Preken uit Mattheüs

Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan
(Mattheüs 21:28-32)

De Here Jezus gebruikte gelijkenissen om op een eenvoudige manier te kunnen ondewijzen. Moeilijke onderwerpen stelt Hij visueel voor omdat ze begrepen zouden worden. Laat ons eerlijk zijn ook bij ons gaat het er veel gemakkelijker in wanneer we het voor onze ogen kunnen voorstellen.
Wij hebben deze voorstellingen eens nodig om ons duidelijk te maken waarmee we wel allemaal bezig zijn, om ons duidelijk te maken dat we op het verkeerde spoor zitten. Ook God of de Here Jezus gebruikte hiervoor gelijkenissen.
We kennen allemaal dat verhaal wel van David, Batseba en Uria. David die een oogje op Batseba heeft en daarvoor haar man naar het front stuurt zodat hij, Uria, gedood zou worden.
Nathan de profeet, komt dan bij David met een verhaal, een gelijkenis. Er waren twee mannen in de stad een rijke en een arme. De rijke had veel schapen en runderen, de arme had niets, behalve een heel klein schaapje. Eéntje dat hij had gekocht en zelf opgevoed had. Het groeide mee in zijn gezinnetje op, samen met zijn kinderen, het at en dronk mee van tafel. Ja het sliep zelfs in zijn schoot. Dit schaapje betekende voor deze man zoveel als was het zijn dochter.
De rijke man echter kreeg rijk bezoek en moest dus voor eten zorgen. Hij kreeg het maar niet over zijn hart om iets te laten slachten van zijn eigen schapen of koeien. Dus wat deed hij, hij nam het lieve diertje van zijn buurman en maakte daar een lekker soupeetje van.
Toen David dit hoorde werd hij razend kwaad en veroordeelde deze rijke man. Je moet daar geen compasie mee hebben zei hij.
Nathan zei tegen David, Gij zijt die man !
Deze gelijkenis overtuigde David van zijn eigen onrecht. Zijn reaktie was zijn eigen oordeel. Moest Nathan David terecht gewezen hebben met de reële feiten aan te halen was er waarschijnlijk een grote woordwisselling geweest en had David nooit duidelijk ingezien wat hij zelf had aangericht.

Het stukje dat we gelezen hebben is vergelijkbaar.
Een vader die een opdracht geeft aan zijn kind om te gaan werken in de wijngaard. Geen probleem, ik zal wel gaan, maar hij ging niet. De vader vraagt het ook aan zijn tweede kind en deze weigert. Wat een situatie, wat een spanning. Maar de tweede, die geweigerd had voelt zich toch niet op zijn gemak en gaat toch werken in de wijngaard.
Jezus stel dan een vraag aan zijn toehoorders, een vraag waar hij het antwoord eigenlijk reeds van weet. Wij zouden het vandaag met een moeilijke term, een retorische vraag noemen. “Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan?”

Door het vertellen van deze gelijkenis was het Jezus bedoeling net als Nathan
om zijn ‘vijanden’ te overtuigen van hun onrecht. Jezus doelde hier op de schrifgeleerde, farizeën, overpriesters en oudste, ja eigenlijk op het Joodse volk in het algemeen. Wanneer zij met hun wijsvinger wezen waren er drie vingers die terug wezen. Op, laat ons zeggen, een subtiele manier maakt Jezus duidelijk waar het om gaat. “Maar wat dunkt u ?” vraagt Jezus. Geef zelf antwoord, eigenlijk beoordeel jezelf. De ene persoon zal het al eenvoudiger hebben dan een ander om zichzelf te onderzoeken en te beoordelen. Toch denk ik dat het voor niemand eenvoudig is en ik stel mezelf zelfs een grote vraag ofdat we dit wel in alle eerlijkheid kunnen. Het is dan goed wanneer we zo een verhaal verteld krijgen waarin we onszelf kunnen terug vinden en door iemand anders te beoordelen in ons eigen hart kijken.

Eerlijkheids halve moet ik zeggen dat de gelijkenis mij niet helemaal bekend overkwam. Doch toen ik een onderwerp aan het zoeken was voor deze morgen leek het mij een zeer geschikt gedeelte. Ik hoop / bid dan ook dat dit zo mag overkomen.


De gelijkenis stelt twee soorten mensen voor. Sommigen, die blijken beter te zijn dan wij wel zouden denken en andere die helemaal niet zijn zoals zij wel beweren te zijn.
Twee verschillende soorten mensen, beide kinderen van één en dezelfde vader. Er is hier geen onderscheid dat de één beter is opgevoed dan de ander, dat de één rijker is dan de ander, dat de één een slechte vader had en de andere niet. Neen zij waren beiden opgevoed door de zelfde vader. En toch zien we hier dat er een enorm verschil ligt tussen de karakters van deze twee kinderen. Maar eigenlijk is dit niet zo vreemd voor ons, zij die kinderen hebben zullen zelf wel kunnen getuigen dat de karakters verschillen ondanks dezelfde opvoeding. Ook ik kan dat getuigen, mijn zonen zijn twee toffe kerels maar hebben beide een volledig ander karakter ondanks dat zij dezelfde ouders hebben. Ik ga er wel direkt aan toevoegen dat ik dit apprecier en zeker geen onderscheid maak in de verschillen, wat ik wel zal doen uit het verhaal dat we gelezen hebben. De bedoeling is hier wel dat we onszelf gaan afspiegelen als kinderen van die ene Vader. Alle met ons eigen verlangens, handelingen en gedachten.

Laat ons dan ook nog een keer terug gaan in de tijd toen Jezus dit verhaal verteld, waar het een voorrecht was wanneer je voor je vader mocht werken. De vader beval niet zomaar een werk, zij mochten gaan werken in de wijngaard. Voor ons natuurlijk moeilijk te bevatten om daar iets luxueus in terug te vinden, wanneer je die prachtige plantages kunt bewonderen zoals in Frankrijk of Duitsland, Zwitserland, Italie en waarschijnlijk nog wel vele andere landen. Dan trekt me dat werk helemaal niet aan. Toch was het toen en ook vandaag nog, maar in mindere mate, een symbool van rijkheid. Maar wanneer de Bijbel hier over spreekt heeft deze wijngaard nog een heel andere betekenis. In Johannes 15:1 staat er : “ Ik (Jezus) ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman.” Een beetje verder in vers 5 staat er dat wij de ranken zijn. De wijngaard bestaat uit ons, als mensen en indien wij de opdracht krijgen om hier te mogen werken, betekent dit dat wij bezig moeten zijn met de taken van de Heer. Het is een voorrecht om te mogen werken in de wijngaard van onze God.

De vader dan vraagt aan de tweede zoon om vandaag in de wijngaard te gaan werken. Het antwoord dat hij krijgt is koud en rechtdoor : Ik wil niet ! Als vader zie je dit dan voor je. Je geeft een opdracht aan je kind, waar je alleen maar het goede mee voor hebt en dan zonder blikken of blozen weigert dat kind. Wij zouden zeggen : om door de grond te zakken. Wat een onbeschaamdheid.
Het kind hier in Matteüs 21, krijgt een prachtige opdracht om te mogen werken in wijngaard van zijn vader en hij weigert dat, wat was zijn beweegreden hiervoor ?
Is het niet zo dat we van ons gemak houden dat wij niet willen werken, wij willen leven in de wereld. Een wereld die wij zelf opbouwen en waarin ‘ik’ centraal staat. Wij houden niet van werken ! Ons hart is meer gesteld op onze eigen akkers dan op de wijngaard van onze vader. Dit is misschien een mooie poëtische zin, maar bedroevend.
God roept ons, maar wij hebben de onbeschaamdheid om Hem te antwoorden : « Ik wil niet ». De wereld heeft ons zo in zijn ban dat wij deze niet kunnen lossen. De wereld zuigt, slorpt ons op. Ik moet denken aan het verhaal van de verloren zoon. Iedereen kent dit wel. Ook die zoon moest werken voor zijn vader maar verkiest het avontuur en verlaat het huis van zijn vader. Hij stapt in de wereld. Soms kan die heel onschuldig lijken en bijna niet te onderscheiden van onze christelijke wandel, soms lijkt het wel een volledige provocatie met wat het evangelie te vertellen heeft. Zelf vind ik bijvoorbeeld sommige muziek video clips die gemaakt worden een combinatie van deze. Waarin een blijkbaar onschuldig liedje ons zo een andere boodschap te vertellen heeft.
Ik onderschat dit niet en realiseer, dat wanneer je eens mee draait met het rad, het zeer moeilijk moet zijn om er uit te springen. Wij worden als het ware elke dag opnieuw gehersenspoeld. En wanneer God ons dan roept om voor Hem te werken, dan zeggen we “Ik wil niet”. Ik hang nog zo vast aan die wereld, ik kan niet.
Maar de verloren zoon moet ook toegeven dat de wereld dat niet bied wat het beloofd te hebben. Alle uitspattingen en geneugten kunnen dat innerlijke van de mens niet geven wat het nodig heeft. En dat kloppen aan die deur gaat verder. Sommige gieten er dan nog meer alcohol boven op andere gaan nog een andere toer op, maar sommige openen de deur en gaan terug naar hun vaders huis. Net als met de verloren zoon, ook hij gaat terug naar zijn vader en we weten dan allemaal dat hij daar met open armen ontvangen is.
Ook het tweede kind hier in ons verhaal krijgt berouw van zijn weigering en gaat toch werken voor zijn vader. Wat een vreugde ! Ondanks het verleden, zijn we nu tollenaar geweest of een hoer, wat een vreugde wanneer we bereid zijn om te werken in de wijngaard van onze Vader.
Als mens is dit moeilijk of niet te verstaan. Wij hebben onze God ontgoocheld teleur gesteld door te weigeren voor hem te werken. Wij zijn onze eigen gang gegaan, wij hebben gedaan wat wij dachten dat goed was. Toen we besefte dat we op een volledige verkeerd spoor zaten hebben wij berouw gekregen en onze God heeft de deur opengedaan en ons binnen gelaten. Dit is het Evangelie, dit is genade.


Getuigenis Jef
Getuigenis Rita (Bethesda)

In het bijbel gedeelte dat wij gelezen hebben is er nog een ander kind waarvan we nog niet gesproken hebben, het eerste waar de vraag aan gesteld word : “ga en werk vandaag in de wijngaard”. Een heel respectvol antwoord wordt er gegeven. “Ja, heer”. Weet je nog dat tweede kind, dat antwoord met « ik wil niet » en deze nu met alle respect zijn vader heer noemt en bevestigd in zijn vraag. Indien we enkel deze tekst moesten hebben en dan zouden vragen : “wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan?” We zouden een heel ander antwoord geven.
En dikwijls is dit nu ook juist het moeilijke, wij weten niet altijd wat er van binnen schuilt. - Farizeeërs mooi en respectvol langs buiten maar van binnen donker. Een beetje verder schrijft Matteüs : “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, gij huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting.”
Onnodig te zeggen dat het veel moeilijker zal zijn om deze mensen te benaderen met het Evangelie en dat het voor hen ook veel moeilijker zal zijn om zich over te geven aan hun Heer. Wat weerhoud hun om de ware keuze te maken, is het ook de wereld die roept of is het de traditie. Het opervlakige, net zoals we in verschillende andere godsdiensten duidelijk kunnen zien dat de symboliek meer waarde heeft dan het ware geloof. Ik geloof dat wij als evangelische christenen hier ook moeten over waken, dat we niet vervallen in een routine maar dat we steeds mogen weten zoals Paulus schrijft :
“Want vroeger waren ook wij verdwaasd, ongehoorzaam, dwalende, verslaafd aan velerlei begeerten en zingenot, levende in boosheid en nijd, hatelijk en elkander hatende. Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest, die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door zijn genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de hope des eeuwigen levens.”

We hebben reeds een antwoord gekregen op de vraag “Wie van de twee heeft de wil van zijn vader gedaan ?” Een nieuwe vraag kan zijn “bij welke groep hoor ik ?”.

Graag wil ik deze morgen besluiten met een stukje uit de Psalmen.
Psalm 40 : 1-4
“Vurig verwachtte ik de Here; toen neigde Hij Zich tot mij en hoorde mijn hulpgeroep, Hij trok mij op uit de kuil van het verderf, uit het slijk van de modderpoel; Hij telde mijn voeten op een rots, mijn schreden maakte Hij vast, Hij gaf mij een nieuw lied in de mond, een lofzang aan onze God. Mogen velen het zien en vrezen, en op de Here vertrouwen. »



Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

3/2001