Bijbel

Preken uit Johannes

Johannes 5:1-9

Verwachting

(Johannes 5:1-9)

INLEIDING
Ik heb hier een zestal maanden geleden over dit verhaal gepredikt, en ik dacht toen alle belangrijke lessen daaruit toen te hebben toegelicht, maar toen ik er een week of drie geleden weer aan dacht, viel mij iets sterk op dat mij toen, en eigenlijk nooit eerder, opgevallen was, nl. het verschil tussen wachten en verwachten. Hoeveel onder ons hier vanmorgen, gelijk de verlamde in dit verhaal, wachten op een wonder? En hoeveel onder ons hier vanmorgen, ook gelijk deze verlamde, verwachten geen wonder (ditmaal hoeft u uw hand niet op te steken)? Het feest in v.1 van het verhaal is waarschijnlijk het Joodse Poerimfeest, dat eind februari/begin maart plaatsvindt, ter herdenking van de redding van de Joden ten tijde van koningin Ester - een bijzonder vreug-devol en vrolijk feest, wanneer Joden geschenken aan elkaar gaven. Het feest in v.1 staat in scherp contrast tot de ellende in vv.2,3 en 4: "Nu is er te Jeruzalem bij de Schaapspoort een bad, dat in het Hebreeuws de bijnaam Betesda draagt (wat "huis van barmhartigheid betekent), met vijf zuilengangen. 3 Daarin lag een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden, die wachtten op de beweging van het water. 4 Want van tijd tot tijd daalde een engel des Heren neder in het bad; dan bewoog het water; wie er dan het eerst in kwam na de beweging van het water werd gezond, wat voor ziekte hij ook had. ". De verlamde ligt te wachten op de beweging van het water. Wachten doet hij, verwachten niet. Want zelfs indien het water beweegt, heeft hij niemand, "zodra er beweging komt in het water, (om hem) in het bad te werpen; en terwijl (hij) onderweg (is), daalt een ander voor (hem) af.". Bent u gelijk deze verlamde? Wacht u al lang op een wonder zonder het nu nog - vandaag nog - echt te verwach-ten? Zoals de verlamde te Betesda, hebt u al anderen vergeven, genezen of bevrijd zien worden, of althans getuigenissen van vergeving, genezing en bevrijding bij en van anderen gehoord. Maar zoals de verlamde te Betesda, was u er zelf nooit bij, of nooit op tijd bij, toen bij wijze van spreken de engel des Heren het Betesda-badwater bewoog. Hij wacht al lang, maar hij verwacht al lang niet meer. Zo ja, dan lag hij niet op zijn matras onder één van die vijf zuilengangen; hij zat in zijn zwembroek in het water! Broeders en zusters, laat ons nooit naar de kerk alleen om te wachten. Laat ons altijd naar de kerk met verwachting! Ik daag u uit: kom volgende zondag naar de kerk in uw zwembroek! Beter nog: wacht niet tot volgende zondag; trek uw zwembroek nu al aan! Verwacht een wonder vandaag al!

Verwachting verandert omstandigheden. Koning David zingt in Ps.25 (vv.3,5) "allen die U verwachten, worden niet beschaamd … Gij zijt de God mijns heils, U verwacht ik de ganse dag.", en in Ps.33:20 "Onze ziel verwacht de Here, Hij is onze hulp en ons schild.". De profeet Jesaja predikt: 40:31 "wie de Here verwachten, putten nieuwe kracht; zij varen op met vleugelen als arenden; zij lopen, maar worden niet moede; zij wandelen, maar worden niet mat."; de profeet Jeremia: Kl.3:25 "Goed is de Here voor wie Hem verwachten, voor de ziel die Hem zoekt". De apostel Paulus schrijft dat als wij: 2 Cor.3:12 "verwachting hebben, treden wij met volle vrijmoedigheid op"; Fil.3:20 "Want wij zijn burgers van een rijk in de hemelen, waaruit wij ook de Here Jezus Christus als verlosser verwachten". Wij moeten dus niet alleen op wonderen wachten, maar ze ook verwachten. De Heer gebiedt zelfs: 2 Petr.2:14 "beijvert u in deze verwachting"!

1. ABRAHAM
Aartsvader Abraham leefde in verwachting: Hebr.11:9-10 "Door het geloof heeft hij vertoefd in het land der belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde … 10 want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.". Abraham leefde tot de rijpe leeftijd van: Gen.25:7b-8 "honderd vijfenzeventig jaar. 8 En Abraham gaf de geest en stierf in hoge ouderdom, oud en van het leven verzadigd". Verwachting bepaalde en beheerste heel Abrahams leven: "hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.". Abrahams leven werd beheerst door zijn hemelverwachting - de verwachting, door het geloof, van eeuwig leven bij God in de hemel.

Wat verwacht u na de dood? De Bijbel leert dat er slechts twee mogelijkheden zijn: eeuwig leven in de hemel of eeuwig lijden in de hel. Abraham verwachtte het eeuwige leven in Gods hemel! Ik ook! U ook? Hoe kon Abraham daar zo zeker van zijn? De Bijbel zegt: Gen.15:6 "hij geloofde in de Here, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.". Abraham was een zondaar zoals wij. De Bijbel zegt: Rom.3:10,23 "Niemand is rechtvaardig, ook niet een … 23 Want allen hebben gezondigd en derven de heer-lijkheid Gods"; 1 Joh.1:8 "Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet.". Maar de Bijbel zegt ook: 1 Joh.1:9 "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid."; Rom.10:9-10 "Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; 10 want met het hart gelooft men tot gerechtig-heid en met de mond belijdt men tot behoudenis."; Joh.1:12 "allen, die (Jezus) aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in zijn naam geloven". Abraham "geloofde in de Here, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.". De basis van zijn verwachting was niet zijn goede werken, niet zijn braaf karakter, maar zijn oprecht geloof. Vergeving van zonde en het eeuwig leven heeft niets met eigen verdiensten te maken. Zoals de apostel Paulus schrijft: Ef.2:8-9a "door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God, niet uit werken". De basis voor de verwachting van het eeuwige leven is niet vertrouwen in wat wij zijn of hebben gepresteerd, maar geloof dat Jezus voor onze zonden aan het kruis van Golgota stierf, dat Zijn bloed voor onze zonden betaalde, dat Zijn opstanding de dood overwon, en dat Zijn hemelvaart de weg naar de hemel opende. De apostel Johannes somt dit allemaal op aan het einde van zijn prachtige eerste brief: 1 Joh.5:11-13 "God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.13 Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt." - niet "wenst" of "hoopt", zelfs niet "verwacht", maar "weet"! Als u de hemel en het eeuwige leven niet verwacht na uw dood, omdat u niet zeker bent dat uw zonden vergeven zijn, kan u vandaag "in verwachting" geraken en deze kerk straks verlaten met absolute zekerheid in uw hart!

2. DAVID
Christelijke verwachting betreft echter niet alleen het eeuwige leven nà de dood in de hemel, maar ook het menselijk leven vóór de dood! David, uit wiens psalmen ik al voorlas, had het alles behalve gemakkelijk gedurende de drie jaren durende meedogen-loze vervolging van de jaloerse, boze koning Saul, toen hij als opgejaagde vluchteling in holen en spelonken in de woestijn moest vertoeven. Daar ontving hij plotseling het verpletterende nieuws dat zijn boezemvriend, Jonathan, vermoord was. Maar hij kreeg geen tijd om te rouwen, want toen pleegde koning Saul zelfmoord, en vluchteling David werd ineens koning David - een totale, radicale omwenteling in zijn leven en omstandigheden terwijl zijn emoties grondig door elkaar geschud werden! O.a. over die woelige periode van zijn leven schreef hij een twintigtal later Ps.40: v.2 "Vurig verwachtte ik de Here; toen neigde Hij Zich tot mij en hoorde mijn hulpgeroep". Op het ogenblik dat David niet wist wat hij van het leven en van zijn toekomst te verwachten had, en toen hij niet wist wat hij van mensen kon verwachten, richtte hij zich tot de Heer: "Vurig verwachtte ik de Here; toen neigde Hij Zich tot mij en hoorde mijn hulpgeroep".

God heeft ons geen kalme reis beloofd, doch wel een behouden aankomst. De apostel Paulus, die, net zoals koning David, zwa-re levensstormen doorvoer, schreef: 1 Cor.10:13 "Gij hebt geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. En God is getrouw, die niet zal gedogen, dat gij boven vermogen verzocht wordt, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen, zodat gij ertegen bestand zijt.", of, zoals in "Het Boek" staat: "De beproevingen die u hebt ondergaan, zijn niet ongewoon. God is trouw; Hij zal ervoor zorgen dat de beproevingen u niet teveel worden. Hij zal ook een uitweg uit de beproevingen geven, zodat u er tegen opgewassen bent.". Wij verwachten niet altijd bewaring voor de stormen des levens, maar wij verwachten wel de tussenkomst van de Heer in die levensstormen. Wij verwachten vergeving wanneer wij zondigen, genezing wanneer wij ziek zijn, bevrijding wanneer wij gebonden worden, vrede wanneer wij angstig zijn, uitkomst wanneer wij in nood geraken, en overwinning wanneer wij in strijd gewikkeld raken: "Vurig verwachtte ik de Here; toen neigde Hij Zich tot mij en hoorde mijn hulpgeroep". Jezus nodigt ons uit: Mt.11:28 "Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven". Begrijpen wij wat Jezus belooft en aanbiedt? Niet altijd onmiddellijke oplossing of verlossing of genezing of bevrijding of overwinning, maar wel altijd rust. In de opperkamer zei Hij aan Zijn geliefde discipelen, die Hij ging verlaten: Jn.14:27 "Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd.". Toen Gods volk door onoverwinnelijke vijanden gedreigd werd, riep God door monde van de profeet Jesaja: 41:10,13 "Vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. … 13 Want Ik, de Here, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u."; 43:1 "nu, zo zegt de Here, uw Schepper, …: Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt Mijn.". Jezus beveelt (!): Mt.14:27 "Houdt moed, Ik ben het, weest niet bevreesd!"; Luc.8:50 "Wees niet bevreesd, geloof alleen"; Openb.1:17b-18 "Wees niet bevreesd, Ik ben de eerste en de laatste, 18 en de levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheden, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk.". "Vurig ver-wachtte ik de Here; toen neigde Hij Zich tot mij en hoorde mijn hulpgeroep".

3. DE VERLAMDE AAN DE SCHONE POORT
In Hand.3 lezen wij over een man: v.2 "die verlamd was van de schoot zijner moeder aan, zodat hij gedragen moest worden", die "zij dagelijks bij de poort van de tempel, genaamd de Schone (zetten), om een aalmoes te vragen van de tempelgangers.". Zoals de langdurige verlamde te Betesda, verwacht deze langdurige verlamde ook niet veel: v.3 "Toen deze zag, dat Petrus en Johan-nes de tempel zouden binnengaan, verzocht hij om een aalmoes." - geen briefjes van 500, alleen een paar centjes. Ons wordt niet verteld hoe de verlamde heette, of hij getrouwd was, of hij kinderen had, of hij een goede mens was, noch zelfs of hij een gelovige was. Want al die dingen hadden niets te maken met het wonder dat hij nodig had om te genezen. Wat ons wel over hem verteld wordt, is wat zijn wonder van genezing wel mogelijk maakte: "hij hield zijn blik op (Petrus en Johannes) gevestigd in de verwachting iets van hen te ontvangen.". Drie verzen later: "sprong (hij) op en stond en liep heen en weer en hij ging met (Petrus en Johannes) de tempel binnen, lopende en springende en God lovende.". Vv.4-9 "Petrus zag hem scherp aan, met Jo-hannes, en zeide: Zie naar ons. 5 En hij hield zijn blik op hen gevestigd in de verwachting iets van hen te ontvangen. 6 Maar Petrus zeide: Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel! 7 En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en terstond werden zijn voeten en enkels stevig, 8 en hij sprong op en stond en liep heen en weer en hij ging met hen de tempel binnen, lopende en springende en God lovende.". Verwachting opent de weg naar wonderen!

CONCLUSIE
Laat ons nu terug naar Betesda keren, het "bad, … met vijf zuilengangen.", waaronder: "een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden (liggen), die wachtten op de beweging van het water.". De verlamde is nog altijd aan het wachten, maar nog altijd niet aan het verwachten. Maar dit gaat nu veranderen. Want nu komt Jezus in beeld: vv.5-6 "daar was een man, die reeds achtendertig jaar lang ziek geweest was. 6 Hem zag Jezus liggen"! Ja, uitgerekend deze anonieme, hopeloze, hulpeloze verlamde. "Hem zag Jezus liggen". Bij Jezus maken wij nooit slechts deel uit van de massa. Bij Jezus gaat niemand verloren in de massa: Joh.10:3 "(Jezus) roept zijn eigen schapen bij name". Jezus kent en ziet ieder individu en zijn nood. De verlamde ligt tussen "een menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden" te Betesda, maar: "Hem zag Jezus liggen". Misschien zit u hier vanmorgen te denken: "Ik val niet op onder al de mensen die hier in de kerk zitten. Niemand ziet mijn nood.". U kan gelijk hebben. Onlangs zei iemand: "ik kom al sinds een jaar naar de kerk, maar tot nu toe heeft niemand mij aangesproken.". Het kàn jammer genoeg gebeuren dat u bij de voorgangers en de oudsten niet opvalt, dat wij noch andere broeders en zusters u aanspreken, en dat niemand persoonlijke aandacht voor u en uw nood heeft. Maar denk a.u.b. niet dat Jezus u niet ziet. En vrees a.u.b. niet dat Hij uw nood niet kent. En geloof a.u.b. niet dat Hij niet om u bewogen is. En aarzel a.u.b. niet om tot Hem te komen, zoals u bent, mèt uw nood, want Hij belooft: Joh.6:37 "wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.".

"Hem zag Jezus liggen". Maar niet alleen ziet Jezus hem, Hij weet ook alles over hem: v.6 "Hij wist, dat hij daar reeds lange tijd was". Jezus ziet ons en Hij weet alles over ons ook. Jezus kent ons verleden, onze zonden en onze gebreken, maar ook onze hoop, onze verlangens en onze ambities. Gelukkig ziet Jezus ons niet zoals mensen ons zien, of zelfs zoals wij onszelf zien. Jezus ziet ons nooit als hopeloze, hulpeloze, terminale gevallen! Jezus treedt Betesda binnen, stapt direct naar de verlamde toe, en zegt: "tot hem: Wilt gij gezond worden?". Een rare vraag! Welke zieke wil niet gezond worden? Des te meer wanneer men al 38 jaar lang ziek is geweest! "Wilt gij gezond worden?". Mèt deze vraag introduceert Jezus een totaal nieuw beeld bij de verlam-de. Hij heeft zichzelf gedurende 38 jaar als een ongeneeslijke zieke beschouwd, voor wie geen hoop op beterschap mogelijk was. Anderen sprongen het badwater in en werden genezen, hij nooit. Anderen werden gezond, hij nooit. Anderen ontvingen een wonder van God, hij nooit. "Wilt gij gezond worden?" Hij denkt al tientallen jaren niet meer aan gezond zijn! "Wilt gij gezond worden?" Jezus heeft het ineens over iets waar hij 38 jaar niet meer aan denkt, iets waar hij 38 jaar niet meer op hoopt, iets dat sinds 38 jaar totaal buiten de grenzen van zijn denken en van zijn verbeelding ligt, en iets dat hij sinds 38 jaar zeker niet verwacht!

"Wilt gij gezond worden? De zieke antwoordde (Jezus): Here, ik heb geen mens om mij, zodra er beweging komt in het water, in het bad te werpen; en terwijl ik onderweg ben, daalt een ander voor mij af.". "Ik ben een hopeloos en hulpeloos geval. Ik heb niemand om mij te helpen. En bovendien kom ik altijd te laat!". De verlamde maakt dezelfde fout die u en ik ook dikwijls mate denken dat wij mensen nodig hebben om ons uit onze noden te redden. Fout! De psalmist weer: Ps.121 "Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? 2 Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft. 3 Hij zal niet toela-ten, dat uw voet wankelt, uw Bewaarder zal niet sluimeren. 4 Zie, de Bewaarder van Israël sluimert noch slaapt. 5 De Here is uw Bewaarder, de Here is uw schaduw aan uw rechterhand. 6 De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts. 7 De Here zal u bewaren voor alle kwaad, Hij zal uw ziel bewaren. 8 De Here zal uw uitgang en uw ingang bewaren van nu aan tot in eeuwigheid.".

Jezus geeft de verlamde 3 bevelen: "Sta op, neem uw matras op en wandel". 1. "Sta op" - blijf niet langer liggen; blijf u niet bij uw nood neerliggen. "Sta op"! Geloof dat er wèl hoop, uitzicht en toekomst voor u zijn! 2. "neem uw matras op" - reken af met wat u al jaren vasthoudt. Hebt u zich ooit afgevraagd waarom Jezus de verlamde dit tweede bevel geeft? De reden voor het eerste bevel is duidelijk: "Sta op" - een verlamde kan nooit wandelen zolang hij blijft liggen. Maar waarom moet de verlamde zijn matras meenemen? Als hij gezond wordt, heeft hij zijn matras toch niet meer nodig! Waarom kan hij zijn oude, versleten, nu totaal over-bodig geworden matras niet gewoon laten liggen? Omdat de matras van de verlamde zijn gereserveerde plaats te Betesda waar-borgt. Als hij zijn matras meeneemt, is hij zijn voorbehouden plaats te Betesda kwijt. Zou het daarom niet beter zijn om zijn ma-tras daar gewoon te laten liggen. Stel dat het hem niet lukt om te wandelen. Stel dat het wonder slechts tijdelijk is. Stel dat hij morgen weer lam is. Dan kan hij altijd terug naar Betesda. Zijn matras is een verzekering, een garantie. Maar Jezus zegt: "neem uw matras op". Jezus wil dat wij Hem vertrouwen, dat wij "wandelen in geloof, niet in aanschouwen" (2 Cor.5:7). Jezus biedt immers geen tijdelijke verlichting van onze noden; Hij schenkt totale, permanente oplossingen: volkomen vergeving, gehele gene-zing, volledige bevrijding, blijvende overwinning, èchte oplossing. Wanneer Jezus in een wonder in ons leven doet, worden alle "matrassen", alles waar wij vroeger van afhingen of op steunden, volkomen overbodig!

"1. Sta op, 2. neem uw matras op en 3. wandel"! Jezus vraagt de verlamde om uitgerekend datgene te doen wat hij onmogelijk kàn doen. Indien Jezus hem b.v. vraagt: "Heft uw handen omhoog", kan hij zonder moeite gehoorzamen. Als Hij hem vraagt om een lied te zingen, ook. Maar Jezus beveelt: "wandel" - een onmogelijk bevel voor een verlamde. Lijkt hetgeen de Heer ons vraagt ook soms onmogelijk? Luister: als Jezus zegt dat wij iets kunnen, dan kunnen wij het - natuurlijk niet in onze eigen kracht, maar door de kracht van Zijn Heilige Geest. Want iedere Geestvervulde christen kàn en màg met de apostel Paulus belijden: Fil.4:13 "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.". Wonderen beginnen met geloof dat de Heilige Geest in ons hart zaait; geloof kweekt verwachting; en het bevel van Jezus verandert geloofsverwachting in "wandelen" - het wonderbaarlijk doen van wat wij voorheen te verlamd waren om te kunnen doen. VV.8-9 "Jezus zeide tot (de verlamde): Sta op, neem uw matras op en wandel. 9 En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging zijns weegs.". En waar wandelde hij naartoe? V.14 "Daarna vond Jezus hem in de tempel" - op het feest! Geweldig: 38 jaar lang ziek en verlamd. Nu, na een ontmoeting met Je-zus: feest!

Wie is verlamd - door zonde, ziekte, problemen in het huwelijk, met de familie, op school of op het werk? Wie is verlamd door eenzaamheid, depressie, hopeloosheid, hulpeloosheid of uitzichtloosheid? Wie is al jaren verlamd? Zoals "Het Boek" Hebr.13:8 zo prachtig weergeeft: "Jezus Christus was, is en blijft voor altijd Dezelfde.". Vandaag bezoekt Jezus deze "Betesda" aan de _____________. Dit is ook een "huis van barmhartigheid": Mt.18:20 "Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam (belooft Jezus), daar ben Ik in hun midden.". Vandaag ziet Jezus u en mij "liggen". Vandaag ziet Jezus ónze noden, ónze zorgen, ónze zonden en ónze ziekten, en vandaag zegt Jezus ook aan u en aan mij: "Sta op, neem uw matras op en wandel.". Wacht alleen niet langer. Verwacht!

Amen.

home Terug naar ONTMOETING inhoud

10/2004