e weten niet wie de schrijver van dit Bijbelboek is. Vroeger werd ook deze brief wel eens aan de apostel Paulus toegeschreven, maar vandaag wordt algemeen aangenomen dat hij de auteur niet is. Ook over de bestemmeling van deze brief tasten we in het duister; het opschrift "aan de Hebreeën" werd pas later toegevoegd en in de aanhef is er geen sprake van een bestemmeling of een afzender.
Ook de vorm is totaal anders dan die van de andere nieuwtestamentische brieven en vele commentatoren schrijven dan ook dat het hier helemaal niet om een brief gaat maar om een op schrift gestelde (lange) preek.
Deze ontstond waarschijnlijk tussen 60 en 70 na Christus en is blijkbaar gericht aan Joodse christenen die om een of andere reden duidelijk hadden gemaakt dat zij er over nadachten om tot hun oude godsdienst terug te keren. De auteur wil hen duidelijk maken dat na de komst van Jezus het Joodse geloof hen niets meer te bieden heeft.
Er wordt dan ook sterk de nadruk op gelegd dat Christus in alle opzichten hoger staat dan wie ook: Hij staat boven de engelen en boven Mozes en alle andere belangrijke figuren uit het Oude Testament. Hij is een betere middelaar dan de oudtestamentische priesters en hogepriesters. Hij bracht een nieuw en beter verbond tot stand tussen God en de mensen en bracht een beter offer dan er onder het oude verbond ooit gebracht kon worden.
Want wij hebben geen hogepriester,
die niet kan medevoelen met onze zwakheden,
maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als wij
is verzocht geweest, doch zonder te zondigen.
Laten wij daarom met vrijmoedigheid toegaan
tot de troon der genade,
opdat wij barmhartigheid ontvangen en genade vinden
om hulp te verkrijgen te gelegener tijd.
(Hebr. 4:15-16)
Indeling
- Deel I - A. De uitmuntendheid van Christus
- Hij staat boven alle profeten (1:1-3)
- Hij staat boven de engelen (1:4-2:14)
- B. Jezus als hoogste hogepriester
- Hij nam de menselijke natuur aan (2:16-18)
- Oproep om Hem als hogepriester te erkennen (3:1)
- Hij staat hoger dan Mozes (3:2-6)
- Het falen van Israël (3-7-4:13)
- Overzicht van Jezus bediening als hogepriester:
- Zijn hogepriesterschap als aansporing tot trouw en gebed (4:14-16)
- Zijn bediening en werk als hogepriester (5:1-4)
- Kenmerken van Jezus' priesterschap (5:5-10)
- Oproepen, waarschuwingen, aanbevelingen (5:11-6:12)
- De zekerheid van de vervulling van Gods beloften (6:13-20)
- Het priesterschap van Melchisedek als voorafschaduwing van Christus (7:1-10)
- Samenvatting van de kwaliteiten van Jezus' hogepriesterschap (7:11-10:18)
- Deel II - Praktisch onderricht en aanbevelingen
- Het voorrecht om in Gods aanwezigheid te mogen komen (10:19-21)
- Aanbevelingen om met een rein hart te naderen (10:22-25)
- Waarschuwingen tegen terug afvallen (10:26-31)
- Herinnering voor Joodse christenen aan hun vroegere toestand (10:32-39)
- De geloofshelden (11:1-40)
- De christen als geestelijk atleet (12:1-13)
- Aansporing tot waakzaamheid en zuiverheid (12:14-17)
- Contrast tussen de berg Sinai als symbool van het oude verbond en de berg Sion als symbool van het nieuwe verbond (12:18-24)
- Plechtige oproep om zich bewust te blijven van Gods koninkrijk (12:25-28)
- Laatste oproep met betrekking tot de plichten als christen (13:1-17)
- Slotwoorden: oproep tot gebed en zegebede (13:18-25)
|