De brief van Paulus aan de Effeziërs

Samen met de brieven aan de Colossenzen, Filippenzen en aan Filemon behoort deze brief tot de "gevangenschapsbrieven": brieven die door de apostel Paulus werden geschreven tijdens de periode van zijn gevangenschap in Rome.

Vermoedelijk werd deze brief geschreven in 60 of 61 n.C. Omdat in sommige handschriften de vermelding "aan de heiligen en gelovigen... die in Efeze zijn" ontbreekt, vermoeden sommigen dat dit schrijven meer algemeen gericht werd aan een groep Gemeenten verspreid over Klein-Azië, waarvan Efeze zowat het middelpunt vormde.

In deze brief geeft Paulus ons de bijbelse visie op verleden, heden en toekomst: de eeuwigheid achter ons, waarin God hemel en aarde schiep en Zijn heilsplan voor deze wereld ontwierp; het heden, waarin God diegenen verlost die in Jezus Christus hun hoop en hun vertrouwen hebben gesteld en uiteindelijk de toekomst waar alle kwaad zal worden overwonnen.

Paulus waarschuwt de gelovigen dat ze betrokken zijn in een geestelijke strijd maar als leden van het lichaam van Christus hebben we de macht om weerstand te bieden. Het gedeelte over de "Geestelijke Wapenrusting" is misschien wel de bekendste en meest bestudeerde passage uit deze brief.

Ook geeft Paulus nog een aantal praktische richtlijnen mee in verband met leven als christen, huwelijk, gedrag, plichten van kinderen en ouders en de verhouding tussen dienaars en gezagsdragers.


God echter, die rijk is aan erbarming,
heeft, om zijn grote liefde,
waarmede Hij ons heeft liefgehad, ons,
hoewel wij dood waren door de overtredingen
mede levend gemaakt met Christus...
Want door genade zijt gij behouden, door het geloof,
en dat niet uit uzelf: het is een gave van God;
niet uit werken, opdat niemand roeme.

(Ef. 4:4,5,8,9)


Indeling

  1. De Gemeente en Gods Heilsplan
    1. Groeten (1:1-2)
    2. Goddelijke oorsprong van de Gemeente (1:3-6)
    3. Gods Heilsplan
      1. Door het verlossingswerk van Christus
        (1:7-8)
      2. Universeel (1:9-10)
      3. Verzekert een rijk geestelijk leven (1:11-14)
      4. Bede dat de gelovigen de rijkdom ten volle zouden beseffen
        (1:15-23)
      5. Het Plan voorziet in een geestelijke opstanding van de gelovige
        (2:1-6)
      6. Het is gebaseerd op Genade en niet op werken
        (2:7-10)
      7. Het richt zich ook tot de heidenen, die van God afgescheiden waren
        (2:11-13)
      8. Het verenigt Joden en heidenen in één lichaam, onder de invloed van de H.Geest
        (2:14-22)
      9. Gods heilsplan werd aan Paulus geopenbaard en hij werd aangesteld als apostel der heidenen
        (3:1-12)
      10. Paulus tweede gebed voor de Gemeente
        (2:14-21)
         
  2. Praktische toepassingen: Gods plan in de Gemeente
    1. Eenheid van de gelovigen
      1. Eén Geest (4:1-3)
      2. Verscheidenheid in gaven maar één lichaam in Christus
        (4:7-16)
    2. De levenswandel van de gelovige
      1. Niet leven als andere zondaars
        (4:17-21)
      2. Een nieuw leven, dat afrekent met de oude zonden
        (4:22-32)
      3. Wandel in liefde en reinheid
        (5:1-7)
      4. Wandel in het licht
        (5:8-14)
      5. Vervuld met de H. Geest
        (5:15-21)
    3. Het huiselijk leven
      1. Plichten van de echtgenoten
        (5:22-33)
      2. Plichten van kinderen, vaders, dienaars en meesters
        (6:1-9)
    4. De geestelijke strijd
      1. Bron van kracht (6:10)
      2. De geestelijke wapenrusting (6:11-18)
    5. Slotwoorden en zegebede
      (6:19-24)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

9/1998