De tweede brief van Paulus aan de Thessalonicenzen

Met de eerste brief, die Paulus ongeveer een jaar eerder schreef, waren de problemen in de Gemeente van Thessalonica blijkbaar nog niet geheel van de baan. Er bleef – mogelijk door de invloed van dwaalleraars – nog heel wat verwarring heersen omtrent de wederkomst van de Heer Jezus Christus. Sommigen beweerden zelfs een (valse) brief van Paulus te hebben waarin deze had geschreven dat de Heer reeds was teruggekeerd. Bovendien krijgt deze Gemeente af te rekenen met zware vervolgingen en daardoor hebben deze gelovigen heel wat lijden te verduren. In 51 n.C. schrijft Paulus daarom een tweede brief, waarschijnlijk, net als de eerste, vanuit de stad Corinthe.

In deze brief tracht Paulus de Gemeente dan ook te bemoedigen en houdt hij hen voor dat Christus uiteindelijk zal terugkomen om Zijn Gemeente op te nemen en om de vervolgers te straffen. De grote dag van het oordeel zal hen ook niet plots overvallen, maar heel wat tekenen zullen deze gebeurtenis vooraf aankondigen. Het komt er dus op aan alert te zijn en deze tekenen te herkennen. Ondertussen wordt van de christenen gevraagd een voorbeeldig en onberispelijk leven te leiden.

Het hoofdthema van deze brief is dan ook dat God uiteindelijk, ondanks alle tegenstand en vervolging, het kwade zal overwinnen. Hier op aarde kan lijden soms ons deel zijn – en dit kan een manier zijn waarop God ons geloof beproeft – maar uiteindelijk zullen wij in Zijn heerlijkheid worden opgenomen. Voor diegenen die God afwijzen of Hem niet willen gehoorzamen wacht het oordeel.

Paulus legt er in deze brief wel de nadruk op dat de christenen ondertussen het werk niet mogen verzuimen; zelfs niet indien zij geloven dat de Heer elk moment kan terugkomen: "Wil iemand niet werken, dan zal hij ook niet eten" (3:10).


En Hij, de Here des vredes, geve u de vrede,
voortdurend, in elk opzicht.
De Here zij met u allen.

(2 Thes. 3:16)


Indeling

  1. Hoofdstuk 1
    1. Groet en dankzegging (1:1-3)
    2. - Woorden van troost aan de vervolgde Gemeente (1:4-6)
      - Verschil tussen de glorieuze bestemming van de gelovige en het einde van de ongelovigen (1:7-12)
  2. Hoofdstuk 2
    1. Waarschuwingen tegen de valse leer met betrekking tot Jezus wederkomst (2:1-2)
    2. De gebeurtenissen die Jezus wederkomst zullen voorafgaan:
      1. De afval (2:3)
      2. De opkomst en zelfverheerlijking van de antichrist (2:3-4)
      3. Toename van de wetteloosheid, van de zonde en valse tekenen (2:5-9)
      4. Satan wordt vernietigd bij de komst van Christus (2:8)
      5. Sterke verleidingen zullen de ongelovigen totaal van God wegtrekken (2:10-12)
    3. Oproep aan de gelovigen om vast te houden aan het ware Evangelie (2:13-15)
    4. Troostende zegebede (2:16-17)
  3. Hoofdstuk 3 3
    1. Paulus drukt zijn vertrouwen uit in de Gemeente:
      1. Hij vraagt hun gebed (3:1-2)
      2. Hij vertrouwt erop dat zij zullen gehoorzamen en standhouden (3:3-4)
      3. Hij roept hen op geduldig te zijn in afwachting van Jezus komst en zich af te scheiden van de ongerechtigheid (3:5-6)
    2. Het voorbeeld van de apostel
      1. Van een voorbeeldig leven (3:7)
      2. Van zelfredzaamheid zonder beroep te doen op anderen (3:8-9)
      3. Oproep tot ijver aan de gelovigen (3:10)
    3. Zegenbede en groet (3:16-18)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

4/1999