n 64 n.C. schreef Paulus waarschijnlijk deze brief aan Timotheüs vanuit zijn gevangenschap in Rome. Velen veronderstellen dat dit tevens de laatste brief zou zijn die de apostel schreef. Uit verschillende passages kunnen we opmaken dat Paulus zich ervan bewust is dat zijn aardse leven waarschijnlijk ten einde loopt. Tegelijkertijd getuigt hij van zijn geloofszekerheid in een eeuwig leven.
Hij herinnert aan Gods trouw, die hem zijn hele leven tot steun en sterkte is geweest en verwittigt Timotheüs ook dat er een tijd zal komen waarin de mensen de waarheid niet meer zullen willen horen en Gods gezag niet meer willen erkennen. Hij waarschuwt zijn discipel voor de opkomende vervolging en spoort hem aan om trouw te blijven en stand te houden.
Gods macht en souvereiniteit staan dan ook centraal in deze brief. Ook wanneer alles om ons heen uit de hand schijnt te lopen, dan mogen we toch weten dat Hij alles vast in handen heeft en ondanks alles tot Zijn doel komt. Wie op Hem zijn vertrouwen stelt heeft dan ook niets te vrezen!
Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven; indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen.
(2 Tim. 2:11-12a)
Indeling
- Begroeting (1:1-2)
- Dankbetuiging tegenover Timotheüs (1:3-7)
- Paulus brengt de verantwoordelijkheden van Timotheüs in herinnering (1:8-18)
- Karaktereigenschappen van een trouw dienaar (2:1-26)
- Hij is sterk in de Genade (2:1)
- Hij wint veel volgelingen (2:2)
- Hij is doelgericht lijk een soldaat (2:3-4)
- Hij is gedisciplineerd als een atleet en volhardend als een landbouwer (2:5-13)
- Hij is een toegewijd arbeider (2:14-19)
- Hij is als geheiligd vaatwerk (2:20-23)
- Hij is een vriendelijk dienaar (2:24-26)
- De zorg voor een trouw dienaar (3:1-17)
- Het gevaar voor afvalligheid (3:1-9)
- Bescherming tegen afvalligheid (3:10-17)
- De Opdracht om het Woord te verkondigen (4:1-5)
- De troost van een trouw dienaar (4:6-18)
- Een goed levenseinde (4:6-7)
- Een geweldige toekomst na dit leven (4:8)
- Goede vrienden in dit leven (4:9-18)
- Groeten en slot (4:19-22)
|