Er trad een mens op,
van God gezonden...
e aanhef van het Johannes-evangelie, zoals we dat aan het begin
van deze samenkomst hebben gelezen, is een heel bekend en bij velen ook
een heel geliefd gedeelte. In een enorm kompakte vorm vat Johannes hier
als het ware de hele heilsgeschiedenis in amper 18 verzen samen. Achttien
verzen, die ons toch telkens weer heel sterk aanspreken.
Ik weet niet welk van deze verzen er bij u het meeste uitspringt. Misschien
wisselt dat wel; we worden niet telkens door hetzelfde vers bijzonder aangesproken.
Velen onder u zullen misschien, net als ik, vers 12 in hun Bijbel onderlijnd
hebben:
"Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht
gegeven om kinderen gods te worden, hun, die in zijn naam geloven".
Dat is inderdaad een heel belangrijk vers; een vers dat de kern van het
christen-zijn tot uitdrukking brengt: wie in Jezus Naam gelooft mag zeker
weten dat hij of zij een kind van God mag zijn. Voor eeuwig! Men kan je
immers haast alles afnemen in dit leven, maar het feit dat je iemands kind
bent, dàt kan niemand meer veranderen.
Maar een ander gedeelte, dat mij ook heel bijzonder aanspreekt, en waar
we vandaag nader willen bij stilstaan, begint bij het zesde vers:
"Er trad een mens op, van God gezonden, wiens naam was Johannes;
deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem
geloven zouden."
Hier lezen we een paar interessante dingen over de persoon van Johannes
de Doper. We lezen wie hij was, welke taak hij kreeg en van wie hij deze
taak had gekregen. Dat wordt heel compact samengevat:
"Er trad een mens op... en die mens was van God gezonden".
In dat ene zinnetje leren we twee belangrijke zaken over de figuur van
Johannes de Doper voor mij één van de "grote"
figuren uit het Nieuwe Testament. In dat ene zinnetje leren we volgens mij
trouwens iets dat geldt en gold voor alle grote godsmannen en -vrouwen,
uit het verleden, uit het heden en ook uit de toekomst:
Johannes was een mens. Een gewoon mens, zoals u en ik.
Natuurlijk leert de Schrift ons dat er met Johannes wel een aantal speciale
dingen aan de hand waren: reeds van voor zijn geboorte, van voor zijn conceptie
misschien, had God duidelijk gemaakt dat hij met dit leven een bijzondere
bedoeling had. We lezen in het Lucas-evangelie hoe een engel aan Zacharias
meedeelt:
"En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich
over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Here en
wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij
vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan, en velen der kinderen
Israëls zal hij bekeren tot de Here, hun God."
In dat opzicht was er natuurlijk wel wat speciaals met Johannes aan de
hand, maar langs de andere kant, en dat is ook heel belangrijk, was hij
toch een gewoon mens. Hij was niet als Jezus geen
God die de gestalte van een mens had aangenomen; neen, hij was mens.
En dat is een eerste, heel belangrijke vaststelling: wanneer God grote
dingen gaat doen zoals in dit geval, wanneer Hij zijn zeer oude
belofte om de Messias te sturen in vervulling zal laten gaan - zelfs
op zo'n gewichtig en historisch moment, dan bedient God zich van gewone
mensen. En zo'n mens was Johannes.
Het enige dat Johannes wezenlijk onderscheidde van alle andere mensen
uit zijn omgeving en uit zijn tijd, was dat hij van God gezonden was. De
Here had hem geroepen. Johannes was een geroepen mens.
En daarom is Johannes zo belangrijk voor ons: hij kan ons grote voorbeeld
zijn, want in wezen zijn wij allen dat hoop ik tenminste
geroepen mensen.
"God roept U"... Wie van u kent deze "slogan" nog?
Neen? "God roept U"... dat stond in grote, witte letters op een
zijgevel, bij ons oude kerkje in Schelle. God roept U. God heeft
een speciale taak voor U.
God heeft een plan met deze wereld en Hij heeft u en mij geroepen om
mee te werken aan de uitvoering van dit plan. En daarom hebben we zo enorm
veel van Johannes te leren.
Johannes was door God geroepen om de wereld voor te bereiden op de komst
van Jezus. Wij werden door God geroepen om de wereld er op te wijzen dat
Jezus zal terugkomen. In dat opzicht hebben we dus enorm veel met mekaar
gemeen.
* * *
Bent u er van doordrongen dat wij inderdaad deze taak van de Heer hebben
gekregen? Dat het onze roeping is om de wereld erop te wijzen dat de Heer
Jezus zal terugkomen. Dat Hij zal terugkomen en dat Hij de wereld zal oordelen?
In onze Bijbelstudiekring in Hemiksem hebben we er de laatste maal nog
bij stilgestaan. We zijn al een poosje bezig met een reeks studies over
"De laatste dingen" en tijdens onze laatste samenkomst kwamen
we samen nog tot de conclusie dat er vaak in onze Gemeenten toch wat te
weinig aandacht wordt besteed aan die dingen!
Jezus heeft beloofd dat Hij zal terugkomen. Hij heeft ons geroepen om
de wereld daarop voor te bereiden.
Daarom willen we aan de hand van het leven van Johannes deze morgen even
onderzoeken wat de bijzondere kenmerken zijn van een "geroepen mens".
We gaan niet alle teksten die met Johannes verband houden een voor een opslaan,
want dit is geen bijbelstudie, maar we willen toch een aantal kenmerken
van Johannes even aanstippen.
Eerste en vooral: een geroepen mens leeft heel dicht bij de Here, zo
dicht, dat Hij diens stem ook kan horen en zich op die manier ook zeker
geroepen weet. We lezen dat in het eerste vers van het derde hoofdstuk uit
het Lucas-evangelie:
"In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius,
toen Pontius Pilatus stadhouder over Judea was, en Herodes viervorst over
Galilea en zijn broeder Filippus viervorst over Iturea en het land Trachonitis,
en Lysanias viervorst over Abilene, onder de hogepriesters Annas en Kajafas,
kwam het woord Gods tot Johannes...".
In een tijd waarin er zoveel gebeurde, waarin er zoveel mensen waren
die zichzelf geweldig belangrijk vonden, in zo'n politiek en historisch
drukke tijd, net als nu, kwam het woord Gods tot een in de ogen
van de wereld volslagen onbelangrijk mannetje.
We weten uit andere schriftgedeelten dat Johannes, midden in die drukke
wereldse omgeving, God ging opzoeken in de eenzaamheid en in de stilte.
Johannes trok de woestijn in; hij ging zich voor de Here afzonderen, om
zo duidelijk Zijn stem te kunnen horen.
Er wordt niet van ons verwacht dat wij dat voorbeeld letterlijk zullen
navolgen. Maar voor iemand die door God werd geroepen is het wel levensnoodzakelijk
dat hij, geestelijk gezien dan, regelmatig de woestijn in trekt. Dat hij
of zij zich regelmatig afzondert, zich terugtrekt uit deze zenuwachtige
en rumoerige wereld, om alleen met God te zijn, om met Zijn Woord bezig
te zijn, om naar Zijn stem te horen.
Hoelang is het bij mij geleden, dat ik nog een keer in de woestijn was...
Ten tweede leren we dat een geroepen mens, nadat God tot hem gesproken
heeft, tot de aktie over gaat. Johannes trok wel een tijd de woestijn in
en heeft zich misschien achteraf nog wel min of meer regelmatig in de woestijn
teruggetrokken net zoals later Jezus regelmatig naar een eenzame
plaats trok om er met zijn Vader alleen te zijn maar Johannes
bleef niet in die woestijn zitten.
Toen God eenmaal tot hem gesproken had; toen Johannes begreep dat hij
door de Heer geroepen was en besefte wat God van hem wilde, ging hij ook
aan het werk. Hij keerde terug naar de wereld en begon als het ware zijn
boodschap van de daken af uit te schreeuwen:
"En hij kwam in de gehele Jordaanstreek en predikte de doop
der bekering tot vergeving van zonden..."
De wereld komt geen stap verder met Evangelische Christenen die braaf
elke zondag en sommigen misschien van tijd tot tijd zelfs ook
op dinsdag of woensdag naar Gods woord komen luisteren. Een geroepen
mens moet zijn roeping gehoorzamen... er wordt verwacht dat we getuigen,
dat we doorgeven wat we zelf ontvangen hebben.
Hoe lang is het geleden dat ik aan de wereld die boodschap bracht, die
de Here wil dat er gebracht wordt: een boodschap van bekering en vergeving
en verzoening...
Johannes bracht die boodschap met kracht. Hij schrok er niet voor terug
om over zonde te spreken en om de dingen bij de naam te noemen. Uiteindelijk
zou deze vrijmoedigheid hem letterlijk en figuurlijk zijn kop kosten. Maar
het volbrengen van zijn roeping had bij hem de eerste prioriteit. Daar moest
al het andere voor wijken.
Dat is het derde wat we deze morgen van Johannes kunnen leren. En welke
prioriteiten stel ik? Wat heb ik er voor over om mijn roeping te vervullen?
Een vierde punt: een geroepen mens doet exact wat de Heer van hem vraagt,
ook als het hem niet erg logisch of wat onwaarschijnlijk voorkomt.
Wanneer Jezus tot Johannes komt om door hem gedoopt te worden, dan komt
dat voor Johannes erg onlogisch en erg onwaarschijnlijk over. Wanneer hij
echter tot het besef komt dat de Here dit toch echt van hem verlangt, dat
aarzelt hij niet langer; dan voert hij uit wat Jezus hem opdraagt.
Doe ik nauwkeurig wat Jezus mij opdraagt ? Of tracht ik er onderuit te
komen ? Of bedenk ik mijn eigen varianten op de opdrachten die Jezus mij
geeft, varianten die mij beter liggen, die me beter uitkomen...
Ten vijfde: een geroepen mens weet zijn plaats! Johannes besefte exact
wie hij was en kwam er ook rond voor uit dat het helemaal niet om zijn persoon
ging. Hij wist dat hij een geroepene was en dat de essentie, het voornaamste
van zijn roeping erin bestond dat hij op Jezus moest wijzen.
Het gaat helemaal niet om mij, beste mensen... na mij, dan komt er iemand
die veel en veel belangrijker is. En ik ben zelfs niet waard om Zijn schoenriem
los te maken.
Wat ik doe, dat is helemaal niet zo bijzonder, beste mensen. Ik doop
u met water, maar midden onder u staat Hij, die gij niet kent...
Het gaat helemaal niet om mij, mensen... kijk, daar is Hij, het Lam Gods,
dat de zonden van de wereld wegneemt.
* * *
Wanneer u thuis, in uw stille tijd, nog meer schriftgedeelten wilt opzoeken
die op het leven van Johannes de doper betrekking hebben, dan zult u ongetwijfeld
nog heel wat meer kenmerken van een "geroepen mens" kunnen ontdekken.
Dat kunt u zichzelf misschien nog meer vragen stellen, in de zin van: "In
hoeverre gedraag ik mij als een geroepene..."? Ik hoop dat dit kleine
overzicht u heeft kunnen overtuigen: ieder van ons kan van Johannes heel
wat leren over zijn eigen taak en zijn eigen roeping.
Maar we zijn nu toch bij het voornaamste kenmerk beland: een geroepen
mens weet dat het helemaal niet om zijn eigen persoon draait. En dat is
misschien wel de moeilijkste les van allemaal.
Laat ons eens eerlijk zijn: Voelt u, voel ik, met niet graag erg belangrijk...
Lopen we niet graag rond met het idee dat we in onze omgeving, in onze Gemeente
bijvoorbeeld, heel wat te betekenen hebben.
Wel, dan hebben we nog heel wat te leren van Johannes de Doper. We zijn
er allemaal van overtuigd dat hij zeker een groot godsman was, maar hij
was ook vooral een man die bij elke gelegenheid liet horen dat het allemaal
niet om zijn persoon ging, maar dat het enkel en alleen om Jezus ging.
Ongetwijfeld hebben wij, net als Johannes trouwens, bepaalde gaven en
talenten van de Heer ontvangen, die we bij onze roeping kunnen en moeten
gebruiken. Misschien hebt u de gave om het woord te brengen, of het talent
om kinderen te onderrichten; de gave om een bijbelstudie door te geven,
of de gave om broeders en zusters te bemoedigen, de aanleg om zieken op
te beuren of de praktische bekwaamheid om iets te organiseren of te leiden
in de Gemeente.
Allemaal gaven en talenten die een geroepene ten dienste kunnen staan,
die we heel positief kunnen aanwenden, op voorwaarde dat we ons geroepenen
weten en dat we blijven beseffen dat we enkel ten dienste staan van Jezus.
* * *
In een boek van Gordon MacDonald leerde ik dat er in feite twee soorten
christenen, twee soorten discipelen, bestaan: geroepen christenen en gedreven
christenen.
Johannes de Doper haalt hij naar voor als het prototype van een geroepene;
Koning Saul beschrijft hij als het type van een gedrevene.
Koning Saul handelt inderdaad als een gedrevene, omdat hij zichzelf enorm
belangrijk is gaan vinden. O, zeker, ook hij wilde God dienen en gebruikte
daartoe ook zijn gaven en talenten. Maar wanneer hij gewaar wordt dat er
iemand anders op de voorgrond gaat komen, dan reageert hij duidelijk niet
als een geroepene maar als een gedrevene.
Op dat moment wordt het duidelijk dat er bij koning Saul iets was scheef
gegroeid. Hij was zichzelf geweldig belangrijk gaan vinden en daardoor waren
zijn innerlijke drijfveren veranderd. Hij handelde in de eerste plaats niet
meer omdat hij zich een gezalfde, een dienstknecht van de Here, wist. Hij
was aan de macht gekomen en regeerde over een groot volk en zijn enige bekommernis
werd uiteindelijk om die macht in handen te houden. Hij was blijkbaar vergeten
van wie Hij die macht ontvangen had...
Langzaam maar zeker was zijn leven veranderd, en het leveren van prestaties
en het oogsten van successen, dat was voor hem de hoofdzaak geworden. Hij
wilde de voornaamste zijn en vooral de voornaamste blijven. En daarom gaat
hij in David een concurrent zien. Maar precies vanaf dat moment gaat het
uiteindelijk met Saul stijl bergafwaarts. Hij komt van kwaad tot erger en
zal meermaals proberen om David om te brengen.
Op die manier bewijst Koning Saul, wanneer hij voelt dat zijn tijd gekomen
is om uit de schijnwerper te treden, dat hij een gedrevene is; dat hij niet
langer leeft als een geroepene, maar dat persoonlijk aanzien en persoonlijk
succes voor hem belangrijker is geworden dan het dienen van de Heer, dan
het volgen van zijn roeping.
* * *
In ons schriftgedeelte van deze morgen is er als het ware ook een soortgelijke
crisis gekomen in het leven van Johannes de Doper.
Op het moment dat Jezus zijn openbaar leven aanvangt, dan begint de "ondergeschikte
rol" van Johannes voor iedereen duidelijk te worden. We lezen die ommekeer
voor het eerst in hoofdstuk 1, vers 35:
"De volgende dag stond Johannes daar weer met twee van zijn
discipelen. En toen hij Jezus zag gaan, zeide hij: Zie, het lam Gods! En
de twee discipelen hoorden hem dat zeggen en volgden Jezus."
Op het eerste zicht een afgang voor Johannes; hij had een hele tijd in
de kijker gelopen, hij had momenten gekend dat duizenden mensen samenstroomden
om naar zijn prediking te luisteren; hij had velen mogen dopen en hij had
blijkbaar ook een aantal discipelen om zich heen verzameld. En nu verlaten
een sommigen van deze discipelen hem om Jezus te gaan volgen.
Menselijk gezien toch wel een pijnlijk ogenblik.
En in ons schriftgedeelte van deze morgen wordt het mogelijk nog wat
erger: we lezen in vers 26 van het derde hoofdstuk dat een aantal discipelen
van Johannes de zaak als het ware nog wat komen "aanscherpen":
"En zij kwamen tot Johannes en zeiden tot hem: Rabbi, die met
u was aan de overzijde van de Jordaan en van wie gij getuigd hebt, zie,
die doopt en allen gaan tot Hem."
En dan ontdekken we duidelijk het verschil tussen een geroepen en een
gedreven mens. Johannes tracht niet om alle blikken terug op zijn eigen
persoontje te vestigen; hij beschouwt Jezus helemaal niet als zijn "concurrent".
Johannes voelt zich helemaal niet gefrustreerd omdat voor hem de tijd van
de "grote successen" ogenschijnlijk nu ten einde is. Neen, integendeel!
Het antwoord van Johannes is een schitterend voorbeeld:
"Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom,
die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over
de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld: Hij moet
wassen, ik moet minder worden."
Ben ik een gedreven christen of een geroepen christen ? Ben ik gebrand
op eigen belangrijkheid, op eigen succes... of weet ik dat ik slechts een
geroepene, een dienaar ben ?
Is het mijn, is het uw wens, dat Jezus in ons leven de eerste plaats
zal innemen... en dat anderen dat ook gaan zien en ook gaan beseffen dat
het niet om mij gaat, maar om Hem.
"Hij moet wassen... ik moet minder worden"
De wereld van vandaag heeft nood aan geroepenen... Gedrevenen zijn er
al veel te veel.
Amen. |