De positieve regel gaat veel verder dan de negatieve. Als we zeggen: “Ik zal niemand kwaad doen”, kunnen we een passieve houding aannemen. Veel mensen doen dat dan ook en denken dat ze geen zondaar zijn omdat ze niet doodslaan, niet stelen en anderen niet moedwillig kwaad doen.

Wij worden echter geroepen tot iets veel hogers. Wij zijn geroepen om niet alleen te zeggen: “Ik zal niemand kwaad doen”, maar ook : “Ik zal mijn uiterste best doen om anderen te helpen”. We mogen ons niet terug trekken in een wereld waardat we niemand kwaad doen maar ook niets positiefs doen.

Het is niet voldoende wanneer wij niet stelen, wij moeten ook geven. Het is niet voldoende wanneer je niet scheidt van elkaar, je moet ook aan een optimale relatie werken. Het is niet genoeg wanneer je geen ruzie maakt met collega’s, men moet er ook aan werken om een goede verstandhouding op te bouwen.

Ik denk dat we zo nog wel eventjes kunnen doorgaan. Maar je begrijpt de essentie is dat we niet bij de pakken blijven zitten en alleen aan onszelf denken.
Jezus weet dat eigenliefde een sterke macht is in ons leven. Wij zijn op onszelf gericht, beschermen onszelf en denken veel aan onszelf. De uitdaging die Jezus ons hier geeft is dat wij anderen net zo lief moeten hebben als onszelf. We moeten ons afvragen:”Hoe zou ik in deze situatie behandeld willen worden?”.

Het is een gouden regel. Hoeveel problemen zouden er niet opgelost zijn wanneer iedereen zich moest onderwerpen aan deze tekst. In gelijk welke situatie zouden we tot een oplossing kunnen komen, op school, op het werk, thuis, in het verkeer, in heel ons leven.

Eigenlijk sluit deze regel heel sterk aan bij een andere regel die we Woensdag tijdens de bijbelstudie gezien hebben. Die luidde als volgt: “wanneer jezus hier nu naast me zou zitten, zou ik dan het zelfde bekijken, zeggen, horen of doen?”
We komen altijd terug op die ene vraag. In de boekhandel Philadephia kan je verschillende zaken kopen met de afkorting erop WWJD. ‘What Would Jesus Do’ of in het Nederlands ‘Wat zou Jezus doen?”.

Jezus zegt : « Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun aldus: want dit is de wet en de profeten. »

Als iedereen deze regel in acht zou nemen, zou er geen slavernij zijn, geen oorlog, diefstal of bedrog- alleen gerechtigheid en liefde. Het zou leiden tot een grote verandering van de maatschappij.

Als alle christenen zich aan deze algemene regel zouden houden, zou dat overtuigender zijn dan welke preek, geloofsverdediging of boek over het geloof dan ook.
Deze liefde is allleen mogelijk, als God zijn liefde over ons uitstort. “Wij hebben lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad” (1 Joh. 4:19).

Als wij Zijn liefde ervaren, stelt Hij ons in staat om anderen net zo lief te hebben als onszelf.
Als de kerk zo zou leven, zou de wereld geloven.

Ik moet terug denken aan Lee Harvey Oswald, moest hij de Heer gekend hebben zoals we dit deze morgen besproken hebben, hoe had dan zijn leven geweest, ondanks de droevige omstandigheden waarin hij zich bevond.
Als hij de Heer niet kende, was er dan niemand in zijn omgeving die de regel die we net gezien hebben, toegepast heeft ?

Ik stel me de vraag hoeveel Lee Harvey Oswald personen lopen rond in onze omgeving op school, werk, vriendenkring, thuis, in de kerk, en wachten totdat wij, jij en ik, doen wat Jezus van ons verlangt.

Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

4/2002