|
|
WAT WILT GIJ? DAT IK U DOEN ZAL?
|
INLEIDING Zodra ik wist dat ik het voorrecht zou hebben om de eerste prediking van 2004 te bezorgen, vielen de woorden van de geweldige uitnodiging van de Heer aan blinde Bartimeüs, in mijn gedachten: "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?". Wat een heerlijke uitnodiging van de Heer om het nieuwe jaar mee te beginnen! Precies een vraag uit een sprookjesverhaal! Maar Jezus is geen sprookje. En het leven van blinde Bartimeüs tot op de dag waarop dit verhaal plaatsvindt was zeker ook alles behalve sprookjesachtig! "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?" Wat zouden u en ik vragen? Het groot lot? Een nieuwe woning? Een nieuwe baan? Een nieuwe relatie? Of, met het oog op de autosalon: een nieuwe auto? Misschien zouden wij iets "geestelijkers" vragen: vergeving voor, en/of overwinning over één of andere zonde; genezing, bevrijding, de bekering van een familielid of een vriend. "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?" Voordat wij echter verder gaan met het bedenken van ons persoonlijk antwoord, laten wij ons er eerst even over buigen wat wij zouden moeten doen opdat Jezus zulk een uitnodiging ook aan ons zou geven! 1. BARTIMEÜS Het is niet moeilijk om erachter te komen waarom Bartimeüs zijn uitnodiging ontvangt. Hij hoort dat Jezus voorbijgaat en hij roept Hem aan! Willen wij iets van de Heer ontvangen, dan moeten wij Hem ook aanroepen! Niet zomaar, maar zoals Bartimeüs: v.47 "Zoon van David, Jezus": met de erkenning dat Jezus de "Zoon van David" is (een Joodse titel voor de Messias); en "heb medelijden met mij!" - geen eisen, geen staan op rechten of verdiensten, gewoon ootmoedig en nederig vragen om medelijden: "Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!". 2. ANDEREN Zodra Bartimeüs Jezus aanroept, krijgt hij tegenwind: v.48 "velen (niet slechts een enkeling!) bestraften hem, opdat hij zwijgen zou.". Hebt u bemerkt hoe dikwijls anderen beter menen te weten wat goed voor ons is dan wij zelf - zeker op het gebied van het geloof? Mensen in de schare denken dat het beter is dat Bartimeüs niet tot Jezus roept. Jezus heeft het veel te druk om Zich bezig te houden met uitschot zoals een blinde bedelaar. Jezus zal Bartimeüs zeker niet willen genezen. "Velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou." Hoe dikwijls en hoe gemakkelijk laten wij ons doen en laten, zelfs ons geestelijk leven, beïnvloeden - zelfs bepàlen - door anderen. Zijn er mensen hier zoals Bartimeüs? U roept Jezus aan, maar anderen proberen u te doen zwijgen? U wilt u tot Christus bekeren, maar uw vrienden waarschuwen tegen godsdienstige fanatisme en raden u aan om er eerst goed over na te denken. U wilt u in het water laten dopen, maar anderen raden u aan om daarmee te wachten omdat u volgens hen nog er niet klaar voor bent. U wilt van de Heer getuigen tegen uw familie en uw vrienden maar u laat u tegenhouden door verlegenheid of door schrik om uitgelachen te worden. U wilt een woord van profetie of in tongen in de gemeente uitspreken, maar u aarzelt omdat u niet zeker bent dat de broeders en zusters zullen aannemen dat het van God komt. U wilt voor u laten bidden, maar u durft er niet om vragen of ervoor naar voren te komen. U wilt de Heer dienen, en een bediening of een taak in de gemeente en in Gods Koninkrijk aan en opnemen, maar u durft het niet aan, wegens minderwaardigheidsgevoelens of vrees voor kritiek. "Velen bestraften (Bartimeüs), opdat hij zwijgen zou.". 3. KANSEN NIET LATEN VOORBIJGAAN Bartimeüs: naar wie gaat u luisteren? Naar de velen die u bestraffen en die u het zwijgen willen opleggen; naar de velen die u willen beletten om Jezus aan te roepen; naar de velen die u willen verhinderen om Gods plan voor uw leven te vervullen; naar de velen die u hùn raad en hùn mening en hùn opinie willen opleggen? Of naar de stem van uw eigen hart; het verlangen van uw eigen ziel; het geloof dat Gods Heilige Geest in uw geest gelegd heeft, dat Jezus Christus de Messias is en dat Hij medelijden met u, slechts een blinde bedelaar, heeft? Bartimeüs: wat u nu, op dit moment besluit, is van cruciaal belang. Want Jezus gaat nù voorbij. Uw kans is nù! U weet het weliswaar niet, Bartimeüs, maar dit is eigenlijk uw laatste kans, uw énige kans! Straks is het definitief te laat, althans voor u persoonlijk. Want Jezus zal Jericho nooit meer bezoeken. Hij zal u nooit meer voorbijgaan. Dit is Zijn allerlaatste bezoek aan Jericho, die Hij nu voor de laatste keer doortrekt, op weg naar Jeruzalem, waar Hij over een kleine week zal worden gekruisigd. Dus, Bartimeüs: aarzel - en uw kans op een wonder zal verkeken zijn. Bartimeüs aarzelt echter niet; hij besluit; hij laat zijn kans niet voorbijgaan; hij laat Jezus niet voorbijgaan. Integendeel: v.48 "velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou. Doch hij riep des te meer: Zoon van David, heb medelijden met mij!". Het kan Bartimeüs niet schelen wat anderen van hem denken of zeggen; niemand gaat hèm beletten om tot Jezus te roepen. Hij blijft roepen, hij volhardt in zijn smeekgeroep - hoe meer zij hem het zwijgen willen opleggen, hoe meer en hoe luider hij Jezus aanroept! 4. JEZUS STOND STIL V.49 "En Jezus stond stil". Jezus hoort het hulpgeroep van arme, blinde, achteruit gestoken verschoppeling Bartimeüs. Jezus hoort elk smeekgebed. Koning David zong: Ps.4:3 "de Here hoort als ik tot Hem roep."; 18:6 "Toen het mij bang te moede was, riep ik de Here aan, tot mijn God riep ik om hulp. Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis, mijn hulpgeroep tot Hem drong door in zijn oren."; 34:15 "De ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en zijn oren tot hun hulpgeroep"; de profeet Jesaja belooft: 59:1 "Zie, de hand des Heren is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen". Laten wij a.u.b. nooit denken dat God onze gebeden niet hoort. Jezus hoorde de stem van blinde Bartimeüs en Hij hoort uw stem en mijn stem wanneer wij uit onze nood tot Hem roepen. En wanneer de Heer ons hulpgeroep hoort, staat Hij voor u en voor mij ook stil. Jezus ging blinde Bartimeüs niet voorbij toen hij Hem aanriep, en Hij gaat u en mij ook nooit voorbij wanneer wij Hem met ónze noden aanroepen. Jezus is nooit onverschillig tegenover hulpgeroep: Mt.9:36 "Toen Hij de scharen zag, werd Hij met ontferming over hen bewogen, daar zij voortgejaagd en afgemat waren, als schapen die geen herder hebben.". 5. JEZUS ROEPT BARTIMEÜS V.49 "Jezus stond stil en zeide: Roept hem." Daarnet riep Bartimeüs Jezus; nu roept Jezus Bartimeüs. De Heer laat een bidder nooit staan! Hij belooft: Ps.91:15 "Roept hij Mij aan, Ik zal hem antwoorden; Ik zal in de benauwdheid bij hem zijn, Ik zal hem uitredden en tot ere brengen."; Jes.58:9 "Als gij dan roept, zal de Here antwoorden; als gij om hulp roept, zal Hij zeggen: Hier ben Ik."; Jer.33:3 "Roep tot Mij en Ik zal u antwoorden en u grote, ondoorgrondelijke dingen verkondigen, waarvan gij niet weet.". Niet alleen laat Bartimeüs zich door anderen niet weerhouden; Jezus ook niet! Jezus let ook niet op wat anderen voor Bartimeüs willen of wat anderen van Bartimeüs zeggen: v.49 "Jezus stond stil en zeide: Roept hem. En zij riepen de blinde en zeiden tot hem: Houd moed, sta op, Hij roept u.". Wat een streling zijn deze woorden in de oren van blinde Bartimeüs. Hij kan niet zien, maar hij kan wel horen. En deze woorden zijn de mooiste, hoopvolste woorden die hij ooit in zijn leven heeft gehoord: "Houd moed, sta op, Hij roept u.". Ze moeten het Bartimeüs geen twee keren zeggen; hij heeft geen langgerekte, aandringende oproep nodig om hem te overtuigen om tot Jezus te komen; geen uitnodiging met zachte achtergrondsfeermuziek om zijn emoties te bespelen: "Houd moed, sta op, Hij roept u." V.50 "Toen wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus." - niet gemakkelijk als men blind is … "Toen wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus." - niet er eerst goed, lang over nadenken en pas dan komen; niet eerst familie en vrienden raadplegen vooraleer te beslissen: "Toen (onmiddellijk, zodra hij Jezus' uitnodiging hoorde) wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus." Broeders, zusters, vanmorgen roept Jezus u en mij! Jezus roept zondaars: Jes.1:18 "Komt toch en laat ons tezamen richten, zegt de Here; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.". Jezus roept behoeftigen: Jes.55:1 "O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk." Jezus roept vermoeiden en belastten: Mt.11:28 "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." Jezus roept tot bekering en tot waterdoop: Hand.2:38 "Bekeert u en een ieder van u late zich dopen"; Jezus roept om Hem te volgen en Hem te dienen: Mt.4:19 "Komt achter Mij en ik zal u vissers van mensen maken."; 16:24 "Jezus zeide tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij."; Joh.12:26 "Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren." 6. BARTIMEUS KOMT TOT JEZUS "Toen wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus." Moeilijk voor een blinde, maar Bartimeüs moet toch zèlf komen. God heeft geen kleinkinderen. Wij kunnen geen vergeving ontvangen voor elkaars zonden; wij kunnen geen genezing ontvangen voor elkaars ziekten; wij kunnen niet in elkaars plaats worden bevrijd. De hemel is geen tweedehandszaak. Iedereen moet zelf komen. En Bartimeüs moet ook zelf tot Jezus komen, hoe moeilijk het voor hem ook zij, wat het hem ook kost. Maar zodra hij Jezus' uitnodiging kreeg: "Toen wierp hij zijn mantel af". Bartimeüs werpt zijn zware, zwarte geitenhaarmantel af, die zijn tred zou vertragen; hij wil zo snel mogelijk bij Jezus komen. Dragen wij een "geitenhaarmantel" - iets wat ons vertraagt of zelfs verhindert om tot Jezus te komen? Een zonde? Een twijfel? Iets uit het verleden? Vrees voor wat anderen zouden denken? De jonge David wierp Sauls wapenrusting af, want de konings menselijke wapenrusting zou hem beletten om de reus Goliat door het geloof te verslaan (1 Sam.17:39). Nehemia liet zich niet tegenhouden door de mantel van vijandelijke tegenstand bij het herbouwen van de muur van Jeruzalem. De mantel van ongeloof van de bewoners van Nazaret beletten Jezus om daar veel wonderen te doen (Mt.13:58). De mantel van aardse weelde belette de rijke jongeling om Jezus te volgen (Mt.19:22). Maar Bartimeüs wierp zijn mantel af. De Hebreeënbrief bemoedigt: Hebr.12:1 "laten wij … afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat". Bartimeüs "sprong op". Geen aarzeling, geen afwachten, geen lang, overwogen nadenken: hij "sprong op". Hij slentert niet op zijn gemak naar Jezus toe, op zijn tijd, wanneer het hem best uitkomt. Neen: hij springt op! Een directe, onmiddellijke reactie op Jezus' uitnodiging: "Toen wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus.". 7. WAT WILT GIJ, DAT IK U DOEN ZAL? V.51 "En Jezus … zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? De blinde zeide tot Hem: Rabboeni, dat ik ziende worde!" "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?". Sommige mensen weten nooit wat ze willen. Als u ze vraagt: "koffie of thee?", antwoorden ze: "het is mij eender"! Jezus wil graag weten precies wat wij van Hem willen: "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?". Sommige christenen zijn even vaag in hun bidden als Bartimeüs aanvankelijk: "Heer, heb medelijden met mij", of "Heer, zegen mij", of "Heer, help mij", of "Heer, geef mij wat ik nodig heb". Ik ben wellicht beroepsmisvormd, maar wanneer ik dergelijke gebeden hoor, hoop ik dat God weet wat de bidder wil, want zijn gebed is mij alleszins niet duidelijk. Wij zouden wellicht veel van kinderen kunnen leren op dit gebied. Kinderen bidden altijd zeer gericht. Een 5-jarige bad: "Heer, probeer a.u.b. om vitaminen en calorieën in snoep en crème-glace te doen, in plaats van in spinazie en wortelen!". Een moeder hoorde haar zoonlief bidden: "Onze Vader die in de hemelen zijt, uw naam worde geheiligd; uw Koninkrijk kome; uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde. Geef ons heden onze dagelijkse snoep". Toen zijn moeder hem corrigeerde, antwoordde hij: "Neen; dagelijks brood krijg ik al, dagelijks snoep wil ik!". Of wat dacht u van het avondgebed van een klein meisje: "Heer, zegen Mama en Papa, en broertje. Maar Heer, zorg toch ook goed voor Uzelf; want als U iets overkomt, zitten we allemaal in de puree!"! "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?" Wat zouden u en ik de Heer antwoorden. Bartimeüs hoeft geen seconde na te denken. Hij weet heel goed wat hij wil. Hij draait niet rond de pot. Hij antwoordt onmiddellijk: "Rabboeni, dat ik ziende worde!". Bartimeüs schroomt zich niet om de Heer precies te zeggen wat Hij wil! CONCLUSIE "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? Rabboeni, dat ik ziende worde! Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende en volgde Hem op de weg." "Uw geloof heeft u behouden." Niet Jezus' geloof - wat wij van God ontvangen hangt nooit af van Jezus' geloof. Het hangt af van ons geloof. Geloof is niet alleen een hoop, niet slechts een gevoel. Geloof is niet slechts een naamwoord. Geloven is een werkwoord! Zoals "Het Boek" Hebr.11:1 vertaalt: "Wat is geloof? Het is de absolute zekerheid dat onze hoop ook werkelijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.". Bijbels geloof gelooft niet alleen dat Jezus de Zoon van God is, Die te Bethlehem geboren werd, op Golgotha stierf en drie dagen later uit de dood opstond. Bijbels geloof gelooft niet alleen dat Jezus zonden kàn vergeven, en eeuwig leven kàn schenken. Bijbels geloof gelooft niet alleen dat Jezus kàn genezen en bevrijden en overwinning en oplossing kàn geven. Bijbels geloof roept Jezus aan, laat zich door niets weerhouden, springt op, werpt alle hindernissen af, en komt tot Jezus. En wanneer Jezus dít geloof ziet - geloof dat bewijst dat het gelooft, staat Jezus stil en antwoordt: "Ga heen, uw geloof heeft u behouden.". "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?" Wat willen u en ik dat de Heer voor ons doen zal? "Rabboeni, dat ik ziende worde!" - dat ik niet langer geestelijk blind blijf, zodat ik Uw weg en Uw wil voor mijn leven kan zien en begrijpen. "Rabboeni, dat ik ziende worde!" - dat ik mijn leven en mijn zonde en mijn nood zie zoals U die ziet. "Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?" Iets voor onszelf, of iets voor een ander? Wat Jezus tweeduizend jaren geleden te Jericho voor blinde Bartimeüs deed, wil Hij hier vanmorgen voor ons doen, want: Hebr.13:8 "Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid."; en Rom.2:11 "er is geen aanzien des persoons bij God."; 1:16 "het evangelie … is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft"; en 10:13 "al wie de naam des Heren aanroept, zal behouden worden.". Mag ik u uitnodigen vanmorgen om de Heer te vertellen wat er op uw hart ligt - uw verlangens, uw wensen - wat u wilt dat Hij voor u doet. Jezus belooft gebedsverhoring aan iedere oprechte, gelovige bidder: Mt.7:7-8 "Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. 8 Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden."; Mt.21:22 "al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen."; Joh.14:13 "Wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen"; 15:7 "Indien gij in Mij blijft en Mijn Woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.". De duivel zet zijn krachtigste kanonnen in om u te weerhouden. Scharen van stemmen uit de hel trachten u te ontmoedigen: "u bent te verlegen"; "dit is niet voor u"; of "dit is nu, of nóg niet het moment voor u"; "u hebt het al geprobeerd, u hebt er al voor gebeden, u hebt zelfs al voor u laten bidden; het lukte niet in het verleden, het zal vandaag ook niet lukken" ... Maar tegenover de ontmoediging van de satan, staat de bemoediging van de Heer: "Houd moed, sta op, Hij roept u." Koning David zong: 1 Kr.16:11 "Vraagt naar de Here en zijn sterkte.". De apostel Paulus schreef: Fil.4:6 "laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.". Jezus Zelf nodigt uit: Mt.7:7-8 "Bidt en u zal gegeven worden; zoekt en gij zult vinden; klopt en u zal opengedaan worden. 8 Want een ieder, die bidt, ontvangt, en wie zoekt, vindt, en wie klopt, hem zal opengedaan worden.". Wie volgt het voorbeeld van Bartimeüs vanmorgen: "Toen wierp hij zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus."? |
|
1/2004 |