Hoofdstuk 5
We ontvangen Vergeving
Wanneer liefde ons voornaamste doel is, dan is vergeving een noodzakelijke stap op onze levensweg. We kunnen niet tegelijkertijd beminnen en haten; anders is onze liefde besmet en is het geen echte liefde. Wanneer iemand ons iets misdoet dan moeten we toch van die persoon blijven houden. Jezus is ons voorbeeld. Hij schonk de mensen die hem martelden en ter dood brachten vergeving.

Bent u ooit door iemand mishandeld of onrechtvaardig behandeld? Natuurlijk heb je dat al eens meegemaakt! Rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid zijn prachtige zaken maar ze worden in onze menselijke samenleving nooit perfekt toegepast.

Vergeving is van God. Wij zijn hier om lief te hebben. Dat bedoelde Jezus toen Hij ons leerde dat we onze vijanden moesten liefhebben. Het is iets heel mysterieus maar tegelijkertijd een waarheid als een koe: we moeten maar één keer vergeven om de grote beloning, de wonderlijke verlichting en bevrijding te ervaren die hiervan het gevolg is.

We ontmoeten heel wat uitdagingen op onze levensweg. Beschouw ze als geschenken van God. Het zijn middelen of wegen om te groeien. Pas wanneer we voldoende gegroeid zijn, wanneer we in Gods ogen de volmaaktheid benaderen, dan zijn we klaar voor onze uiteindelijke bestemming: onze geestelijke vereniging met God; we komen dan voor eeuwig bij Hem. Wees er dus van overtuigd dat elke verkeerde behandeling die we ervaren een uitdaging is aan onze opdracht om lief te hebben; wanneer we slecht behandeld worden hebben we immers de neiging te gaan haten. En wanneer we haten dan sluiten we God buiten en geven we satan opnieuw de kans om ons tot slaaf van onze haat te maken. Daarom moeten we afrekenen met alle haat, alle afkeer, alle onvergeeflijkheid. Wanneer we onze vijanden niet liefhebben dan kunnen we ook God niet liefhebben.

Hoe kunnen we onze vijanden liefhebben? Hoe kunnen we vergeven? Probeer het eens op deze manier: wees je ervan bewust dat je vijand, net als jezelf, Gods schepsel is en weet dat God evenveel van hem houdt als van jou. We moeten van de persoon houden; niet van zijn daden. Wanneer een vijand tegen Gods wil handelt en tegen Zijn wet van liefde dan moeten we toch van hem blijven houden en bidden dat hij zich tot God bekeert. Indien we onze vijand helpen om Gods weg te vinden zal ons loon bij God groot zijn omdat we Hem hielpen bij het winnen van zielen.

We mogen niet wachten met vergeven tot onze vijanden vergeving verdienen of erom vragen. Op die manier plaatsen we onszelf op de stoel van de rechter en dat is niet onze taak. Het oordeel moeten we aan God overlaten. Indien we enkel volmaakte mensen beminnen, welke verdienste hebben we dan? Indien we van iemand houden die slecht is tegenover anderen, maar goed is voor ons, is dat dan een echte liefde-test? Vrienden maken is niet onze eerste opdracht, liefhebben wel. Vrienden maken kan een vorm van eigenliefde zijn terwijl echte liefde altijd onbaatzuchtig is. Maar wanneer we God helpen om van iemand anders een liefdevol persoon te maken dan winnen we niet enkel Gods goedkeuring maar helpen we ook een andere ziel om eeuwig geluk en vervulling te bereiken. Dan zijn we pas echte vrienden.

Een deel van onze opdracht om anderen te bekeren bestaat erin dat we hen helpen om diegenen te vergeven die hen slecht behandelden en hen aan te moedigen om diegenen die zij verkeerd behandelden om vergeving te vragen. Indien we, net als Jezus, levende voorbeelden van vergeving zijn dan maken we het diegenen die ons kennen gemakkelijker om zich tot God te bekeren.

Het risico bestaat natuurlijk dat anderen onze vergeving afwijzen of weigeren om ons te vergeven wanneer we hen dat vragen. Maar het enige dat voor God telt is onze bereidheid om te vergeven en om vergeving te vragen; daarom is dat ook voor ons het enige wat telt.

Doorheen heel Zijn Evangelie leerde Jezus ons dat het onze belangrijkste taak is om van anderen te houden én om ook van onszelf te houden. "Dat is nogal vanzelfsprekend", zeg je misschien; "iedereen houdt van zichzelf". Fout! Sommigen hebben een heel lage dunk van zichzelf. Het is zelfs zo dat er velen zijn die uiterlijk zelfverzekerd overkomen maar in feite zichzelf haten. Waarom? Misschien voelen ze zich schuldig over een daad uit het verleden of uit het heden, over een bepaalde gedachte of over een afwijzing. Misschien voelen ze zich minderwaardig vergeleken bij anderen. Of misschien voelen ze zich gewoon verloren en missen ze een levensdoel.

Weet dan dit: er is in heel het universum niets te vinden dat kostbaarder is dan jij zelf. Je bent kostbaar in de ogen van God. Daar mag je absoluut zeker van zijn. God verlangt naar jou; Hij kijkt naar je uit; Hij verlangt naar de dag dat je terug bij Hem wilt komen. Je bent door Hem ontstaan maar Hij moest je de vrijheid geven zodat je in alle vrijheid naar Hem kon terugkeren. Hij moest je die vrijheid geven opdat jouw terugkeer naar Hem betekenisvol zou zijn.

Onze schepping zelf, het feit dat we bestaan, is een overtuigend bewijs van Gods liefde. Ik heb eens gelezen dat "God niets maakt wat waardeloos is". Alleen mensen kunnen uit Gods schepping iets waardeloos maken. We doen dat iedere keer wanneer we Zijn gaven misbruiken; en Zijn gaven vinden we overal.

Wanneer we onszelf misbruiken, door ons denken of door ons handelen, dan proberen we onszelf tot iets waardeloos te maken. Dat is precies wat satan wil. Wanneer we onszelf waardeloos maken dan lacht hij en dan zijn we van hem. Maar gelukkig voor ons biedt God ons altijd de mogelijkheid om dit proces om te keren. Dit moet nog eens herhaald worden: God geeft ons altijd de mogelijkheid om onszelf te veranderen; het waardeloze dat we met de hulp van satan geworden zijn kan opnieuw veranderd worden tot iets prachtigs. Dan worden we herboren in Gods ogen en er is niets wat Hij liever ziet dan onze wedergeboorte; uit "afval" wordt schoonheid geboren (hoewel dit "afval" nooit heeft bestaan in de ogen van God). Dit is heel belangrijk. We kunnen nooit zo diep wegzinken dat God ons niet zou terugwillen. Integendeel: hoe dieper we zinken, hoe meer Hij ons terug wil; hoe meer Hij van ons houdt en hoe dieper we Zijn liefde zullen ervaren wanneer we ons bekeren.

Hoe komen we tot bekering? Hoe worden we opnieuw geboren? Hoe ruimen we het afval op zodat we opnieuw de schoonheid die God in ons ziet aan de oppervlakte brengen? Eerst en vooral moeten we toegeven dat we een probleem hebben. Ten tweede moeten we het probleem kunnen aanwijzen. Ten derde moeten we berouw hebben. En tenslotte moeten we om vergeving vragen.

Het feit dat we dit werkboek nog altijd aan het lezen zijn is misschien het bewijs dat we weten dat we een probleem hebben; maar het is natuurlijk ook mogelijk dat we dit lezen om informatie te vinden om een vriend of familielid te helpen. Laat ons hoe dan ook trachten de symptomen van het probleem te ontdekken.

Zijn we gelukkig; écht gelukkig? Voelen we ons volledig vervuld omdat we weten dat we leven in overeenstemming met Gods richtlijnen? Houden we van de persoon die we in de spiegel zien? De grote misleider zal trachten om ons blind te maken voor onze fouten en problemen; daarom is een zelfonderzoek noodzakelijk. Als dit onderzoek ons doet beseffen dat een en ander niet in orde is, dan hebben we tenminste ontdekt dat er een probleem bestaat.

Om het probleem aan te wijzen moeten we ons afvragen op welk punt ons leven niet in overeenstemming is met Gods richtlijnen. Wat doen we, door onze gedachten of door ons handelen, wat in strijd is met Gods liefde, met de liefde voor onszelf of met de liefde voor onze medemensen? Wanneer we dit hebben ontdekt, zijn we dan bereid toe te geven dat onze daden of onze gedachten verkeerd zijn? Dat is belangrijk, want we kunnen moeilijk om vergeving vragen over iets waarvan we denken dat het goed is. Dit kan moeilijk zijn. We kunnen bijvoorbeeld iemand echt haten en ons gerechtvaardigd voelen omdat die gehate persoon ons, of iemand die ons heel dierbaar is, werkelijk heel slecht heeft behandeld. Is onze haat echt gerechtvaardigd? Wie is het slachtoffer van die haat? De gehate persoon of wijzelf? Wanneer Jezus diegenen die Hem mishandelden kon vergeven, hebben wij dan het recht om haatdragend te blijven? Wanneer die gehate persoon door dezelfde God werd geschapen als wijzelf, en wanneer die God bereid is om ons onze zwaarste overtredingen te vergeven, hebben wij dan het recht om iemand anders onze vergeving te weigeren? We doen iets heel bijzonders in Gods ogen, wanneer we onze vijanden liefhebben. Dit is het enige echte bewijs dat we leven in overeenstemming met Gods richtlijnen.

Het probleem toegeven; vervolgens onze fouten als fouten erkennen. En dan berouw hebben; bereid zijn om onze haat te laten verdwijnen, want pas nadat we bereid zijn ons om te keren kunnen we Gods genezing ervaren. Nu zijn we klaar om God om vergeving te vragen. En wanneer we op die manier om vergeving vragen weten we dat Hij ons om het even wat vergeeft.

We kunnen dan met een schone lei starten: een nieuw begin. Vervolgens nemen we onszelf voor om met alle middelen dicht bij God te blijven, door het bestuderen van Zijn geschreven Woord, door ons in te zetten in onze kerk of gemeente, door Zijn wil te doen en door van Zijn mensen te houden, door Zijn gaven met anderen te delen. Vervolgens moeten we breken met satan en met onze oude gewoonten door ons veertig dagen terug te trekken in de woestijn van onze ziel.

Heer, verwijder de hersenspinsels van satan uit mijn geest. Help mij om mijn fouten duidelijk te zien door Uw ogen. Maak mij nederig zodat ik mijn fouten tegen U en tegen Uw schepping kan belijden. En leer mij om anderen te vergeven zoals U mij vergeven hebt.

pijl-r Naar Hoofdstuk 6

pijl-l Terug naar Hoofdstuk 4

pijl-up Terug naar BEVRIJD IN 40 DAGEN inhoud

home Terug naar ONTMOETING inhoud

11/1998