Bijbel

Preken uit Jozua

Is er een "ACHAN" in uw leven
Joz.7:1-26




INLEIDING
Is er een "Achan" in ùw leven? Iets wat u nederlaag brengt i.p.v. overwinning? De naam "Achan" betekent "hij die in het ongeluk stort". Hebt u een "Achan" in ùw leven - iets wat ù in het ongeluk stort, iets wat ù van overwinning berooft? "Achans" komen in allerlei vormen en dimensies - zonden, slechte gewoonten, twijfels, minderwaardigheidscomplexen, fobieën, angsten, nalatigheden, ongehoorzaamheden, onverschilligheden enz. - kortom: alles wat ons belet om van Gods volle zegen en overwinning te kunnen genieten. "Achans" remmen onze geestelijke groei, beschadigen onze getuigenis, stelen onze overwinning en beletten ons om ons vol potentieel in Christus te bereiken. Zijn er één of meer "Achans" in ùw leven?

Het verhaal van Achan vindt plaats in de tijd dat Israël, na 40 jaar rondzwerven in de woestijn, eindelijk de Jordaan oversteekt en het beloofde land binnentrekt - eindelijk, na 40 jaren in de dorre woestijn, het beloofde land vloeiend met melk en honing. Na enkele dagen feestvieren - Paasfeest - beginnen ze hun beloofde land te veroveren. De eerste stad die zij moeten veroveren is Jericho - één van de best versterkte steden van Kanaän. De overwinningsstrategie was geenszins ortodox - elke dag, zes dagen lang, éénmaal de stad rondlopen, de zevende dag zeven rondgangen en aan het einde van de zevende rondgang: juichen! Joz.6:20 verhaalt wat er toen gebeurde: "Het volk dan juichte, terwijl men op de horens blies; zodra het volk het geluid van de hoorn vernam, hief het een luid gejuich aan. En de muur stortte ineen, en het volk klom de stad binnen, ieder recht voor zich uit, en zij namen de stad in." De Israëlieten moesten niet strijden of vechten; er viel niet één druppel van Israëlitisch bloed. God gaf Zijn volk een geweldige, miraculeuze overwinning.

Juist voordat de Israëlieten de stad innamen, beval Jozua zijn manschappen: vv.17-19 "de stad en al wat erin is, zal door de ban de Here gewijd zijn; … 18 neemt u in acht voor het gebannene, opdat gij niet, terwijl gij met de ban slaat, van het gebannene neemt en de legerplaats van Israël onder de ban brengt en in het ongeluk stort. 19 Al het zilver en goud en de koperen en ijzeren voorwerpen zullen de Here heilig zijn: het zal bij de schat des Heren komen.". Ondanks dit duidelijk verbod, nam Achan wel iets weg van het gebannene. Toen hij over de ruïnes van Jericho klom, zag hij ineens 7:21 "een mantel van Sinear, een mooi stuk" (mantels uit Sinear waren inderdaad mooi, meestal verweven uit veelkleurige, geverfde bont en met prachtig borduursels van dieren en menselijke figuren) tweehonderd sikkelen (2,3 kg.) zilver en een staaf goud van vijftien sikkelen (600 g.) gewicht". Achan nam de mantel en het zilver en goud mee uit de ruïnes van Jericho.

Kort nadien trok het leger van Israël op tegen het strategisch gelegen stadje Ai. Ze hadden Jericho enkele dagen geleden vernietigd. Als ze nu ook Ai overwonnen, lag heel centraal Kanaän voor het grijpen. Ai was veel kleiner en veel minder versterkt dan Jericho. Ai overwinnen zou een gemakkelijk klusje zijn. Jozua's spionnen verzekerden hem dat het niet nodig was om het hele leger daartegen te mobiliseren; twee- tot drieduizend manschappen zouden ruim voldoende zijn. Maar wat gebeurde? Israël sloeg: vv.4b-5a "voor de mannen van Ai op de vlucht. 5 … de mannen van Ai versloegen van hen ongeveer zesendertig man … Toen versmolt het hart van het volk en het werd als water.". Wat was er aan de hand? Een grandioze overwinning over de grote, versterkte stad Jericho; een verpletterende nederlaag voor de kleine, zwak versterkte stad Ai! Geen enkel Israëlitisch slachtoffer te Jericho; zesendertig doden te Ai. Waarom? Had de Heer Zijn volk verlaten? Jozua begreep er niets van. Hij wist niet wat doen en hij wist niet wat zeggen: vv.6-9 "Jozua scheurde zijn klederen en wierp zich op zijn aangezicht ter aarde voor de ark des Heren tot aan de avond, hij en de oudsten van Israël, terwijl zij zich stof op het hoofd strooiden. 7 En Jozua zeide: Ach, Here Here, waarom hebt Gij dit volk dan toch over de Jordaan laten trekken, wanneer Gij ons in de macht der Amorieten wilt geven, zodat die ons te gronde richten? Hadden wij maar besloten aan gene zijde van de Jordaan te blijven! 8 Och, Here, wat zal ik zeggen, nu Israël zijn vijanden de rug heeft toegekeerd? 9 Wanneer de Kanaänieten en alle inwoners van het land het horen, zullen zij ons omsingelen en onze naam van de aarde uitroeien. En wat zult Gij dan voor uw grote naam doen?". Het leek alsof God Zijn volk had verlaten. Of dat Hij ze strafte. Ze waren plotseling hun zegen en hun overwinning kwijt! Maar waarom? Wat was er gebeurd om de zegenrijke en glorieuze overwinning van Jericho om te slaan in de verpletterende en vernederende nederlaag van Ai? Vv.10-13 "Toen zeide de Here tot Jozua: … 11 Israël heeft gezondigd en zij hebben mijn verbond, dat Ik hun geboden had, overtreden, en ook iets van het gebannene weggenomen, en ook gestolen, en het heimelijk bij hun huisraad gelegd. 12 Daarom kunnen de Israëlieten geen stand houden tegen hun vijanden. Zij keren hun vijanden de rug toe, want zij liggen onder de ban. Ik zal voortaan niet meer met u zijn, indien gij niet de ban uit uw midden uitdelgt. 13 Sta op, heilig het volk en zeg: Heiligt u tegen morgen, want, zo zegt de Here, de God van Israël: er is een ban onder u, Israël, gij kunt geen stand houden voor uw vijanden, voordat gij de ban uit uw midden hebt verwijderd.". Wat nu? Wat moeten wij doen wanneer wij beseffen dat het met ons gesteld is zoals toen met Israël, zoals de profeet Jesaja in 59:2 beschrijft: "uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en uw God, en uw zonden doen zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij niet hoort."?

1. WAT NIET DOEN: ZONDE VERBERGEN
Laat ons eerst kijken naar wat wij niet moeten doen. Achan heeft iets in zijn bezit dat hij niet mag hebben. Hij heeft iets gedaan wat hij niet mocht doen. Hij heeft Gods gebod willens en wetens overtreden. Hij weet het. Hij weet dat hij gezondigd heeft. En hij is bang dat hij ontdekt zal worden. De oplossing ligt voor de hand: een put graven onder zijn tent, de mantel, het zilver en het goud erin stoppen, en zand erover. Zoals de meeste zondaars, verbergt hij zijn zonde. Hij pronkt niet met de gestolen mantel uit Sinear niet; hij stelt het zilver en het goud niet ten toon op de wandkast in zijn living. Hij begraaft ze in het zand. Hij probeert de bewijzen van zijn zonde te verbergen. Wij pronken evenmin met onze zonden. Wij houden ze liever geheim. Achan zondigde in het geheim. De hemel bulderde geen oordeel toen hij de mantel van Sinear opnam. Geen bliksem sloeg hem neer toen hij het zilver en het goud stal. Niets en niemand verraadde Achan en zijn zonde. Het bleef allemaal geheim.

"Geheim" is satans geliefkoosd adres. Zondaars vertoeven daar graag. De eerste zondaars die een poosje in hotel "geheim" verbleven, waren de allereerste zondaars: Adam en Eva. Zij trachtten hun overtreding geheim te houden door de schaamte van hun naaktheid achter schorten van vijgebladeren te verbergen. Adam en Eva waren weliswaar de eerste zondaars die te hotel "geheim" logeerden, maar niet de laatsten. Kaïn doodde zijn broer Abel in het veld, waar niemand het zag. Jakob verkleedde en vermomde zich om zijn ware identiteit geheim te houden toen hij de vaderlijke zegen stal. De zonen van Jakob hielden het feit dat zij hun broer Jozef in slavernij verkocht hadden voor hun vader geheim en lieten hem geloven dat Jozef door een wild dier gedood werd. Koning David pleegde overspel met Batseba 's nachts, toen niemand het zag. Gehazi, de knecht van Elisa, nam geschenken van Naäman in het geheim aan. Geheim is een favoriet adres voor zonde.

Een favoriet adres, maar geen veilig adres. Mozes waarschuwde: Num.32:23 "gij zult gewaar worden, dat uw zonde u vinden zal."; Koning Salomo schreef: Spr.28:13 "Wie zijn overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn"; Pred.12:14 "God zal elke daad doen komen in het gericht over al het verborgene"; de profeet Jesaja vermaande: 29:15 "Wee hun die een plan diep voor de Here verbergen, wier werk in de duisternis geschiedt en die zeggen: Wie ziet ons en wie kent ons?"; Jezus verwittigde: Luc.12:2-3 "Er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden, en verborgen, of het zal bekend worden. 3 …, al wat gij in het donker gesproken hebt, zal in het licht gehoord worden en wat gij aan het oor gezegd hebt, in de binnenkamer, zal van de daken gepredikt worden."; de apostel Paulus schreef: Gal.6:7 "Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten.". "Geheim" is geen veilig adres. Het bloed van Abel riep van de aardbodem. Gen.45:3 "Jozef zeide tot zijn broeders: Ik ben Jozef"; De profeet Natan beschuldigde David: 2 Sam.12:7 "Gij zijt die man!"; Elisa vroeg: 2 Kon.5:25 "Waar ben je geweest, Gehazi?"; Jezus verklaarde: Joh.13:21 "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: één van u zal Mij verraden.".

"Geheim" is ook geen bestendige, verzegelde bergplaats voor zonden. Adam en Eva's vijgebladerenschorten werden reeds doorzichtig dezelfde avond. Het bloed van Abel riep onmiddellijk van de aardbodem. Jozefs broers kregen wat meer respijt, maar na 13 jaar kwam hun zonde ook aan het licht. David hield zijn overspel en doodslag slechts enkele maanden geheim, Gehazi zijn bedrog slechts enkele minuten. Zonde verloochenen lost ze nooit op. Compromissen met ze maken ook niet. Ze geheim houden ook niet. Integendeel: de geheimhouding van zonde is een brandende lont. Achan: de lont is aangestoken; de ontploffing nadert met de dag, het uur, de minuut, de seconde. Letterlijk, want 's anderen daags vv.16-20 "liet Jozua des morgens vroeg Israël volgens zijn stammen aantreden, en de stam Juda werd aangewezen. 17 Toen hij de geslachten van Juda liet aantreden, wees Hij het geslacht der Zarchieten aan, en toen hij het geslacht der Zarchieten liet aantreden, man voor man, werd Zabdi aangewezen. 18 Toen hij diens familie liet aantreden man voor man, werd Achan aangewezen … 19 En Jozua zeide tot Achan: … vertel mij … wat gij gedaan hebt, verberg het niet voor mij. 20 Daarop antwoordde Achan Jozua: Waarlijk, ik ben het, die gezondigd heeft tegen de Here, de God van Israël, want zo en zo heb ik gehandeld. 21 ik zag bij de buit een mantel van Sinear, een mooi stuk, en tweehonderd sikkelen zilver en een staaf goud van vijftig sikkelen gewicht, en uit begeerte ernaar heb ik ze weggenomen; zie, ze zijn in mijn tent in de grond verborgen, en wel het zilver onderaan. 22 Toen zond Jozua boden, die zich naar de tent spoedden, en zie: het was in zijn tent verborgen, het zilver onderaan; 23 en zij haalden het uit de tent, brachten het bij Jozua en al de Israelieten en stortten het uit voor het aangezicht des Heren.".

2. WAT WEL DOEN
Wat nu? Hier staat de zondaar. Hier staat de man die Israël in het ongeluk stort. Achans zonde hééft hem gevonden. Hier liggen de ontegensprekelijke bewijzen ervan: de mooie mantel van Sinear, de vijftig sikkelen zilver en de goudstaaf. Hebr.4:13 "geen schepsel is voor Hem verborgen, want alle dingen liggen open en ontbloot voor de ogen van Hem, voor wie wij rekenschap hebben af te leggen.". Achan is ontmaskerd. "Geheim" is "openbaar" geworden; "verborgen" is blootgelegd. Wat moet er nu met Achan en zijn gestolen buit gebeuren? Wij hebben reeds gezien wat er niet moest gebeuren. De zonde mocht niet worden verborgen. Maar wat dan wel? Jozua wist het: vv.24-26 "Daarop nam Jozua, tezamen met geheel Israël, Achan, de zoon van Zerach, en het zilver, de mantel en de staaf goud, zijn zonen en dochters, zijn runderen, ezels en kleinvee, zijn tent en al wat hem toebehoorde, en zij voerden hen naar het dal Achor. 25 En Jozua zeide: Zoals gij ons in het ongeluk hebt gestort, zal de Here u op deze dag in het ongeluk storten. Toen stenigde heel Israël hem, en men verbrandde hen met vuur, en wierp stenen op hen. 26 Daarna richtte men een grote steenhoop boven hem op, die er is tot op de huidige dag. Toen liet de Here zijn brandende toorn varen. Daarom noemt men die plaats het dal Achor, tot op de huidige dag.".

Broeders en zusters, de enige oplossing voor zonde is de dood! Zonde wordt nooit opgelost door ze te verbergen; ze moet gedood worden! Alle "Achans" moeten radicaal uit de duisternis van "geheim" worden uitgeroeid en onherroepelijk gedood worden. Pas nadat Israël Achan stenigde en cremeerde, en zijn resten, zijn mantel, zijn zilver en zijn goud met een grote steenhoop bedekte, liet de Heer Zijn brandende toorn varen. 8:1 "Hierop sprak de Here tot Jozua: Vrees niet en wees niet verschrikt; neem al het krijgsvolk met u en maak u gereed, trek op naar Ai. Zie, Ik geef de koning van Ai, zijn volk, zijn stad en zijn land in uw macht". Gods zegen en overwinning keerden terug naar Israël zodra zij de zonde radicaal en volledig uit hun midden verwijderden.

CONCLUSIE
Wat een preek! Moet ge op een zonnige zomerdag naar de kerk komen om zo'n negatieve preek te horen? Achan en zonde en dood! Wat bezielt Michel om vandaag zo somber te prediken? Als ge dit geweten had, waart ge lekker aan de zee gaan zonnen i.p.v. naar de kerk te komen, niet waar? Men komt naar de kerk om op de weg naar de hemel te worden gezet, niet in het dal van Achor te worden gegooid, niet waar? U hebt gelijk. Maar vertrek nog niet naar de zee. Blijf a.u.b. nog een paar minuten zitten in de kerk.

Als ik zou vragen hoeveel "Achans" er hier vanmorgen onder ons zijn, zou u uw hand opsteken? Ik wel - beide handen zelfs! Volgens de Bijbel zijn wij allemaal "Achans": Rom.3:10,23 "Niemand is rechtvaardig, ook niet één … allen hebben gezondigd". En voor wie zijn hand niet zou opsteken: 1 Joh.1:8 "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet.". Toch zitten ik en alle andere "Achans" hier lekker geheim en verborgen. Voor elkaar wel, maar niet voor God. "Heer, U doorgrondt en kent mij; mijn zitten en mijn staan en U kent mijn gedachten, mijn liggen en mijn gaan. De woorden van mijn mond, o Heer, die zijn voor U bekend en waar ik ook naar toe zou gaan, ik weet dat U daar bent." (Opwekking 518/1).

Br. Felix Lloyd-Smith, die onze gemeente jaarlijks met het woord zegende totdat hij enkele jaren geleden op 84-jarige leeftijd naar de Heer ging, vertelde van een jonge man die naar hem toekwam aan het einde van een dienst in San Francisco waar hij over de tekst gepredikt had waarop dit lied gebaseerd is: Ps.139:1-4 "Here, Gij doorgrondt en kent mij; 2 Gij kent mijn zitten en mijn opstaan, Gij verstaat van verre mijn gedachten; 3 Gij onderzoekt mijn gaan en mijn liggen, met al mijn wegen zijt Gij vertrouwd. 4 Want er is geen woord op mijn tong, of, zie, Here, Gij kent het volkomen". Die jonge man keek Felix recht in de ogen en zei zelfverzekerd en half spottend: "ik geloof niet dat God op mij let. Ik geloof niet dat Hij ziet wat ik allemaal uitspook. Ik ga bewijzen dat het niet waar is wat er in de Bijbel staat en wat u predikte.". Twee jaren nadien predikte br. Felix weer in diezelfde kerk in San Francisco. Aan het einde van de dienst kwam diezelfde jonge man naar hem toe. "Ik heb gedaan wat ik u zei", vertelde hij, "ik heb opzettelijk allerlei zonden gedaan en allerlei misdaden gepleegd. Maar u had gelijk! Nu zit ik met verschrikkelijke, onverdraaglijke gewetenswroeging. Ik kan God niet van mij afschudden! Uw woorden van twee jaar geleden blijven mij achtervolgen; die bijbelverzen blijven mij spoken. Wat moet ik doen?". Br. Felix mocht hem tot de Heer leiden.

"Achans" hier vanmorgen, wat moeten wij doen? Wij hebben al geprobeerd om onze zonde te verbergen. Toch blijven we ermee zitten en blijven wij met de gevolgen ervan kampen - geen volledige overwinning, geen volkomen heiliging, geen volle zegen, geen volle kracht van de Heilige Geest, geen volkomen vrede, geen volkomen geluk. Weet u wat we moeten doen? Sterven! "Nu gaat u zeker te ver! Het is al erg genoeg dat u ons een hele tijd met uw preek over het negatieve verhaal van Achan ontmoedigt. Nu wilt u dat wij doodgaan!". Luistert: ik zeg niet dat alle "Achans" doodgaan. God zegt het: in het Oude Testament: Ez.18:20 "De ziel die zondigt, die zal sterven."; en in het Nieuwe Testament: Rom.6:23 "Het loon, dat de zonde geeft, is de dood".

"Achor" betekent "ongeluk". Het verhaal van Achan en het dal Achor dat naar hem genoemd werd, bleven synoniem met ongeluk voor Israël gedurende bijna 1500 jaar. Halverwege, acht eeuwen voor Christus, sprak de anders meestal altijd negatieve profeet Hosea een merkwaardige, bemoedigende profetie uit: God belooft: 2:14 "Ik zal … het dal Achor maken tot een deur der hoop."! God vervulde Zijn profetie door Zijn geliefde, eniggeboren Zoon Jezus Christus naar de aarde te sturen om onze zonden op Zich te nemen en voor ons, in onze plaats, aan het kruis van Golgota te sterven. "Het loon, dat de zonde geeft, is de dood, maar de genade, die God schenkt, is het eeuwige leven in Christus Jezus, onze Here.". Wij zijn allemaal "Achans". Wij hebben wellicht allemaal "Achans" in ons leven. Maar dank zij Gods genade en Jezus' liefde hoeven wij er niet zelf voor te sterven en hoeven wij niet eeuwig in een dal van Achor te vertoeven. Want Jezus maakt ook óns dal van Achor tot een deur der hoop. Hij verandert zonde in vergeving, ziekte in genezing, gebondenheid in bevrijding, nederlaag in overwinning, ongeluk in geluk, wanhoop in hoop, dood in leven, het dal van Achor in een deur der hoop!

Wie is een "Achan"? Wie heeft een "Achan" in zijn leven? Blijf niet doen alsof. Verberg uw zonden niet. Breng ze naar het dal van Achor. Laat alle "Achans" gedood worden. Laten wij niet naar huis keren met "Achans" die onze geestelijke groei remmen, onze getuigenis beschadigen, onze overwinning stelen en ons beletten om ons vol potentieel in Christus te bereiken. Laat een deur van hoop vandaag opengaan voor eenieder van ons.

Wie zit hier vanmorgen in een "dal van Achor"? Een "Achan" heeft uw leven zo lang geteisterd, misschien overheerst. Uw leven wordt beheerst door zonde. Zondige begeerte heeft u tot verkeerde keuzes geleid - tot verkeerde handelingen zoals Achan, tot verkeerde relaties zoals David. De kruisdood van Jezus Christus maakt de profetie van Hosea geldig voor u, vandaag: "Ik zal … het dal Achor maken tot een deur der hoop. Dan zal (Israël) daar zingen als in de dagen van haar jeugd, als ten dage toen zij trok uit Egypte.". U bent misschien hier binnengekomen vanmorgen, huilend in uw binnenste; u kunt naar huis gaan zingend, "als in de dagen van uw jeugd". Jezus Christus wil vanmorgen uw "dal van Achor" veranderen in een "deur der hoop".



Amen.

home Terug naar ONTMOETING inhoud

7/2005