Bijbel

Preken uit Johannes

De genezing van de blindgeborene

(Johannes 9:1-7)


INLEIDING
Er zijn ongeveer 30 persoonlijke genezingsverhalen in de vier Evangeliën. Verschillende daarvan worden in meer dan één van de vier Evangeliën verteld. Dit verhaal komt echter slechts éénmaal voor, nl. in het Johannesevangelie, maar het bevat een aantal elementen die vrijwel uniek aan dit genezingswonder zijn, en die onze kennis van goddelijke genezing aanzienlijk verrijken. Voor wie blind geboren werd, was er in bijbelse tijden helemaal geen hoop. Bovendien, in de Joodse maatschappij van de tijd van het Nieuwe Testament, konden gehandicapten niet op veel medelijden rekenen. Een handicap werd vaak beschouwd als een straf Gods. Vandaar de vraag van Jezus' discipelen in v.2 "Rabbi, wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?". Hiermee belanden wij in de eerste van die elementen die dit verhaal opwerpt, nl. de oorzaak van ziekte of, zoals hier duidelijk gesteld: de schuld voor ziekte.

1. WIE HEEFT GEZONDIGD?
In de tijd van het Nieuwe Testament onderwezen Farizeeën en schriftgeleerden de leer van vergeldende gerechtigheid - de leer van "oog om oog, tand om tand" - de leer die immers nog altijd toegepast wordt in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Jezus' discipelen gaan er dus zonder aarzeling van uit dat deze man blind geboren is omdat God zonde op hem wreekt. Zij duiden meteen twee kandidaat schuldigen aan: 1. de blindgeborene zelf - zijn blindheid zou een straf zijn voor zonde die hij reeds in de moederschoot beging (!) en 2. zijn ouders, wiens zonden God zou straffen door ze een blinde baby ter wereld te laten brengen. Weet u wat mij opvalt en betreurt bij deze vraag van de discipelen van Jezus? Ik bespeur helemaal geen medelijden. De discipelen overleggen niet met elkaar hoe zij de arme blindgeborene zouden kunnen helpen of zegenen. Zij zoeken geen genezing voor hem. Zij verwachten helemaal geen genezing voor hem. Zij geloven helemaal niet in genezing voor hem. Zij zien hem aan als kind der zonde, een monument tot Gods vergeldende gerechtigheid, een "geval", een hopeloos geval, waarschijnlijk zelfs een goddeloos geval. En dus komen er bij hen geen gedachten van medelijden, genade, barmhartigheid of liefde; zij houden zich maar alleen bezig met de schuldvraag: "wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?". Heeft hun vraag eigenlijk enig zin? Stelt u voor dat Jezus hen antwoordt, en de blindgeborene of zijn ouders, of zelfs iemand anders, als schuldige aanduidt, zal die kennis de blindgeborene genezen? Natuurlijk niet.

Maken wij soms dezelfde fout als de discipelen? Beschuldigen wij ook zieken of mensen met andere problemen? B.v. "die drinkt te veel; die rookt te veel; die werkt te veel; die heeft te weinig lichaamsbeweging; die eet te veel; die eet te weinig; die is al oud … geen wonder dat die ziek is of dat die problemen heeft!". Ik wil niet zeggen dat wij altijd ongelijk hebben. Maar gelijk hebben of halen, geneest niet en lost problemen niet op. Iemands verleden kan zijn heden verklaren, maar zijn toekomst geenszins veranderen.

2. DE WERKEN GODS MOETEN OPENBAAR WORDEN
"Wie heeft gezondigd, deze of zijn ouders, dat hij blind geboren is?". Dat is v.2. Maar het verhaal begint niet met v.2; het begint met v.1: "En voorbijgaande zag (Jezus) een man, die sedert zijn geboorte blind was.". Jezus ziet dezelfde blindgeborene en dezelfde ellende, maar Hij heeft een heel andere kijk op deze arme man en zijn toestand. De bewogen ontferming van de Heer staat in schril contrast tot de onpersoonlijke onverschilligheid van Zijn discipelen. Bent u een denker of een voeler? Denkt u over de noden van anderen, of voelt u met hen mee? Het lijden van anderen laat louter denkers koud, maar het beweegt voelende, barmhartige medelijders tot ontferming. Terwijl Zijn discipelen in de toewijzing van schuld zitten te modderen, maakt Jezus Zich klaar om de heerlijke werken Gods te openbaren: v.3 "Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.". Wat voor dokter raadpleegt u het liefst? Één die u onderzoekt en zegt zuchtend: "Amaai, wat hebt gij weeral uitgestoken?", of één die u onderzoekt en u troostend bemoedigt: "Nie aantrekken; het komt snel in orde?". Een tiental jaren geleden raadpleegde ik een specialist wegens plotselinge, hevige rugpijn. Nadat hij mij onderzocht had en naar mijn platen gekeken, vroeg hij nogal nors: "Het is uw eigen fout. Waarom hebt gij zo lang gewacht? Gij hadt 20 jaren geleden moeten komen. Nu is er niets meer aan te doen. Binnen enkele maanden zit gij in een rolstoel en gij komt er nooit meer uit!". Ik zag aan zijn gezicht dat hij mij niet geloofde toen ik zei dat ik nooit eerder rugklachten had gehad. Men gaat toch niet naar de dokter wanneer men niets mankeert! U kunt zich voorstellen met welk gemoed ik naar huis ging. Ik was naar het ziekenhuis gegaan met hevige pijn, maar ook met hoop op genezing. Ik keerde terug naar huis met even veel hevige pijn maar nu zonder hoop op beterschap (integendeel!) en bovendien was mijn pijn mijn eigen schuld omdat geen 20 jaar eerder naar de dokter gegaan was! Gelukkig had die specialist niet het laatste woord. Ik heb hem trouwens nooit meer gezien. 'S anderendaags, na verder onderzoek, kwam ik bij een andere dokter terecht - een christelijke dokter, die mij vriendelijk en bemoedigend toesprak. De discipelen zien de blindgeborene als een hopeloos, zondig geval. Maar Jezus ziet hem als een kandidaat voor een geweldig wonder! Bij Jezus is niemand een hopeloos geval. Jezus blijft niet bij schuldvragen hangen. Hij zegt: Joh.12:47 "Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden.". Jezus wil niet oordelen; Hij wil behouden. Oordeel leidt tot veroordeling en verwerping; barmhartigheid tot ontferming en herstel.

"Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden." Er kàn soms een verband zijn tussen zonde en ziekte. Wie 200 sigaretten per dag rookt, loopt kans op longkanker. Wie ontuchtig leeft, loopt kans op AIDS. Soms legde Jezus ook een verband tussen zonde en ziekte, zoals b.v. bij de verlamde jongeling die door het dak van een huis te Kapernaüm aan Zijn voeten neergelegd werd. Eerst zei Hij: Mt.9:2 "Houd moed, mijn kind, uw zonden worden vergeven.", en pas daarna: v.6 "Sta op, neem uw bed op en ga naar uw huis.". Jezus ontkent niet dat de blindgeborene en zijn ouders zondaars zijn, maar in dit geval ziet Hij geen verband tussen hun zonde en de handicap van de blindgeborene. Zonde ligt niet altijd aan de basis van ziekte of andere levensproblemen. Ziekte is lang niet altijd de fout van de zieke zelf; levensproblemen zijn lang niet altijd te wijten aan de personen die daaronder lijden. De duivel liegt wanneer hij zieke christenen ervan beschuldigt zelf verantwoordelijk te zijn voor hun gebrek aan genezing, of wanneer hij christenen die met problemen kampen ervan probeert wijt te maken dat hun problemen allemaal hun eigen fout zijn. Dertig jaren geleden sprak ik over goddelijke genezing in een kleine gemeente in de heuvels van Midden-Engeland. Na de dienst viel een zuster mij aan: "u gelooft niet wat u predikt", zei ze uitdagend! Wat bedoelt u?", vroeg ik? "Wel", antwoordde ze, "u predikt over goddelijke genezing maar ik zie dat u daar zelf niet in gelooft." Ik was benieuwd. Hoe kan men "zien" wat een ander "gelooft"? Dus vroeg ik haar waaraan zij zag dat ik niet in goddelijke genezing geloof. "Da's duidelijk", antwoordde ze triomfantelijk glimlachend, "want u draagt een bril. En waarom draagt u een bril? Omdat u niet genoeg gelooft, en/of omdat u niet genoeg bidt, en/of omdat u één of andere geheime zonde hebt.". Zal ik u vertellen waarom ik een bril draag? Omdat ik niet goed zie zonder! Maar ja, hoe moest ik die zuster antwoorden? Plotseling kreeg ik een lumineus idee (ik ben lang niet zo poeslief als u denkt). Toen zij mij glimlachend antwoordde, merkte ik dat zij mooie, witte tanden had. Ik keek haar recht in de ogen en zei: "zuster, mag ik u vragen, zijn die tanden in uw mond van u?". "Neen", zei ze, "ik draag al jaren een gebit!". Schaakmat! Ze stond letterlijk èn figuurlijk met haar mond vol tanden! Er werd niets meer gezegd, maar ik geloof wel dat ze het begrepen heeft. Ik ken een zuster die naar een genezingsdienst in Nederland ging. Zij had al jaren zeer slechte ogen en droeg een zeer dikke bril. Zij ging naar voren voor gebed en de evangelist beval: "bewijs dat u gelooft dat God u genezen heeft door uw bril weg te gooien!". De bril ging vloog de lucht … en op weg naar huis reed ze haar auto "perte totale"! Wat was er misgegaan? Te weinig geloof? Neen: te veel "goedgeloof"! Ziet u hoe listig de satan te werk gaat? Hij verlegt handig de schuld voor zijn duivels werk van zichzelf op zieken en mensen die met levensproblemen kampen! Zo gaat hijzelf vrijuit!

"Jezus antwoordde: Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden.". Jezus voert geen onderzoek naar schuld; Jezus houdt Zich bezig met Gods plan en Gods oplossing - een positieve, genezingsgerichte benadering van de blindgeborene in tegenstelling tot de negatieve, oordelende en veroordelende houding van de discipelen. "Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden." Hier leren wij nog een belangrijk aspect van Jezus' wonderentheologie. "Noch deze heeft gezondigd noch zijn ouders, maar de werken Gods moesten in hem openbaar worden." Er ís dus een reden, een goddelijke reden, waarom deze man blindgeboren is. Er is dikwijls een reden waarom God ziekte toelaat. Soms komen wij die reden te weten, zoals Job, die uiteindelijk begreep waarom God zoveel ellende in zijn leven toeliet, en zoals Paulus, die ook verstond welk doel God met zijn handicap beoogde, nadat hij Hem driemaal tevergeefs om bevrijding had gebeden. Maar soms blijft de reden waarom God tegenspoed bij christenen toelaat binnen het mysterie van Zijn soevereiniteit. Hoewel de oorsprong van alle tegenspoed rechtstreeks of onrechtstreeks duivels is, laat God het soms toe om een geestelijk doel, zoals bij Job en bij Paulus. God geneest of bevrijdt pas wanneer Zijn doel bereikt wordt, zoals bij Job. Soms, zoals bij Paulus, wordt Gods doel bereikt door niet te genezen of te bevrijden, maar door genade te schenken om met de nood te kunnen leven. Of wij Gods bedoelingen verstaan of niet, wanneer God één van Zijn kinderen laat lijden, op welke wijze ook, heeft Hij er altijd een goede reden voor, nl. opdat de werken Gods - Gods plan, Gods bedoeling - in ons openbaar worden.

3. "GODDELIJKE GENEESHULPMIDDELEN"
Nu naar v.6 "Na dit gezegd te hebben, spuwde Hij op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen". Vindt u ook niet dat Jezus soms een beetje raar doet? Hoe zou u reageren wanneer u straks om gebed voor genezing vraagt, en de broeder of zuster die met u bidt u naar buiten neemt, op de grond spuwt en een mengeling van speeksel en ingrediënten van de nieuwe Sint Bernardsesteenweg op uw gezicht smeert? Ik vrees dat u geen voet meer in onze kerk zet! Jezus deed soms rare dingen. Wanneer wij Jezus' wonderen bestuderen, zien wij dat Hij geen vaste formule toepaste. Soms legde Hij Zijn handen op mensen, soms niet. Soms bad Hij, soms niet. Soms bezocht Hij ze of liet Hij ze tot Hem komen, soms deed Hij een wonder van op afstand. Soms vroeg Hij om geloof, soms niet. Soms vroeg hij aan mensen om zelf een stap in het geloof te nemen, soms niet.

"(Jezus) spuwde op de grond en maakte slijk van dit speeksel en Hij legde hem het slijk op de ogen". Hier is nóg een facet van Jezus' wonderentheologie. In bijbelse tijden geloofde men dat menselijk speeksel geneeskrachtig was, en gebruikte men zalf voorbereid uit een bepaald soort van klei voor de behandeling van oogziekten. Hoogstwaarschijnlijk heeft de blindgeborene dergelijke "behandelingen" al eerder in zijn leven ondergaan. Maar zonder resultaat. Ditmaal wel? Doet Jezus' "zalf" hem wel zien? Zo ja, verhuis ik naar Jeruzalem, graaf ik tonnen klei op en richt ik een zalffabriek op - met personeel dat goed kan spuwen! Ik zal wereldberoemd worden (en waarschijnlijk ook stinkend rijk) als de uitvinder van een zalf die blindheid geneest. Wie verhuist mee? Begin nog niet in te pakken! Want de blindgeborene, die nu voor Jezus staat, met slijk op zijn gezicht, kan nog altijd niet zien. Jezus' "zalf" was geen geneesmiddel, maar een bemoedigingmiddel. Heeft uw geloof ook soms bemoediging nodig? Jezus gebruikt allerlei "zalven" om ons geloof te bemoedigen - een lied, een gebed, een woord van profetie, een prediking of een bijbelstudie, maar ook een glimlach, een schouderklopje of een vriendelijk woord van een broeder of zuster - zoals het lied zegt: olie op onze hoofd, balsem voor onze ziel.

4. MENSELIJKE MEDEWERKING
De blindgeborene heeft zich laten doen en Jezus hem slijk op zijn gezicht laten smeren. Gelukkig kan hij het zelf niet zien, maar hij slaat nogal een gek figuur. De mensen spotten sowieso met blinden; een blinde met slijk aan zijn gezicht was nog belachelijker! Maar Jezus is nog niet klaar met de blindgeborene. En hier is nog een les in Zijn wonderentheologie, nl. dat wanneer wat Jezus met ons en in ons leven doet, onze toestand eigenlijk erger schijnt te maken dan beter, wil dit niet zeggen dat onze zonde onvergeeflijk is, of onze ziekte ongeneeslijk, of onze nood onoplosbaar, maar gewoon wat ik ooit op een bumpersticker in Engeland las, op een auto met een vis op de achterruit maar die niet erg "christelijk" voor mij reed: "Don't blow your horn; God hasn't finished with me yet!" (Claxonneer niet, God is nog niet klaar met mij!). De blindgeborene heeft slijk op zijn gezicht, maar hij kan niet zien. En nu beveelt Jezus: v.7a "Ga heen, was u in het badwater Siloam". Op dit moment loopt het werk Gods gevaar. Tot nu toe is de betrokkenheid van de blindgeborene louter passief gebleven. Hij heeft alleen moeten toelaten dat Jezus slijk op Zijn ogen toebrengt. Maar nu moet hij actief worden en zelf iets ondernemen: "Ga heen, was u in het badwater Siloam".

Hier is nog een stuk wonderentheologie: vanaf het ogenblik dat menselijke tussenkomst in het proces van een wonder gevraagd wordt, bestaat het gevaar dat het verkeerd loopt. Jezus liep op het water. Petrus ook - totdat zijn goddelijk geloof in menselijke vrees veranderde. Wonderen stranden nooit door gebrek aan goddelijke kracht; zij stranden door gebrek aan menselijke geloofsgehoorzaamheid. De Israëlieten die middels een hele reeks wonderen uit de slavernij van Egypte werden bevrijd, voor wie de Rode Zee wonderlijk openspleet, voor wie water wonderlijk uit de rots gutste, voor wie hemels brood en vlees wonderlijk geleverd werd, traden het Beloofde Land niet binnen. Waarom? Omdat zij dit zèlf moesten doen! Zodra een menselijke bijdrage in een wonderproces gevraagd wordt, loopt het wonder gevaar. Mt.13:58 "(Jezus) deed … niet vele krachten (in Zijn vaderstad) wegens hun ongeloof." "Blindgeborene: Ga heen, was u in het badwater Siloam"! Zal hij het doen? Menselijk gezien heeft het weinig zin. Er is geen wonder gebeurd. Het slijk heeft niet gewerkt. De blindgeborene kan nog altijd niet zien. Jezus heeft hem duidelijk niet genezen. Om het slijk van zijn ogen af te wassen, hoeft de blindgeborene zich niet te gaan wringen tussen de spottende scharen in de smalle straatjes en steegjes van de oude binnenstad van Jeruzalem tot aan de poel van Siloam, waarin zgn. "levend water" van de bron van Gihon uit Hizkia's watertunnel stroomde - een deel van Jeruzalem's drinkwatervoorziening. Wat Jezus de blindgeborene vraagt, lijkt niet alleen fysisch overbodig; het is ook geestelijk bedenkelijk. Want op eerste zicht is wat Jezus de blindgeborene gebiedt tegen de wet. Zoals het vervolg van het verhaal toont (leest u het thuis maar), was het volgens de Farizeeën tegen Gods wet om zieken op de sabbat te genezen. Het was ook tegen de wet om meer dan 2.000 stappen - maximum anderhalve kilometer - op de sabbat te lopen. En het was zeker tegen de wet voor een vervloekte Gods om het onreine slijk der aarde met het reine, levende water van de poel van Siloam af te wassen. "Ga heen, was u in het badwater Siloam". Zou het niet gemakkelijker om zijn gezicht thuis te wassen, zonder joelende toeschouwers? Natuurlijk! Maar, wat denkt u? Indien de blindgeborene het bevel van Jezus naast zich neerlegt, en zich niet met water van de poel van Siloam wast, zal hij ziende worden?

Iemand die ik heel goed ken, kreeg onlangs een voorschrift voor medicatie van de dokter. Nadat hij het papiertje las waarop mogelijke nevenwerkingen beschreven werden, nam hij de pillen niet. Twee weken later ging hij terug naar de dokter, nog altijd ziek. "Hebben de pillen niet geholpen", vroeg de dokter. "Nee", antwoordde de patiënt eerlijk! Natuurlijk hadden de pillen niet geholpen! Als men de instructies niet volgt, moet men geen genezing verwachten. Als men Gods geboden niet gehoorzaamt, moet men niet op wonderen rekenen. En als de blindgeborene Jezus' bevel niet uitvoert, zal hij niet zien. Een mens kan zelf geen goddelijke wonderen verrichten. God verwacht ook niet van ons dat wij zelf wonderen verrichten, maar Hij verwacht wel onze medewerking opdat Hij wonderen in ons leven kan doen. Geloofsbemoediging volstaat niet. Geloofsgehoorzaamheid is ook nodig. De blindgeborene moet moed, geloof en gehoorzaamheid opbrengen om zich in het badwater Siloam gaan wassen, tegen de wet in, ondanks tegenstand van de autoriteiten en onder de spot en de hoon van de voorbijgangers. Maar hij doet het! Hij heeft nog geen lichamelijk zicht maar wel al geestelijk zicht: v.7b "Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug.". Het klinkt erg simpel, niet waar: "Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug."? Broeders en zusters: wonderen vinden plaats wanneer wij in het geloof Jezus laten doen in ons leven, en wanneer wij in het geloof Zijn instructies precies opvolgen. Geloofsgehoorzaamheid is een onontbeerlijk element in het ontvangen en het beleven van wonderen. De 5.000 worden niet gespijzigd indien de discipelen de 5 broodjes en de 2 visjes niet uitdelen. Petrus wandelt niet op het water gewandeld tenzij hij zelf uit de boot stapt. De wonderbare visvangst gebeurt niet tenzij de discipelen zelf naar diep water varen en zelf de netten uitzetten. En de blindgeborene ziet niet tenzij hij zich in het badwater Siloam wast. Wonderen van vergeving gebeuren niet zonder dat wij onze zonden belijden en ons daar berouwvol van bekeren. Het wonder van eeuwig leven hangt af van volhardend geloof. Gebedsverhoring wordt alleen bekomen indien wij gelovig en volhardend bidden. Bevrijding vindt alleen plaats wanneer wij ook zelf willen loslaten wat ons bindt. Geloofsgehoorzaamheid - uitvoeren, in het geloof, wat Jezus beveelt - is de vonk die een gepland, beloofd, goddelijk wonder in gang zet. Jezus spreekt zowel de blindgeborene als zijn ouders vrij van schuld, maar de blindgeborene kan nog steeds niet zien. Jezus smeert slijk op zijn ogen, maar hij kan nog altijd niet zien. Jezus beveelt: "Ga heen, was u in het badwater Siloam" maar hij kan nog altijd niet zien. Pas wanneer hij zijn geloof in Jezus bewijst, door Zijn bevel onmiddellijk, onvoorwaardelijk, letterlijk en volledig te gehoorzamen, komt hij ziende terug. Passief geloof is gemakkelijk. Het is gemakkelijk te zeggen dat men gelooft. Maar passief geloof is geen bijbels geloof. Bijbels geloof is actief. Het blijft niet bij theorie. Het wordt daad. Geestelijk inzicht gaat weliswaar dikwijls aan verstandelijk inzicht vooraf, maar het wordt daar altijd door gevolgd. Geestelijk inzicht overtuigt ons om Gods Woord te geloven; verstandelijk inzicht beweegt ons ertoe om het te gehoorzamen. Gehoorzaamheid aan Jezus' bevel bewijst geloof in Jezus als Heer. Geloofsgehoorzaamheid opent de weg naar wonderen.

"Ga heen, was u in het badwater Siloam". Kan Jezus de blindgeborene niet doen zien zonder deze geloofsgehoorzame stap te eisen? Ziet Jezus niet in het hart van de blindgeborene of hij gelooft of niet? Natuurlijk! Jezus heeft speeksel, klei en het water van Siloam niet nodig om de blindgeborene te doen zien. Maar Hij heeft wel zijn medewerking, zijn geloofsgehoorzaamheid nodig. Vandaar het bevel: "Ga heen, was u in het badwater Siloam". Wie wil een wonder van God ontvangen? Straks nodig ik u uit om naar voren te komen voor gebed. Waarom? Kan God ons ter plaatse niet aanraken? Moet men per se naar voren komen, waar anderen het zien, om voor zich te laten bidden? Natuurlijk kan God mensen ter plaatse aanraken. Natuurlijk kan Hij vergeven, genezen en bevrijden zonder dat men naar voren komt. Maar Hij kan en zal ons nooit vergeven, genezen en bevrijden zonder onze medewerking, zonder dat wij bewijzen dat wij in Hem geloven. Naar voren komen voor gebed is natuurlijk niet het enige geloofsbewijsmiddel. Naar voren komen kost dikwijls heel wat innerlijke strijd, maar het is een teken dat men alle weerstand opgeeft, dat men zich niet meer achter anonimiteit schuilt, en dat men er openlijk voor uitkomt dat men in de Heer gelooft.

CONCLUSIE
"Ga heen, was u in het badwater Siloam"; "Hij dan ging heen, wies zich en kwam ziende terug." Het wonder is weliswaar echt en eenvoudig voor de gelovige, gehoorzame blindgeborene, maar lang niet zo vanzelfsprekend voor de verbaasde buren en voor de ongelovige, eigenwijze Farizeeën: vv.8-11,13,18-25 "De buren dan en zij, die hem vroeger als bedelaar gekend hadden, zeiden: Is hij dat niet, die zat te bedelen? 9 Sommigen zeiden: Hij is het; anderen zeiden: Neen, maar hij gelijkt op hem. Hij zeide: Ik ben het. 10 Zij dan zeiden tot hem: Hoe zijn dan uw ogen geopend? 11 Hij antwoordde: De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zeide tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende. … 13 Zij brachten hem, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën. … 18 De Joden … geloofden niet van hem, dat hij blind geweest en ziende geworden was, totdat zij de ouders geroepen hadden van hem, die ziende was geworden, 19 en zij vroegen hun en zeiden: Is dit uw zoon, van wie gij zegt, dat hij blind geboren is? Hoe kan hij dan nu zien? 20 Zijn ouders antwoordden en zeiden: Wij weten, dat dit onze zoon is, en dat hij blind geboren is; 21 maar hoe hij nu zien kan, weten wij niet, en wie zijn ogen geopend heeft, wij weten het niet; vraagt het hemzelf, hij heeft zijn leeftijd, hij zal voor zichzelf spreken. 24 Zij riepen dan ten tweeden male de man, die blind geweest was, en zeiden tot hem: Geef Gode de eer; wij weten, dat deze mens een zondaar is. 25 Hij dan antwoordde: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; één ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan.". Wij kunnen het mechanisme van goddelijke wonderen noch verstaan noch verklaren. Verstaan niet; verklaren evenmin; maar weten wel! Wij weten dat wonderen gebeuren. De blindgeborene weet niet veel over Jezus. Maar Hij weet heel goed wat Jezus in Zijn leven heeft verricht. Hij is niet sterk in theoretische theologie, maar wel in praktische ervaring: "één ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan." - "ik weet wat ik was, en ik weet wat ik nu ben; ik weet hoe ellendig ik was toen mijn leven onder de heerschappij van de duivel stond, en ik weet hoe gelukkig ik ben nu ik Jezus gehoorzaam ben". Wat een verandering! Een ware metamorfose: "één ding weet ik, dat ik, die blind was, nu zien kan.".

Wie is hier, vandaag, zoals deze blindgeborene? Is uw leven beheerst door zonde, ziekte of andere problemen? Zeggen familie, kennissen en zgn. vrienden: "het is uw eigen schuld". In hun - en misschien uw eigen - ogen bent u een hopeloos geval. "Voorbijgaande zag (Jezus) een man". Voorbijgaande ziet Jezus u en mij. Misschien merken anderen niet dat wij er zijn, nog minder weten anderen welke nood er in ons leven is. Jezus wel. Hij wil ons aanraken - daar, precies op de plek waar wij pijn lijden in ons leven of ons lichaam? En Hij wil ons ook zeggen: "Ga heen, was u in het badwater Siloam, hetgeen vertaald wordt door: uitgezonden.". "Uitzenden" - niet "wegzenden" omdat er niets meer aan de toestand te doen is of omdat men niets met zgn. hopeloze gevallen te maken willen hebben; ook niet "verzenden", doorsturen om er zelf van de last van af te zijn; maar "uitzenden", in de zin van "u mag, u kunt nu gaan, want uw nood is nu opgelost". Het verhaal van de blindgeborene wordt weliswaar slechts éénmaal in de Schrift verhaald, maar het is lang geen alleenstaand geval. Jezus heeft sindsdien ontelbare dergelijke zgn. "hopeloze gevallen" gered, genezen en bevrijd en Hij doet het nog vandaag. Ook voor u …

Amen.

home Terug naar ONTMOETING inhoud

07/2004