antwoord op gebed

Een voorganger van een evangelische kerk was op een zaterdagavond bij de voorbereiding van de zondagdienst het uur uit het oog verloren.  Het was al na 22 uur toen hij besloot om even naar zijn echtgenote te telefoneren om haar gerust te stellen.  Maar de echtgenote nam de telefoon niet op.  Hij liet de telefoon minutenlang bellen.  Zelfs het antwoordapparaat ging niet in werking.  Hij vond dit wel erg raar maar besloot dan maar om nog wat verder te werken en het even later nog eens te proberen.

 

Bij de tweede poging, even later, had hij meteen succes.  De vrouw nam onmiddellijk de hoorn op.  Hij vroeg waarom ze een paar minuten daarvoor de telefoon niet aangenomen had, waarop zij reageerde dat er gans de avond helemaal geen oproep geweest was.  Ze hechtten geen verdere aandacht aan dit gegeven en even later vertrok de voorganger huiswaarts.

 De volgende maandag ontving de voorganger een opmerkelijke oproep op het telefoontoestel in zijn kerkgebouw.  Het was het toestel waarmee het gesprek met de echtgenote had plaatsgevonden op zaterdagavond.  De man waarmee hij in gesprek kwam, wou weten waarom hij zaterdagavond opgebeld was.  Hij vertelde dat hij de telefoon minutenlang had horen rinkelen en dat hij niet had opgenomen uit angst.

 

 De geestelijke herinnerde zich het geval en verontschuldigde zich voor het kiezen van een verkeerd nummer, legde even uit dat hij wat later gewerkt had in de kerk en het zijn bedoeling was geweest zijn echtgenote te verwittigen dat hij later thuis zou zijn.

Even bleef het stil aan de andere kant van de lijn.  Toen vroeg de man: “bent u dan een priester?”  Waarop de voorganger bevestigend antwoordde.  Aarzelend begon de man te spreken, een lichte beving in de stem.  “Mag ik u dan wat vertellen, eerwaarde?  Ik had zaterdag besloten een einde aan mijn leven te maken.  Ik had een touw over mijn hoofd getrokken en was op een stoel gaan staan.  Net voor ik de stoel onder me uit wou stampen, zei ik nog: “God, als Jij ergens bent, en Jij niet wilt dat ik dit doe, geeft me dan nu een teken van Je bestaan!  Op dat moment begon mijn telefoon minutenlang te bellen.  Ik was zo uit mijn lood geslagen dat ik van de stoel ben gestapt en op mijn knieën belandde.  Ik durfde niet eens naar het oproepnummer van mijn telefoon kijken uit angst.  Ik was te angstig om de hoorn op te nemen.  Ik was er van overtuigd dat het de machtige God zelf was die me opbelde.”

 

De volgende zondag zat er achteraan in de kerk een onbekende man. Toen de voorganger aan zijn prediking begon en de man daar achteraan opmerkte, gaf deze een knipoog en hield zijn rechter duim aan zijn oor en zijn rechter pink voor zijn mond. De voorganger gaf een knipoog terug. Nu, meer dan tien jaar later, geeft het ondertussen trouwe lid van die gemeente, nog elke zondag een knipoog naar de voorganger wanneer deze aan zijn prediking begint. Ze delen met hun drieën een goed bewaard geheim. De voorganger, de man en God. En nu ook jij.

(Overgenomen van “A Prayer Warrior Message for You” – een vertaling van een getuigenis oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2003 in “Le Journal Maranatha”, Québec, Canada)

Pinkstervlam nr. 1348

 Inhoud doordenkertjes

11/2004