De eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs

ijdens zijn tweede zendingsreis had Paulus in de stad Corinthe, een belangrijke havenstad in het zuiden van Griekenland, een Gemeente gesticht. Het verslag van zijn verblijf aldaar kunnen we lezen in Handelingen 18:1-8. Hij begon zijn evangelisatiewerk daar in een Joodse synagoge, maar toen hij hier spot en tegenstand ondervond zette hij dit werk verder vanuit het huis van Titus Justius, vlak naast de synagoge.

Deze brief aan de Gemeente van Corinthe werd geschreven in 56 n.C. vanuit de stad Efeze. Uit de inhoud blijkt dat het niet de eerste brief is die door Paulus aan deze Gemeente werd gericht, want hij verwijst naar eerdere brieven (5:9) en hij geeft ook antwoorden op vragen die hem blijkbaar schriftelijk door de gelovigen werden gesteld.

Jammer genoeg moet Paulus in dit schrijven blijkbaar reageren op heel wat mistoestanden die in deze Gemeente waren ontstaan. Het apostelschap van Paulus werd er ter discussie gesteld. Het Heilig Avondmaal werd op een onwaardige wijze gevierd. Er waren allerlei discussies ontstaan, zoals over het eten van vlees.

Gelovigen daagden elkaar voor wereldse rechters. Er was onenigeheid over het huwelijk en velen gaven zich opnieuw over aan onzedig en heidens gedrag. Al deze zaken vormen voor Paulus de aanleiding om opnieuw in te gaan op de kernpunten van het geloof en om duidelijk te maken dat geloof moet gepaard gaan met een heilige levenswandel. Het is niet voldoende te beweren christen te zijn; men moet er ook naar handelen!

Het Loflied der Liefde uit hoofdstuk 13 vormt ongetwijfeld één van de hoogtepunten uit deze brief.


De liefde is lankmoedig,
de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig,
de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen,
zij kwetst niemands gevoel,
Zij is niet blijde over ongerechtigheid,
maar zij is blijde met de waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij,
alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
De liefde vergaat nimmermeer.

(1 Cor. 13: 4,5a,6-8a)


Indeling

  1. Hoofdgedeelte: mistoestanden in de Gemeente
    1. Groet (1:1-9)
    2. Noodzaak van een reine Gemeente (1:10-31)
    3. Het voorbeeld van Paulus (2:1-16)
    4. De strijd tussen de leiders:
      een kenmerk van onvolwassenheid en vleselijkheid (3:1-8)
    5. De juiste kijk op het ambt
      Leiders van de Gemeente zijn:
      - Verkondigers van de waarheid (3:1,2)
      - Hoeders van de juiste leer (3:6-8)
      - Medewerkers van God (3:9)
      - Karakter-vormers (3:10)
      - Dienaars (4:1,2)
      - Zij die lijden om de zaak van Christus (4:9-13)
      - Voorbeelden voor de Gemeente (4:16-17)
      - Toezichters op de tucht in de Gemeente (4:18-21)
    6. De plicht om de Gemeente rein te houden
      - van immorele levenswijze (5:1-13)
      - van rechtsgedingen (6:1-8)
      - van onreinheid (6:9-20)
    7. De heiligheid van het huwelijk (7:1-40)
    8. Christelijke idealen en de houding van de "sterken" ten overstaan van de "zwakken" (8:1-13)
    9. Paulus voorbeeld bij het redden van zielen (9:1-27)
    10. Het voorbeeld van Israëls ontrouw als waarschuwing voor de Gemeente (10:1-15)
    11. De heiligheid van de viering van het Avondmaal (10:16-21)
    12. Zich gedragen als christen op gebied van eten en drinken (10:23-33)
    13. Respecteren van gewoonten in verband met kleding (11:1-16)
    14. De Gemeente bewaren voor wanorde (11:17-34)
  2. Leerstellig gedeelte en adviezen
    1. De verscheidenheid van gaven (12:1-31)
    2. De belangrijkheid van de liefde (13:1-13)
    3. Profetie belangrijker dan het "spreken in tongen" en richtlijnen voor een ordelijke samenkomst (14:1-40)
    4. De leer van de opstanding (15:1-58)
    5. Laatste adviezen en groet (16:1-24)
 Terug naar INLEIDING OP DE BIJBELBOEKEN

 Terug naar ONTMOETING inhoud

7/1998