De derde brief van Johannes
De derde en laatste brief van Johannes is ook een heel korte en bovendien heel persoonlijke brief. Hij is gericht aan een zekere Gajus en stamt ook uit de periode tussen 85 en 96 n.C. Mogelijk werd hij eveneens vanuit Efeze geschreven.

Johannes wil vooral Gajus danken omdat hij zich inzet om rondreizende evangelisten, die de waarheid verkondigen, te steunen. Hij drukt ook zijn afkeuring uit voor sommige anderen, zoals Demetrius, die door hun houding de verspreiding van het Evangelie in de weg staan.

Hij legt er de nadruk op dat we als christenen elkaar moeten ondersteunen in het werk van Christus.


Groter blijdschap ken ik niet, dan dat ik hoor, dat mijn kinderen in de waarheid wandelen.

(3 Johannes 4)


Indeling

  1. Gajus, aan wie de brief is gericht:
    De genegenheid van de apostel waardig (verzen 1+2)
    Een standvastig christen die in waarheid wandelt (3+4)
    Gastvrij (5+6)
  2. Diotrefes, een leider van de Gemeente
    Is er op uit om de voornaamste te zijn (9)
    Hij probeert de apostel in een slecht daglicht te stellen en deze zal hem terechtwijzen bij zijn bezoek (10)
  3. Demetrius, die een goed getuigenis geeft
    Is een voorbeeldig man met uitstekende reputatie (12)
  4. Evangelisten
    Zij werken voor de Heer en verdienen onze ondersteuning (7)
    Worden hartelijk ontvangen ondanks de vijandige houding van Diotrefes (11)
  5. Slot en groeten (13-14)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

8/2001