Bijbel

Preken uit Johannes

Mijn vrede geef ik u

(Johannes 14:21-31)

Van tijd tot tijd komen er op het televisiejournaal pakkende beelden of ontroerende getuigenissen. Zo is op dit moment het akkoord dat Israël op het punt staat met de Palestijnen te ondertekenen in het brandpunt van het nieuws. Een vredes-akkoord!

En zo zag ik eind vorige week in het journaal een iets oudere Israëlische dame, die door een journalist werd gevraagd naar haar reactie op dat mogelijk akkoord. Haar woorden waren sterk emotioneel geladen:

"Het belangrijkste voor mij is, dat er eindelijk vrede komt", verklaarde ze. En dan volgde een zinnetje dat me toch wel heel sterk aangreep: "Ik heb in heel mijn leven nog geen enkele dag vrede gekend".

Ze verduidelijkte dat nog verder:

"Ik ben geboren in Duitsland en heb daar in mijn kinderjaren de vervolging meegemaakt en daarna zijn we naar Israël uitgeweken. Ik heb dus in heel mijn leven nog geen enkele dag vrede gekend... Het enige dat ik nu uit de grond van mijn hart verlang, is dat er eindelijk vrede komt. Al de rest heeft voor mij geen belang meer."

Vindt u dat ook niet verschrikkelijk? Kunnen we ons inbeelden wat het wel betekent, om te moeten zeggen: "Ik heb in heel mijn leven nog geen enkele dag vrede gekend"? En toch weten we maar al te goed dat deze Joodse dame helemaal geen uitzondering is. Op deze wereld wonen er miljoenen mensen die haar dat in alle eerlijkheid zouden kunnen nazeggen: "Ik heb in heel mijn leven nog geen enkele dag vrede gekend". Verschrikkelijk is dat toch; of niet soms?

En dan denk ik aan Noord-Ierland: meer dan één hele generatie kinderen is daar volwassen geworden en ze hebben nooit anders geweten dan dat er geweld was, dat er bommen ontploften en dat er doden vielen, in hun gezin of bij vrienden en kennissen.

Dan denk ik aan Zuid-Afrika, waar momenteel druk onderhandeld wordt over een nieuwe regeringsvorm, waarbij blanken en zwarten eindelijk, na zovele jaren van geweld, vreedzaam zouden moeten samen kunnen leven, maar ondertussen vallen er nog alle dagen slachtoffers en iedereen zal zich daar dan ook wel afvragen: "Zal ik in mijn leven ooit één dag vrede kennen?".

Zo zouden we (helaas) nog een hele poos kunnen doorgaan. En laat ons eerlijk zijn, voor velen onder ons lijkt dat allemaal zo onwezenlijk, zo ver af... Als we even de ouderen in ons midden buiten beschouwing laten, zitten er hier vandaag velen die - net als ik - tot een bevoorrechte generatie behoren... Tot een eerder beperkte groep mensen die kunnen zeggen: "Wij hebben nooit een oorlog aan de lijve ondervonden".

Ik heb het vermoeden dat er in heel de geschiedenis van de mensheid maar weinig mensen dat kunnen vertellen: "Wij hebben nooit een oorlog meegemaakt...". Er wordt altijd wel ergens gevochten, en de plaatsen waar vijftig of meer jaren konden voorbij gaan zonder oorlogsgeweld zijn eerder uitzonderlijk...

Daarom kunnen we ook begrijpen dat er zoveel mensen naar vrede snakken; dat mensen hardop zeggen: "Het enige wat ik verlang is dat er vrede komt; al de rest is onbelangrijk!".

Ieder normaal mens verlangt naar vrede. Ieder zinnig mens stelt zich de vraag waarom er zo weinig vrede is en hoe er een blijvende vrede kan komen.

* * *

En deze morgen lezen we één van die merkwaardige uitspraken van Jezus, precies een waar Hij het over vrede heeft. In onze schriftlezing van vandaag, Johannes 14, vers 27, lezen we:

"Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd of versaagd."

Dat klinkt mooi en vooral eenvoudig! Jezus belooft ons vrede; zegt dat Hij ons zo maar vrede zal geven. En wij zijn hier deze morgen bij elkaar gekomen omdat we belijden dat Jezus woord waar is en omdat we geloven dat Jezus zijn beloften nakomt:

"Vrede laat Ik u, mijn Vrede geef Ik u...".

Een eerste bedenking die ik voorzichtig maak (en misschien ben ik niet de enige) zou kunnen zijn: "Ik merk er dan toch maar weinig van. Er is helemaal geen vrede in deze wereld. Er is nooit vrede in deze wereld geweest en het ziet er niet naar uit dat daar zo spoedig verandering zal in komen, ondanks alle onderhandelingen en vredesverklaringen die dagelijks plaats grijpen."

En een tweede bedenking zou kunnen zijn: "Maar spreekt Jezus zichzelf dan niet tegen in de Schriften? Ik herinner me toch dat ik op een andere plaats, in Matteus 10, vers 34, heb gelezen:

"Meen niet, dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard."

Wat moet ik daar nu mee? In het ene gedeelte zegt Jezus dat hij ons vrede geeft; in het andere gedeelte waarschuwt hij ons dat we helemaal geen vrede hoeven te verwachten, maar strijd! Kan ik het ene dan wel met het andere rijmen? Of blijft ik met nog meer vragen zitten dan voor ik in het evangelie begon te lezen?

* * *

Het woord "vrede" kan natuurlijk meer dan één betekenis hebben. Veruit de meeste mensen denken bij dit woord aan "geen oorlog, geen geweld...". En dat is natuurlijk één goede betekenis van dat woord.

Maar wanneer Jezus dit woord in de mond neemt, bedoelt Hij misschien iets anders. Bij een vorige overdenking, naar aanleiding van Filippenzen 3 hebben we ook ontdekt dat toen Jezus het over Zijn "koninkrijk" had, hij ook iets totaal anders bedoelde dat wat bv. Pilatus daaronder verstond.

Wanneer Jezus ons "Zijn Vrede" belooft, dan bedoelt hij ongetwijfeld méér dan "geen oorlog, geen strijd". Want wij mogen zo'n soort vrede dan al heel prachtig vinden, maar wat Jezus ons belooft is nog veel meer, nog veel beter, dan die "afwezigheid van geweld". Paulus spreekt, in Filippenzen, van een "vrede van God, die alle verstand te boven gaat".

Betekent dit dan, dat onze Heer helemaal geen interesse zou hebben voor het soort vrede waar wij als mensen allemaal zo naar snakken? Zou het Hem dan niet kunnen schelen dat hier op deze aarde voortdurend gevochten, gebrand en gemoord wordt? Moeten wij het dan maar stellen met die uitspraak: "...vrede geef Ik u, maar niet zoals de wereld die geeft geef Ik ze u...". Is dat geen erg schrale troost?

Ik denk het niet. Ik geloof vast Gods belofte dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde komt waar niet meer gevochten wordt en waar nooit meer oorlog zal zijn. Maar ik ben er even sterk van overtuigd dat die hier niet kan komen, zolang die andere Vrede, die Vrede waar Jezus het over heeft, niet in de harten van de mensen aanwezig is.

* * *

"...mijn vrede geef Ik u...".

Jezus tekent Zijn Vrede als een geschenk, iets wat we van Hem zo maar mogen ontvangen. Gratis.

Dat sluit trouwens volledig aan bij het ons zo bekende vers uit Galaten, 5, vers 22 (we hebben er een reeks huisbijbelstudies aan gewijd):

"Maar de vrucht van de Geest is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing."

Zeg eens eerlijk: kunt u zich een sterkere reeks remedies tegen oorlog en geweld voorstellen dan die "vruchten van de Geest"? Zou er nog een oorlog kunnen losbarsten als alle mensen die negen vruchten (liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, vriendelijkheid, goedheid, trouw en zachtmoedigheid) werkelijk in hun hart droegen?

Vrede is dus één "vrucht van de Geest"; en ik zou dat "vrucht van de Geest" deze morgen durven vertalen met "het resultaat van een nauwe omgang met God". En zo'n vrede is dus heel wat anders dan enkel maar de afwezigheid van oorlog! (Hoe prachtig dat dan ook is.)

Het resultaat van een nauwe omgang met God: dat betekent dus met andere woorden dat je die vrede wel krijgt, maar dat ze niet zo maar komt aanwaaien. Het is het resultaat van iets; het vraagt dus een inspanning van onze kant: wij moeten regelmatig in de stilte contact met de Heer zoeken en onderhouden. Anders werkt het niet!

En dat vraagt strijd, dat kost moeite. Het vereist dat we in ons dagelijks leven scherpe prioriteiten gaan stellen; ook in onze dag-indeling. Laat ons maar heel eerlijk zijn: geen plan voor ons gebedsleven betekent in de praktijk geen gebedsleven.

* * *

En waarom komen we zo moeilijk aan een "geregeld gebedsleven" toe? Waarom slagen we er haast niet in om een moment van "stille tijd" werkelijk in onze dag in te plannen en ons daar even trouw aan te houden als aan een afspraak om bv. elke dag op tijd op ons werk te verschijnen?

We hebben zoveel dingen om ons hoofd en de tijd voor God is dan helaas vaak de eerste tijd die erbij in schiet. Een dag is toch al veel te kort; we moeten nu al van het ene naar het andere rennen!

Of kan gebed dan soms tijdwinst opleveren? Ik had me die vraag nog nooit gesteld, tot ik een tijd geleden in een tijdschriftartikel het verhaal las van een zakenvrouw; een vrouw die het dus ook heel erg druk had.

Ze beschreef hoe ze op een bepaald moment in haar leven de indruk kreeg totaal vast te lopen. Ze leefde zo verschrikkelijk jachtig en de stress begon haar zo te overmeesteren dat ze vreesde dat ze een zenuwinzinking nabij was.

Het carrière-maken plus de zorg voor een gezin begonnen haar écht te veel te worden. Ik denk dat we er geen moeite mee hebben ons zo'n situatie levendig voor te stellen; we kennen misschien uit onze eigen ervaring of uit onze omgeving ookwel mensen die in zo'n toestand terecht kwamen...

En op een dag, tijdens een lunchpauze, nam ze een collega in vertrouwen, iemand waar ze met een zekere bewondering naar opkeek, omdat die, ondanks zijn drukke agenda en zijn grote verantwoordelijkheden, er altijd toch vrij ontspannen bij liep.

"Ik weet niet hoe ik verder moet", bekende ze. "Ik hol van het ene naar het andere en krijg meer en meer de indruk dat ik niets nog echt voor mekaar krijg. Ik hou het niet meer vol. Wat moet ik doen?"

En tot haar verbijstering antwoordde die collega: "Elke dag een uur bidden!".

Ze bekende in dat artikel (en ik las het niet in een "godsdienstig" tijdschrift) dat ze hem écht verbijsterd aanstaarde. Wat was dat nu voor een antwoord?

"Elke dag een uur bidden... En ik tracht precies duidelijk te maken dat ik nu al tijd te kort kom... Dat kun je dan toch niet ernstig menen?"

Maar haar collega hield vol: "Ik meen het echt: elke dag een uur bidden, dat is de enige juiste oplossing voor jouw probleem".

"Maar dat zou dan betekenen dat ik elke dag een uur vroeger moet opstaan... Anders zou ik niet weten wanneer ik tijd zou moeten vinden om te bidden."

En het nuchtere antwoord van haar vriend was: "Dat zul je er dan moeten voor over hebben; ik zie echt geen andere oplossing voor jouw probleem."

Ze vertelde verder hoe ze de schouders ophaalde en het onderwerp verder maar met rust liet. Maar op een of andere manier lieten de woorden van die collega haar niet meer met rust, en de rest van de dag kwamen die haar telkens weer opnieuw voor de geest: "De enige oplossing voor jouw probleem is elke dag een uur bidden".

En diezelfde woorden schoten haar terug door het hoofd toen ze de volgende morgen, vroeger dan anders, wakker werd. "Een uur bidden, dacht ze... Ik verlies toch niets met het te proberen".

Ze beschreef haar ervaring zo levensecht in dat artikel. Ze vertelde hoe ze die vroege ochtend opstond en beneden ging zitten en half hardop zei: "Ja, God, hier ben ik dan. Ik weet eigenlijk ook niet zo goed wat ik hier kom doen, maar ik wacht en ik luister...".

Ze gaf eerlijk toe dat die eerste ochtenden van "stille tijd" maar erg stuntelig verliepen, dat er van echt geconcentreerd bidden weinig terecht kwam. Maar op een vreemde manier voelde ze zich overdag rustiger en meer ontspannen. Ze had natuurlijk nog net zoveel werk en even veel problemen als daarvoor, maar ze begon zich er beter tegen opgewassen te voelen.

En het vreemdste van heel die ervaring was wel: langzaam maar zeker kwam ze tot de ontdekking dat hetgeen ze vroeger als tijdverlies had beschouwd haar nu werkelijk tijdwinst bleek op te leveren... Waar ze vroeger nooit een moment van ontspanning had, bleek ze na verloop van een aantal weken terug over "vrije tijd" te beschikken.

Toen ze na enkele maanden haar ervaring met die collega deelde, antwoordde die doodnuchter: "Ik had toch gezegd dat dit de enige oplossing was voor jouw probleem!"

En in feite had die goede vriend geen eigen oplossing aangedragen, maar de oplossing van de Heer Jezus zélf: "Kom tot mij, die vermoeid en belast zijn, Ik zal je rust geven".

* * *

"Uw hart worde niet ontroerd of versaagd..."

Was het misschien dat wat Jezus bedoelde? "Ik wil je een intense, allesomvattende vrede schenken. Een vrede die al het andere te boven gaat. Een vrede, diep in ja hart, die ervoor zorgt dat je tegen de problemen, waar je onvermijdelijk mee te maken krijgt, bent opgewassen. Een vrede, die ervoor zorgt dat je niet zult breken, maar dat je genoeg veerkracht krijgt."

We leven in een tijd, waarin heel veel mensen letterlijk kapot gaan aan innerlijke spanningen. Meer en meer medici geven hardop toe dat talrijke ziektes gewoon het gevolg zijn van stress, van inwendige onrust. En het spijtige is dat ook veel mensen die de Heer kennen niet aan die trend blijken te ontsnappen.

Om zinvol te leven, om goed te kunnen functioneren, hebben we vrede nodig! Een vrede die meer is dan enkel het ontbreken van oorlog en geweld. Een vrede die binnen in ons zit. Een vrede die het gevolg, de vrucht, is van onze omgang met Jezus.

"Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u..."

Jezus geeft niet enkel vrede, Hij wil ze laten duren; Hij wil dat die vrede - als gevolg van de tijd die we met Hèm doorbrengen - bij ons blijft.

Ervaren wij - u en ik - die diepe vrede werkelijk? Als we onszelf eerlijk onderzoeken en dan ontkennend moeten antwoorden, dan wordt het misschien tijd dat we dezelfde uitdaging van die zakenvrouw van daarnet: "Elke dag een uur bidden", dat we die uitdaging ook eens in overweging nemen... Het resultaat kan wellicht verbazend zijn.

"Niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u...".

De vrede die Jezus biedt is een andere vrede dan degene waar de wereld zo intens naar verlangt. Maar ik raak er meer en meer van overtuigd dat de vrede in de wereld slechts mogelijk wordt wanneer er meer en meer mensen komen die de vrede van Jezus (en ook die acht andere "vruchten van de Geest") in hun hart dragen.

Alleen Jezus brengt vrede.

Amen.

home Terug naar ONTMOETING inhoud

09/1993