e schrijver van de laatste brief uit het Nieuwe Testament is Judas, een broer van de Heer Jezus. We weten niet van uit welke plaats deze brief geschreven werd en evenmin aan wie hij oorspronkelijk gericht was. Waarschijnlijk dateert hij tussen 65 en 70 n.C.
De gelovigen worden in dit schrijven opgeroepen om aktief weerstand te bieden tegen de valste leer van een aantal dwaalleraars. Judas waarschuwt zijn lezers dat God ook in het verleden de zonde nooit ongestraft liet en hij wijst op de verkeerde manier van leven van deze valse leraars. Hij bemoedigt zijn lezers ook door erop te wijzen dat God hen de kracht zal geven om stand te houden.
We moeten leren ons kritisch op te stellen en we mogen ook op de levenswijze letten van diegenen die ons willen onderwijzen. Op die manier vallen valse leraars dikwijls door de mand.
Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde, de enige God, onze Heiland, zij door Jezus Christus, onze Here, heerlijkheid, majesteit, kracht en macht voor alle eeuwigheid, en nu en in alle eeuwigheden! Amen.
(Judas 24-25)
Indeling
De brief laat zich niet zo makkelijk indelen. Een groot deel van de behandelde onderwerpen kunnen we onder twee verschillende hoofdingen plaatsen: (1) ware godsvrucht; (2) valse religie.
- Groeten (v.1-2)
- Aanleiding van de brief
Waarschuwing tegen valse leraars (3-4)
- Waarschuwingen in verband met Gods straffen in het verleden
- Straf voor het ongeloof van Israël (5)
- De straf voor de gevallen engelen en voor Sodom (6-7)
- Kenmerken van de valse leraars (8-13)
- Verwijzingen naar de profetieën
- Enoch, die het einde van de goddelozen voorspelde (14-16)
- Waarschuwingen van de apostelen in verband met de laatste dagen (17-19)
- Samenvatting van de christelijke plichten
- Oproep tot opbouw en gebed (20)
- Liefde voor God en vertrouwen in Christus (21)
- Barmhartigheid en het verlangen het verlorene te redden (22-23)
- Zegebede (24-25)
|