|
Preken uit JohannesJohannes 5:1-9 |
|
DE GENEZING VAN DE VERLAMDE TE BETESDA (Johannes
5:1-9) INLEIDING “Betesda”
betekent “huis van barmhartigheid”.
Vandaag zou het een huis voor palliatieve zorg heten – een
laatste verblijfplaats voor hopeloze, terminale gevallen; mensen voor
wie geen medische of andere hulp meer kan baten.
“Betesda” was voor mensen voor wie de maatschappij niets meer te
bieden had, geen antwoorden, geen oplossingen meer.
Alle patiënten te Betesda lagen er gewoon: er werden geen operaties
uitgevoerd, geen behandelingen verricht, geen medicamenten toegediend.
De enige, piepkleine hoop van deze “menigte zieken” was een
wonder, want: v.4 "van tijd tot
tijd daalde een engel des Heren neder in het bad; dan bewoog het water; wie er
dan het eerst in kwam na de beweging van het water werd gezond, wat voor
ziekte hij ook had."!
Deskundigen hebben tevergeefs gezocht in de indrukwekkende,
uitgestrekte ruïnes van Betesda naar wetenschappelijke verklaringen voor deze
geneeskrachtige beweging van het water, en waarom slechts “wie
er dan het eerst in kwam na de beweging van het water werd gezond, wat voor
ziekte hij ook had.".
Gelukkig hoeven wij niet alles te verstaan.
Wij mogen ook geloven!
Het is niet nodig om te verstaan hoe
wonderen gebeuren; wij hoeven alleen te geloven dat ze gebeuren!
1.
een
ongeneeslijke zieke De
apostel Johannes begint dit verhaal met de mededeling: “Er was een feest der
Joden” - waarschijnlijk
het Joodse Poerimfeest, dat eind februari/begin maart plaatsvindt, ter
herdenking van de redding van de Joden ten tijde van koningin Ester - een
bijzonder vreugdevol en vrolijk feest, wanneer Joden geschenken aan elkaar
gaven. Maar
de verlamde in dit verhaal is niet in feeststemming.
Hij heeft niets te vieren.
Hij krijgt geen geschenken; hij kan niet delen in de vreugde; hij kan
niet genieten van de feestelijke gezelligheid.
Waarschijnlijk hoort hij de feestelijke lofzangen in de tempel, slechts
een paar honderd meter van Betesda vandaan, maar hij is er zelf niet bij.
Hij màg er zelfs niet bij, want gehandicapten mogen sowieso de tempel
niet in. Nee,
de verlamde feest niet.
Hij ligt tussen te Betesda, “een
bad, … met vijf zuilengangen. 3 Daarin lag een menigte zieken, blinden,
verlamden en verschrompelden, die wachtten op de beweging van het water.”.
De
feestdag voor deze anonieme, verlamde begint even hopeloos en uitzichtloos als
alle andere dagen van de laatste 38 jaar.
Hij verwacht vandaag niets nieuws, niets bijzonders.
Vandaag zal even eentonig en even ellendig zijn als alle andere dagen.
Zit u hier, vandaag, zoals deze verlamde.
U zit hier ook al jaren, trouw, iedere zondag.
Als u heel eerlijk bent, bent u vanmorgen
met verwachting naar de dienst gekomen?
Of verwacht u dat deze zondag gewoon gelijk alle andere zondagen zal
zijn – ongeveer dezelfde liederen zoals iedere zondag, ongeveer dezelfde
muzikanten en zangers zoals iedere zondag, ongeveer dezelfde mensen die
ongeveer dezelfde gebeden bidden zoals iedere zondag, ongeveer hetzelfde
bedrag in hetzelfde offerzakje als iedere zondag, een stukje matzos en een
slokje wijn zoals iedere zondag, een preek van dezelfde ouwe predikant waar u
al meer dan 30 jaar lang naar luistert, en, aan het einde van de dienst,
ongeveer dezelfde mensen die iedere zondag naar voren komen voor gebed.
Eerlijk: is dit onze verwachting deze zondagmorgen?
2.
JEZUS ZIET HEM Hoewel
de verlamde er nog totaal geen vermoeden van heeft, gaat vandaag toch helemaal
anders zijn dan de laatste 13.879 dagen van zijn leven.
In feite gaat vandaag wellicht de heerlijkste dag van zijn heel leven
worden. Want
vandaag gaat Jezus
Betesda bezoeken.
“(Er) was … een feest der Joden en Jezus ging op naar
Jeruzalem.”.
Maar Jezus voegt Zich niet bij de vreugdevolle feestgangers in de
tempel; Hij zoekt de hopeloze verlorenen te Betesda op.
Marc.2:17 “Jezus … zeide …: Zij, die gezond zijn, hebben geen
geneesheer nodig, maar zij, die ziek zijn. Ik ben niet gekomen rechtvaardigen
te roepen, maar zondaars.”.
Te Betesda “was een man, die reeds achtendertig jaar lang ziek
geweest was. Hem zag Jezus liggen”!
“Hem zag Jezus liggen”.
Ja, uitgerekend hem; uitgerekend deze anonieme verlamde die alle
hoop al lang heeft opgegeven, die daar gewoon tussen een grote menigte even
anonieme zieken, blinden, verlamden en verschrompelden ligt.
“Hem zag Jezus liggen”
Voor Jezus maken wij nooit slechts deel uit van de massa.
Voor Jezus gaat niemand verloren in de massa.
Voor Jezus is iedereen een individu – een waardevolle individu.
Wij lezen in de Evangeliën verschillende keren dat menigten zieken tot
Jezus kwamen, en dat Hij ze allen genas.
Maar ook dat Hij altijd tijd nam, en aandacht had, voor het individu.
Toen twee blinden Hem te Jericho achterna riepen: Mt.20:30,32-34 “Here,
heb medelijden met ons, Zoon van David! … 32 En Jezus stond stil, riep hen
en zeide: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? 33 Zij zeiden tot Hem: Here, dat
onze ogen geopend worden. 34 Jezus werd met ontferming bewogen en raakte hun
ogen aan, en terstond werden zij ziende en zij volgden Hem.”.
Tijdens Jezus, Zijn enige reis naar het buitenland, naar de omgeving
van Tyrus en Sidon, kwam: Mt.15:22 “een Kananese vrouw uit dat gebied …
en riep: Heb medelijden met mij, Here, Zoon van David, mijn dochter is
deerlijk bezeten.”.
Jezus’ discipelen vonden deze vrouw bijzonder lastig.
Zij: v.23 “kwamen bij Hem en vroegen Hem, zeggende: Zend haar weg,
want zij roept ons na.”.
Het was sowieso ongebruikelijk voor een Joodse man om aandacht te
schenken aan een onbekende vrouw, en deze vrouw is bovendien een heidense!
“Zend haar weg, want zij roept ons na.”.
Maar: v.28 “Jezus (antwoordde)en zeide tot haar: O, vrouw, groot
is uw geloof, u geschiede gelijk gij wenst! En haar dochter was genezen van
dat ogenblik af.”.
Jezus heeft altijd tijd en aandacht voor het individu.
Hij merkte de arme weduwe op, dat haar best deed om juist niet op
te vallen toen zij haar twee koperstukjes in de tempelofferkist wierp
(Marc.12:42).
Hij merkte
de bloedvloeiende vrouw op die eveneens onopvallend van achter kwam om de
kwast aan de zoom van Zijn kleed aan te raken (Luc.8:44).
Jezus ziet ieder individu. In
het laatste couplet en het refrein van lied nr. 485 van de bundel van Johannes
de Heer zongen wij vroeger: “O,
denk niet, dat de Heer vergeet Zijn arm, verloren kind, Dat altijd nog het
Zijne heet, Van allen 't meest bemind. De zwaarte van de zondelast, De grootte
van de schuld, Verandert niet de liefde Gods, Zijn trouw en Zijn geduld. Hij
is Dezelfde nu (2x) Bij Hem is geen verandering, Hij is Dezelfde nu.”.
De verlamde lag tussen “een
menigte zieken, blinden, verlamden en verschrompelden”
te Betesda, maar: “Hem zag
Jezus liggen”.
Misschien zit u hier vanmorgen met ùw nood, tussen deze menigte en
denkt u: “Ik ben gewoon één van het paar honderd mensen die hier,
vanmorgen, in de kerk zitten.
Jezus zal mij niet zien.
Fout!
Misschien zien anderen u niet.
Misschien merken de voorgangers en de oudsten niet op dat u er bent of
dat u in nood verkeert.
Misschien heeft niemand persoonlijke aandacht voor u en uw nood.
Maar denk a.u.b. niet dat Jezus u niet ziet.
En vrees a.u.b. niet dat Hij uw nood niet kent.
En geloof a.u.b. niet dat Hij er niet om bewogen is.
En aarzel a.u.b. niet om tot Hem te komen, zoals u bent, mèt uw nood,
want Hij belooft: Joh.6:37 “wie
tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”,
of, zoals “Het Boek” het weergeeft: “als
iemand bij Mij komt, zal Ik hem nooit wegsturen.” “Hem
zag Jezus liggen”
Maar niet alleen ziet
Jezus hem, Hij weet ook alles over hem: v.6 “Hij wist, dat hij
daar reeds lange tijd was”.
En niet alleen ziet Jezus ons.
Hij weet alles over ons ook.
Hij kent ons verleden, onze zonden en onze gebreken, maar ook onze
hoop, onze verlangens en onze ambities.
Maar Jezus ziet ons niet zoals mensen ons zien, of zelfs zoals wij
onszelf zien.
Jezus ziet ons zoals God ons ziet.
Jezus ziet nooit hopeloze gevallen!
Jezus gelooft niet in hopeloze gevallen: Mt.19:26 “bij
God zijn alle dingen mogelijk”!
Jezus treedt Betesda binnen, stapt direct naar de verlamde, en zegt: “tot
hem: Wilt gij gezond worden?”.
Wat een rare vraag!
Welke zieke wil niet gezond
worden? Des
te meer wanneer men al zo lang ziek is geweest ...!
“Wilt gij gezond worden?”
Met deze vraag introduceert Jezus een totaal nieuw beeld bij de
verlamde. Hij
heeft zichzelf gedurende achtendertig jaar slechts als een arme sukkelaar
gezien, voor wie er geen hoop op beterschap mogelijk was.
Anderen werden gezond, hij nooit; anderen genazen, hij nooit.
Maar nu heeft Jezus het ineens over iets waar hij al achtendertig jaar
zelfs niet meer aan denkt, iets waar hij al achtendertig jaar niet meer op
durft hopen, iets dat totaal buiten de grenzen van zijn denken en van zijn
verbeelding ligt: gezondheid!
Zijn er zgn. “hopeloze gevallen” zijn hier vandaag?
Anderen kijken naar u en denken: “aan
hem is niets meer te doen; voor haar is er geen hoop; hij verandert
nooit, zij wordt nooit beter”.
Zegt u misschien tegen uzelf: “ik zie het niet meer zitten; ik
heb al van alles geprobeerd, maar het lukt mij nooit; het is voor mij niet
weggelegd; voor anderen wel maar voor mij niet.”?
Vandaag vraagt Jezus aan u: “Wilt gij gezond
worden?”. “Wilt gij gezond worden?”
V.7 "De zieke antwoordde (Jezus): Here, ik heb geen mens om mij, zodra
er beweging komt in het water, in het bad te werpen; en terwijl ik onderweg
ben, daalt een ander voor mij af.".
“Here, ik heb geen mens …”
De
verlamde ligt er helemaal alleen voor.
Hij heeft geen vrienden of familieleden die hem kunnen of willen
helpen. Hopeloosheid
en hulpeloosheid vormen dikwijls een tweeling.
Ik vermoed dat er hier mensen zijn die zich met deze verlamde
identificeren en die zeggen: “ik weet precies hoe hij zich voelde.
Mijn toestand is ook hopeloos; ik heb ook niemand om mij te helpen.
Ik sta ook voor alles alleen.”?
“Here, ik heb geen mens
om mij, zodra er beweging komt in het water, in het bad te werpen; en terwijl
ik onderweg ben, daalt een ander voor mij af."
“Here, ik heb geen mens …”.
Hij maakt dezelfde fout die u en ik ook dikwijls maken, nl. om op
mensen te vertrouwen; te denken dat hulp alleen van mensen kan komen.
De verlamde kan zichzelf niet helpen.
Hij is er
al lang achter gekomen dat hij geen hulp van mensen moet verwachten.
Hij heeft zich al lang letterlijk en figuurlijk bij zijn hopeloze,
hulpeloze, uitzichtloze toestand neergelegd.
Hij verwacht niets, van niemand.
U ook?
Jaren geleden spande u zich in om een oplossing te zoeken, en geloofde
u ook in mensen, maar de oplossing kwam en mensen stelden u telkens teleur.
Thans verwacht u niets meer, van niemand.
U heeft zich ook bij uw zogenaamd lot neergelegd. Jezus
vraagt: “Wilt gij gezond
worden?”.
Zou u niet verwachten dat de verlamde zonder aarzeling zou antwoorden:
“Ja, graag!”?
Maar hij antwoordt niet: “Ja, graag!”; hij antwoordt:
“onmogelijk, het kan niet! Ik heb geen mens”.
Menselijk gezien, heeft hij gelijk.
Menselijk gezien, is zijn geval onmogelijk.
Maar: Luc.18:27 “Wat bij
mensen onmogelijk is, is mogelijk
bij God.”.
3.
“STA OP, NEEM UW MATRAS OP EN WANDEL” Jezus
geeft de verlamde nu 3 bevelen: “Sta
op, neem uw matras op en wandel”.
Hoe gaat hij op Jezus’ bevelen reageren?
“Sta op, neem uw matras op en
wandel”
Dit is hoogst ongebruikelijk te Betesda.
Dit is niet de “normale” manier om te genezen.
Jezus beweegt het water niet.
Hij beveelt hem niet om erin te springen.
Hij helpt hem zelfs niet om erin te springen.
Neen, Jezus zegt: “Sta op, neem uw matras op en wandel”
- “Sta op”
– blijf niet langer liggen; blijf u niet langer gewoon neerleggen bij uw
nood. Houd
op met te geloven dat u slechts een hopeloze, hulpeloze, sukkelaar bent.
“Sta op”!
Geloof dat er wel hoop, uitzicht en toekomst voor u zijn!
Jezus’
tweede bevel is: "neem uw matras op” - laat hetgeen u al jaren vasthoudt geen
gevangenis meer zijn.
Waarom moet de verlamde zijn matras meenemen?
Als hij genezen is, heeft hij zijn matras niet meer nodig!
Ik stel mij voor bovendien dat zijn matras zijn beste dagen al gehad
heeft. Dus
waarom: “neem uw matras op”?
Waarom kan hij zijn oude, versleten, straks totaal overbodig matras
niet gewoon laten liggen?
Omdat Jezus een voorloper is van de “Groenen”?
Alles netjes achterlaten?
Neen: de reden voor dit tweede bevel: “neem uw matras op”
ligt in het feit dat de matras van de verlamde zijn gereserveerde plaats
waarborgt. Als
hij zijn matras meeneemt, is hij zijn plaats te Betesda kwijt.
Zou het niet beter zijn om de matras daar gewoon te laten liggen.
Stel dat het hem niet lukt om te wandelen.
Stel dat het wonder slechts tijdelijk is.
Dan kan hij altijd terug naar Betesda.
Zijn matras is een verzekering, een garantie.
Maar Jezus zegt: neem uw matras op”.
Jezus wil dat wij Hem vertrouwen, dat wij “wandelen in geloof,
niet in aanschouwen” (2 Cor.5:7).
Daarom zijn echte bekering, vertrouwen en toewijding altijd totaal
onvoorwaardelijk en volkomen radicaal.
Jezus biedt immers geen tijdelijke verlichting van onze noden; Hij
schenkt totale oplossingen: volkomen vergeving, gehele genezing, volledige
bevrijding, blijvende overwinning, èchte oplossing.
Wanneer Jezus in een wonder in ons leven doet, worden alle
“matrassen”, alles waar wij vroeger van afhingen of op steunden,
overbodig! “Sta op, neem uw matras op en
wandel”!
Jezus vraagt de verlamde om uitgerekend datgene te doen wat hij
onmogelijk kàn doen.
Indien Jezus hem b.v. had gevraagd: “Heft uw handen omhoog”, had
hij zonder probleem kunnen gehoorzamen.
Maar Jezus beveelt: “wandel”
- een onmogelijk bevel aan de
verlamde. Lijkt
hetgeen de Heer ons vraagt soms onmogelijk?
Luistert: als Jezus zegt dat wij iets kunnen, dan kunnen wij het –
natuurlijk niet in onze eigen kracht, maar door de kracht van Zijn Heilige
Geest. Iedere
Geestvervulde christen kan en mag met de apostel Paulus belijden: Fil.4:13 “Ik
vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft.”.
Ja, maar de apostel Paulus was een “grote”; wij zijn slechts
kleintjes! Kan
zijn, maar Jezus belooft: Mt.17:20 “voorwaar, Ik zeg u, indien gij een
geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u
vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk
zijn.”.
Wonderen hangen niet alleen af van de grootte van ons geloof maar ook
– en soms vooral - van het feit dat wij ons geloof gebruiken, hoe klein en
onvolmaakt ook, en dat wij daarnaar handelen.
VV.8-9 “Jezus zeide tot (de verlamde): Sta op, neem uw matras op
en wandel. 9 En terstond werd de man gezond en nam zijn matras op en ging
zijns weegs.”
En waar ging hij naartoe?
V.14 "Daarna vond Jezus hem
in de tempel" – op het feest!
Geweldig: 38 jaar lang ziek en verlamd; 38 jaar hopeloos, hulpeloos,
uitzichtloos en uitgesloten!
Nu, na een ontmoeting met Jezus: feest!
CONCLUSIE
Wie onder ons hier, vandaag, is verlamd door zonde, ziekte, problemen in het huwelijk, met de familie, op school of op het werk? Wie wordt verlamd door eenzaamheid, depressie, hopeloosheid, hulpeloosheid of uitzichtloosheid? Wie zit al jaren met een nood? Zoals “Het Boek” Hebr.13:8 zo prachtig weergeeft: “Jezus Christus was, is en blijft voor altijd Dezelfde.”. Vandaag bezoekt Jezus deze “Betesda”. Dit is ook een “huis van barmhartigheid”: Mt.18:20 “Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam (belooft Jezus), daar ben Ik in hun midden.”. Jezus is hier. Hij ziet u en mij “liggen”. Hij ziet ónze noden, ónze zorgen, ónze zonden en ónze ziekten en Hij zegt ook aan u en aan mij: “Sta op” -blijf niet langer bij de pakken zitten; blijf niet langer neerliggen bij ùw nood; verander van houding ten opzichte van ùw toestand: geloof niet langer dat u een hopeloos, mislukte sukkelaar bent. Geloof niet langer dat er geen hoop, toekomst voor u is. “Neem uw matras op” – reken vandaag eens en voor altijd af met uw verleden: 2 Cor.5:17 “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.”. “En wandel” – een nieuw begin, iets wat u voorheen of sinds lang niet meer gekund hebt, hoop die u al lang hebt opgegeven. Wie neemt de uitdaging aan? Wacht niet op beweging van het water – totdat alle voorwaarden vervuld zijn en alle omstandigheden geregeld zoals u ze zich had voorgesteld: 2 Cor.6:2b “zie, nu is het de tijd des welbehagens zie, nu is het de dag des heils.”. Amen. |
|
4/2004 |