|
|
Preken uit Mattheus |
Hoe kleiner, hoe groter(Mattheus 5:1-6)Toen ik een jonge man van een jaar of twintig was kreeg ik de vraag van Rudi, sommigen zullen hem wel kennen, hij is nu trouwens oudsten in de gemeente van Willebroek, ofdat ik geen zin had om met hem mee te gaan om aan powertraining te doen. Wanneer je zo'n vraag krijgt denk men toch eens na. Ik moest dan denken aan het grieks gezegde ; 'een gezonde geest in een gezond lichaam' en dat werd mijn motivatie. Samen met Rudi trok ik op naar de club. Rudi was al enige maanden bezig en hij had dan ook een schema dat hij volgde, daar ik een nieuwkomer was en eigenlijk eerst eens wat wou verkennen, volgde ik gewoon het schema mee van hem. En… dat ging. Ik kon hem vrijwel in alles volgen dezelfde gewichten en indien het kon nog een beetje zwaarder. Later op de avond moe maar tevreden maakte we nog even tijd om een milkshake te drinken om nog wat extra proteïnen naar binnen te krijgen. De dag erna voelde ik mij wel een beetje stijf, maar het ging. Nog altijd blij dat ik de uitnodiging aangenomen had en keek eigenlijk al uit naar de volgende keer. Maar dan, de volgende dag, wat was dat afzien. Het leek dat heel mijn lichaam één grote kramp was. Ik kan het mij nog herinneren als de dag van gisteren. Met halve stapjes naar het werk om daarna mij zachtjes te laten vallen op mijn stoel in de hoop dat ik daar heel de dag kon vertoeven zonder te bewegen. Wanneer dan plotseling de telefoon ging en je zonder erg, dus brusk de telefoon afnam, was het of mijn lichaam open scheurde. Wat een marteling. Je kan je niet voorstellen hoe ik die dag en de daarop volgende dagen afgezien heb. Ik had mij niet gehouden aan het juiste schema, ik dacht dat ik veel meer kon dan goed voor mij was. Desal niet te min, maakte dit mij duidelijk indien ik iets wou 'verbeteren' aan mijn lichaam, dat het niet zonder moeite of pijn zou gaan. Indien ik resultaten wou kunnen bespeuren, je weet wel, een grotere biceps, triceps, blokskes op mijne buik enz. - zal ik serieuze inspanningen moeten leveren en eventueel pijn moeten verdragen. Het was een uitdaging. In de Bergrede houdt Jezus ons ook een uitdaging voor die veel belangrijker is en er zelfs een klein beetje op lijkt. Het is een uitdaging die we niet zo snel en gemakkelijk kunnen vervullen als powertraining, maar de vreugde en voldoening die we eraan beleven, is dan ook veel groter. Eigenlijk is dit de 'ultieme uitdaging'. Misschien een meer verstandige uitdaging dan het power trainen. Jezus zegt zelf aan het einde van zijn rede, dat we verstandig zijn als we de uitdaging aannemen. En de Here Jezus wil zijn tijd nemen om dit aan de mensen uit te leggen. Lees maar vers 1 : Toen Hij nu de scharen zag, ging Hij de berg op en nadat Hij Zich had nedergezet, kwamen zijn discipelen tot Hem. Jezus ziet de schare aankomen en ging niet de berg op om te vluchten, maar ging een goede plaats zoeken om zich neder te zetten. Hij zocht naar een plaatsje waar hij rustig kon zitten en vandaar kon onderwijzen als een echte rabbi, dat was Hij trouwens ook. Jezus had iets belangrijk te zeggen. Hij opende zijn mond. Aan het begin van zijn rede vertelt Jezus meteen waar het in het leven werkelijk om draait. We beoordelen mensen vaak aan de hand van wat ze doen of wat ze hebben: hun baan of de opleiding die ze hebben genoten, de dingen die ze presteren, hun financiële situatie, hun uiterlijk, hun vrienden of bezittingen. Jezus zegt hier echter dat het in het leven niet gaat om wat we doen, maar om wie we zijn. Zelf mag ik dit ook ondervinden in bijvoorbeeld mijn werk. Door verschillende uitdagingen aan te nemen en door allerlei omstandigheden heb ik mij behoorlijk kunnen opwerken in mijn werk, Ik dank God hiervoor. Toch wordt ik geregeld gekonfronteerd met mijn zwakheid. Het gebeurd geregeld in vergaderingen of cursussen dat wij onszelf moeten voorstellen. Dan hoor je langs alle kanten prachtige studies en diploma's klinken. En dan wordt je er opnieuw bij bepaald, dat ik hier in te kort schiet. Wanneer ik dan hierbij bepaald wordt dan ben ik God des te meer dankbaar voor wat Hij voor mij gedaan heeft. Het is goed voor mij, het maakt mij duidelijk dat het in het leven niet gaat om wat je doet, maar om wie je bent. Vandaag hoop ik om de eerste vier zaligsprekingen iets verder toe te lichten, ook deze zijn niet enkel bedoeld voor een geestelijke elite, maar voor alle volgelingen van Christus. In het Griekse woord voor 'zalig', dat negen keer in de elf eerste verzen voorkomt, ligt het idee van geluk, maar het betekent veel meer dan dat. Geluk is een subjectief gevoel. Ik kan bevoorbeeld niet voelen hoe dat iemand anders dat ervaar, ik kan wel zien dat iemand gelukkig is en kan hierdoor ook gelukkig zijn, maar ik zal nooit dat gevoel kunnen ervaren van die ander. Het is iets persoonlijk. Het woord dat Jezus gebruikt, betekent 'gezegend door God' of ' in de gratie bij God'. Het gaat verder dan dat persoonlijk geluk. Jezus leert zijn discipelen hoe ze hun leven kunnen leiden onder de zegen van God. In de openingsverzen beantwoordt Jezus de vraag : Wat voor mensen wij moeten zijn. Hij beschrijft in acht stappen wat voor karakter we moeten krijgen. De eerste vier stappen gaan over onze relatie met God. De volgende vier stappen gaan over onze relatie met anderen, maar deze zullen we mischien in een andere toespraak behandelen. Stap 1 - Zalig de armen van geest (vers 3) Wat betekent deze zin eigenlijk. Ik heb deze tekst altijd begrepen als, dat er ook hoop was voor hen die laat ons zeggen niet helemaal bij hun volle verstand zijn. Zij die niet volwassen zijn met hun verstand. Diegenen die de mogelijkheid niet hebben om zelf een keuze te maken omdat zij een beetje achter zijn. Hoe dikwijls hebben we er niet mee gelachen, dat we zeiden : "ik ben gered, want zalig de arme van geest". Net zo als die volkeren of stammen ergens in de rimboe, die misschien nooit van Jezus hebben gehoord en dus ergens arm zijn met hun kennis. Deze tekst maakte mij duidelijk dat zij niet vergeten waren en dat zij ook op de Zaligheid van God konden rekenen. Maar is het dat wat hier staat ? Er zijn twee Griekse woorden voor 'arm'. Het ene betekent dat iemand 'niet rijk' is en daarom moet werken. Het andere, dat hier gebruikt wordt, is veel sterker en betekent dat iemand zoveel gebrek lijdt dat hij afhankelijk is van de steun van anderen. Hoe kan ik dan deze tekst interpreteren ? Men zou kunnen zeggen dat deze tekst slaat op diegene wiens houding tegengesteld is aan die van iemand die zegt :"Moreel gezien heb ik een goed leven geleid". Eenvoudiger gezegt het is iemand die zegt :"Ik ben een goed mens, ik heb niemand kwaad gedaan". Zo iemand kan zijn leven alleen maar vergeleken hebben met dat van anderen mensen en niet met de normen van God. Iemand die 'arm van geest' is, erkent dat hij in geen enkel opzicht voldoet aan Gods normen ; hij begrijpt dat hij tot zijn nek in de schulden steekt en afhankelijk is van Gods genade. Zo iemand zegt met de tollenaar : "O God, wees mij, zondaar, genadig!" (Lucas 18:13) Het is niet iemand die intelectueel een beetje achter staat maar wel iemand die erkent dat hij in een wanhopige situatie verkeert. "O God, ik heb niets om aan U te geven. Ik kan niet eens goed bidden of naar U luisteren. Ik ben geestelijk blind, naakt en arm. Ik ben en heb niets zonder U . " Jezus zegt tegen de mensen die op deze manier tot Hem spreken; "Hunner is het koninkrijk der hemelen. " (vers 3.) Wanneer we dit beseffen en belijden, dat we zwak zijn, arm van geest, dat we zoveel te kort komen, dat we begrijpen hoe klein wij zijn, dan zal de deur van het koninkrijk opengaan. Het is juist op die momenten wanneer wij ons geestelijk ontredderd en totaal mislukt voelen, dat we een kneedbaar instrument voor de Heer kunnen zijn. Stap 2 - Zalig die treuren (vers 4) Opnieuw zo een rare tekst. Moeten we nu eerst treuren, bedroeft zijn of verdriet hebben voordat we het koninkrijk binnen kunnen gaan? Wil dat dan zeggen dat gelukkige mensen geen kans maken? Men zou deze tekst bijna kunnen vertalen met : "gelukkig zijn de ongelukkige". Mogen christenen dan niet gelukkig zijn? Moeten zij dan gebukt blijven lopen onder de wereldproblematiek en mogen zij niet vrolijk zijn. Mogen we lachen in de kerk ? Natuurlijk mogen we lachen en natuurlijk mogen we gelukkig zijn. Prediker zegt : "Alles heeft zijn uur … er is een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen" (Prediker 3:1,4) Het is niet verkeerd om te huilen en te rouwen als we iemand verliezen van wie we houden. Jezus huilde ook toen Hij hoorde dat Lazarus gestorven was. We mogen ook huilen, als we zien hoe anderen hun leven kapot maken. Maar dat is niet het verdriet wat Jezus hier bedoelt. Hij zegt dat we moeten treuren om onze geestelijke armoede. We moeten niet enkel erkennen dat we arm van geest zijn, maar het moet ons ook verdriet doen. Hoe meer dat je van die persoon Jezus gaat houden, hoe meer je zult beseffen dat wij Hem verschrikkelijk veel ontgoochelen. De vraag die we dan voor onszelf moeten stellen is, vind ik dit nu normaal, want ik kan toch niet beter,- ik kan niet anders dan fouten maken,- want ik ben niet perfect. Of doet het ons pijn dat wij Hem niet gelijk kunnen zijn -en gaan we door dit verdriet niet proberen om meer op Hem te gaan lijken. Begrijp je mij? Wat ik wil zeggen is, gaan we berusten in onze zwakheid of doet het ons verdriet en proberen we alles uit onze mogelijkheden te halen om Jezus te behagen. Huilen we, net als Petrus wanneer we onze Heer verloochenen? Indien wij op deze manier treuren zullen wij de steun onvangen van de Geest Gods, die ook wel de Trooster wordt genoemd. Men zou bijna kunnen gaan zeggen hoe meer ik op deze manier treurt, hoe meer de Geest Gods over mij komt. De Trooster komt naast de mensen staan om hen te bemoedigen. Hij overtuigd hen ervan dat zij vergeving ontvangen hebben en gereinigd zijn, dat zij in Christus gerechtvaardigd zijn. Als de Heilige Geest aan het werk is, zien wij tranen vaak veranderen in blijdschap en vrolijkheid. Het is goed om gelukkig te zijn en ik ben ervan overtuigd dat elk Christen reden heeft om gelukkig te zijn. De wetenschap dat Jezus voor je gestorven is en dat je voor eeuwig zijn kind mag wezen. Toch denk ik dat het ook goed is als we soms een tijd nemen om te treuren. Dat wij eens kijken niet naar onszelf. Hoe zit het met onze broeders en zusters, hier in de gemeente en buiten de gemeente. Gaat alles echt zoals God het eigenlijk verwacht. Treuren wij bij de gedachte dat we fouten maken, zelfs in Gods huis, onder mede christenen. Wanneer we de tijd zullen nemen om te huilen voor Gods kinderen zal de Trooster ons ondersteunen en zullen we de Geest Gods aan het werk zien. Stap 3 - Zalig de zachtmoedigen (vers 5) Wie word in de bijbel omschreven als " een zeer zachtmoedig man, meer dan enig mens op de aardbodem " (Numeri 12 :3) ? Mozes. En toch was Mozes zeer zeker geen zwakke leider zonder ruggengraat. Zijn sterke karakter werd door God in toom gehouden. Mozes was zeker geen meelopertje, iemand die met alles tevreden was, want daar wordt toch dikwijls zachtmoedigheid mee vergeleken. Nee, Mozes had een sterk karakter, maar had geleerd hoe hij dit kon beheersen. Laat mij enkele eigenschappen op noemen wat zachtmoedigheid inhoud. Een zachtmoedig mens is kalm, zorgzaam en bescheiden. Hij is verbroken, wat niet betekent dat hij vernietigd of kapot is, maar dat zijn kracht is onderworpen als bij een getemd paard. Een zachtmoedig mens denkt helemaal niet aan zichzelf. Hij is niet altijd bezig met zichzelf en zijn eigen belangen. Hij probeert zichzelf niet altijd te verdedigen. Eigenlijk is dit één van de ergste gevolgen van de zondeval, wij zijn altijd maar met onszelf bezig. Een zachtmoedig mens heeft daar geen last meer van ; hij maakt zich niet druk om zichzelf en om wat anderen van hem vinden. Als wij werkelijk zachtmoedig zijn, houden we ermee op - onszelf te beschermen, omdat we inzien dat er niets te beschermen valt. We proberen onszelf niet langer te verdedigen - dat is voorbij. John Bunyan, je kent hem wel, de schrijver van de 'de Christen reizen', beschrijft het zo : "Wie beneden blijft, hoeft niet bang te zijn om te vallen". Jezus zegt, als je zo een houding hebt zal je de aarde beërven (vs.5). Alles wat we ontvangen zullen we aanzien als een gave, omdat we dan weten dat we het niet verdienen. Je kan het eigenlijk sterk vergelijken met vele kinderen in deze tijd. Zij zijn zo gewoon zoveel te ontvangen dat zij dit normaal vinden. Het is dan ook enorm moeilijk om hen blij te maken met een geschenk, het moet altijd groter en duurder zijn en dan nog. Indien we dit terug konden schroeven zodat men zou beseffen dat een geschenk niet iets is waar men recht op heeft, maar iets is dat we ontvangen zonder dat we het verdienen, zou de blijdschap veel groter zijn. Zo moeten wij er ons ook van bewust zijn dat de liefde van God iets is, dat wij niet verdienen maar toch mogen ontvangen. Stap 4 - Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid (vers 6) Honger en dorst zijn begrippen die wij hier in ons landje niet ten volle kunnen bevatten, dan misschien enkele ouderen onder ons die de oorlog mee gemaakt hebben. Iemand die echt honger of dorst heeft, is zo wanhopig dat hij aan niets anders meer kan denken. Ik zie graag zaterdags al eens naar het programma 'Expeditie Robinsson' op televisie. Op een eiland hebben ze verschillende mensen gedropt waar zij moeten trachten te overleven. Dit wil dus zeggen dat ze voor zichzelf moeten zorgen, zoals een dak boven hun hoofd, een bed en ook voor hun voedsel. Drinken weet ik eigenlijk niet, ik heb nog niet gemerkt dat ze dorst hadden, maar wel dat ze honger hebben. Ik geloof zeker dat deze kandidaten kunnen zeggen dat ze honger hebben gehad. Je ziet dan ook gauw hoe dat ze hun grenzen gaan verleggen en 'voedsel' tot hun gaan nemen waar ze zeker daarvoor nog nooit aangedacht hadden. Zowel onbekende planten of wortels als vieze kleine zeediertjes. Soms zie je dat ze op de rotsen in de zee zitten en dan zijn zij op zoek naar eventuele schelpjes om deze uit te likken, als het maar eten is. Alles proberen zij om een beetje voedsel te bemachtigen en op te eten. Het is iets dat hen bijna wanhopig maakt, een onbedwingbaar verlangen en een allesoverheersend gevoel. Eten ik wil eten. Jezus zegt dat we deze houding moeten hebben ten opzichte van gerechtigheid. We moeten een zelfde verlangen hebben naar een zuivere relatie met God. Verlangen dat wij rechtvaardig voor Hem kunnen staan en dat wij zijn gerechtigheid kunnen zien in de wereld om ons heen. Net zoals die mensen op dat eiland konstant op zoek moeten zijn naar eten om toch maar een beetje van die honger te kunnen stillen, zo ook moeten wij konstant verlangen om geheel rechtvaardig te zijn. Het is niet mogelijk om alleen een christelijk leven te leiden wanneer we daar zin in hebben en voor de rest doen wat we willen. Een rechtvaardig leven is een leven van vierentwintig uur per dag. Eten moet je doen om heel de dag te overleven. Rechtvaardigheid moet tot uiting komen in alles wat we doen, zeggen en denken. Het probleem is dat velen daar niet zo wanhopig naar verlangen. Net zoals wij nu in een tijd van weelde leven en honger niet kennen, hebben wij niet dat wanhopig verlangen of zijn wij niet bereid om de prijs te betalen. We vragen wel : "Heer, heilig mij," Maar bedoelen hiermee, op het moment dat ik het wil. Jezus zegt dat God ons zal vullen met zijn liefde en met zijn kracht, dat Hij ons verlangen naar gerechtigheid zal bevredigen, als we er wanhopig naar naar verlangen. Het is niet genoeg om onze geestelijke armoede te erkennen, erom te huilen. We moeten ook hongeren en dorsten naar een rechtvaardig leven. Net zoals met powertraining, moet je weten dat je klein moet beginnen, dat het pijn kan doen wanneer je beseft dat je er nog niet bent waar je wilde zijn, dat je je moet onderwerpen aan de disciplines en raad moet kunnen aanvaarden en ook dat je met een volledige overgave je moet overgeven aan dat ideaal. Ik doe al lang geen powertraining meer, ik kon het niet opbrengen. Maar ik ben nog altijd christen, de vraag die ik me moet stellen is, voldoet ik aan deze vier puntjes die Jezus in het begin van zijn rede tot zijn discipelen sprak. Ik stel deze vraag voor mij zelf en ik hoop dat jullie ook deze vraag mee naar huis nemen om er over na te denken, Mattheus 5:1-6. Amen. |
|
12/2001 |