De Brief van Paulus aan Titus

In de aanhef van deze brief leren we dat Paulus een van zijn eerste medewerkers, Titus, op het Griekse eiland Creta had achtergelaten om daar de jonge Gemeenten te helpen en op te bouwen. Vermoedelijk schreef de apostel deze brief tussen 62 en 67 n.C., waarschijnlijk vanuit Macedonië of Nicopolis.

Hoewel Titus niet wordt vermeld in het boek Handelingen komt zijn naam 13 keer voor in de andere brieven van Paulus; hieruit kunnen we afleiden dat hij een belangrijk medewerker was in de verkondiging van het evangelie.

Paulus legt in deze brief sterk de nadruk op de voorwaarden die noodzakelijk zijn om het ambt van voorganger te kunnen vervullen, maar hij geeft er ook heel wat aanwijzingen voor de andere gelovigen. Hij wijst op de problemen waarmee gelovigen kunnen geconfronteerd worden en reikt ook oplossingen aan.

De nadruk ligt heel sterk op het belang van een juiste levenswandel temidden van het kwaad in deze wereld. Daardoor blijft deze brief ook in onze tijd brandend aktueel.

In deze korte brief komt het begrip "goede werken" maar liefst zes keer voor (1:16; 27, 14; 3:5, 8, 14). Twee andere sleutelwoorden zijn "genade" (1:4; 2:11; 3:7, 15) en "geloof" (1:1, 4, 13; 2:10, 13, 3:15).


Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland en God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar zijn ontferming ons gered door het bad der wedergeboorte en der vernieuwing door de Heilige Geest.

(Titus 3:4-5)


Indeling

  1. Deel 1: Voorschriften in verband met organisatie en tucht in de Gemeente.
    1. Groet en verwijzing naar de glorie van het Evangelie (1:1-4)
    2. Doel van Titus opdracht op Creta (1:5)
    3. Orde en tucht in de Gemeente:
      1. Karaktereigenschappen en voorwaarden voor Oudsten en Voorgangers (1:6-9)
      2. De plicht om valse leraars te bestrijden (1:10-11)
      3. Het moeilijke karakter van de Cretenzers en de noodzaak om hen te leiden en terecht te wijzen in de waarheid (1:12-14)
      4. Strijd tegen huichelarij (1:15-16)
  2. Deel 2: Zuivere leer en goede werken
    1. Apostolische raadgevingen voor verschillende groepen:
      1. Respect opbrengen voor ouderen (2:2-3)
      2. Onderrichtingen voor jongeren (2:4-6)
      3. Bemoediging voor Titus in verband met zijn persoonlijk voorbeeld (2:7-8)
      4. De taken van dienaren (2:9-10)
    2. De Redding die we mochten ontvangen vraagt van ons:
      1. Zelfverloochening en een godsvruchtig leven in de wereld (2:11-12)
      2. Hoopvol uitkijken naar de komst van Jezus (2:13)
      3. Het offer van Christus roept zijn volgelingen op tot een heilige levenswandel (2:14)
    3. Het belang van de verkondiging van deze waarheden (2:15)
  3. Deel 3: Bijkomende instructies in verband met het brengen van zuivere leer
    1. Sociale verplichtingen en taken (3:1-2)
    2. De redding komt door genade:
      1. De universele zonde (3:3)
      2. Niet gered door goede werken maar door de genade van Jezus (3:4-7)
    3. Het belang van goede werken (3:8)
    4. Het behandelen van dwaze twistvragen (3:9-11)
    5. Slotgroet en zegebede (3:12-15)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

8/1999