| Psalm 91:1-6
Wie in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten,
vernacht in de schaduw des Almachtigen.
Ik zeg tot de Here:
Mijn toevlucht en mijn vesting, mijn God, op wie ik vertrouw.
Want Hij is het, die u redt van de strik des vogelvangers,
van de verderfelijke pest.
Met zijn vlerken beschermt Hij u,
en onder zijn vleugelen vindt gij een toevlucht;
zijn trouw is schild en pantser.
Gij hebt niet te vrezen voor de verschrikking van de nacht,
voor de pijl, die des daags vliegt;
voor de pest, die in het duister rondwaart,
voor het verderf, dat op de middag vernielt. |