Preken uit Mattheüs

Mattheüs 23:37

Gij hebt niet gewild

(Mattheüs 23:37)

Mt.23:37 "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild."


INLEIDING
Twaalf dagen geleden stonden Leon en Jeannine, mijn vrouw te kijken op de oude stad Jeruzalem door het raam van het kerkje gebouwd op de Olijfberg, op de plek waar Jezus deze woorden zou hebben uitgesproken. In de Bijbel wordt de stad Jeruzalem meer vermeld dan enige andere stad. Tweeduizend jaar vóór Christus bracht Abraham er offers aan de priesterkoning Melchisedek (Gen.14:18; Hebr.7:1). Duizend jaar nadien verdreef koning David de Jebusieten uit de stad, die hij tot zijn, en Israëls hoofdstad maakte. Daar bouwde hij Zijn huis. Daar bouwde zijn zoon, Salomo, Gods huis, de eerste tempel. Vijfhonderd jaar nadien bouwden Zerubbabel en Ezra er de tweede tempel. Weer vijfhonderd jaren later bouwde koning Herodes de Grote de prachtige tempel die in zoveel verhalen van het Nieuwe Testament voorkomt. Ge-durende de 19 eeuwen na de vernietiging van de tempel door de Romeinen in het jaar 70 n. Chr. en de verstrooiing van de Joden daarna, re-geerden achtereenvolgens Byzantijnen, Arabieren, Kruisvaarders, Turken, en Britten, moslims en christenen over Jeruzalem, totdat de Joden haar in 1948 gedeeltelijk, en in 1967 geheel weer in handen kregen, waarna zij haar tot "eeuwige hoofdstad van Israël" uitriepen - de status die de Bijbel bevestigt, en verklaart dat er in Jeruzalem een nieuwe tempel zal worden gebouwd, en dat er in de eeuwigheid, wanneer de huidige hemel en de huidige aarde door een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zullen worden vervangen, zelfs een heel nieuw Jeruzalem zal zijn. Waarom Jeruzalem? Wat is zo speciaal aan Jeruzalem? Jeruzalem is nooit een megastad geweest. Haar inwonertal, thans groter dan ooit in haar geschiedenis, is ongeveer met dat van Antwerpen te vergelijken. Zij staat niet op een belangrijk of strategisch kruispunt, zoals de meeste wereldhoofdsteden. Er stroomt zelfs geen rivier door haar. Waarom neemt Jeruzalem dan zulk een belangrijke plaats in, zowel in de Bijbel als in de wereldgeschiedenis en -politiek als in het hart van gelovigen? Omdat, zoals "Het Boek" Ps.76:2 vertolkt: "(Gods) huis staat immers in Jeruzalem en Hij woont op de berg Sion.". God zegt in 2 Kon.23:27 dat Hij Zijn Naam eeuwig aan de stad Jeruzalem verbindt.

"Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." De Heer heeft gewild, maar Jeruzalem heeft niet gewild. En omdat zij niet wilde, heeft zij Gods zegen zo dikwijls gemist. Er is andere geen stad ter wereld waar zo dikwijls om gevochten werd als Jeruzalem. Er is geen andere stad ter wereld die zo dikwijls verwoest werd als Jeruzalem. Waarom? Niet omdat God Zijn beloften niet hield, maar omdat Jeru-zalem Zijn zegen niet wilde. "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." Ik vraag mij af hoe dikwijls Jezus naar mij heeft gekeken en over mij heeft gezegd: "Michel, Michel, hoe dikwijls heb Ik u willen zegenen, en gij hebt niet gewild". Ik vrees dat Hij dit nog altijd dikwijls zegt. Van u ook? Onze persoonlijke wil speelt een centrale rol in onze relatie met de Heer en onze ontvankelijkheid voor Zijn zegen. De oude Mozes verweet de hele generatie van Israël die bevrijd werd uit de slavernij van Egypte maar de rest van hun leven doorbracht in de dorre Sinaïwoestijn i.p.v. in het land Kanaän, dat vloeide met melk en honing: Dt.1:26 "gij wildet niet optrekken en waart weerspannig tegen het bevel van de Here, uw God", en maakte hun Gods vreselijk vonnis bekend: Dt.8:20b "(gij) zult … omkomen, omdat gij naar de stem van de Here, uw God, niet wildet luisteren.". "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." Wat zijn de symptomen van "niet willen"?

1. ONGEHOORZAAMHEID AAN GODS WOORD
"Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt". Gods volk weigerde Gods Woord aan te horen. In 713 v. Chr. verkondigde Jesaja de reden voor de verovering van het noordelijke Israël door de Assyriërs en de ballingschap van haar 10 stammen: 30:9 "het is een weerspannig volk, … kinderen die de wet des Heren niet willen horen"; 42:24 "Wie heeft Jakob tot plundering overgegeven en Israël aan berovers? Is het niet de Here, tegen wie wij gezondigd hebben, op wiens wegen zij niet hebben willen gaan, en naar wiens wet zij niet geluisterd hebben?". Precies 101 jaren nadien, toen de Babyloniërs voor de poorten van Jeruzalem stonden: waarschuwde de profeet Jeremia het zuidelijke rijk Juda: 6:17 "Ik (heb) wachters over u gesteld: Luistert naar het geklank der bazuin; maar zij zeggen: Wij willen niet luisteren."; 9:3 "Mij willen zij niet kennen, luidt het woord des Heren.". En zelfs toen de Joden al in ballingschap in Babylonië zaten, bleken zij de les nog altijd niet te hebben geleerd: Ez.3:7 "het huis Israëls (wil) naar Mij niet luisteren, want het gehele huis Israëls heeft een hard voorhoofd en een stug hart.". In de Evangeliën vertelt Jezus gelijkenissen over genodigden op een bruiloft, die niet willen komen (Mt.22:3), en over de oudere broer van de verloren zoon, die zich uit het feest sluit omdat hij boos wordt en niet wil binnengaan (Luc.15:28). Hoe anders was koning David: Ps.101:4 "Een verkeerd hart wijke verre van mij, de boze wil ik niet kennen.". Hoe anders was Koning Jezus, Die getuigde: Joh.5:30 "Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft."; 6:38 "Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem, die Mij gezonden heeft."; en Die in de hof van Getsemane bad: Marc.14:36 "niet wat Ik wil, maar wat Gij wilt.". Weet u wat God niet wil? 2 Petr.3:9b "Hij (wil) niet, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.".

"Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." Hoe staan wij tegenover de bevelen van Gods Woord? Jesaja weer: 48:18 "Och, dat gij naar mijn geboden luisterdet; dan zou uw vrede zijn als een rivier en uw gerechtigheid als de golven der zee". Volgende week viert de wereldwijde kerk van Jezus Christus "Palmzondag", toen Jezus Zijn discipelen beval: v.30 "Gaat naar het dorp hiertegenover en als gij het binnenkomt, zult gij daar een veulen vastgebonden vinden, waarop nog nooit iemand gezeten heeft; maakt het los en brengt het hier.". Diefstal? Zomaar naar het dorp daartegenover, er een ezel losmaken en die naar hier brengen. Zonder de eigenaar eerst om toelating te vragen? Ik vermoed dat ik niet erg populair zou worden indien ik een soortgelijk bevel zou geven m.b.t. uw nieuwe, nog niet ingereden wa-gen! Maar de discipelen: v.32 "gingen heen en vonden het, zoals Hij hun gezegd had.". Waarom deden zij het? Niet noodzakelijk omdat zij Jezus' bevel verstonden. Zelfs niet noodzakelijk omdat zij ermee akkoord gingen. Zij gingen het veulen losmaken en halen omdat zij Jezus gehoorzaamden. Geen discussie, geen aarzeling, geen weigering; gehoorzaamheid! Wie was ooit in het leger? Toen een officier u een bevel gaf, wat deed u? Antwoordde u: "ik ga daar eerst even over nadenken; ik wil eerst begrijpen wat er de bedoeling van is vooraleer te beslissen of ik uw bevel uitvoer"; of: "ik vind uw bevel niet goed"; of "ik heb vandaag geen goesting; morgen, of volgende week zal ik u misschien gehoor-zamen!"; of carrément: "ik doe het niet!"? Wij zijn soldaten in dienst van de hemel. Hoe reageren wij wanneer onze Opperstbevelhebber een bevel geeft? Op de huwelijksreceptie te Kana zei Maria tot de bedienden: Joh.2:5 "Wat Hij (Jezus) u ook zegt, doet dat!". Waarom zouden de bedienden Jezus gehoorzamen? Het was Zijn feest niet; Hij had daar niets te zeggen; Hij was er alleen als gast; Hij betaalde hun loon niet; Wie was Hij om hun wat dan ook te bevelen. Maar toen Jezus aan de bedienden zei: v.7 "Vult de vaten met water, vulden (zij) ze tot de rand."; en toen Jezus hun zei: v.8 "Schept nu en brengt het aan de leider van het feest. … brachten zij het.". Het had hen hun job kunnen kosten - vies water uitscheppen i.p.v. wijn! Als u en ik bedienden op de bruiloft te Kana waren geweest, zouden wij Jezus' bevelen hebben gehoorzaamd? Als wij vissers op het meer van Galilea geweest waren, met een zware nacht werk achter de rug waarin wij niets gevangen hadden, en een Timmerman Die 40 km van het meer woonde en dus niets van vissen wist, ons kwam zeggen hoe, waar en wanneer wij moesten gaan vissen, zouden wij Hem niet hebben sturen lopen? Maar: Luc.5:5 "Simon antwoordde en zeide: Meester, de gehele nacht door hebben wij hard ge-werkt en niets gevangen, maar op uw woord zal ik de netten uitzetten.". Zouden wij uit de boot gestapt en op het water gewandeld hebben, op bevel van wat ons een spook leek te zijn? Petrus deed het toch! Ik kan de voorbeelden blijven vermenigvuldigen. Broeders en zusters: wij moeten Gods Woord en Gods geboden niet noodzakelijk verstaan. Wij moeten er niet noodzakelijk het nut van inzien. Wij moeten er zelfs niet noodzakelijk mee akkoord gaan. Wij moeten ze gewoon gehoorzamen - volledig en onmiddellijk. Waarom waren al deze mensen bereid om deze onwaarschijnlijke bevelen te gehoorzamen - die hen een proces wegens diefstal hadden kunnen doen oplopen, hen hun job kosten, de hoon en de spot van hun makkers doen verdienen, of zelfs de verdrinkingsdood doen sterven? Omdat zij onderscheidden dat de respectieve-lijke bevelen van geen gewone mens, maar van Jezus, de Zoon van God kwamen. Hoeveel van Gods bevelen gehoorzamen wij? 100%? 50%? 10%? Het volstaat niet om Gods Woord te lezen, noch zelfs om het te geloven: Jacobus schrijft: 1:25 "wie zich verdiept in de volmaakte wet, die der vrijheid, en daarbij blijft, niet als een vergeetachtige hoorder, doch als een werkelijk dader, die zal zalig zijn in zijn doen."; v.22 "weest daders des woords en niet alleen hoorders: dan zoudt gij uzelf misleiden."; en Paulus: Rom.2:13 "want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden.". Jezus zegt: Joh.15:14 "Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied." - niet: "indien gij gelooft wat Ik u gebied"; noch: "indien gij van plan zijt om te doen, wat Ik u gebied", maar: "Gij zijt mijn vrien-den, indien gij doet, wat Ik u gebied."

De duivel vindt het helemaal niet erg vindt dat wij de Bijbel lezen. Hij vindt het zelfs niet erg dat wij Gods Woord geloven. Hij vindt het ook niet erg dat wij voornemens zijn om Gods geboden te gehoorzamen! Hij wordt alleen "embêtant" wanneer wij Gods bevelen gehoorzamen en Gods Woord in de praktijk uitvoeren! De apostel Paulus kreeg een spectaculaire ontmoeting met de Heer Jezus op de weg naar Damascus. Zijn herinnering eraan bleef zo levendig dat hij er zesentwintig jaren later in de tempel geestdriftig over getuigde alsof het pas gisteren gebeurd was: Hand.22:6-8,10 "het gebeurde mij, toen ik op mijn reis dicht bij Damascus gekomen was, dat plotseling omstreeks de middag uit de hemel een fel licht mij omstraalde, 7 en ik viel op de grond en hoorde een stem tot mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij? 8 En ik antwoordde: Wie zijt Gij, Here? En Hij zeide tot mij: Ik ben Jezus, de Nazoreeër, die gij vervolgt. … 10 En ik zeide: Here, wat moet ik doen?". Niet: "Here, wat moet ik denken?". Niet: "Here, wat moet ik zeggen?". Zelfs niet: "Here, wat moet ik geloven?". Maar: "Here, wat moet ik doen?". Hoe denkt u dat Jezus hem antwoordde? V.10b "de Here zeide tot mij: Sta op en reis naar Damascus, en daar zal u gezegd worden al hetgeen u opgelegd is om te doen." - niet: "hetgeen u opgelegd is om te geloven", maar: "Sta op en reis naar Damascus, en daar zal u gezegd worden al hetgeen u opgelegd is om te doen.". Broeders en zusters, de ware christelijke godsdienst is een "doe-godsdienst", een "doe-nu-godsdienst"! Wat is het eerste bevel van de Heer aan een christen? Het eerste bevel aan een niet-christen is: Hand.2:38 "Bekeert u". En wat is het eerste bevel aan een christen? V.38b "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen". Blijkbaar begreep Paulus niet meteen dat hij nooit mocht aarze-len om Gods bevelen te gehoorzamen. Want Ananias, door God gezonden om hem genezing te brengen en Gods wil voor zijn leven te open-baren, vroeg: v.16 "En nu, wat aarzelt gij nog? Sta op, laat u dopen". Hoe reageerde Paulus toen? "Dank voor de uitleg, broeder Ananias; ik zal erover nadenken; het zou kunnen dat u gelijk hebt dat God dit van mij verlangt. Misschien laat ik mij inderdaad volgend jaar wel dopen"? Neen: Hand.9:18 "hij stond op en werd gedoopt"!

2. GODS BOODSCHAPPERS VERWERPEN
"Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn". Één van de redenen waarom wij Gods bevelen niet gehoor-zamen, is omdat wij ons door de duivel laten wijsmaken dat zij van mensen, en niet van God komen. "De Bijbel is door mensen geschreven", zegt satan. Of: "God heeft Zijn geboden niet letterlijk bedoeld; het zijn mensen die ze zo interpreteren.". Of: "Gods opdrachten golden alleen voor de tijd van toen, niet meer voor nu.". Satan heeft succes gehad met deze strategie van begin af aan. Toen hij aan Eva in de hof van Eden vroeg: Gen.3:1 "God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de hof?", antwoordde zij naar waarheid: vv.2-3 "Van de vrucht van het geboomte in de hof mogen wij eten, 3 maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders zult gij sterven.". De duivel sprak het bevel van de Heer niet tegen; hij maakte Eva gewoon wijs dat God het niet letterlijk bedoelde: vv.4-5 "De slang echter zeide tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, 5 maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad.". Het rampzalige gevolg voor het hele mensdom tot op heden kennen wij: vv.6,23 "de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. … 23 Toen zond de Here God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was.". Ps.105:15 waar-schuwt: "Raakt mijn gezalfden niet aan, en doet mijn profeten geen kwaad.". Doch de treurige geschiedenis van Israël op dit gebied wordt opgesomd in 2 Kr.24:9 "de Here zond onder hen profeten om hen tot Zich te doen terugkeren; hoewel dezen hen ernstig waarschuwden, luis-terden zij niet.". Gods boodschappers verwerpen leidt tot ernstige gevolgen: Jezus werd gekruisigd omdat de Joodse leiders Zijn boodschap van genade en vergeving niet wilden horen. De waarschuwing die de stervende apostel Paulus aan zijn jonge discipel Timotheüs schreef is uitgekomen: 2 Tim.4:3 "er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich tal van leraars zullen bijeenhalen". Ik ken christenen die uit samenkomsten of kerken wegblijven indien die of die pre-dikant het woord brengt, en andere christenen die hun favoriete predikant rondvolgen. Kort geleden zei een broeder tegen mij: "ik vind dat ge niet over zonde moet prediken; ik hoor liever positievere onderwerpen.".

3. GODS WIL ZIJN KINDEREN ZEGENEN
"Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." God wil Zijn kinderen zegenen. Hij wil Zijn ons onder Zijn bescher-mende vleugels beschermen: Ps.91:4 "Met zijn vlerken beschermt Hij u, en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht". Zoals "Het Boek" v.1 van dezelfde psalm vertolkt: "Wie schuilt bij de Allerhoogste God, kan rustig slapen, want de Almachtige werpt Zijn schaduw over hem.".

CONCLUSIE
"Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." God wil. Maar willen wij? Wil ik? Wil u? Willen wij Zijn Woord gelo-ven en Zijn bevelen gehoorzamen? De Heer verlangt er zo naar om ons zeer dicht bij Hem te trekken, onder Zijn vleugels, zodat Hij ons kan zegenen, warm kan houden, kan beschermen. Willen wij? Rennen wij naar Hem toe of blijven wij op afstand? Laten wij ons in Zijn liefdevolle armen vouwen of keren wij Hem de rug toe? Gehoorzamen wij of weigeren wij Zijn bevelen? "Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert, en gij hebt niet gewild." Wie is er in ons midden die toegeeft: "tot nu toe heb ik niet gewild", maar die zegt: "nu laat ik Jezus mij tot Hem verga-deren, stel ik mij onder Zijn vleugels, aanvaard ik Zijn liefdevolle heerschappij over mijn leven, gehoorzaam ik Zijn geboden"?


Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

3/2005