Genesis
Genesis is afgeleid uit het Griekse woord dat "begin" betekent. En dit eerste Bijbelboek behandelt inderdaad het begin van alles: de schepping van de hemel en de aarde; de oorsprong van het menselijk ras; het ontstaan van het volk Israël.

Het eerste deel (hoofdstukken 1-11) begint met de schepping ten eindigt bij de roeping van Abram. Alles wat God schiep was in oorsprong goed maar de twee eerste mensen, Adam en Eva, werden ongehoorzaam aan God en zo deed het kwade zijn intrede in deze wereld. De mensen werden zo boosaardig dat God besloot ze allen te vernietigen, met uitzondering van Noach en zijn familie. Zijn waren God trouw gebleven en kregen de opdracht een ark te bouwen om zo aan de zondvloed te ontkomen.

Het tweede grote deel van Genesis (hoofdstukken 12 t/m 50) verhalen het ontstaan van het volk Israël met Abram en zijn gezin. God koos hem uit om de stamvader te worden van Zijn volk. Hij gaf hem ook de opdracht zijn naam te veranderen in Abraham en zijn vrouw Sarai zou voortaan Sarah heten. God beloofde aan dit (kinderloze) echtpaar dat hun nakomelingen eens in hun eigen land zouden wonen en dat ze tot zegen zouden zijn voor alle volkeren.

Ze vertrokken naar Canaan, het land dat God aan hun nakomelingen beloofd had. Hun zoon Isaak werd pas geboren toen ze beiden reeds hoog bejaard waren. Aan het einde van het boek Genesis zijn de nakomelingen van Abraham, onder de leiding van zijn kleinzoon Jakob, moeten uitwijken naar Egypte waar een zoon van Jakob, Jozef, onderkoning geworden is. Maar ook Jozef weet dat God op een dag Zijn beloften zal nakomen:


En Jozef zeide tot zijn broeders:
Ik ga sterven;
God zal zeker naar u omzien en u uit dit land voeren naar het land,
dat Hij Abraham, Isaak en Jakob onder ede beloofd heeft.

(Genesis 50:24)


Indeling

  1. Het Scheppingsverhaal
    1. De Schepping (1:1-2:7)
    2. Het Paradijs(2:8-25)
       
  2. De eerste zonde en de eerste moord
    1. De eerste zonde (3:1-24)
    2. Kaïn en Abel (4:1-26)
       
  3. De nakomelingen van Adam voor de Zondvloed
    1. De oudvaders (5:1-32)
    2. Het huwelijk der zonen Gods (6:1-4)
       
  4. Noach en de Zondvloed
    1. De Zondvloed (6:5-9:7)
    2. God's verbond met Noach (9:8-17)
       
  5. De nakomelingen van Noach en de Toren van Babel
    1. Noach en zijn zonen (9:18-29)
    2. De volkenlijst (10:1-32)
    3. De toren van Babel (11:1-9)
    4. De nakomelingen van Sem (11:10-32)
       
  6. De roeping van Abram
    1. De roeping van Abram (12:1-9)
    2. Abram in Egypte (12:10-20)
       
  7. Abram en Lot
    1. Abram en Lot scheiden van elkaar (13:1-18)
    2. Abrams overwinning op de koningen van het Oosten (14:1-17)
    3. Abrams ontmoeting met Melchisedek (14:18-24)
       
  8. God's beloften aan Abram (15:1-21)
     
  9. Abram, Hagar en Ismaël (16:1-16)
     
  10. God verandert Abram's naam in Abraham en belooft hem een zoon
    1. God's verbond met Abram (17:1-12)
    2. God belooft Abraham opnieuw een zoon (18:1-15)
       
  11. Abraham en Lot, Sodom en Gomora
    1. Abraham's voorbede voor Sodom (18:16-33)
    2. De verwoesting van Sodom (19:1-29)
    3. Lot en zijn dochters (19:30-38)
       
  12. Abraham, Sarah en Isaak
    1. Abraham en Abimelek van Gerar (20:1-18)
    2. Geboorte van Isaak (21:1-7)
    3. Abraham verdrijft Hagar en Ismaël (21:8-21)
    4. Abraham en Abimelek (21:22-34)
    5. Abraham's geloof wordt op de proef gesteld (22:1-19)
    6. De zonen van Milka (22:20-24)
    7. Sara's dood en begrafenis (23:1-20)
       
  13. Rebeka wordt de vrouw van Isaak (24:1-67)
     
  14. De dood van Abraham
    1. Abraham's dood (25:1-11)
    2. De zonen van Ismaël (25:12-18)
       
  15. Het gezin van Isaak
    1. Esau en Jakob (25:19-34)
    2. Isaak bij de Filistijnen (26:1-35)
    3. Jakob ontsteelt Esau de vaderlijke zegen (27:1-40)
    4. Jakob vlucht naar Mesopotamië (27:4-28:9)
    5. Jakob's droom in Betel (28:10-22)
       
  16. Het gezin van Jakob
    1. Jakob bij Laban (29:1-30)
    2. De kinderen van Jakob (29:31-30:24)
    3. Jakob verwerft zijn kudde (30:25-43)
    4. Jakob vlucht weg van Laban (31:1-21)
    5. Verbond tussen Jakob en Laban (31:22-55)
    6. Jakob vreest ontmoeting met Esau (32:1-21)
    7. Jakob's worsteling (32:22-32)
    8. Jakob met Esau verzoend (33:1-20)
    9. Dina en de Sichemieten (34:1-31)
    10. Jakob terug in Betel (35:1-15)
    11. Dood van Rachel en van Isaak (35:16-29)
       
  17. Het gezin van Esau (36:1-43)
     
  18. Jozef wordt door zijn broers als slaaf verkocht (37:1-36)
     
  19. Juda en Tamar (38:1-30)
     
  20. Jozef in Egypte
    1. Jozef in het huis van Potifar (39:1-23)
    2. De dromen van de schenker en de bakker (40:1-23)
    3. De dromen van de Farao en de aanstelling van Jozef (41:1-43)
    4. Jozef als onderkoning in Egypte (41:46-57)
       
  21. Jozef en zijn broers
    1. Eerste reis van Jozef's broers naar Egypte (42:1-38)
    2. Tweede reis van Jozef's broers naar Egypte (43:1-44:34)
    3. Jozef maakt zich bekend aan zijn broers (45:1-28)
       
  22. Het gezin van Jakob naar Egypte
    1. Jakob trekt naar Egypte (46:1-47:12)
    2. Jozef's maatregelen (47:13-26)
       
  23. De dood van Jakob
    1. Jakob's dood en begrafenis (49:29-50:14)
    2. Jozef troost zijn broers (50:15-21)
       
  24. De dood van Jozef (50:22-26)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

1/2003