e apostel Petrus schreef zijn brieven aan het einde van zijn leven; dit bemoedigend schrijven aan Joodse christenen in Klein-Azië dateert van 63 of 64 n. Chr. Sommigen menen dat Petrus vanuit Rome schreef, maar dit is onzeker. Het is een tijd van zware vervolgingen en heel wat christenen bekochten hun geloof met hun leven.
Daarom wijst de apostel erop dat lijden deel uitmaakt van ons leven als gelovige hier op aarde maar dat bij God een onvergankelijke beloning wacht voor diegenen die op Hem blijven vertrouwen. Leven met Christus is elke prijs waard en God heeft met dit alles een plan en zal uiteindelijk ook alles ten goede keren. We kunnen als thema boven deze brief gerust "Overwinning door lijden" plaatsen.
Petrus wijst op Jezus zelf als ons grote voorbeeld: Hij heeft Zijn lijden geduldig gedragen en de apostel moedigt ons aan om dit voorbeeld door alles heen te blijven volgen.
Er wordt ook gewaarschuwd tegen het opkomend Judaïsme: Joodse christenen wilden vaak terugkeren naar hun oude geloof om op die manier aan de vervolging te ontkomen. Maar Petrus wijst erop dat de Gemeente nu Gods uitverkoren volk is.
Aan het slot van deze brief volgen nog een paar praktische adviezen voor verschillende groepen van gelovigen.
Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht
(1 Petrus 2:9)
Indeling
- Deel 1: Onze redding.
- Begroeting (1:1-2)
- Een levende hoop, door de Opstanding van Jezus (1:3)
- Een onvergankelijke erfenis (1:4)
- Een goddelijke kracht die ons behoudt en overwinning schenkt
- door geloof (1:5)
- doorheen de verzoeking (1:6)
- gelouterd als goud (1:7)
- in liefde en vreugde (1:8)
- Gods mysterieuze plan
- waarvan profeten getuigden en waarnaar engelen nieuwsgierig waren (1:10-12)
- het vraagt om nederigheid, gehoorzaamheid, afzondering van de wereld (1:13-17)
- de oneindige prijs die ervoor betaald werd (1:18-19)
- vastgelegd van voor de vestiging van de wereld (1:20-21)
- Deel 2: Het leven van de gelovige in het licht van onze redding
- Gereinigd en opgebouwd worden door de eeuwige waarheid en door de broederlijke liefde (1:22-25)
- Bevrijd van het kwade en verlangen naar het Woord dat ons voedt (2:1-3)
- Levende stenen van een tempel, waarvan Christus de hoeksteen is (2:5-6)
- Christus kostbaar achten, hoewel hij verworpen werd door ongelovigen (2:7-8)
- Deel 3: Plaats en plichten van de gelovige
- Eerzaam en heilig als volk van God (2:9-10)
- Leven als vreemdelingen en pelgrims (2:11)
- Burgerlijke en sociale plichten (2:12-15)
- Goed burgerschap (2:16-17)
- Plichten in het huishouden als gelovige:
- als dienaar: gehoorzaam en geduldig (2:18-20)
- met Christus als voorbeeld (2:21-25)
- als echtgenote, getooid met geestelijke gaven (3:1-6)
- als echtgenoot, aandachtig voor zijn vrouw (4:7)
- medelijden en vergevend (3:8-9)
- denkend aan de beloften voor wie het kwade weerstaat (3:10-13)
- Deel 4: Aanwijzingen en bemoediging met betrekking tot lijden
- Lijden voor de goede zaak geeft vreugde (3:14-17)
- Het voorbeeld van Christus overwinnend lijden (3:18-22)
- Het offer van Christus spoort aan tot zelfverloochening (4:1-3)
- Aanbevelingen voor een leven dat God verheerlijkt (4:7-11)
- Niet verwonderd zijn over beproevingen (4:12)
- Lijden met en voor Christus (4:13-14)
- God eren wanneer we voor Hem lijden (4:15-19)
- Deel 5: Laatste aanbevelingen en waarschuwingen
- Aan de oudsten van de gemeenten (5:1-4)
- Aan jongeren en ouderen (5:5-7)
- Waarschuwingen tegen de duivel (5:8-9)
- Zegenbede en groeten (5:10-14)
|