e Brief aan de Romeinen is de eerste brief van de apostel Paulus die we in het Nieuwe Testament terugvinden. (De brieven van Paulus werden echter niet opgenomen in chronologische orde, maar volgens lengte; de Romeinenbrief is dus de langste van de hand van Paulus.)
De brief werd geschreven in het jaar 58 of 59 n.C., tijdens Paulus' derde zendingsreis vanuit Corinthe. Paulus heeft het plan opgevat om naar Rome te trekken en hij schrijft deze brief aan de christenen in Rome om zich voor te stellen als een apostel en verkondiger van de Blijde Boodschap:
"Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft, eerst voor de Jood, maar ook voor de Griek." (Rom. 1:16)
Hierin ligt ook de kern van deze brief: alle mensen staan schuldig tegenover God en hebben verlossing nodig. God heeft een genadeplan om de mens terug tot Zich te trekken en wil hen een nieuw leven geven. Verder gaat Paulus in op Gods plan voor het volk Israël en geeft hij richtlijnen voor de nieuwe levenswandel. Op die manier valt de brief uiteen in twee delen: een leerstellig gedeelte (hoofdstuk 1-11) en een praktisch gedeelte (12-16). Paulus sluit af, zoals in zijn meeste brieven, met een aantal persoonlijke groeten.
Thans is echter buiten de wet om
gerechtigheid Gods openbaar geworden,
waarvan de wet en de profeten getuigen,
en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus,
voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid.
Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods,
en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade,
door de verlossing in Christus Jezus.
(Rom. 3:21-24)
Indeling
- Leerstellig: Gods plan om ons te redden
- De noodzaak tot redding ligt bij de mens:
- De vijandige wereld (hoofdstuk 1:18-27)
- De Joden onder de wet (2:8-3:20)
- Alle mensen zijn zondaars (3:23)
- Gods methode van redding:
- Rechtvaardiging uit geloof (3:21-28)
- Universele redding (3:29-30)
- Vervult de wet (3:21)
- Illustratie: het leven van Abraham
- Niet door werken (4:1-6)
- Niet door verordeningen (4:9-12)
- Niet door de wet (4:13-25)
- De zegeningen, door Gods liefde, tot uitdrukking gebracht in de dood van Christus (5:1-11)
- De vrije gave van redding (5:12-21)
- Geen aanleiding om verder te zondigen (6:1-23)
- De blijvende strijd met onze zondige begeerten (7:7-21)
- Het hoogtepunt van Gods plan: vrijheid en rechtvaardiging door geloof in Christus (hfdstk 8)
- Paulus bekommernis om zijn eigen volk (9:1-5)
- Het mysterie van de uitverkiezing
- Het voorrecht van Israël ((9:4-5)
- Het onderscheid tussen Abrahams natuurlijk en geestelijk zaad (9:6-13)
- Gods soevereiniteit (9:14-24)
- Het falen van Gods volk profetisch voorspeld (9:25-33)
- Gods plan door de Joden verworpen (10:1-3)
- Het plan van "Redding door geloof" (10:4-18)
- Gods omgang met Israël (10:19-11:12)
- Waarschuwing tegen hoogmoed (11:13-22)
- Herstel van Israël voorspeld (11:23-36)
- Praktisch gedeelte: De christelijke levenswandel
- Samenvatting van de plichten van de christen (hfdstk 12)
- Verplichtingen:
- Burgerlijke en sociale plichten (13:1-10)
- Leven als kinderen van het Licht (13:11-14)
- Plichten tegenover "de zwakken":
- Voorzichtig in het oordelen (14:1-13)
- Geen aanstoot geven (14:15-23)
- Geen zelfgenoegzaamheid (15:1-7)
- Slot
- Redenen tot dankzegging (15:8-21)
- Paulus verlangen om Rome te bezoeken (15:22-16:16)
- Persoonlijke groeten en zegebede (16:17-27)
|