De eerste brief van Paulus aan Timotheüs

Samen met de tweede brief aan Timotheüs en met de brief aan Titus behoort deze brief tot de zogenaamde "Pastorale brieven". Het zijn geschriften waarin de apostel Paulus vooral praktische richtlijnen geeft in verband met het leiden van een plaatselijke Gemeente.

Paulus schreef deze brief ongeveer in 62 n.C. Hij had een van zijn naaste medewerkers, de nog jonge Timotheüs, in Efeze achtergelaten om daar een aantal problemen op te lossen. Paulus geeft hierin een aantal richtlijnen in verband met de leer, het gedrag in de Gemeente en over de manier waarop de Gemeente moet geleid worden.

Belangrijk in deze brief zijn de regels die Paulus geeft in verband met het kiezen en aanstellen van "oudsten", die geschikt moeten zijn om aan de Gemeente een goede leiding te geven.

Verder bevat de brief ook een persoonlijke bemoediging voor Timotheüs, om verder te gaan op de weg die hij heeft gekozen en om niet te verslappen in het uitoefenen van de opdracht die Hij van de Here heeft gekregen.


Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen,
de mens Christus Jezus.

(1 Tim. 2:5)


Indeling

  1. Deel 1: Leerstellig gedeelte en persoonlijke ervaringen
    1. Groet (1:1-2)
    2. Raadgevingen in verband met de omgang met wettische leraars:
      - Die strijden om bijkomstigheden (1:3-6)
      - Die leraar willen zijn zonder de kern van het geloof te vatten (1:7-11)
    3. Paulus persoonlijke ervaringen:
      - Zijn roeping terwijl hij vervolgde (1:12-13)
      - Zijn kennis van de genade en van onwaardigheid (1:14-15)
      - Christus doel met zijn leven (1:16)
    4. Zijn eerste plechtig beroep op Timotheüs (1:18-20)
  2. Deel 2: Gebed en raadgevingen aan mannen en vrouwen:
    1. Gebed voor iedereen (2:1-4)
    2. Christus als bemiddelaar (2:5-6)
    3. Paulus, de apostel der heidenen (2:7)
    4. Plichten van mannen en vrouwen (2:8-15)
  3. Deel 3: Eigenschappen van oudsten en diakenen:
    1. Eigenschappen van oudsten:
      - Persoonlijke karaktereigenschappen (3:2-3)
      - Houding in zijn eigen gezin (3:4-5)
      - Ervaring en goede reputatie (3:6-7)
    2. Eigenschappen van diakenen
      - Karakter, levenswandel en ervaring (3:8-9)
      - Beproefd zijn (3:10)
      - Een gelovig gezin hebben waar authoriteit is (3:11-12)
      - Voordelen van het diaken-zijn (3:13)
    3. Doel van de brief (3:15)
    4. Het mysterie van Christus opstanding (3:16)
  4. Deel 4: Voorzeggingen en raadgevingen:
    1. Voorzegging van vervolging en valse leer die ondermijnend zal werken (4:1-4)
    2. Raadgevingen in verband met onderwijs, pastoraat, levenswandel, enz.
      - Kenmerken van een goed dienaar van Christus (4:6)
      - Het leiden van een godvruchtig leven (4:7-8)
      - Het belang van een goed voorbeeld (4:12)
      - Plicht om trouw te zijn in het verkondigen en het onderricht (4:13-14)
      - Belang van gebed en toewijding (4:15-16)
  5. Deel 5: Pastorale raadgevingen:
    1. Hoofdstuk 5:
      1. Eerbied voor jongeren en ouderen (5:1-2)
      2. Zorg voor de weduwen (5:3-16)
      3. Plichten tegenover de leiders der Gemeente (5:17-20)
      4. Persoonlijke adviezen aan Timotheüs (5:23-25)
    2. Hoofdstuk 6:
      1. Plichten van een dienaar (6:1-2)
      2. Afwijzen van dwaalleraars (6:3-5)
      3. De zegen van tevredenheid (6:6-8)
      4. Gevaar van de rijkdom - het strijden van de goede strijd (6:9-12)
      5. Oproep om trouw te blijven tot Christus wederkomst (6:13-16)
      6. Waarschuwing tegen trosts en zelfvertrouwen (6:17-19)
      7. Laatste oproep tot trouw en tot waakzaamheid tegen dwaalleer (6:20-21)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

5/1999