Preken uit Mattheus

Omgaan met boosheid

(Mattheus 5:21-26)


De laatste tijd heeft het nogal een beetje gerommelt in onze gemeente. Ik vangde dan hier en daar al eens de opmerking dat men boos was op mensen. De vraag die je dan als Christen kan stellen is, kan of mag men als Christen boos zijn.

Ooit eens voor je zelf de vraag gesteld wat nu precies het verschil is tussen kwaad en woedend zijn?
Het verschil zit hem vooral in de hevigheid.

Voordat ik naar het leger moest had ik een job aangenomen van magazijnier. Ik was toen nog jong en zot. Op een bepaald moment kwam er bij ons in de administratie een meisje werken en één van haar taken was de telefoon beantwoorden.
Natuurlijk de verleiding was groot om dat meisje een poets te pakken.

En zo bel ik een eerste maal naar de receptie als zijnde een moeilijke klant en stelde al de moeilijke vragen die ik me kon voorstellen. Groot was haar ontnuchtering toen bleek dat ik dat was.
Maar ja één keer was niet genoeg en ik belde opnieuw telkens met een ander imago en zij werd elke maal bozer.
Na een drietal telefoons dacht ik nu is de grens bereikt ik zal maar stoppen. Je kan het bijna niet geloven maar op dat zelfde moment belde onze directeur haar op, die ik trouwens ook al eens had geïmiteerd. Zij die dacht dat ik het opnieuw was werd meteen kwaad en haalde heel haar woordenschat boven die je normaal niet gebruikt.
Ik weet niet alles meer wat ze toen aan die telefoon zei, trouwens wat ik nog weet zou ik hier niet durven zeggen, maar zij dacht dat ik haar nog altijd aan het plagen was en daarom die uitbarsting aan de telefoon. Waarop de echte directeur prompt antwoorde : "spreekt gij alle klanten zo aan, kan je eens naar boven komen".
Toen zag je het verschil tussen kwaad zijn en woedend zijn.

Boosheid heeft kwade kanten.
Tegenwoordig heeft men het gevoel wanneer men boos is dat men zich beter laat gelden. Dat past nu eenmaal in de tijd waarin we leven. We moeten ons zo maar niet meer laten doen. Wij moeten assertief zijn, durven van ons af laten bijten, indien dit kan, met kwaad te zijn, dan is dit een reden.
Een zekere psychotherapeut,Gael Lindenfield, raadt mensen aan de volgende lijst te maken van de momenten waarop ze boos mogen zijn :
1. Ik heb het recht om boos te zijn als ik teleurgesteld ben.
2. Ik heb het recht om boos te zijn als ik ontmoedigd ben.
3. Ik heb het recht om boos te zijn als iemand mij pijn gedaan heeft.
4. Ik heb het recht om boos te zijn als ik aangevallen word.
5. Ik heb het recht om boos te zijn als ik onderdrukt word.
6. Ik heb het recht om boos te zijn als ik uitgebuit word.
7. Ik heb het recht om boos te zijn als ik gemanipuleerd word.
8. Ik heb het recht om boos te zijn als ik bedrogen word.
9. Ik heb het recht om boos te zijn als er geen rekening gehouden wordt met mijn behoeften.
10. Ik heb het recht om boos te zijn als ik in de steek gelaten word.
11. Ik heb het recht om boos te zijn als ik afgewezen word.

Zoals we zojuist gelezen hebben uit Matheus is het duidelijk dat Jezus hier helemaal anders over denkt. In dit gedeelte maakt Hij duidelijk dat Hij het niet eens is met de manier waarop de wet van Mozes geïnterpreteerd werd.

Jezus laat ons zien dat de wet, zoals Hij die uitlegt, veel meer een geestelijke inhoud had en een zaak van zelfonderzoek was, meer dan de meeste Joden dachten. Veel mensen dachten dat zij zich aan dit deel van Gods wet hielden, zolang zij niet daadwerkelijk een moord pleegden. De Heere Jezus toont ons dat alle boze en opvliegende taal veroordeelt word.
Wij kunnen nooit een moord begaan hebben en toch schuldig zijn aan het overtreden van het zesde gebod, gij zult niet doden. Men ging er ten onrechte van uit dat dit gebod beperkt is tot een daadwerkelijke moord. Jezus zegt dat doodslag begint op de verborgen plaats in ons hart waar gedachten onstaan die leiden tot moord.

Gevoelens van boosheid (vs. 21-22)

In vers 22 lezen we dat Jezus zegt : "Maar Ik zeg u : Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht".

Is nu alle boosheid verkeerd? Jezus zelf was toch soms ook kwaad?
Matteüs vertelt net als de andere schrijvers van de evangeliën hoe Jezus in boosheid de tafels van de geld wisselaars in de tempel omkeerde. Hij noemde de farizeeën : " Gij dwazen en blinden, adderengebroed, wit gekalkte graven ".
Of laat ons Marcus 3 :1-6 eens lezen.
1 En Hij ging wederom een synagoge binnen en daar was een mens met een verschrompelde hand;
2 en zij letten op Hem, of Hij hem op de sabbat genezen zou, om Hem te kunnen aanklagen.
3 En Hij zeide tot de mens met de verschrompelde hand: Kom in het midden staan.
4 En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, een leven te redden of te doden? Maar zij zwegen stil.
5 En nadat Hij hen, zeer bedroefd over de verharding van hun hart, rondom Zich met toorn had aangezien, zeide Hij tot de mens: Strek uw hand uit! En hij strekte haar uit en zijn hand werd weder gezond.
6 En de Farizeeen gingen heen en pleegden terstond met de Herodianen overleg tegen Hem ten einde Hem om te brengen.

Jezus keek niet vriendelijk naar de farizeeën maar heeft ze aangezien in toorn. Het geeft mij zo een ander beeld van Jezus. Jezus is in mijn gedachten steeds vriendelijk en begrijpend. Als ik Hem dan anders voorstel, dan is het wanneer ik aan zijn lijden denk en zijn gezicht bedrukt is door het leed en de pijn dat Hij met zich mee draagt. Maar een Jezus die boos kijkt, die je aankijkt alsof je een misdadiger bent, neen dat is nieuw voor mij. Maar het staat hier in Marcus 3:5.

Jezus kon ook boos zijn.
Spreekt Jezus hier zichzelf dan niet tegen in vers 22.
22 Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het gerecht.

NEEN.
De boosheid van Jezus was gericht tegen de zonde en ongerechtigheid, het was de veroordelende boosheid van Iemand die van God de bevoegdheid had gekregen om te oordelen.
HET GING NIET OM ZIJN EIGEN IK.

Toen Hij gearresteerd werd, een oneerlijk proces kreeg en daarna gemarteld en gekruisigd werd, "niet terugschold en als Hij leed, niet dreigde" (1 Pet. 2:23)
Toen Hij aangevallen, onderdrukt, uitgebuit en afgewezen was en met ondraaglijke pijn aan het kruis hing, zei Hij niet : "Ik heb recht om boos te zijn." In plaats daarvan zei Hij : "Vader vergeef het hun, want zij weten niet wat ze doen".

Men kan misschien zeggen dat er ook in ons leven plaats is voor gerechtvaardigde boosheid. Wanneer we in deze wereld rondom ons kijken zien wij veel van onrechtvaardige en wrede dingen.

Mensen die geterroriseerd worden of kinderen seksueel misbruikt, vul het lijstje maar in, ik ga niet opnieuw hier alle kwaad van de wereld afdreunen.
Maar ik zou durven zeggen indien wij ons hier niet boos over maken, stel ik me de vraag ofdat we wel een goed mens zijn. Als we niet kwaad worden voor deze feiten, kunnen we ons de vraag stellen houden wij wel genoeg van onze medemensen.

Boosheid is een natuurlijke emotie. Ze brengt allerlei lichamelijke processen op gang. Onze adrenaline begint te stromen, onze honger verdwijnt, we kunnen helderder en scherper zien, er wordt een grotere hoeveelheid van het mannelijke hormoon testosteron aangemaakt en er komt glucose vrij uit onze lever.
Herkennen we dat niet, wanneer we boos zijn dan zouden we de zee over zwemmen of de hoogste berg beklimmen.

We kunnen daar op een positieve manier gebruik van maken
Maarten Luther schreef : "Als ik boos ben, kan ik goed schrijven, bidden en preken, want dan wordt mijn hele temperament versneld, mijn verstand gescherpt en alle wereldse ergenissen en verleidingen verdwijnen".

We kunnen ons de vraag stellen, wordt het niet tijd dat wij ons ook eens kwaad maken, - waardoor we met een hartstocht en passie ons mogen smijten op het werk van de Heer, dat we ons met deze overgave ons deel mogen bijdragen tot opbouw van deze gemeente.

Er zit waarheid in deze woorden. Maar het is gevaarlijk, het probleem is dat we zo snel zondigen als we boos worden. Paulus waarschuwt ons "geraakt gij in toorn, zondigt dan niet". (Ef. 4:26)
Over het algemeen is onze boosheid niet gerechtvaardigd. In tegenstelling tot Jezus, worden we boos als iemand ons pijn doet, of als we jaloers zijn of hoogmoedig - of als we op onze teentjes getrapt zijn.

Wanneer mensen in competitie met elkaar zijn komen hierwel de mooiste voorbeelden naar boven. Vandaag bijvoorbeeld is het wereld kampioenschap veldcross in Zolder. Ik moet dan denken aan Richard Groenendaal, hoe die enkele weken terug, nadat hij een paar maal uitgescholden was, van de fiets stapte om een toeschouwer een flinke klap te geven.
Die zijn adrenaline zat hoog, maar hij gebruikte ze wel verkeerd.

We zijn veel vaker boos uit eigenbelang dan uit liefde. Jezus zegt dat we niet het recht hebben om boos te zijn als we teleurgesteld zijn of als iemand ons pijn doet. We moeten afstand doen van dat recht, omdat Jezus dat ook deed.

Jezus beschouwt boosheid als de wortel van moord. Het proces begint met gevoelens van boosheid ; als die gevoelens gekoesterd worden, kan dat leiden tot haat en als die niet bedwongen wordt, kan er een moord op volgen. Johannes wijst daar ook op in één van zijn brieven : "Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder".
Kort gezegt : we mogen gevoelens van boosheid geen plaats geven.

Boze woorden (vs.22)

Jezus gaat zelfs nog verder en zegt dat boze woorden even erg zijn als gevoelens van boosheid, misschien zelfs wel erger.
In de wereld krijgen we dikwijls het tegenovergestelde te horen. We moeten niet te lief zijn, indien wij ons niet uiten en onze boosheid opkroppen kunnen we in een depressie geraken met al de gevolgen die daar mee gepaard gaan.

Misschien zit hier wel een stuk van waarheid in en hebben wij de behoefte om een positieve uitlaatklep te hebben, maar Jezus waarschuwt ons.
Hij zegt "Wie tot zijn broeder zegt : Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt : Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur". Ik ga geen verklaring geven wat er precies in het Grieks staat, ondanks dat we het woordje leeghoofd niet dikwijls gebruiken, begrijpen we toch wat Jezus ons wil duidelijk maken.
Hoe dikwijls veroordelen we niet iemand omdat hij ons niet verstaat, niet doet wat wij verwachten, misschien een ander idee heeft.

Indien we deze woorden gebruiken om mensen te kwetsen, dan snijden deze woorden door de ziel, dan is dit een pijniging. Deze woorden kunnen veel schade aanrichten aan relaties.

Onze boosheid overwinnen

Wanneer we dan de volgende verzen lezen is het duidelijk dat Jezus wilt dat we het goed maken indien we ruzie hebben met andere Christenen.

Onenigheid vernietigd de kerk. We kennen toch wel allemaal dat bekende gezegde :"Zaait verdeelheid en heerst".
Als christenen ruzie hebben met elkaar, als ze hun broeders en zusters bekritiseren en beledigen, is het Lichaam van Christus verdeeld.

Ik heb daar deze week veel over moeten nadenken en eigenlijk ben ik bij de volgende conclusie gekomen. Door de moeilijke omstandigheden die er geweest zijn, waar vooral de leiding aangevallen werdt, is de leiding één team gebleven er is geen verdeeldheid onstaan in de leiding.
Voor mij is dit een bevestiging dat God achter de leiding van deze gemeente staat.

Laat ook de gemeente in haar geheel één zijn. Zoals wij het zingen : één in de naam van Jezus, één zin en één gemoed of zoals Paulus (Ef. 4:2) het schrijft :
1 Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt,
2 met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen,
3 en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:
4 één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping,
5 één Here, één geloof, één doop,
6 één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.

Boosheid is zoiets als roest vroeger op een auto. Tegenwoordig bestaat dat niet meer. Het wordt moeilijker om voorbeelden te vinden die onze jeugd en onze ouderen verstaan.
Maar vroeger een auto van ongeveer vier jaar begon te roesten, en dan kon men er nog zoveel aan willen doen, het tegenhouden was niet mogelijk, hoogstens het uitstellen. Die auto was gedoemd om een roestbak te worden. Het was ook in die tijd, dat vele auto's rond reden met stickers. Overal waar een roestplek was, plakte men er een sticker over. Begrijp je me, de pleister op de wonde, zonder de wonde te genezen. Er was maar één mogelijkheid om er vanaf te geraken en dat was het eruit te snijden.

Durven wij dit aan.
We kunnen over onze boosheid heenkomen, als we ons richten op verzoening. We moeten er actief aan werken om onze relaties te herstellen. Jezus zegt : "Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, laat uw gave daar, vóór het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave" (vs. 23-24)

slide
Het is duidelijk, wanneer er iets is tussen twee mensen dan vormt dit ook een probleem tussen de mens en God. Wanneer de relatie tussen twee mensen verstoort is door boosheid is ook de relatie gestoort tussen de mens en God.

De Oegandese bisschop Festo Kivengere vertelde hoe hij na een ruzie met zijn vrouw op weg ging om te preken. De Heilige Geest zei tegen hem : "Ga terug om met je vrouw te bidden!"
Hij verdedigde zichzelf met :"Ik moet over twintig minuten preken. Daarna zal ik het doen."
"Dat is goed," zei de Heilige Geest. "Ga maar preken. Ik blijf wel bij je vrouw."

Besluit

Hoe dikwijls hebben wij dit gedeelte in Matteus al niet gelezen en gewoon naast ons gelegd,want het was niet aan ons gericht, wij zijn geen moordenaars. Maar als we op deze wijze even stil staan bij dit gedeelte dan is het hard en vraagt het veel van ons. We zullen bewust worden van onze tekortkomingen en van onze zwakheden.

Dit gedeelte brengt ons terug naar het kruis waar we genade en vergeving mogen ontvangen. De vergeving die we mogen ontvangen, geeft ons de kracht om te vergeven en verzoening te zoeken.

Als we zien hoe Jezus geleden heeft voor ons, wat hij allemaal doorgegaan is voor ons, door onze overtredingen is Hij genageld aan het kruis.
Hij deed dit uit liefde voor ons.
Hij vraagt ons nu : "Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt." (Johannes 13:34)



Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

2/2002