|
|
Vijf inleidende Bijbelstudies |
| II. Jezus: De Genezer
In de eerste studie hebben we geleerd dat Jezus niet enkel een ongewoon Iemand was; Hij was Gods Zoon. Hij kwam op deze wereld om mannen en vrouwen te helpen in hun diepste nood. In deze studie zien we hoe Jezus twee mensen tegemoet kwam in hun nood. Overal waar Jezus kwam ontmoette Hij hulpbehoevende mensen. Vaak hadden deze mensen ongeneeslijke ziektes, maar Hij was in staat hun leven totaal te veranderen door hen te genezen. Hij genas de schoonmoeder van Simon, de knecht van een Romeins officier, een man met een verschrompelde hand, een kreupele vrouw, een verlamde man, geesteszieken, bezetenen en mensen met huidziekten, blinden en Hij deed zelfs mensen uit de dood opstaan. "Toen de zon onderging, brachten allen, die zieken hadden, lijdende aan allerlei kwalen, dezen tot Hem. Hij legde ieder van hen afzonderlijk de handen op en genas hen." (Lukas 4:40). A. Genezing van een blinde bedelaar
LEES: Lukas 18:35-43 Dit was een blinde man aan wie Jezus "het zicht teruggaf" (Luke 4:18). Hij genas mensen van verschillende lichamelijke kwalen. Maar Hij genas ook mensen op een andere manier. B. Jezus en Zacheus
LEES: Lukas 19:1-10 Om over na te denken: |
1/1998 |