Reinigt uw handen, zuivert uw harten
Jakobus 4:1-10

De Brief van de apostel Jakobus is zeker niet het populairste en meest gelezen boek uit de Bijbel. Soms krijg je zelfs de indruk dat dit geschrift door veel gelovigen min of meer "gemeden" wordt. Zelfs van de grote hervormer, Maarten Luther, staat bekend dat hij een zekere aversie had tegen deze brief. Hij moet die op zeker moment zelfs eens hebben aangeduid als "een strooien brief"; een bijbelgedeelte dat maar weinig waarde zou hebben.

Met alle respect voor Luther: ik kan het met die stelling niet eens zijn. Als je die brief aandachtig gaat lezen ga je ook zoeken naar het waarom van zulke opvatting. Ik kan het enkel begrijpen vanuit de grote nadruk die Maarten Luther heeft gelegd op het feit dat mensen behouden worden, enkel en alleen uit geloof en niet uit werken! "De rechtvaardige zal uit geloof leven"!

Wanneer je dan een brief als Jakobus gaat lezen en ernstig gaat onderzoeken, ja, dan bots je natuurlijk. Want dan lees je hoe Jakobus duidelijk schrijft dat geloof zonder werken dood is! En dat rijmt natuurlijk niet met de stelling dat geloof en genade voldoende moeten zijn.

Ziet u het gevaar? Zelfs heel onderlegde, goed geschoolde verkondigers, komen soms wel in de verleiding om uit Gods Woord datgene naar voor te brengen dat hun stellingen en opvattingen onderlijnt. En wanneer ze dan in diezelfde Bijbel pasages tegenkomen die op het eerste zicht die opvatting enigzins lijken af te zwakken, dan willen ze die gedeelten liefst overslaan of hun waarde minimaliseren.

Ik denk dat we als christenen de gehele Bijbel - van kaft tot kaft zoals we dat soms zeggen - even ernstig moeten nemen; dat we niet het recht hebben om een bepaalde brief, zoals die van Jakobus, af te doen als onbelangrijk of minder opbouwend.

* * *

Wanneer de deze brief onbevooroordeeld gaan lezen, dan komen we tot een aantal interessante vaststellingen.

Het is een geschrift dat bij de eerste lezing wel wat brutaal overkomt. Want Jakobus neemt gÈÈn blad voor de mond maar zegt de dingen zoals ze zijn, en dat kan hard aankomen, soms "choquerend" zijn. Maar hebben we dat in ons leven op bepaalde momenten niet nodig: iemand die klaar en duidelijk vertelt wat er schort, die de vinger op de wonde durft leggen?

In de tweede plaats schrijft deze apostel heel praktisch. Hij verkondigt geen zware, theologische, stellingen maar heeft het over heel konkrete zaken waar wij allemaal in ons leven meermaals mee gekonfronteerd zullen worden. Hij heeft het over verzoekingen en over hun doel. Hij waarschuwt voor passieve christenen: mensen die wÈl naar Gods woord horen maar niet in aktie willen komen.

Hij schrijft over Gemeenten waar onderscheid gemaakt wordt tussen hoger en minder hoog geplaatste broeders en zusters. Hij spreekt over dat "dode geloof" waar we het al over hadden, bomen zonder vruchten zou Jezus het genoemd hebben. Hij verwittigt ons voor de "zonde van de tong": laster en kwaadsprekerij, die we jammer genoeg ook onder de christenen maar al te vaak moeten onderkennen.

Jakobus waarschuwt verder in deze brief voor mensen die meer en meer op hun eigen plannen gaan vertrouwen, die een duidelijke blauwdruk voor hun toekomst gaan uitstippelen zonder zich af te vragen wat Gods plan met hun leven is. Hij wijst op het streven van de meeste mensen - en ook dat streven vinden we bij gelovigen! - naar steeds meer materiÎle welstand en rijkdom.

En de apostel schrijft ook nog over lijden, over voorbede en wat we als kinderen Gods moeten doen wanneer we ziek worden.

En wanneer ik heel dat lijstje overloop dan kan ik niet anders dan tot de vaststelling komen dat deze apostel helemaal geen "strooien brief" heeft geschreven maar dat God het in zijn wijsheid wel degelijk zo heeft geleid dat dit heel waardevolle boek in de Bijbel werd opgenomen!

En dan begin ik Jakobus ook meer en meer de waarderen als een discipel met sterke herderlijke gaven; een Èchte pastor, die de gelovigen, waar hij zich voor verantwoordelijk voelde, met heel veel zorg omringde en met praktische raad en waardevolle adviezen wilde ter hulp komen. Maar dan wÈl een herder die zijn kudde niet "naar de mond praatte" maar die hen duidelijk en zonder omwegen durfde vertellen waar het op aan kwam en waar zij eventueel fout zaten!

* * *

In ons schriftgedeelte van deze morgen gaat Jakobus een gesprek aan met christenen die misschien niet met heel zware problemen zoals ziekte, dood of lijden hebben te worstelen maar die zich toch veel vragen stellen. Ik vermoed heel sterk dat het om een grote groep gaat, en dat ook velen onder ons zich in het volgende beeld zullen herkennen.

Hij spreekt tot gelovigen die heel veel strijd in hun leven ervaren, mensen die voortdurend "strijden en vechten" en eigenlijk niet weten tegen wie en waarom. Ze zijn misschien al zo lang een kind van de Heer en toch ervaren ze geen vrede en geen rust in hun geloof; ze voelen zich innerlijk opgejaagd en hebben twijfels en een massa onbeantwoorde vragen en ze hebben misschien de indruk dat ze in hun geestelijk leven in feite geen stap verder komen.

Door heel die ervaring - die misschien al heel lang hun deel is - raken ze zwaar ontmoedigd en hebben ze twijfels. En als een goede pastor wil Jakobus deze gelovigen dus ter hulp komen.

En hij doet dat op de enige, korrekte manier: hij zoekt naar de oorzaak van die innerlijke onrust, van die strijd en van die twijfel. Want in ons geestelijk leven is heel veel overeenkomst met ons lichamelijk zijn terug te vinden.

Wanneer we ziek zijn en we worden behandeld door een dokter die enkel de kwaal, alleen het symptoom, gaat bestrijden dan brengt ons dat in feite geen stap verder. We zullen ons misschien een korte tijd beter voelen, omdat de pijn een poosje wegblijft of omdat de uiterlijke tekenen van onze ziekte verdwenen zijn, maar na een bepaalde tijd zullen we opnieuw ziek worden en misschien nog erger dan tevoren. De oorzaak van onze ziekte was immers nog altijd in ons lichaam aanwezig...

En precies daarom wil Jakobus doorstoten naar de oorzaak: waar komt nu al dat strijden en vechten in je geestelijk leven vandaan? En hij geeft meteen het antwoord: het komt voort uit hartstocht!

Dat is een heel zwaar beladen woord: hartstocht! Een uitdrukking van het allerdiepste, allersterkste verlangen dat in een mens kan leven. Met het hart wordt altijd uitgedrukt "wat binnen in een mens leeft", waar zijn hele wezen naar uitgaat. Hartstocht is een sterke, misschien wel dÈ sterkste, drijfveer in ons menselijk bestaan! "Crime passionelle"... mensen hebben soms de meest onvoorstelbare misdaden begaan "uit hartstocht".

Hartstocht is in feite een uitdrukking van liefde, maar dan wel van verkeerd gerichtte liefde! Wanneer we het eerlijk gaan onderzoeken komen we tot de ontstellende vaststelling dat die hartstocht een uiting is van eigenliefde, van egoÔsme, van een keuze die ikzelf maak voor mezelf en waarvoor al wat in de weg staat moet wijken.

De oorzaak van mijn strijd, van mijn twijfels en mijn vechten moet ik dus, volgens Jakobus, in mijn eigen hart gaan zoeken. Ik moet ophouden met God of met anderen de schuld te geven en eerlijk in een spiegel gaan kijken en onderzoeken wat er bij mij fout zit!

Zo lang ik weiger om dat te doen zal mijn leven met de Heer onbevredigend blijven. Zo lang ik niet op de knieÎn ga zal ik mijn leven lang met het gevoel zitten dat ik ter plaatse blijf trappelen. En ik zal vroeg of laat anderen daarvan de schuld gaan geven: medegelovigen, leiders van de Gemeente, broeders of zusters waarvan ik vind dat ze bepaalde dingen verkeerd hebben aangepakt... maar ik zal me daardoor niet beter voelen.

Ik zal misschien "geestelijke pillen" slikken om de pijn te verdrijven: naar de samenkomsten blijven komen en in mijn Bijbel blijven lezen... maar ik zal niet genezen van mijn kwaal. Ik zal blijven "strijden en vechten" - zoals Jakobus het zegt - mijn hele leven lang! En er zal geen moment Èchte vrede in mijn hart zijn.

Want - zo vervolgt de apostel - die verkeerde ingesteldheid, dat verkeerde hart, zal altijd maar dieper en dieper in ons geestelijk leven blijven doordringen. Het zal zelfs binnensluipen in onze meest intieme omgang met de Heer, in ons gebed:

"Gij hebt niets omdat gij niet bidt, of gij bidt wel maar ontvangt niet doordat gij verkeerd bidt, om het in uw hartstochten door te brengen."

Mijn gebed wordt krachteloos omdat het een gebed vanuit hartstocht, vanuit een verkeerde instelling, is. Zolang we dat diep ingewortelde egoÔsme niet totaal uit ons hart hebben uitgeroeid, zolang we die aangeboren eigenliefde vervangen hebben door een Èchte, zuivere en oprechte liefde voor de Heer, dan mogen we bidden "tot de kalk van de zoldering naar beneden komt"; het zal ons niets opleveren!

Bid ik om God tot Zijn doel te laten komen? Wil ik dat God Zijn doel bereikt in mijn leven en dat Hij tot Zijn doel komt in de Gemeente waartoe ik behoor ?

En blijf ik bidden met die ingesteldheid, ook wanneer zou blijken dat God een heel ander doel nastreeft dan ikzelf ? Of bid ik om God "voor mijn karretje te spannen" ? Tracht ik God van mijn doel te overtuigen en voel ik me diep teleurgesteld wanneer Hij dan niet in actie blijkt te komen ?

* * *

Naast die eigenliefde moeten we ook de liefde voor de wereld durven opruimen. Kinderen van God moeten keuzes maken in hun leven; ze kunnen niet "van twee walletjes eten":

"Overspeligen, weet gij niet, dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is? Wie dus een vriend van de wereld wil zijn, wordt metterdaad een vijand van God?"

In deze kontekst doelt Jakobus hier zeker niet op "overspel" in het huwelijk maar op "geestelijk overspel". Net als in een huwelijk moeten we ook in ons geestelijk leven een exclusieve keuze maken: we horen Gods Geest toe of we horen de wereld toe. Die Geest "begeert Hij met jaloersheid", schrijft de apostel; God heeft ons lief en - het is natuurlijk een menselijk beeld - wie lief heeft is jaloers, kan niet verdragen dat de ander zijn liefde deelt met een derde!

God wil dat we bij Hem horen en dat we de wereld opgeven! Hij wil dat we in deze wereld staan, dat we van Zijn schepping genieten, maar dat we er als "vreemdelingen" leven, dat we niet van deze wereld zijn. En als er ÈÈn ding is dat christenen in de westerse wereld blijken vergeten te zijn, dan is het dat! We blijven wanhopig proberen om het op een akkoordje te gooien: een stukje van God en een stukje van deze wereld. We willen Zijn genade en Zijn zegen bovenop hetgeen de wereld om ons heen ons heeft te bieden. En dan staan we stom verbaasd dat het zo niet werkt!

"Maar Hij geeft dan ook des te grotere genade. Daarom heet het: God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade."

Opnieuw worden we voor de keuze gesteld. Wil je Zijn genade in je leven ervaren, ruim dan alle eigenliefde op uit je hart, breek met alle wereldse glitter en stel je nederig op voor de Heer. En d‡n kun je een beloning verwachten die alles wat je hebt moeten opgeven vÈr te boven gaan. De kostbare parel, waar Jezus het in zijn gelijkenis over had, die kun je pas verwerven wanneer je al het andere hebt verkocht, hebt weggedaan.

* * *

Pas wanneer de oorzaak van onze kwaal is weggenomen, dan kunnen we eventueel nog enkele geneesmiddellen nemen om ons geestelijk herstel te bespoedigen. Ik wil eindigen met uit het slot van onze schriftlezing van vandaag nog drie "voorschriften" onder de aandacht te brengen. Het zijn geneesmiddellen die ons kunnen helpen om op de geweldige aanbieding van Gods liefde in te gaan en om de volle maat van genade te ontvangen:

1. Wees even positief in je houding tegenover de zonde als je passief je leven in Gods hand legt. "Wederstaat de duivel en hij zal van u vlieden" schrijft Jakobus in vers 7. Zeg voortdurend ja tegen God en neen tegen alles wat niet van God is. Je moet wel volhouden; consequent neen blijven zeggen en dan zal de duivel je uiteindelijk met rust laten en kun je Gods echte vrede ervaren. Nadat Jezus drie maal de satan krachtig afwees, ging die uiteindelijk van Hem weg!

2. Wees nederig tegenover de Heer en tegenover je broeders en zusters. Onderwerp je aan God en hou op met kritiek op de anderen te geven en hen voortdurend terecht te wijzen. In vers 10 belooft Jakobus ons dat de nederigen uiteindelijk door de Heer zullen verhoogd worden. Jezus heeft ons gewaarschuwd dat wie zichzelf op een hoge plaats stelt, diep zal vallen; wie de nederigste plaats voor zichzelf kiest en de anderen "uitmunterder" acht dan zichzelf, die zal door de Heer zelf een voorname plaats toegewezen krijgen...

3. Leef heel dicht bij God. Maak tijd voor een intieme en vertrouwelijke omgang met Hem. Zijn nabijheid niet opzoeken om dingen te vragen waar ons hart naar uitgaat maar in de stilte gaan om van Hem te vernemen wat Zijn wil is en om te ontdekken wel doel Hij nastreeft. Maak van die intieme omgang met God gebruik om je handen te reinigen en je hart te zuiveren: Hem te belijden wat er verkeerd is in je leven en Zijn vergeving te ontvangen. Zoek de nabijheid van de Vader, op een manier zoals Jezus dat ZÈlf heeft gedaan.

"Nadert tot God en Hij zal tot u naderen."



Amen.

 Terug naar ONTMOETING inhoud

12/2/1995