| Psalm 30:1-3
Ik zal U verhogen, Here, want Gij hebt mij opgetrokken,
en mijn vijanden geen vreugde over mij gegeven.
Here, mijn God, tot U riep ik om hulp, en Gij hebt mij genezen.
Here, Gij deedt mij opkomen uit het dodenrijk,
Gij hebt mij leven gegeven, zodat ik niet in de groeve nederdaalde. |
| Overdenking
Ik duid deze dag aan op mijn kalender. De Heer geeft mij rust en kalmte in deze turbulente levenszee. Wat een kostbare schat is de Heer, een schat die ik voor altijd hoop te behouden, een mysterieuze schat. Maar ik kan Hem alleen behouden door Hem weg te geven aan anderen, door Hem te delen, door aan anderen te vertellen wat Hij voor mij heeft gedaan. Door Hem aan anderen weg te geven zal ik Hem meer ontvangen.
Alleen God kan op zulke mysterieuze en wonderbare manier werken en Hij is in deze dag met mij. |
| Gebed
Heer,
Dank U dat U Uzelf aan mij geeft, aan een zondaar die dit niet verdient.
Menselijk gezien kan ik U nooit waardig zijn, mijn God,
en toch ziet U mij als Uw geliefd kind, bedorven door mijn eigen dwaasheid
en U ziet dat ik Uw liefde en helende zorg nodig heb.
Ik kan nooit de wondere dingen terugbetalen die U aan mij hebt gedaan;
ik kan U enkel alle dagen van mijn leven lof toezingen.
Lof en eer en glorie komen U toe, de Meest Verhevene,
de Heerser van het heelal en de Heerser van mijn ziel. |