De tweede brief van Petrus
De tweede brief van Petrus is een indrukwekkend monument. De apostel weet dat hij aan het einde van zijn leven staat en wil daarom nog een aantal belangrijke punten in herinnering brengen. De brief werd geschreven omstreeks het jaar 66 n.C.; de plaats waar de apostel hem schreef is niet met zekerheid gekend alhoewel velen aannemen dat Petrus in Rome uiteindelijk de marteldood stierf.

Petrus behandelt in de brief een aantal problemen die van alle tijden zijn en hij spoort de gelovigen aan geestelijk te blijven groeien en vast te houden aan de waarheid. Hij herinnert hen eraan dat de waarheid van het evangelie op feiten berust en niet op fabeltjes. Hij waarschuwt voor dwaalleraars die hun eigen denkbeelden en opvattingen boven het evangelie van Jezus Christus plaatsen.

De apostel brengt ook de wederkomst van Jezus in herinnering en maant ons daarom aan om een geheiligd leven te leiden en ook tijdens mogelijke vervolging stand te blijven houden. Het is een aansporing voor de gelovigen van alle tijden om te blijven uitzien naar de tweede komst van Christus.

In hoofdstuk 1, de verzen 5 t/m 8 tekens Petrus als het ware het grondplan van een geestelijk gebouw waar wij tijdens ons leven mogen aan werken: een echt levensprogramma voor ieder gelovige!


Doch dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat een dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.

(2 Petrus 3:8-9)


Indeling

  1. Deel 1: Het geestelijk leven.
    1. Begroeting (1:1-2)
    2. De roeping (1:3)
    3. Zekerheid door kostbare beloften (1:4)
    4. Zeven belangrijke stappen in onze groei (1:5-8)
    5. Onze uiteindelijke bestemming (1:10-11)
    6. Ter herinnering als afscheid (1:12-15)
    7. Een glorievolle ervaring (1:16-18)
    8. De goddelijke oorsprong en de kracht van de Schriften (1:19-21)
  2. Deel 2: Valse leraars, hun karakter en leer
    1. Hun tegenstand en ontkenning van Christus (2:1)
    2. Hun populariteit, duivelse invloed en hypocrisie (2:2-3)
    3. De oordelen van God over o.a. gevallen engelen, Sodom en Gomorra,... zijn waarschuwingen voor de goddelozen (2:4-6)
    4. Het behoud van de rechtvaardigen voor het komende oordeel (2:7-9)
    5. Verdere beschrijving van dwaalleraars:
      1. hun overspeligheid en excessen (2:10-13)
      2. hun verderfelijke invloed (2:14-16)
      3. hun leegheid en onstandvastigheid (2:17)
      4. hun luidruchtige woorden die tot slavernij en corruptie leiden (2:18-19)
      5. hun afvalligheid en verdorvenheid (2:20-22)
  3. Deel 3: Voorspellingen aangaande de Dag des Heren en oproep tot standvastigheid
    1. Het doel van deze brief (3:1-2)
    2. Het einde van de spotters (3:3-4)
    3. Het negeren van waarschuwingen
      1. in het Oude Testament (3:5-6)
      2. in verband met het komende oordeel (3:7)
    4. Uitleg van de goddelijke beschikkingen
      1. de lengte van Gods dagen (3:8)
      2. door genade wordt het oordeel uitgesteld (3:9)
    5. De zekerheid van de komst van de dag des Heren (3:10)
    6. Houding en hoop van de gelovigen (3:11-14)
    7. Een aanbeveling van Paulus' brieven en waarschuwing tegen afwijzen van de Schriften (3:15-16)
    8. Oproep tot standvastigheid en geestelijke groei (3:17-18)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

2/2001