De eerste brief van Paulus aan de Thessalonicenzen

Thessalonica was een belangrijke stad in het Noorden van Griekenland die door Paulus werd bezocht tijdens zijn tweede zendingsreis en waar hij moest wegvluchten omwille van de vervolgingen die er ontstonden. In Handelingen 17:1-9 kunnen we het relaas van Paulus wedervaren daar nalezen. Ondanks alle moeilijkheden houdt de Gemeente er echter stand en Paulus wordt door Timotheüs, die hij daarheen had gestuurd, van het doen en laten van deze Gemeente op de hoogte gehouden. In 50 of 51 n.C. schrijft hij, waarschijnlijk vanuit Corinthië, aan deze broeders en zusters een brief om hen te troosten en te bemoedigen.

Een van de problemen in de Gemeente van Thessalonica was dat een aantal gelovigen het werken hadden opgegeven omdat zij ervan overtuigd waren dat Christus nu wel heel spoedig zou terugkomen en het dus geen zin meer had om nog voor een aardse toekomst te werken.

Paulus geeft in dit schrijven onderricht over God, de Heilige Geest en de christelijke levenswandel, maar vooral de wederkomst van Christus en de opstanding van de doden staan in dit schrijven centraal. Paulus wijst erop dat zij die in Christus gestorven zijn het eerste zullen opstaan.

Ook voor gelovigen van vandaag geeft deze brief troostvolle woorden in verband met hen die ons zijn ontvallen.

God is ons nabij en de uiteindelijke overwinning staat vast voor hen die in de Heer geloven en hun vertrouwen op Hem stellen. De eindoverwinning zal worden behaald bij de wederkomst van christus, wanneer Hij Zelf uit de hemel zal nederdalen en de gelovigen zal opnemen om voor altijd bij Hem te zijn. Deze zekerheid mag ons stimuleren om ondanks alle tegenstand een toegewijd leven te leiden.

Een aantal maanden later zal Paulus reeds een tweede brief aan deze Gemeente richten


Verblijdt u te allen tijde,
bidt zonder ophouden,
dankt onder alles,
want dat is de wil Gods in Christus Jezus ten opzichte van u.

(1 Thes. 5:16-18)


Indeling

  1. Deel 1: Aanbevelingen
    1. Groet (1:1)
    2. Lofbetuigingen aan de Gemeente:
      - Om hun geloof en dienstbetoon (1:2-4)
      - Om hun geestelijke ontvankelijkheid (1:5-6)
      - Om hun voorbeeld (1:7-8)
      - Om hun geestelijke overvloed en hoop (1:9-10)
  2. Deel 2: Herinnering aan de bediening van Paulus:
    1. Moedig, trouw, Godvrezend en onzelfzuchtig (2:2-5)
    2. Nederig, liefdevol en vaderlijk (2:6-12)
    3. Hij refereert naar het lijden van de Gemeente (2:13-14)
    4. Verwijzing naar Paulus verlangen de Gemeente te bezoeken (2:17-20)
  3. Deel 3: Paulus boodschap:
    1. Het zenden van Timotheüs om de Gemeente te versterken (3:1-5)
    2. Het verheugende rapport van Timotheüs aan Paulus (3:6-9)
    3. Paulus gebed om de Gemeente te mogen bezoeken en hen geestelijk te helpen groeien (3:10-13)
  4. Deel 4: Vermandend gedeelte:
    1. Aansporing tot persoonlijke en gemeenschappelijke zuiverheid (4:1-8)
    2. Aansporing tot broederliefde en werk-ijver (4:9-12)
  5. Deel 5: De Hoop voor de toekomst:
    1. De wederkomst van de Heer
      1. De troostvolle hoop voor de ontslapenen (4:13-14)
      2. De volgorde bij de opstanding (4:15)
      3. De gebeurtenissen bij Jezus wederkomst (4:16-18)
    2. Het tijdstip van de wederkomst
      1. Dit tijdstip is niet gekend (5:1-2)
      2. Het komt onverwacht (5:3)
      3. We moeten klaar zijn (5:4-8)
      4. We mogen gerust zijn (5:9-11)
  6. Deel 6: Onze plichten
    1. Aanbevelingen in verband met een praktische christelijke levenswandel (5:12-22)
    2. Slot en zegebede (5:23-28)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

1/1999