De brief van Paulus aan de Filippenzen

n hoofdstuk 16 van het boek Handelingen kunnen we lezen hoe Paulus tijdens zijn tweede zendingsreis een visioen krijgt waarin de Heilige Geest hem duidelijk maakt dat hij met oversteken naar Macedonië. Paulus gehoorzaamt dit bevel en zo ontstaat in Filippi de eerste Gemeente in Europa.

Filippi (thans een deel van Griekenland) was een Romeinse kolonie waar toen vooral oud-soldaten woonden. Ook deze brief werd, net als de brieven aan de Efeziërs, de Colossenzen en Filemon, geschreven door Paulus tijdens zijn gevangenschap in Rome, dus in het jaar 60 of 61 n.C..

Er was blijkbaar een hechte band ontstaan tussen de apostel Paulus en deze Gemeente in Efeze. Tijdens zijn gevangenschap werd hij blijkbaar door hen geholpen en ondersteund en dit schrijven is dan blijkbaar in de eerste plaats bedoeld om hen daarvoor te danken.

Paulus spreekt hierin open en eerlijk over de problemen van zijn gevangenschap en over de onzekerheid of hij het er wel levend zal afbrengen. Toch wordt deze brief in de eerste plaats gekenmerkt door blijdschap: in het levan van een christen moet er vreugde zijn omdat God van hem houdt. Paulus moedigt zijn vrienden dan ook aan om vol te houden ondanks alle problemen en tegenstand. Christus zelf geeft hem hiertoe de kracht: "Ik vermag alle dingen in Hem, die mij kracht geeft" (4:14).

Paulus roept in deze brief de Filippenzen op tot eensgezindheid en tot volharding in het geloof. Net als in de brief aan de Galaten wil hij de gelovigen ook waarschuwen voor de dwaalleer van de Judaïsten.

Op deze site vindt u ook een preek n.a.v. Filippenzen (met onderstaande verzen als thema).


Laat die gezindheid bij u zijn,
welke ook in Christus Jezus was,
die, in de gestalte Gods zijnde,
het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht,
maar Zichzelf ontledigd heeft,
en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen,
en aan de mensen gelijk geworden is.

(Filip. 2:5-7)


Indeling

  1. Paulus' persoonlijk getuigenis
    1. Groeten (1:1-7)
    2. Bekommernis om geestelijke ontplooiing (1:8-11)
    3. Zijn gevangenschap is velen tot zegen (1:12-19)
    4. Zijn verlangen Jezus te verheerlijken in leven en dood (1:20)
    5. Zijn besef dat zijn leven in gevaar is (1:21-25)
    6. Zijn bekommernis om de vervolgde Gemeenten (1:27-30)
  2. Oproep tot christelijke levenswandel
    1. Eenheid en nederigheid (2:1-4)
    2. Trachten naar de gezindheid van Christus (2:5-13)
    3. Leven als kind van God in een vijandige wereld (2:12-16)
  3. Aanbeveling van Paulus' medewerkers
    Timotheüs en Epaphroditus (2:19-30)
  4. Waarschuwing tegen de Judaïsten (3:1-3)
  5. Paulus levenservaring
    1. Als wettisch Jood kwam hij van zelfrechtvaardiging tot rechtvaardiging door Jezus Christus (3:4-9)
    2. Zijn streven om deel te hebben aan Christus opstanding en verheerlijking (3:10-14)
  6. Verdere aanbevelingen aan de Gemeente
    1. Om het voorbeeld van de apostel te volgen (3:15-17)
    2. Zich te hoeden voor de vijanden van het kruis (3:18-19)
    3. Als hemelburgers uit te kijken jaar Jezus' wederkomst (3:20-21)
    4. Oproep tot standvastigheid, nederigheid, vrij te zijn van zorg, gebed (4:1-8)
  7. Waarderend slotwoord (4:10-23)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

9/1998