Gods heerlijkheid in ons
2 Korinthiers 3:7-18

Mag ik vandaag beginnen met een zeer onvriendelijke zin : "Wij zijn allemaal ajuinen". Ik hoop dat niemand mij dit kwalijk zal nemen en hoop ook dat ik straks mij verder kan verklaren.

Zijn jullie van de week ook zo in de ban geweest van 'tennis' ? Normaal moet ik je zeggen dat sport mij niet direct aanspreekt, maar wanneer er iemand goed is uit ons eigenste België, dan ben ik mee geboeid aan het volgen. Ik sta er eigenlijk zelf versteld van hoever mijn interesse dan gaat. Ik wil dan zoveel mogelijk lezen over deze persoon, waar woont hij/zij, wat heeft hij/zij al allemaal gedaan, wat is z'n/haar palmares en gaat zo maar verder. De interesse is gewekt en wij willen ze opvullen. Nu voor mijzelf is dit een uitzondering op sport gebied, maar allicht zijn er punten in mijn leven, waar ik meer interesse voor toon dan voor andere zaken. Bij veel mensen kan dit de sport zijn, muziek of één of andere hobby. Het sterkste voorbeeld voor mij zijn nog altijd 'de pompiers'. Met welk een enthousiasme deze mensen zich storten op hun job is enorm.
Ik heb lang samengewerkt bij twee luitenants, de ene is nu gestorven en de andere is nu commandant in een naburig corps. Ik durf zeggen dat Jos, want zo heet degene die gestorven is, zijn huwelijk stuk gelopen is door de brandweer. Die man, een heel inteligent persoon, kon nog enkel spreken in brandweer taal. Zelfs op het werk had hij zijn pieper bij, zo een toestelletje waar je de oproepen mee kon horen. Eerlijk gezegd ik verstond niet wat zij daar allemaal door brabbelde, maar hij begreep dat en dat werd steeds bevestigd mijn zijn eigen commentaar en opmerkingen.
Hij mankte zelfs een beetje, doordat hij ooit eens tussen de brandladder geplet had gezeten. Als er een lege farde of er een potlood op overschot was, dan konden ze dat juist goed gebruiken in de kazerne.
De Swa, de huidige commandant in een naburig corps, met alle respect, idem dito. Ik heb hem zien studeren voor de rang die hij nu heeft. Awel mijn hoed af, dit is werkelijk universiteir niveau. Gelukkig dat die mannen tijd konden vrijmaken op hun werk. Deze mensen heb ik van heel dichtbij mogen observeren, maar ik ben er zeker van dat wanneer je in zo'n brandweer corps zou kunnen binnen kijken, je er allemaal dezelfde interesse, vurigheid, passie zult terug vinden. Kosten noch moeite worden daar gespaard.
Dit is enkel een voorbeeldje van 'pompiers', maar zo kunnen we er nog verschillende andere boven halen, zoals wij daarstraks reeds zeiden, sport, reizen, ons werk. Ik zou zeggen vul het zelf maar in wat van toepassing is in jouw leven. Misschien moet je wel meer dan één invullen.

Zolang je zulk een passie kunt ontwikkelen voor je ding zal het iets zijn waar je naar uitkijkt, naar verlangt, wat je nog verder, nog sterker wilt ontwikkelen. Zoals Walter Capiau het in zijn programma zei, " laat maar komen Grietje ". Het kan dan geen kwaad als ons bakske volgeladen wordt. Integendeel we verlangen daar vurig naar.


Laat ons Efeze eens nemen Efeze 3 : 18 ; "Zult gij dan, samen met alle heiligen, in staat zijn te vatten, hoe groot de breedte en lengte en hoogte en diepte is".
Hebben wij dezelfde passie om Christus te ondekken ? Streven wij uit alle macht om de liefde van Christus te begrijpen ? Als je goed oplet dan lezen we hier van vier dimensies terwijl we in ons mensen wereldje ons uitdrukken in drie dimensies. Het geeft de oneindbaarheid van God aan. Hij is niet te vatten of te begrijpen. Zolang wij hier op aarde zijn, zal dat zo blijven. Maar de Heer vraagt aan ons, dat wij met een volledige overgave op zoek gaan naar zijn dimensies.
Indien wij niet uit alle macht, met dezelfde gebetenheid naar de breedte, lengte, hoogte en diepte streven, zal het geloof uiteindelijk een sleur worden.
Wanneer we ons enkel houden aan de oppervlakkigheid en we doen wat we moeten doen. Hé, ik ga elke Zondag naar de kerk ! Spijtig, maar dan zullen we lauw worden, berooft van onze vurigheid.
Ik moet terug aan onze tennis ster van de week denken. Misschien zal het door een andere interesse zijn of doordat zij minder zal gaan presteren, misschien duurt het me allemaal te lang, misschien is dat binnen enkele maanden, mischien binnen enkele jaren, maar ik ben er zeker van, er zal een moment komen dat mijn enthousiasme zal verminderen, ik zal dan zoveel blaadjes niet meer lezen of reportages volgen. Mijn vurigheid zal gedoofd worden. Ik zal nog wel eens naar het nieuws luisteren. Ik ben lauw geworden !

Gaan wij ook zo om met Jezus, was Hij ooit eens ons idool. Maar duurt het ons een beetje te lang. Verwachten we andere resutaten van Hem. Zijn wij lauw geworden ?

"Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid" (Hebr. 13:8) Mijn idool en ik weet ook jullie idool zal niet verzwakken. Indien wij lauw worden of geworden zijn, zal dit niet komen omdat Hij veranderd is.

Zijn wij nog genoeg bezig met het zoeken naar Gods wil. Staan wij nog steeds open wat God elke dag opnieuw tot ons wil zeggen. Wanneer we elke dag opnieuw Jezus beter leren kennen, dan zal ons hart ook uitgaan naar Hem en zullen wij het verlangen hebben om hem gehoorzaam te zijn.
Het is goed wanneer we dit doen als individu, maar het is tevens noodzakelijk wanneer we dit als gemeente doen. Samen opzoek gaan naar de onbeschrijvelijke liefde van onze God. Samen God ontdekken en leren kennen. Het zien van het hart, verstand en karakter van God zal onze lauwheid veranderen en aanvuren tot een heilige passie.

/
Johannes, die vanwege zijn temperament de bijnaam 'zoon van de donder' kreeg van Jezus, werd één van de meest vooraanstaande apostelen. Terwijl hij wandelde met Jezus, werden zijn 'eigenschappen' vervangen door heilige tederheid en vurige liefde.
Hij was een van de drie apostelen die Jezus het meest nabij stonden. Hij werd gekozen om getuige te zijn van de opwekking van Jaïrus dochter en hij werd gekozen om de gedaanteverandering van Christus mee te maken. Het was Johannes die tijdens het laatste avondmaal aan de borst van Jezus lag. Johannes was aanwezig tijdens het verhoor van Christus en hij was de enige apostel die vlakbij het kruis stond waaraan Jezus genageld werd. Vlak voordat de Heer stierf, vertrouwde Jezus Johannes, en niet zijn eigen half-broers en half-zusters, de taak toe om voor zijn moeder te zorgen.

Johannes, heeft met Jezus geleefd zoals wij met elkaar leven. Van mens tot mens. En dat heeft heel zijn leven veranderd. In zijn leven had hij nog maar één doel, Jezus dienen. Heel zijn leven werd gericht op zijn Heer. En dat maakte het ook dat zijn leven een volledige verandering onderging. Zijn denken en handelen wijzigde omdat enkel nog de naam van de Heer ermee gediend werd. Wanneer hij opstond of wanneer hij ging slapen, zijn levensdoel was een dienaar te mogen zijn van Jezus. Zijn verlangen en zijn harstocht was Jezus.

Johannes had de mogelijkheid om zo dicht bij Jezus te leven, daar Jezus zich bevond in het lichaam van een 'gewoon' mens. Zoals Paulus het ons beschrijft in de Filipenzen brief (2:7) ; "maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is".

Er is niemand die Jezus zo persoonlijk kende als Johannes en toch lezen we in openbaring dat hij als dood voor Jezus voeten viel. Een prachtig stukje uit de Bijbel : "En toen ik Hem zag, viel ik als dood voor zijn voeten ; en Hij legde zijn rechterhand op mij en zeide : Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste".
Het is niet dit liefde volle gebaar dat ik nu wil aan tonen, maar dat Johannes als dood viel voor de voeten van iemand die Hij zestig jaar gediend had. Toen Jezus hier op aarde wandelde, was zijn Heerlijkheid door zijn menselijk lichaam verborgen. De Heerlijkheid waarmede Johannes nu geconfronteerd wordt had hij nooit gezien, het was verborgen in het lichaam van Jezus.

Toen Mozes van de berg Sinai afdaalde moest hij zijn gelaat bedekken, omdat hij in de nabijheid geweest was van de heerlijkheid van God. Zijn huid straalde de heerlijkheid van de Here uit. En net zoals Jezus zijn heerlijkheid bedekte door zijn lichaam, moest Mozes Gods heerlijkheid bedekken door een doek.

Ook was er een voorhangsel voor het Heilige der Heilige, de plaats waar God woonde. De heerlijkheid van God werd verborgen in de tabernakel.

Zoals Paulus ons schrijft in Hebreeën 10 : 20, kunnen ook wij nu de volle vrijmoedigheid hebben om in het heiligdom te gaan, langs de nieuwe en levende weg, door het voorhangsel, dat is Jezus. Toen Jezus stierf aan het kruis, is het voorhangsel gescheurd en hoeft de heerlijkheid niet meer afgedekt te worden voor ons. Wij mogen de heerlijkheid aanschouwen. Er is zelfs nog meer, wij mogen deel zijn van die heerlijkheid, in ons is Zijn heerlijkheid. Weerspiegelen wij zijn beeld ?

Paulus schrijft het als volgt in zijn brief (2 Kor. 3: 18 ; "En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar het zelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is".
Wanneer wij Christenen zijn, is er totaal geen reden om de heerlijkheid van Christus niet te laten schijnen door ons heen. Indien wij Jezus aanvaard hebben in ons leven zijn wij Christen en hebben de heerlijkheid.
Wij als mensen hebben de neiging om dit voorrecht, 'niet te aanvaarden'. Wij hebben een probleem om de vergeving van God te verstaan.
Indien wij gezondigd hebben tegenover God en hebben door berouw dit beleden bij de Heer heeft Hij het ons ook vergeven. Vergeven en vergeten. Wij hebben een probleem met ons goed te voelen, terwijl wij weten dat wij zondig zijn. Gods liefde echter veranderd niet Hij blijft ons steeds met dezelfde liefde van ons houden. Hij veroordeelt ons niet om onze onvolwassenheid en evenmin klaagt Hij ons aan over onze fouten. Wij zien onze fouten en tekortkomingen en denken dat God tegen ons is, ons beschuldigt en ons veroordeelt. Maar God bevestigd ons en moedigt ons aan. Hij heeft meer geloof in ons oprechte verlangen om Hem te gehoorzamen dan wij zelf hebben. Hij zegt Ik hou van je !
Maak maar de vergelijking met je eigen kind. Stel dat hij / zij iets mispeutert heeft. Omdat hij spijt heeft van wat hij gedaan heeft komt hij naar jou als moeder of vader en vraagt vergeving. Wordt jou liefde gewijzigd door dit voorval? De dagen die volgen, trekt jouw kind zich terug omdat hij vindt dat hij je tekort gedaan heeft en met moeite zich nog waardig vindt je kind te zijn. En de maanden, jaren daarna gebeuren er nog meer foutjen en telken malen komt je kind naar je toe met een dieper en dieper schuld gevoel.
De liefde die jij aan je kind geeft blijft dezelfde, doch door de last die het op zich neemt kan hij deze liefde niet weerspiegelen. Ondanks dat je hem telkens herhaald dat je hem lief hebt, kan hij jouw liefde niet weer spiegelen.

Voel je waar ik naar toe wil gaan ? Wij allemaal die hier zitten en die Jezus aangenomen hebben als hun verlosser, zijn kinderen van God. Wij hebben zijn heerlijkheid, zijn liefde is in ons. Tonen wij deze liefde, geven wij deze liefde door ? Of, doen wij als dat kind en vinden wij onszelf slechter dan hoe God ons ziet?
Het is alsof we proberen om uit eigen kracht de duisternis uit ons hart te drijven, maar dat is frustrerend en zinloos. Enkel op het moment dat Christus aan ons geopenbaard wordt, en zijn licht in ons hart komt, vlucht de duisternis. Het is precies het zelfde als in een kamer. De duisternis verdwijnt, op het moment als wij het licht aansteken. We kunnen de 'natuurlijk' duisternis op geen enkele andere manier verdrijven. We zorgen ervoor dat het licht kan schijnen en de duisternis verdwijnt. Alle andere manieren mat ons gewoon af en helpt niet.

God strekt zich met een onophoudelijke, eeuwige liefde uit naar ons. Wij moeten deze waarheid levend houden in ons hart, dat is het licht. Als het doel van ons hart dienstbaarheid is, dan ademen onze daden een heerlijke geur uit voor Gods aangezicht (2 Kor. 2:15-16)
Paulus schreef het zo aan de Romeinen : "Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen : Abba, Vader !" (Rom 8:15)

Als wij de liefde moesten begrijpen waarmee Hij ons heeft aangenomen als zijn kinderen, zal onze geest verlangen naar Hem, steeds meer en meer. Wij zouden er niet genoeg van krijgen. Indien wij schrik van God hebben om veroordeeld te worden, zal het nooit tot dezelfde wederzijdse liefde kunnen komen. Maar als ons fundament de veilige, warme liefde van God is, dan zal dit ons helpen in een grotere zekerheid, volwassenheid, passie. Wanneer we de liefde van onze Vader en de prijs die Jezus betaalde om ons vrij te maken, beginnen te begrijpen, dan zal ons hart vol zijn zijn van toewijding en dankbaarheid. Ons verlangen zal uitgaan naar een diepere en persoonlijke kennis van God, naar een innege vriendschap met Hem.
We moeten verlangen om verstandige kinderen te worden die het hart van hun Vader verheugen.
In plaats dat we verloren zonen of 'zwarte schapen' van Gods gezin worden, moeten wij steeds de nabijheid van Jezus zoeken omdat wij willen worden zoals Hij.
Hoe dichter de relatie met Jezus wordt, hoe duidelijker het zal zijn dat wij behoren tot Gods familie.

Ah ja, mijne ajuin! Een stoute uitspraak? " Wij zijn allemaal ajuinen ". Neen, ik bedoelde het niet omdat wij om te huilen zijn, neen maar laat ons eens goed kijken naar deze ui. Een groente met een fijn dun bruin velletje en allemaal, het lijken wel apparte blaadjes. Moeilijk te beschrijven, beter om te laten zien. Maar men kan die blaadjes er eenvoudig afhalen één voor één. Men kan dichter naar de kern komen, blaadje voor blaadje. Zijn wij als mensen ook bereid om de bedekking (voorhangsel) weg te nemen dat ons hindert om onze heerlijkheid te openbaren, dat ons hindert in kontakt te komen met onze Heer, dat ons hindert te getuigen tegen onze naaste. Misschien moeten we wel eens een traantje weg pinken, maar laat ons alles wat de uitstraling van de heerlijkheid in de weg zit wegnemen, omdat die enorme liefde van God in ons zichtbaar mag zijn voor onze medechristenen, maar ook voor hen buiten deze kerk, die Hem zo hard nodig hebben.



Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

7/2001