Bijbel

Preken uit Marcus

Marcus 10:17-22

Eén ding ontbreekt u

(Marcus 10:17-22)

Marc.10:21b "Één ding ontbreekt u"

INLEIDING
Hebt u bemerkt in de Bijbel hoe dikwijls slechts één ding een situatie helemaal verandert? B.v. één gebaar: Ex.14:16 "(Mozes) hef uw staf op … dan zullen de Israëlieten midden door de zee kunnen gaan op het droge."; één woord: Luc.7:7 "spreek slechts één woord en mijn knecht moet herstellen."; één gebed: Jac.5:17 "Elia was slechts een mens zoals wij en hij bad één gebed, dat het niet regenen zou, en het regende niet op het land, drie jaar en zes maanden lang". Ondanks wat het ons dikwijls lijkt, is er vaak slechts één ding bij ons nodig om zonde in vergeving te veranderen, ziekte in genezing, gebondenheid in bevrijding, en nederlaag in overwinning. Mozes las een hele lijst voor van dingen die hem ongeschikt maakte om Israël uit de slavernij van Egypte te bevrijden - b.v. zijn ouderdom, zijn minderwaardigheidscomplexen, zijn spraakgebrek en zijn faalangst. Maar deze dingen stonden niet echt in de weg stond om zijn metamorfose te bewerkstelligen van mislukte vorst, bange vluchteling en gepensioneerde nomadenherder in één van de grootste bevrijders en leiders en godsmannen die deze wereld ooit gekend heeft. Nee, slechts één ding stond Gods geplande zijn transformatie van zijn leven in de weg: zijn onwil! Slechts één ding belette de discipelen om Jezus' bevel te gehoorzamen en de 5.000 te spijzigen - niet het late uur, niet de eenzame plaats, niet het feit dat zij platzak waren, en zelfs ook niet de waarheid zo groot als een koe dat vijf kruimelige broodjes en twee minuscule visjes totaal onvoldoende waren om 5.000 mannen plus vrouwen en kinderen te spijzigen. Één ding deed Jezus' discipelen stijgeren bij Jezus': ongeloof! Één ding deed Petrus beginnen zinken. Niet de wind en niet de golven want die dreigden al lang voordat hij uit het schip stapte en op het water wandelde. Één ding deed hem beginnen zinken: vrees: Mt.14:30 "toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken". Zulke "één ding" voorbeelden staan overal in de Bijbel. Ik heb er drie van uit gekozen die ons tonen hoe wij zo'n "één ding" uit ons leven kunnen wegruimen.

1. "ÉÉN DING ONTBREEKT U … GEEF"
Het eerste voorbeeld, het verhaal van de rijke jongeling dat ik daarnet voorlas, was blijkbaar zo goed bekend en heeft blijkbaar zo'n grote indruk gemaakt dat drie van de vier evangelisten het verhalen. Hij is jong rijk, gelovig en vroom. Zijn lichaam is fit en gezond, zijn spaarboek is goed gespekt en hij geniet van een uitstekende reputatie als heilig boontje in zijn dorp in de buurt van Jericho. Toch ontbreekt er iets in zijn leven. Proeft u ook de leegte in zijn hart wanneer u v.17 leest: "hij liep op (Jezus) toe, viel op de knieën en vroeg Hem: Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?"? Onze ziel wordt nooit bevredigd door gezondheid, geld en godsdienst. Koning David, die ook gezond, rijk en godsdienstig was, zong in Ps.63:1 "Gij zijt mijn God, U zoek ik, mijn ziel dorst naar U", en zoals één van onze favoriete liederen Ps.41:2 weergeeft: "Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U" . Hoe ijverig wij ook proberen om onze ziel met lichamelijke fitness, materiële bezittingen en zelfgenoegzame godsdienstige vroomheid te bevredigen, en hoezeer wij proberen onszelf te overtuigen dat dergelijke dingen ons gelukkig maken, wat onze ziel vervult, en wat de rijke jongeling nodig had, is niet gezondheid, geld en godsdienst, maar God! "Als een hert dat verlangt naar water, zo verlangt mijn ziel naar U. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U. U alleen bent mijn kracht, mijn schild. Aan U alleen geef ik mij geheel. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U. Ik wil U meer dan goud of zilver. Alleen U vervult mijn hart. U alleen geeft mij vreugd' en vrede, U alleen geeft troost in smart. U alleen bent mijn kracht, mijn schild. Aan U alleen geef ik mij geheel. U alleen kunt mijn hart vervullen, mijn aanbidding is voor U."

Ik recycleer een gedachte die ik een paar keren in preken gebruikte, iets dat mij treft, iedere keer dat ik het lees: v.21 "En Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief". Dit is bijna uniek. Er zijn nog slechts vier andere mensen in de Evangeliën waarover er staat dat Jezus ze lief had! Over drie daarvan zal ik het straks hebben. Niet dat de Heer anderen niet liefhad natuurlijk! De best bekende tekst in de Bijbel verkondigt dat God de hele wereld liefheeft! "Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief". Maar over in totaal slechts vijf mensen staat er in de Evangeliën dat Jezus ze persoonlijk lief had. Deze rijke jongeling is de eerste: "En Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief". In mijn verbeelding zie ik Jezus naast die jongen neerknielen, Zijn arm rond zijn schouder leggen, en bijna fluisterend tot hem zeggen: "Één ding ontbreekt u, ga heen, verkoop al wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben, en kom hier, volg Mij." - een uitnodiging - een persoonlijke uitnodiging - aan de rijke jongeling om zich bij de twaalven te voegen en discipel nr. 13 van Jezus te worden. Het volgende vers, v.22, is m.i. één van de treurigste verzen van de hele bijbel: "zijn gelaat betrok bij dat woord en hij ging bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.". "Één ding"! "Één ding" staat tussen hem en het eeuwig leven; één ding tussen hem en discipelschap; één ding tussen gelukkig meegaan en bedroefd heengaan: "Één ding ontbreekt u, ga heen, verkoop al wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben, en kom hier, volg Mij." "Één ding" dat Jezus hem vraagt om te doen; "één ding" dat Jezus hem vraagt om op te geven; "één ding" te veel: "zijn gelaat betrok bij dat woord en hij ging bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.".

Is er "één ding" in ons leven dat Jezus vraagt om op te geven - een zonde, een idée fixe, een hoogmoedige ambitie, een verkeerde relatie? "Één ding" dat tussen ons en Jezus staat; "één ding" dat onze geestelijke groei, heiliging, toewijding, overgave en discipelschap verhindert? Zoals bij Mozes: onwil om God Zijn plan voor ons leven te laten vervullen? Ongeloof, zoals bij de discipelen? Vrees, zoals Petrus? "Jezus, hem aanziende, kreeg (de rijke jongeling) lief en zeide tot hem: Één ding ontbreekt u, ga heen, verkoop al wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben, en kom hier, volg Mij." De rijke jongeling "ging bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.". Wij?

2. "ÉÉN DING DOE IK … VERGEET"
Mijn tweede voorbeeld is de apostel Paulus, die in zijn brief aan de Filippenzen schrijft: 3:14 "één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.". Wie was hier in de kerk drie weken geleden, toen ik over de genezing van de blindgeborene predikte? Hij had het ook over "één ding": Joh.9:25 "één ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan.". Ik recycleer ook iets uit het begin van die preek. Joh.9:1-2 "voorbijgaande zag (Jezus) een man, die sedert zijn geboorte blind was. 2 En zijn discipelen vroegen Hem en zeiden: Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?" De discipelen modderen in het verleden van de arme sukkelaar om te ontdekken wie de schuld draagt voor zijn handicap: "Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?". Heeft hun vraag zin? Wordt hij ziende indien zij erachter komen wie schuldig voor zijn blindheid draagt? Terwijl de discipelen peuteren in de modder van geschiedkundige schuldtoewijzing, maakt Jezus Zich klaar om de heerlijke werken Gods te openbaren: v.3 "Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.". Ik herhaal wat ik drie weken geleden zei: iemands verleden kan zijn heden verklaren, maar zijn toekomst geenszins veranderen.

Veel mensen leven in het verleden. Ik bedoel niet bejaarden zoals ik die jongeren met hun eindeloze herhaalde verhalen over de zgn. "goeie ouwe tijd" vervelen. Ik bedoel mensen die in het verleden leven in de zin dat hun verleden hun heden bewolkt, of, in sommige gevallen, bepaalt! Mensen die iets naars tegenkwamen, mensen die onrecht leden, mensen die gebruikt of misbruikt werden - iets dat zij zulk een weerslag op hun leven heeft gehad dat zij er nooit overheen geraakt zijn. Dit komt ook bij gelovigen voor - christenen die bitter zijn of haat dragen; christenen die weigeren om te vergeven; christenen die door iets uit hun verleden vastgehouden worden, of die zelf iets uit hun verleden vasthouden dat hun geloof beperkt, hun vrijheid begrenst, hun geestelijke groei verhindert en de vooruitgang van Gods volmaakt plan voor hun leven belemmert. Dit alles zou in principe niet mogen, want 2 Cor.5:17 verklaart: "wie in Christus is (is) een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.". "Het Boek" is nóg duidelijker: "Als u christen wordt, wordt u van binnen helemaal nieuw. U bent als het ware opnieuw door God geschapen. Er is een heel nieuw leven begonnen.". De Rooms-Katolieke Petrus Canisiusvertaling is mogelijk nóg duidelijker: "zo iemand in Christus is, dan is hij een nieuw schepsel; het oude is voorbij, zie het nieuwe is daar." Het oude dus voltooid verleden tijd! Is de Bijbel waar? De ganse Bijbel? Elk boek van de Bijbel? Elk vers in de Bijbel? Hoe komt het dan dat deze heerlijke tekst een leugen schijnt te zijn bij zoveel van ons? De praktijk van ons leven klopt gewoon niet met wat Paulus hier schrijft. Waarom? Omdat wij ons verleden niet achterlaten? Omdat wij ons verleden niet willen achterlaten? Of omdat zij ons verleden niet kunnen achterlaten?

Waarom niet? Soms hebben wij een probleem met vergeving. Wij willen of kunnen niet vergeven. Het is niet mijn bedoeling om op iemands tenen te trappen. Een preek mag nooit opzettelijk misbruikt worden om op iemands persoonlijke tenen te trappen - zelfs niet bij broeders en zusters die erg lange tenen hebben! Maar de Heilige Geest trapt soms wel opzettelijk op de tenen van Gods kinderen. Daarom, indien hetgeen ik nu ga zeggen diepe wonden bij u openrijt, scheld mij a.u.b. niet uit, maar laat de Heilige Geest uw wonden reinigen en helen. De woorden van de Heer Jezus die ik ga voorlezen, waarschuwen dat als wij niet vergeven, onze positie vóór God zeer precair is: Mt.6:14-15 "indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven.". Moeilijk, hé? Het wordt nog moeilijker: Mt.5:44 "Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen"; 5:23-24 "Wanneer gij dan uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat uw gave daar, voor het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.". Jezus zegt dat wij moeten vergeven, en dat het initiatief om iets in orde te maken niet moet uitgaan van de schuldige die ons aanviel en die ons kwetste, maar van ons! Als u tegen mijn been stampt, moet ik niet hoogmoedig wachten totdat u om vergeving komt kruipen; ik moet zelf naar u toestappen en u spontaan vergeving schenken!

David Powell was bijna 2 m lang, en, volgens sommigen, bijna even veel rond. Toen ik hem leerde kennen had zijn voorgangerschap van een grote Pinkstergemeente te Rotherham, in het Noorden van Engeland, bijna even lang geduurd als het mijne in Antwerpen. Hij was echter niet alleen een grote man, hij was ook een grote man Gods. In de jaren zeventig was het verschillende keren mijn voorrecht om door br. Powell te worden uitgenodigd om in Rotherham te prediken. Hun zondagdienst begon om 10u.30 maar de kerk was al open vanaf 8 uur, voor gebed. Br. Powell verwachtte dat zijn gastsprekers hem op het podium zouden vergezellen tijdens die tijd van biddende voorbereiding. En zo gebeurde het dat ik op een zondagmorgen vóór de dienst naast hem neerknielde op het podium. Aan de rand van het podium stond een reling - een soort balustrade. Omdat br. Powell zo groot was, kon hij knielen en zijn ellebogen op die reling rusten. Één voor één druppelden mensen de kerk binnen. Iedere keer dat de deur openging, keek br. Powell uit één oog om te zien wie de kerk binnentrad. Rond 9 uur kwam een man binnen die ongeveer in de helft van de zaal ging zitten en zijn hoofd in stil gebed boog. Na een minuut of vijf zag ik br. Powell het podium verlaten, met zijn Bijbel onder zijn arm, naast die man gaan zitten en hem iets in zijn oor fluisteren. De man antwoordde, eveneens fluisterend. Br. Powell opende zijn Bijbel en las iets voor, waarop de man rechtstond en de kerk verliet. Br. Powell kwam terug naast mij op het podium knielen, en fluisterde in mijn oor wat er gebeurd was. Hij vertelde dat hij altijd keek naar wie binnen kwam zodat hij voor die broeder of zuster kon bidden. En dat toen hij voor die man bad, de Heer hem openbaarde dat hij grote ruzie met zijn vrouw had gemaakt voordat hij naar de kerk was gekomen. Br. Powell was hem dus gaan zeggen dat hij het vóór het avondmaal in orde moest maken, waarop de man geprotesteerd had dat het niet aan hem lag om het in orde te maken, want zijn vrouw had ongelijk en zij was met de ruzie begonnen. Hij was wel bereid om haar te vergeven, maar zij moest daar wel eerst om vragen. Br. Powell had hem Mt.5:23-24 voorgelezen: "Wanneer gij … uw gave brengt naar het altaar en u daar herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, 24 laat uw gave daar, voor het altaar, en ga eerst heen, verzoen u met uw broeder en kom en offer daarna uw gave.". Juist vóór de aanvang van de dienst zag ik de man terug binnenkomen, hand in hand met zijn vrouw, beide met rode ogen!

Broeders en zusters: vergeving is de grootste helende kracht in de hele wereld! Vergeven brengt geweldige bevrijding, niet altijd aan de persoon die vergeven wordt, maar wel altijd aan de persoon die vergeeft! Tijdens mijn vroege tienerjaren heeft een vriend van mijn vader, die af en toe bij ons kwam logeren, mij iets verschrikkelijks aangedaan. Niemand wist het, maar in mijn hart verachtte en haatte ik hem daarom. Toen ik 15 jaar was, is de Heer Jezus in mijn leven gekomen en heeft God mij met Zijn Heilige Geest gedoopt. Er veranderde veel in mijn leven. God werd werkelijkheid. Gods Woord werd werkelijkheid. Ik kreeg een nieuwe vriendenkring. Ik maakte (bijna) geen ruzie meer met mijn zussen! Mijn "oude" was voorbij en "het nieuwe" was in mijn leven gekomen. Behalve wanneer de vriend van mijn vader op bezoek kwam. Ik kon en wou niet vergeten wat hij mij had aangedaan en ik kon en wou hem niet vergeven. En telkens wanneer hij kwam logeren, kreeg mijn geestelijk leven een zware klap. Ik wou, en kon, niet meer bidden; ik wou, en kon, de Bijbel niet meer lezen. Want het zien van die man reten de wonden van wat hij mij had aangedaan telkens weer open en mijn gedachten werden telkens weer vervuld met wrevel en wrok.

Deze toestand heeft jaren lang aangesleept. Gelukkig kwam ik in België wonen, waardoor mijn contacten met hem min of meer tot jaarlijkse kerstkaarten herleid werden. Maar mijn pijn en mijn bitterheid doken ieder jaar weer op zodra ik zijn Kerstkaart bij mijn post merkte. Tot op een zaterdagavond, bij de voorbereiding van een prediking over vergeving voor de gemeente te Lier, waar ik toen voorganger was. Ik was volop bezig om passende bijbelteksten in mijn preeknota's te schrijven - inclusief "indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook uw Vader uw overtredingen niet vergeven." èn "Wanneer gij … u … herinnert, dat uw broeder iets tegen u heeft, … ga eerst heen, verzoen u met uw broeder". Toen ik de woorden van deze tekst in mijn preeknota's overschreef, sloegen zij als een bom bij mij in. De Heilige Geest liet mij zien wat een huichelaar ik was. Ik ging over vergeving prediken - de broeders en zusters in de gemeente te Lier vertellen dat zij moesten vergeven - terwijl ik zelf weigerde om de vriend van mijn vader te vergeven. Ik heb de preekvoorbereiding op zij geschoven en hem een brief geschreven, waarin ik hem vertelde dat ik hem vergaf voor wat hij mij had aangedaan, en hèm om vergeving vroeg voor de jaren lange haat die ik tegen hem had gekoesterd. De volgende dag predikte ik over vergeving met vrede in mijn hart.

Nadat ik de brief in de post gedaan had, dacht ik dat mijn probleem ten opzicht van hem definitief van de baan was. Het oude was nu zeker voorgoed voorbij en het nieuwe was nu zeker volkomen gekomen. Maar dat bleek niet het geval te zijn. De volgende kerstmis, toen ik zijn kaartje kreeg, doken de herinneringen weer op. Zij veroorzaakten gelukkig geen haatgevoelens meer, maar wel pijn in mijn ziel. Want ik moest niet alleen leren wat Paulus aan de soms wrokkige Corinthiërs schreef: "het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen."; ik moest ook leren wat hij vanuit zijn dodencel in de gevangenis te Rome aan de Filippenzen schreef: "één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.". Begrijpt u wat mijn probleem was? Hetzelfde probleem dat veel christenen hebben. Niet: vergeven, maar: vergeten! Vergeven is soms moeilijk, maar vergeven is dikwijls onmogelijk! Paulus schrijft dat vergeten zijn "één ding" is. Het "één ding" van de rijke jongelijk was wat hij moest opgeven; het "één ding" van Paulus was wat hij moest vergeten: "één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.".

"Paulus, gij schrijft dit wel, maar zelf brengt gij het niet in de praktijk! Want wanneer wij uw brieven lezen, zien wij dat gij een uitstekend geheugen hebt! Als gij 2 Cor.11 schrijft, weet gij nog te vertellen precies hoeveel keren gij de veertig-min-een slagen van de Joden ontvangen hebt; en exact hoeveel keren gij met de roede gegeseld werd, en precies hoe dikwijls gij schipbreuk geleden hebt. En als gij uw tweede brief aan Timotheüs schrijft, waarschuwt gij hem voor Alexander, de koperslager, die u zeven jaren geleden veel kwaad berokkend heeft (4:14). Dat weet gij nog allemaal heel goed hé, Paulus? Ik zou nog meer voorbeelden uit uw brieven kunnen citeren, Paulus, die bewijzen dat gij liegt wanneer gij schrijft: "Één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt …"." Liegt Paulus echt? Natuurlijk niet. Hier op aarde (en misschien ook in de hemel) kùnnen wij sommige dingen niet vergeten. Paulus ook niet! "Vergeten" in dit verband betekent niet dat wij niet meer weten wat er gebeurd is, maar dat wij de Heilige Geest onze wonden heeft genezen zodat onze herinneringen ons geen pijn meer doen. Daardoor kan ik u nu over de vriend van mijn vader spreken zonder pijn of wrevel kan vertellen en daardoor, toen ik hem verleden jaar na zoveel jaren weer ontmoette, op een feest dat mijn ouders gaven, waar hij in het restaurant uitgerekend naast mij kwam zitten, kon ik vriendelijk en gezellig met hem praten zonder enige negatieve gevoelens. Dit betekent niet dat ik vergeten heb wat hij mij bijna 50 jaren geleden aandeed. Integendeel, ik herinner het mij nog altijd heel gedetailleerd. Maar door Gods genade is alle pijn en bitterheid "vergeten".

Zijn er dingen in uw leven en uit uw verleden die u zou moeten vergeten? Dingen die, zelfs indien u ze vergeven hebt, uw leven nog altijd (zelfs zwaar) beïnvloeden? Vergeten begint met vergeven. Vergeving is een besluit (vergeten niet; vergeven wel). Als u nog niet vergeven hebt, vraagt Gods genade en kracht om te bidden voor wie u pijn of onrecht veroorzaakte, en spreek vergeving over hem of haar uit. Laar het oude werkelijk voorbij zijn; laat het nieuwe volkomen doorwerken in alle delen van uw leven, tot in het diepste van uw ziel. En volg het voorbeeld van de apostel Paulus zodat u niet blijft steken bij vergeven, maar dat u doorgaat tot vergeten - pijnlijke herinneringen bewust, besluitvol en kordaat op zij schuiven. Een heel nieuwe wereld van vrede, vreugde en vrijheid zal voor u opengaan.

3. MARTA EN MARIA
Hoe doen wij dit in de praktijk? Hoe deed de apostel Paulus het? U hebt mijn derde voorbeeld nog te goed. Een veel korter voorbeeld dan het eerste en het tweede, maar een voorbeeld dat de sleutel geeft tot de praktische uitvoering van het opgeven en het vergeten. Komt a.u.b. met mij naar een vrij groot en mooi huis in een anders nogal arm en armzalig dorpje aan de oostzijde van de Olijfberg, slechts een paar kilometer van het oude Jeruzalem. Het nog altijd stoffige dorpje heet "Bethanië" en het huis dat wij bezoeken, behoort aan een en broer en twee zussen die Jezus ook liefheeft: Lazarus, Marta en Maria. Jezus is er neergestreken met zijn twaalf hongerige discipelen en: Luc.10:40-41 (Het Boek) "Martha had het veel te druk met het klaarmaken van het eten. Op een gegeven ogenblik werd het haar teveel. Zij kwam bij Jezus staan en zei: "Here, hoe kunt U het goed vinden dat mijn zuster hier maar zit en ik al het werk moet doen! Zeg toch tegen haar dat zij mij moet helpen." 41 "Martha, Martha", antwoordde Jezus. "Wat maak je je toch druk! In het leven heb je niet zoveel nodig. Eigenlijk maar één ding. Maria heeft dat ene ontdekt". "Één ding" - het belangrijkste: Jezus voorrang geven! Dan zendt "één ding ontbreekt u … geef" ons geenszins bedroefd heen! "Als ik opzie naar Uw heiligheid, mij verbaas over Uw lief'lijkheid, dan vervagen de dingen rondom mij door Uw helder licht." Dan kan ik: "één ding (doen): vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus.". Want vanaf het ogenblik dat Jezus voorrang in ons leven heeft, kunnen wij wereldse rijkdom niet meer lief hebben dan Hem, en zijn wij: Ef.3:18-19a "dan samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is, 19 en te kennen de liefde van Christus, die de kennis (èn de pijn, èn de herinneringen, èn het verdriet, èn al het negatieve van het verleden) te boven gaat".

CONCLUSIE
Ik eindig deze prediking daar waar alle preken eindigen: aan het kruis van Golgotha. Wat is het eerste dat Jezus aan het kruis doet? Waar geeft Hij daar voorrang aan? Het eerste wat Jezus aan het kruis doet, is bidden. Gedurende de afgelopen zes uren heeft Hij zwijgend valse beschuldigingen, vreselijke folteringen en beschamende vernederingen verdragen. Maar wat Hij de afgelopen zes uren doorstaan heeft, is niets vergeleken met het onbeschrijfelijk lichamelijk, psychologisch en geestelijk lijden dat Hem gedurende de volgende zes uren te wachten staat, terwijl Hij aan het kruis hangt: de gruwelijke lichamelijke pijn van de nagels die Zijn handen en voeten doorboren, en van de doornen kroon die beekjes bloed over Zijn hoofd doen stromen; de onbeschrijfelijke psychologische pijn van de spot van Joden en Romeinen, het ongeloof van Zijn broers en zussen, het verraad, de verloochening en de ontrouw van Zijn discipelen; en het zwaard dat het hart van Zijn moeder doorboort; en de ondoorgrondelijke geestelijke pijn die zijn weerklank vindt in Zijn voorlaatste kreet: Marc.15:34 "Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?"

Het eerste wat Jezus aan het kruis doet, is bidden. Hij heeft gezwegen vóór Kajafas, Herodes en Pilatus. Jes.53:7 "Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open.". Nu wel. Jezus zwijgt niet vóór God. Integendeel, Hij bidt. Wij weten voor wie Hij bidt en wat Hij bidt: Luc.23:34 "Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.". Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, "het lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt." , kàn de zonden der wereld niet wegnemen indien er minder dan volkomen, volmaakte liefde in Zijn hart is. En Hij wil de hemel en de eeuwigheid niet ingaan met iets anders dan alleen volkomen, volmaakte liefde in Zijn hart. "Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen." "Één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt". Jezus verkiest om Zijn verleden nóch Zijn heden, nóch Zijn toekomst te laten bepalen! Hebr.12:2 "Laat ons oog daarbij alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods."

"Één ding ontbreekt u, ga heen, verkoop al wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben, en kom hier, volg Mij."; "Één ding doe ik: vergetende hetgeen achter mij ligt en mij uitstrekkende naar hetgeen voor mij ligt, jaag ik naar het doel, om de prijs der roeping Gods, die van boven is, in Christus Jezus."; "Martha, Martha", antwoordde Jezus. "Wat maak je je toch druk! In het leven heb je niet zoveel nodig. Eigenlijk maar één ding. Maria heeft dat ene ontdekt"; en, ten slotte, koning David: Ps.27:4 "Éen ding heb ik van de Here gevraagd, dit zoek ik: te verblijven in het huis des Heren al de dagen van mijn leven, om de liefelijkheid des Heren te aanschouwen, en om te onderzoeken in zijn tempel." Is er één ding in uw leven dat de Heer vraagt om op te geven, één ding dat u zou moeten vergeven en op zij schuiven, één ding dat uw geestelijke groei en vooruitgang afremt of blokkeert, één ding in de weg van vergeving, bekering, waterdoop, bevrijding overgave, toewijding of overwinning staat? Mogen wij met en voor u bidden?


Amen.

home Terug naar ONTMOETING inhoud

8/2004