Heilszekerheid
(Johannes 17:1-3)
"Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige
God, en Jezus Christus, die Gij gezon-den hebt."
INLEIDING
Ik begin deze preek met de allerbelangrijkste vraag die men u ooit kan stellen. Wat zou die zijn? "Wilt u voor mij werken?", "Wilt u met mij trouwen?" Neen? "Kent u Jezus?"! Ik was 15 jaar oud toen iemand mij dit voor het eerst vroeg. Die iemand was een beeldschoon meisje dat in dezelfde klas zat, en dat ik al maanden in stilte aanbad. Ik was toen een heel verlegen jongen en het duurde dus lang voordat ik voldoende moed opbouwde om haar om een "date" te vragen. Maar op dag raapte ik al mijn moed bij elkaar en met knikkende knieën, klamme handen en stokkende, maar romantische stem vroeg ik haar of zij de volgende zaterdag met mij naar de bioscoop wou. Ik hoopte natuurlijk dat zij meteen in mijn armen zou vallen en een knallend "ja" zou schreeuwen. Maar dat deed ze niet. Ze keek mij recht en ernstig in de ogen en vroeg: "Kent u Jezus?"! Hoe kon ik nu weten dat haar vader Pinkstervoorganger was? En dat christenen in die tijd geloofden dat bioscopen voorposten van de hel waren? "Kent u Jezus?" Ik begreep niet waar zij het over had. Ik dacht een goede christen te zijn. Ik was toch als baby gedoopt, ik had catechisatie ge-volgd, was gevormd en had mijn plechtige communie gedaan; ik ging iedere zondag naar de mis, ik zong in het koor, was lid van de scouts èn misdienaar èn klokkenluider in de dorpsparochiekerk. Ik denk dat ik de heiligste jongen in ons heel dorp was! Maar: "Kent gij Jezus?" Ik wíst wel één en ander óver Jezus, dat Hij aan een kruis gestorven was en dat Hij volgens het Evangelie uit de dood was opgestaan (alhoewel onze pastoor niet zeker was of men dit letterlijk moest geloven). Maar of ik Jezus persoonlijk kende? Hoe kon men Iemand kennen die bijna 2.000 jaar geleden leefde? De "date" ging dus niet door. Stelt u daarom mijn verbazing voor toen datzelfde meisje van mijn dromen mij enkele weken later zèlf uitnodigde om naar een film te gaan kijken! Een gangsterfilm! In de Pinksterkerk! Een film in een kerk? Een gangsterfilm in een Pinksterkerk? Trouwens: wat wàs een "Pinksterkerk"? Waar een jongen allemaal toe bereid moet zijn om een lief te krijgen! En dus ging ik de volgende zaterdagavond naar de Pinksterkerk. Mijn moeder vond het meteen verdacht. Ik pruttelde er dikwijls tegen wanneer zij mij 's zondags om 7 uur wakker maakte om de mis van 8 uur te gaan dienen. En nu wou ik ineens op zaterdagavond naar de kerk!
Ik kwam natuurlijk veel te vroeg aan. Het meisje was er nog niet. Dus ging ik zo onopvallend mogelijk ergens achteraan in een hoekje zitten totdat zij zou verschijnen. Terwijl ik wachtte, keek ik rond. Ik moet zeggen dat de Pinksterkerk helemaal geen goe-de indruk gaf. Vergeleken met onze prachtige 12de eeuwse parochiekerk, met toren, klokken, glas-in-loodramen en galmende pijporgel, was de Pinksterkerk een klein, nogal armzalig, eenvoudig gebouwtje zonder toren, zonder klokken, zonder glas-in-loodramen en met een piepend harmonium! Maar enfin, ik was niet gekomen om een kerkgebouw te bewonderen. Ik was geko-men om een meisje te bewonderen. En toen kwam zij binnen, groette mij oppervlakkig, en ging vooraan zitten bij enkele vrien-dinnen. De lichten gingen uit en de gangsterfilm begon - ja, een "evangelische gangsterfilm", gemaakt, zoals ik nu weet, door de Billy Grahamorganisatie! Ik weet de titel nog altijd: "Wiretapper" ("Telefoonafluisteraar") - een zwart-wit film over het waar ge-beurd levensverhaal van Amerikaanse gangster Jim Vaus, die in een evangelisatiecampagne van Billy Graham tot bekering kwam. En ik weet nog goed hoe de camera op het gezicht van Jim Vaus inzoomde toen Billy Graham de duizenden toehoorders in een voetbalstadium ergens in Chicago vroeg: "Kent ù Jezus?" en de duizenden toehoorders indringend uitnodigde om naar voren te gaan en Jezus aan te nemen. Jim Vaus stond op en ging naar voren, bad "het zondaarsgebed" een leefde eeuwig en gelukkig! De lichten in de kerk gingen terug aan, en de voorganger vroeg, zoals Billy Graham: "Kent gij Jezus" en nodigde dege-nen uit die Jezus niet kenden om in zijn kerk naar voren te gaan, Jezus aan te nemen een het eeuwig leven te ontvangen. De rest van het verhaal kunt u wel raden, want, bijna 45 jaar later, stel ik u dezelfde vraag: "Kent gij Jezus?". Het meisje? Neen, niet Colette! De dochter van de voorganger trouwde met mijn beste vriend!
Kent ù Jezus? Jezus bad in de Hof van Getsemane: "Dit … is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.". "Dit … is het eeuwige leven, dat zij U kennen". Niet: van Jezus weten; niet: geloven dat Jezus ooit bestond; zèlfs niet: geloven dat Jezus nù nog bestaat. "Dit … is het eeuwige leven, dat zij U kennen". Jezus kennen garandeert eeuwig leven! Zekerheid van het eeuwig leven is het belangrijkste, het kostbaarste, dat een mens kan bezitten - ja, eeuwig leven! Jonge mensen: het goede rapport of het diploma dat u straks hoopt te halen is het belangrijkste in het leven. Jon-geren: de carrière die u hoopt te volgen of het huwelijk dat u hoopt aan te gaan of het gezin dat u hoopt te stichten zijn niet de belangrijkste dingen in het leven. Ouderen: goede gezondheid, een lang leven en de miljoenen op uw spaarrekening, zijn niet uw belangrijkst bezittingen. Oude Job zei: 1:21 "Naakt ben ik uit de schoot mijner moeder gekomen, naakt zal ik daarheen wederke-ren.". Wijze koning Salomo zei: Spr.11:28 "Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen"; en 28:26 "Wie op eigen hart vertrouwt, is een dwaas"; en de profeet Jeremia: "17:5 "Zo zegt de Here: Vervloekt is de man die op een mens vertrouwt"; koning Salomo weer: Pred.8:8b "niemand heeft macht over de dag des doods"; uit de psalmen weer: 89:48 "Welke mens leeft er, die de dood niet zien zal, die zijn ziel zal redden uit de macht van het dodenrijk?"; de apostel Jacobus: 4:14 "Want gij zijt een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt". Wat een droevige litanie! Moet ge naar de kerk komen om dààrmee in de put geduwd te worden? Neen! Wij hoeven niet in de put te zitten, want, zoals koning David zong: koning David: Ps.20:7 "Dezen beroemen zich op wagens en genen op paarden, maar wij roemen in de naam van de Here, onze God.". En waarom roemen christenen in de Naam van de Here, onze God? Omdat wij weten dat wij eeuwig leven hebben! Let op: niet: "wij hopen dat wij eeuwig leven zullen hebben"; wij weten dat wij eeuwig leven hebben, dat als wij hier en nu zouden sterven, onze ziel onmiddellijk naar de he-mel gaat en daar eeuwig verblijft. Kan men dit weten? Is het niet arrogant om dit te beweren? Maken wij onszelf niets wijs? Neen: de oude apostel Johannes schreef: 1 Joh.5:11-13 "God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. 13 Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt." - niet: "opdat gij hoopt …"; niet: "opdat gij veronderstelt; maar: "opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.". Halleluja! Het Evangelie biedt ons niet slechts hoop op vergeving van zonden en het eeuwig leven; het Evangelie van Jezus Christus verzekert ons ervan! Tegenwoordig kan men zich tegen van alles en nog wat verzekeren.
Er zijn verzekeringen voor vrijwel elke letter van het alfabet - autoverzekeringen, brandverzekering, civiele onrustverzekering, diefstalverzekering - via b.v. glasbreukverzekering, huisverzekering, inboedelverzekering, levensverzekering, ongevallenverzeke-ring, pensioenverzekering, rechtsverzekering, stervensverzekering, waterschadeverzekeringen tot ziekteverzekering. Wij verze-keren ons tegen van alles - behalve voor de eeuwigheid! Wij betalen alsmaar hogere verzekeringspremies om zekerheid te ko-pen - zekerheid dat als wij ziek worden, de kosten van dokters, behandelingen en medicijnen terugbetaald worden; zekerheid dat als ons huis afbrandt, wij een nieuwe woning krijgen; zekerheid dat als onze auto "perte totale" gereden wordt, wij een nieuwe krijgen (geloof dàt maar …!). Eigenlijk verkopen verzekeringsmaatschappijen rust, want de meeste huizen branden niet af en de meeste auto's rijden niet "perte totale". Maar zekerheid geeft rust. Wie betaalt verzekering? Wie heeft ooit geld van de verzeke-ring getrokken? Wie heeft ooit geprobeerd om geld van de verzekering te trekken? O, die kleine lettertjes die wij verzuimen te lezen (met mijn ogen kan ik ze tegenwoordig toch nauwelijks lezen!)! Zekerheid bij verzekeringsmaatschappijen blijkt dikwijls een relatief begrip te zijn. De enige zekerheid bij een verzekering is dat wij de premies moeten betalen - niet dat zij terugbetalen! Toen mijn vrouw en ik de eerste keer naar Canada gingen, sloot ik een reisverzekering af, met, o.a., dekking voor bagageverlies. Toen wij terugkwamen, bleken twee van onze valiezen zoek te zijn. Gelukkig werden zij al 's anderendaags aan huis afgeleverd. Eén daarvan was open. Maar toen wij alles uitpakten, merkten wij niet meteen dat er iets mankeerde. Pas 3 dagen later, toen ik iets in mijn dure studiebijbel wilde opzoeken, besefte ik dat ik hem kwijt was. Ik stuurde de vereiste gedetailleerde verklaring naar de verzekeringsmaatschappij en vroeg om een tegemoetkoming voor de verloren dure studiebijbel, gerust in de zekerheid dat mijn verlies gedekt was. Enkele dagen later kreeg ik hun antwoord: ze vergoedden het verlies niet, want volgens de polis moes-ten verliezen binnen de 48 uren aangegeven worden!
Vrijwel niets is zeker in deze wereld. Wie garandeert dat wat vandaag in Afghanistan, Irak, Israël, Tsjetsjenja enz. gebeurt, mor-gen naar België overwaait? Zijn wij zeker dat wij altijd gezond zullen blijven, dat onze kinderen altijd braaf zullen zijn, dat wij ons werk nooit zullen verliezen, dat de auto straks zal starten, dat de regering genoeg geld zal hebben om onze pensioenen te betalen wanneer wij 65 worden? Niets is zeker in dit leven! Wij weten zelfs niet zeker of wij morgenvroeg wakker zullen worden: Jac.4:13-15 "Welaan dan, gij, die zegt: Vandaag of morgen gaan wij op reis naar die en die stad, wij zullen er een jaar doorbren-gen, zaken doen en winst maken; 14 gij, die niet (eens) weet, hoe morgen uw leven zijn zal! Want gij zijt een damp, die voor een korte tijd verschijnt en daarna verdwijnt; 15 in plaats van te zeggen: Indien de Here wil, zullen wij leven en dit of dat doen." Ver-zekeringsmaatschappijen bieden slechts zeer beperkte zekerheden. De meeste godsdiensten nog minder. Ik zal nooit Moslim worden, want volgens hen verloopt alles naar de wil van Allah, en niemand kan voorspellen wat Allah zal doen. En ik word nooit Boeddhist. Het beste dat Boeddhisten beloven is "nirvana" - eeuwige niet-bewustzijn - bedankt! Hindoes beweren dat wij gereïn-carneerd worden. Dat lijkt mij wel wat - ten minste als ik in mijn volgend leven terug kom als knappe, gespierde, langharige, kerngezonde, succesvolle, rijke man. Maar dat beloven Hindoes niet. Volgens hen is het toppunt van reïncarnatie een heilige koe - en zelfs dàt kunnen ze niet beloven! De wereldgodsdiensten beloven geen zekerheid. Zelfs de meeste zgn. "christelijke" godsdiensten doen niet veel beter. Als men aan vele kerken vraagt hoe men zekerheid van het eeuwig leven bekomt, antwoor-den ze dat dat niet kàn! Zij raden hoogstens aan om braaf te leven, goede werken te doen, en, in vele gevallen, lid van hùn kerk te worden en de regels van hùn kerk te gehoorzamen, in daarmee de hoop voldoende punten te halen om het eeuwig leven te verdienen.
Maar de Bijbel leert iets totaal anders: "Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.". Geloof in de Naam van de Zoon Gods bekomt de grootste zekerheid is die er bestaat! De bijbelse definitie van geloof staat in: Hebr.11:1 "Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.", of, zoals het zo mooi in "Het Boek" verwoord wordt: "Wat is geloof? Het is de absolute zekerheid dat onze hoop ook werke-lijkheid wordt en het is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.". Bijbels geloof bestaat niet uit "misschiens" en "het zou kunnen's". Gods beloften zijn geen geheimzinnige mysteries, maar klinken "ja" en "amen" in Christus Jezus, onze Heer (2 Cor.1:20).
1. ZEKERHEID OVER GOD
Geloof geeft ons de zekerheid dat God leeft! Ongeloof zegt: er is geen god - maar heeft dit nooit bewezen. Men kan God niet zien. Hoe weten wij dan dat Hij bestaat? Door het geloof! Hebr.11:1 weer: "geloof … is het bewijs van dingen die wij niet kunnen zien.". Geloof bevestigt in ons hart wat wij niet zien met onze ogen. Gelooft u dat ik een mama en een papa heb? Waarom ge-looft u dit? Hebt u ze ooit ontmoet? Welk bewijs hebt u dan dat ik een mama en een papa heb? Ja, het feit dat ik er ben! Geloof brengt ons in contact met God, en bewijst ons dat Hij leeft: Hebr.11:6 "zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven dat Hij bestaat en een beloner is van wie Hem ernstig zoeken." Job had zulk een geloof in God. Hij was zeker dat God leefde, en dat hij Zijn kind was. Job was wellicht in zijn tijd de rijkste man ter wereld. Maar de satan viel hem aan; hij verloor zijn bezit, zijn kinderen kwamen allemaal om, zijn vrouw en zijn vrienden keerden zich tegen hem en dan, tot overmaat van ramp, werd hij zelf dodelijk ziek. Hij was alles kwijt - d.w.z. alles, behalve zijn geloof! Toen hij niets en niemand meer had; toen zijn hulpgeroepen - tot mensen èn tot God - onbeantwoord bleven, bleef hem alleen zijn geloof over. Hij zag God. Hij verstond niet waarom God al die ellende in zijn leven toeliet. Hij begreep niet waarom God zijn gebeden niet verhoorde. Toch bleef hij geloven dat de almachtige God hem lief had, dat Hij hem niet verlaten had, dat Hij geen fouten maakte, en dat Hij het beste met hem voor had. Aan het diepste punt van zijn levensverhaal, in het midden van zijn boek, riep hij uit: 19:25 (Het Boek) "ik weet dat mijn Verlosser leeft … Ja, ik zal Hem zien, … met mijn eigen ogen. O, wat verlangt mijn hart daarnaar!". Hoe kon Job zo rotsvast in God blijven geloven? Omdat hij Hem persoonlijk kende! Nà zijn lijdenstocht zei hij: 42:5 "Slechts van horen zeggen had ik van U vernomen, maar nu heeft mijn oog U aanschouwd.". God was geen theorie voor Job; hij kende Hem als zijn per-soonlijke Vriend.
Hoe leert men God kennen? Jezus stelt Hem ons voor: Joh.1:18b "de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft (de Vader) doen kennen.". Het gevolg wordt door de apostel Paulus beschreven in Gal.4: v.8 "in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn.", in v.9 "Nu (hebt) gij echter God leren kennen"; in v.7 "Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon"; en in v.6 "God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader." - "Abba" = "Papa" - niet: "Strenge, veroordelende Rechter"; niet: "Straffende, terechtstellende beul" maar "liefhebbende, genadevolle, alze-genende "Abba, Vader."!
2. ZEKERHEID BETREFFENDE ONSZELF
Geloofszekerheid geeft bovendien niet alleen zekerheid aangaande God, maar ook zekerheid aangaande onszelf, ons eigen leven en onze toekomst. Gelovigen vrezen noch heden noch toekomst, want Rom.8:28 garandeert: "Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben.". Deze zekerheid betreft zowel vandaag, als morgen. Jezus beloofde: Joh.10:27-29 "Mijn schapen horen naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij, 28 en Ik geef hun eeuwig leven en zij zullen voorzeker niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit mijn hand roven. 29 Wat mijn Vader Mij gegeven heeft, gaat alles te boven en niemand kan iets roven uit de hand mijns Vaders." Jezus is onze rotsvaste waarborg. Zoals "Het Boek" 2 Cor.1:20 vertaalt: "Wat Hij zegt, doet Hij. Hij maakt al Gods beloften waar, hoeveel het er ook zijn.", of de volledige tekst in de N.B.G. "hoevele beloften Gods er ook zijn, in Hem is het: Ja; daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons.".
Abraham geloofde Gods belofte. God beloofde hem en zijn steriele vrouw een zoon, toen beide reeds bejaard waren. 25 jaren gingen voorbij voordat de belofte vervuld werd. Abraham was inmiddels 100 jaar oud, Sara 90. > Rom.4:13,19-5:2 (Het Boek) "God beloofde dat Hij de wereld aan Abraham en zijn nakomelingen zou geven; niet omdat Abraham zich zo goed aan Gods wet had gehouden, maar omdat hij God geloofde en daardoor recht voor God stond. … zijn vrouw Sara was ook al veel te oud om nog een kind te krijgen. Toch werd zijn vertrouwen daardoor niet minder. Hij ging niet twijfelen. Integendeel! 20 Hij klemde zich vast aan de belofte van God. Zijn vertrouwen bleef sterk … 21 Hij was er absoluut van overtuigd dat God kon doen wat Hij beloofd had. 22 Daarom verklaarde God hem rechtvaardig." Tot hier toe is dit verhaal, dat verschillende keren in de Bijbel aangehaald en verhaald wordt, slechts miraculeuze geschiedenis. Maar in de Romeinenbrief vervolgt de apostel Paulus: "23 Dat 'rechtvaardig verklaard worden' heeft niet alleen betrekking op Abraham. 24 Het is ook geschreven met het oog op ons. Wij worden immers ook rechtvaardig verklaard, want wij vertrouwen op God, Die onze Here Jezus uit de dood heeft laten terugkomen. 25 Hij heeft Jezus voor onze zonden laten sterven en Hem uit de dood laten terugkomen om ons rechtvaardig te verklaren. 1 Omdat wij ons aan God hebben toevertrouwd, zijn wij rechtvaardig geworden. Wij hebben nu vrede met God dank zij onze Here Jezus Christus. 2 Hij heeft ons dit bevoorrechte leven binnengeleid, waar wij vol verwachting uitkijken naar alle grootse dingen die Hij voor ons heeft klaar-liggen."
3. ZEKERHEID VAN EEUWIG LEVEN
Wij mogen zeker zijn van God, en zeker van ons eigen leven. En wij mogen óók zeker zijn van onze eeuwige toekomst bij God in Zijn hemel! De belangrijkste verzekering die men kan hebben is geen levensverzekering, maar eeuwig levensverzekering - de rotsvaste zekerheid dat wij naar de hemel zullen gaan, onmiddellijk na het sterven, en dààr eeuwig bij God vertoeven: "Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het getuigenis in zich; … 11 … God heeft ons eeuwig leven gegeven en dit leven is in zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven; wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet.". Eeuwig leven kan niet worden ver-diend: Ef.2:8-9a "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; 9 niet uit werken". Eeuwig leven komt niet door goede werken te doen, maar door Jezus te kennen of, zoals Johannes hier schrijft, door Jezus te "hebben".
Kent u Jezus? "Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt.". Kennis van Jezus - het eeuwige leven - wordt altijd gekoppeld aan geloof in Jezus: Joh.3:16 "Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe."; 3:36 "Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven; doch wie aan de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem."; 5:24 "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven."; 6:40 "Want dit is de wil mijns Vaders, dat een ieder, die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft, eeuwig leven hebbe, en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage."; 6:47 "Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie gelooft, heeft eeuwig leven.". Hebt u bemerkt dat al deze teksten in de tegen-woordige tijd zijn? In tegenstelling tot wat velen geloven en verkondigen, is het eeuwige leven niet iets dat wij na de dood krij-gen; dan is het immers te laat ...!
Kent ù Jezus? Weet u zeker dat u het eeuwige leven hebt? Hoe kunnen wij dit weten? Welke concrete bewijzen zijn er? Vol-gens sommigen: een zorgeloos, voorspoedig leven; volgens anderen: een gelukkig gevoel. Degenen die denken dat christenen een zorgeloos leven leiden, lezen blijkbaar een andere Bijbel! De Bijbel leert niet dat christenen anders voelen, maar dat wij an-ders zijn: 2 Cor.5:17 "Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen."; 1 Joh.2:3,5-6 "hieraan onderkennen wij, dat wij Hem kennen: indien wij zijn geboden bewaren. … 5 maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. 6 Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft."; 3:24 "En wie zijn geboden bewaart, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan onderkennen wij, dat Hij in ons blijft: aan de Geest, die Hij ons gegeven heeft."; Rom.8:15-16 "gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: Abba, Vader. 16 Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.".
Kent ù Jezus? De Filippenze gevangenbewaarder vroeg: Hand.16:30 "wat moet ik doen om behouden te worden?" - "wat moet ik doen om vergeving van zonden en het eeuwig leven te ontvangen?". Paulus antwoordde hem: v.31 "Stel uw vertrouwen op de Here Jezus en gij zult behouden worden, gij en uw huis.". Hoe doet men dit in de praktijk?Paulus weer: Rom.10:9-13 "indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; 10 want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis. 11 Immers het schrift-woord zegt: Al wie op Hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. 12 Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Immers, een en dezelfde is Heer over allen, rijk voor allen, die Hem aanroepen; 13 want: al wie de naam des Heren aan-roept, zal behouden worden.".
CONCLUSIE
Kent ù Jezus? 2 Cor.13:5 "Stelt uzelf op de proef, of gij wel in het geloof zijt, onderzoekt uzelf. Of zijt gij niet zo zeker van uzelf, dat Jezus Christus in u is?"
Amen.
|