Preken uit Korintiërs

Mijn Genade is u genoeg
2 Korintiërs 12:6-10


Iemand had me gevraagd om een wandtegeltje mee te brengen uit een Christelijke boekhandel en dus stond ik daar voor een hele wand met een ruime keuze aan tegels met een bijbelse tekst.

Bij zo'n gelegenheid krijg je als het ware een soort "Top Tien" van bijbelteksten onder ogen: een heuse staalkaart van de meest gekende, de meest populaire teksten uit de Bijbel.

"De Here is mijn Herder"... dat kwam uiteraard heel veelvuldig voor. Want iedereen kent Psalm 23 en deze tekst van David heeft mensen door alle eeuwen heen sterk aangesproken. En nummer twee op de lijst bleek: "Mijn Genade is u genoeg". Juist, de tekst die we in onze schriftlezing van deze morgend zijn tegengekomen.

Ik zal heel eerlijk zijn: door het kijken naar die tegels werd in feite ons preekonderwerp voor deze morgend bepaald.

"Mijn Genade is u genoeg". Toch wel een mooie tekst, dacht ik bij mezelf. Prachtig om zo'n tegeltje in je huis te hangen. Maar... op een of andere manier werd ik die namiddag een aantal keren opnieuw bij die tekst bepaald; en telkens kwam een bepaalde vraag terug naar boven: "Betekent die tekst ook werkelijk iets in mijn leven"?

Mijn Genade is u genoeg"... Het klinkt prachtig, maar mÈÈn je dat ook werkelijk; is het Ècht zo in mijn leven, dat ik tegen de Heer kan zeggen: "Ja, Heer, Uw Genade is voor mij genoeg. Ja, Vader, ik heb niets anders nodig in dit leven dan alleen Uw Genade"?

Het werd zo'n gedachte die me niet meer los liet. Het stemt toch wel echt tot nadenken. Ben ik me bewust van Gods Genade in mijn leven? Weet ik wel echt wat er met "Zijn Genade" in werkelijkheid bedoeld wordt?

Genade... we moeten eerlijk zijn: het is zo'n Ècht "kerkwoord" geworden; als je op je werk, met collega's of elders, met vrienden, een gesprek over "de Genade" zou beginnen, dan denk ik dat ze toch wel heel vreemd zouden opkijken! Wie wil kan het morgen al eens een keer uitproberen: vertel het zo maar eens tegen iemand: "De Genade van God is voor mij genoeg"...

Gods genade: hoe kunnen we die omschrijven? Waar denken we aan wanneer we dat woord horen? We weten allemaal†wel wat met genade bedoeld wordt: een onverdiende gunst. Iets krijgen waar we eigenlijk geen rechten kunnen op doen gelden; iets ontvangen zonder dat we er iets voor moeten of voor kunnen teruggeven. D‡t is "genade".

In mijn woordenboek lees ik onder "genade": goedertierenheid, onderdiende vergevensgezindheid, inz. van God; gunst van God, ten gevolge waarvan men tot bekering en zaligheid komt; ook: gunst van God, waardoor een mens bijzondere gaven of talenten verkrijgt.

Als we het zo interpreteren, ja dan is alles wat wij van God ontvangen in feite genade: als kleine mensjes kunnen we geen enkel recht op hem laten gelden; we zullen nooit kunnen zeggen: "De Heer moet ons dat geven" of "Wij hebben recht op een en ander van Hem".

Als we toch bepaalde rechten mogen doen gelden, dan zijn ze het gevolg van Gods beloften; beloften die Hij vrijwillig heeft gedaan. Hij staat nooit "in schuld"; tegenover niemand.

Zo leert de Bijbel ons dat God naar onze gebeden luistert, dat Hij ze zelfs hoort en verhoort... Maar ook dat is genade. God verhoort, maar dat betekent niet dat Hij verhoort op de tijd die wij wensen of op de manier die wij zouden willen.

Wanneer Paulus deze woorden neerschrijft kampt hij blijkbaar met een heel serieus probleem. Er is ernstig lijden in het leven van de apostel. "Er is mij een doorn in het vlees gegeven", schrijft hij. We weten niet wat daar precies mee bedoeld wordt; bijbel-uitleggers hebben daar door de eeuwen heen allerlei verklaringen voor proberen te bedenken.

Maar we weten het niet Ècht; we kunnen alleen aannemen dat het om iets zeer ernstigs ging.

Want Paulus was zeker niet de man om persoonlijk lijden te gaan overdrijven. Wanneer hij dus schrijft dat "een engel des satans... met vuisten sloeg", dan was het zeker een heel zwaar lijden dat hem trof. De combinatie "doorn in het vlees" en "engel des satans" zou er zelfs wel eens op kunnen wijzen dat het om lichamelijk Èn om geestelijk lijden ging.

Paulus lijden was waarschijnlijk zelfs een lijden dat voor anderen niet verborgen kon blijven. In Galaten 4, in vers 14, schrijft de apostel:

"...En toch hebt gij de verzoeking, die er voor u in mijn lichamelijke toestand gelegen was, niet als iets verachtelijks beschouwd of er tegen gespuwd..."

Een heel ernstige toestand dus... En Paulus doet wat je van een gelovige discipel van de Heer mag verwachten in zo'n geval: hij gaat bidden. "Drie maal heb ik de Here hierover gebeden, dat hij van mij zou aflaten." Volgehouden gebed. En de Heer heeft verhoord... maar niet op de manier die Paulus had verwacht. De Heer geeft als antwoord: "Mijn Genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid".

* * *

Toch wel merkwaardig: Paulus "houdt het daarbij"; hij accepteert dit antwoord van de Here Jezus werkelijk als een gebedsverhoring. Hij is ervan overtuigd dat dit hÈt antwoord van God is. Wat een geweldig sterk geloof spreekt er uit zo'n houding!

Paulus vertrekt niet van de stelling: "Ik heb nog niet genoeg gebeden en ik moet dus nog een tijdje verder gaan met bidden" of hij gaat er evenmin vanuit dat hij "verkeerd gebeden" heeft. Hij aanvaardt het antwoord "Mijn Genade is u genoeg"" als een afdoend antwoord. Hij accepteert het als een gebedsverhoring zonder meer...

Had ik ook maar zo'n sterk geloof! Wanneer ik bid ga ik er gewoonlijk van uit dat God mijn gebed alleen maar verhoord heeft, wanneer ik exact en op de door mij verlangde tijd van God precies datgene krijg waar ik om gevraagd heb. Gebeurt dat niet, dan veronderstel ik inderdaad dat God niet gehoord en zeker niet verhoord heeft, of ik wijt de schuld aan mezelf en denk dan dat ik "verkeerd gebeden" heb. Of misschien denk ik zelfs iets gevraagd te hebben dat ik helemaal niet had mogen vragen...

Paulus daarentegen neemt Gods beloften ernstig; hij gaat ervan uit dat God altijd hoort en verhoort; ook al krijgt hij dan een heel ander antwoord dan hij verwacht had. Paulus is ook niet teleurgesteld met Gods antwoord; hij aanvaardt dat God niet altijd precies geeft waar hij om gevraagd heeft; hij is er zelfs zeker van dat God vaak beter geeft dan het gevraagde. Of hij accepteert dat, wanneer God iets weigert, dat Hij dan ook heel goed weet waarom. Nogmaals: wat een sterk, wat een onaantastbaar geloof!

* * *


Maar ook Paulus was uiteindelijk een mens van vlees en bloed; wanneer
hij dus Gods genade een afdoend antwoord op zijn gebeden acht, dan moet hij er toch van overtuigd geweest zijn dat die Genade inderdaad iets geweldigs was; iets waar je Ècht mee verder komt. Dat spreekt toch uit die tekst: "Mijn genade is u genoeg".

Mijn genade is ruim voldoende om al je menselijke behoeften en verwachtingen te voldoen. Paulus was toch wel realist genoeg om zich niet te laten afschepen met een "lege huls"...

Paulus was er van overtuigd dat Gods genade hem gratis geschonken was; daarvan getuigt hij onder andere in de eerste brief aan Timote¸s, in het eerste hoofdstuk, de verzen 12 en 13:

"Ik breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Here, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was. Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof gedaan heb."

Ondanks mijn vroeger, zondig leven, heeft Jezus mij ontferming bewezen, heeft Hij mij vergeven, schrijft Paulus. Hij heeft niet enkel vergeven, maar hij heeft mij zelfs vertrouwen geschonken. Dat betekent toch wel wat! Wij zullen er misschien, met heel veel moeite in slagen om iemand te vergeven. Maar om die persoon dan vertrouwen te schenken... Dat is pas een bewijs van volle, 100% vergeving.

Jezus heeft mij vergeven, Jezus heeft mij vertrouwen geschonken en Jezus heeft mij Genade gegeven; een genade die zich vertaalt in kracht. Dat is het getuigenis van Paulus. Een genade die mij de kracht heeft gegeven om heel wat dingen te verwezenlijken voor Hem, dingen die ik in mijn menselijke zwakheid nooit had kunnen doen.

Van die "kracht uit genade" zal Paulus ook getuigen in een andere brief, in de eerste brief aan de CorinthiÎrs, in hoofdstuk 15, vers 10:

"Maar door de genade Gods ben ik, wat ik ben, en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de genade Gods die met mij is."

Ik ben wat ik ben.... Ik moet daar niet mee bluffen, want het is geen eigen verdienste maar genade van God, schrijft Paulus. Er valt niet om te roemen; want zonder Hem zou ik het nooit hebben kunnen doen. Enkel door Hem, door zijn genade, heb ik al die arbeid kunnen verrichten. Door de "genade Gods" die met mij is".

Er valt nog iets anders op bij het lezen van dit vers: "en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest"...

Iedereen krijgt Gods genade vrijelijk... maar dat betekent niet dat die genade bij iedereen dezelfde uitwerking zal hebben. Het feit dat wij allen Gods genade hebben ontvangen is geen garantie dat wij ook grote dingen voor Hem zullen verwezenlijken. En omgekeerd: het feit dat er geen grote dingen in ons leven zichtbaar worden is evenmin een teken dat God ons gÈÈn genade heeft bewezen!

Hoe vaak hebben mensen op die foute redenering geen verkeerde oordelen over zichzelf of over anderen geveld? Er zijn geen grote dingen merkbaar in mijn leven of in het leven van die broeder of zuster... dus dat zal wel betekenen dat ik of hij of zij niet Ècht wedergeboren zijn, of niet Ècht Gods Geest en Gods genade ontvangen hebben....

Fout! Je hebt de genade wÈl ontvangen... maar totnogtoe heeft het niets uitgewerkt in je leven. Je hebt de talenten wÈl gekregen, maar je hebt ze nog altijd begraven onder de grond. Haal ze nu zo spoedig mogelijk te voorschijn.

Paulus onderkent dat risico en vindt het ernstig genoeg om in de volgende brief aan de CorinthiÎrs daarvoor te waarschuwen. Blader even verder naar 2 CorinthiÎrs 6, vers 1:

"Maar als medewerkers Gods vermanen wij u ook de genade Gods niet tevergeefs te ontvangen..."

Wat is het jammer, dat zovelen Gods genade mochten ontvangen maar dat zo'n groot deel onder hen die genade niet echt gebruiken in hun leven!

Wat een drama, dat zovelen een zo armzalig geestelijk leven leiden, terwijl God hun sterke vleugelen heeft gegeven om zo hoog boven het alledaagse uit te stijgen. Wat een kracht zou er uitgaan van de evangelie-verkondiging, wanneer we Gods genade effectief in ons leven zouden laten werken... Wat een honger naar Gods woord zou er ontstaan, wanneer anderen zouden zien hoe genade effektief in ons leven aan het werk was!

* * *
Gods genade... ze geeft ons de kracht om "eenvoudig" te leven:

"Want dit is onze roem, het getuigenis van ons geweten, dat wij in heiligheid en reinheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben..."

Ze geeft ons de kracht om een heilig leven, een leven in reinheid en een leven geleid door Gods wijsheid te leiden. Zo'n leven is onze roem; zo'n leven geeft ons een rustig geweten en daarvan getuigt Paulus ook in de 2de CorinthiÎrsbrief, in vers 12 van het eerste hoofdstuk.

Paulus heeft heel veel over de genade van God geschreven; Paulus toonde ook door zijn hele leven wat die genade van de Heer allemaal in iemands leven kon bewerken; welke enorme bron van kracht, van inspiratie en van energie ze in feite was en is.

"Mijn genade is u genoeg"... Aan die genade kan of mag helemaal niets toegevoegd worden. Moesten we in ons leven echt mÈÈr nodig hebben dan Gods genade, dan zou Christus leven en lijden totaal zinloos zijn geweest schrijft Paulus later, in de Galatenbrief, in hoofdstuk 2, vers 21:

"Ik ontneem aan de genade Gods haar kracht niet; want indien er gerechtigheid door de wet is, dan is Christus tevergeefs gestorven."

Mocht er gerechtigheid zijn door de wet, mochten we iets voor ons eeuwig geluk kunnen bereiken door eigen werken... dan was de dood van Jezus totaal overbodig geweest.

En God geeft die genade aan iedereen die ze in alle nederigheid wil aannemen. Daarvan getuigt ook Petrus in een van zijn beide brieven:

"Omgordt U allen jegens elkander met nederigheid, want God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade."

Je vindt de tekst in Petrus eerste brief, in vers 5 van het 5de hoofdstuk. Gods genade is voor de nederigen, voor diegenen die nederig zijn tegenover HÈm Èn nederig tegenover elkander. Wie zichzelf kan vernederen zal door Hem verhoogd worden.... doordat hij of zij overvloedig genade zal ontvangen!


Want wie met die geestesgesteldheid Gods genade mag ontvangen, die
zal ze ook op de juiste manier gebruiken. Zijn genade is namelijk niet uitsluitend "voor eigen gebruik". Hij schenkt ze vooral in ruime mate aan hen die ze ten dienste willen stellen van anderen.

In het vorige hoofdstuk van zijn brief maant Petrus ons daar dan ook toe aan. Ontvang Gods genade en gebruik Zijn geweldige kracht en Zijn unieke inspiratie om anderen te helpen:

"Dient elkander, een ieder naar de genadegave die Hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods." (1 Petrus 4:10)

Velerlei genade Gods... Die genade van God is dus ook iets veelvuldigs, iets met heel veel kanten en oneindig veel mogelijkheden. Wanneer we die kracht in ons leven gaan ontvangen en ze dan ook niet onbenut laten, dan zullen de gevolgen spoedig merkbaar zijn. En dan zullen we ja en amen kunnen zeggen op Gods antwoord:

"Mijn genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid."

Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

10/1994